null Beeld

Irenes verloofde stopte met zijn boerenbedrijf: “Blij dat hij de knoop heeft doorgehakt”

Toen ze een relatie kreeg met een boer ontdekte Irene (53) dat het leven van een melkveehouder verre van romantisch is. “Consumenten willen zo goedkoop mogelijk vlees, maar geen megastallen.”

Fragment uit het boek Uitgemolken:

Boer is wel heel erg nuchter. De eerste jaren kreeg ik dit soort sms’jes als ik een paar dagen in Amsterdam was: ‘Hallo, regent het bij jullie? Ik zit op de trekker. Groeten van Boer.’ (..) Ik heb hem gevraagd (nou ja, gedwongen) om in plaats van groeten, liefs of xxxx’s onder een bericht te typen. Ik ben echt niet te beroerd om hem bij te schaven.

“Het is nooit mijn plan geweest een boerenleven te gaan leiden. Ik ben geboren en getogen in Haarlem. Daarna kwam ik in een woongroep in Amsterdam terecht, waar ik nog steeds deels woon. Ik ben een echte stadse, een vrije vogel die het hele land doorreist voor mijn werk als cabaretière en actrice. Ik leerde Boer – zoals ik mijn verloofde liefkozend noem – kennen tijdens een groepsrondreis door Cuba. Een grote, vriendelijke man met een blokjesbloes en een Achterhoeks accent. Hij runde een klein boerenbedrijf met vijftig koeien, dat al generaties lang in de familie was.

Boers vader, inmiddels overleden, woonde bij hem in huis en had nog nooit van het woord ‘privacy’ gehoord. Dat was even wennen als ik mijn geliefde bezocht. Ik moest sowieso wennen aan alle tradities in de Achterhoek, zoals het naoberschap, oftewel de burenhulp. Die gaat behoorlijk ver. Om de haverklap word je opgetrommeld om een metershoge meiboom op iemands erf te planten, dat is een gebruik als er een nieuwe stal of zelfs maar een schuur wordt gebouwd. Waar ik het meest aan moest wennen, is dat de deur hier altijd ‘los’ is. Dat betekent dat je op elk moment onaangekondigd bezoek kunt verwachten. Ik vind de Achterhoek prachtig, de mensen vriendelijk en het boerenleven is al jaren een dankbaar onderwerp voor mijn columns in de Gelderlander, mijn boeken en voorstellingen, maar af en toe vind ik het fijn om weer even naar mijn woning in Amsterdam te gaan, voor werk of om mijn vrienden te zien.”

Fragment Uitgemolken:

Boer heeft het gehad en nu echt. Meestal geeft hij kort commentaar op nieuwe regels, maar nu kreeg ik een lange donderpreek over me heen: ‘De meeste Nederlanders hebben meer geld en tijd dan boeren om te genieten op terrassen; in de winter zitten ze zelfs onder energievretende terrasheaters. Intussen eten ze appeltaart met onze goedkope slagroom.’

Geen echte boer

“Mijn Boer is geen echte boer, vinden sommige andere boeren in zijn omgeving. Hij werkte immers maar vijftig tot zestig uur in de week, terwijl de grote jongens minstens tachtig uur bezig zijn. Bovendien gaat hij twee weken per jaar met vakantie – ondenkbaar voor de

meesten. Ik vind Boer wél een echte boer. Het boerenleven zit in zijn genen en hij is altijd bezig met het weer en met de kwaliteit van de grond – dat is nog steeds zo. Ook tijdens zijn vakantie in het buitenland zat hij vaak de Nederlandse Buienrader te checken.

Voor mij als stedeling is het bijzonder om te zien hoeveel passie boeren voor hun werk en hun beesten hebben. Het is een levensstijl, boerderijen gaan over van vader op zoon of dochter. Boer-zijn zit heel diep. Dat moet ook wel, want rijk worden ze niet van het werk. Het is zelfs verschrikkelijk moeilijk om een normaal inkomen te verdienen. De helft van de varkens- en kippenboeren leeft onder de armoedegrens. Niet voor niets stoppen momenteel dagelijks vijf boeren met dit werk. Ik ken boeren die zeven dagen in de week fysiek enorm zwaar werk doen zonder een cent te verdienen. De verdiensten wegen niet op tegen de kosten van het hebben van een boerenbedrijf. De laatste jaren is de wet- en regelgeving enorm aangescherpt. Boeren moeten tonnen investeren om te voldoen aan de milieu- en dierenwelzijneisen. Hebben ze net een nieuwe stal, moeten er zonnepanelen komen of weer een andere investering worden gedaan.”

null Beeld

Te veel eisen

“Ook voor mijn Boer was het niet meer te doen. Niet alleen door alle nieuwe regels, ook vanwege zijn gezondheid. Hij had de afgelopen jaren twee keer een hernia, wat niet verwonderlijk is met dit werk. Hij is er veel te lang mee door blijven lopen – wie moest anders de koeien melken en het gras inkuilen? – tot hij moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Toen kwamen er drie droge zomers achter elkaar, waardoor de koeien nauwelijks voldoende voedsel hadden. De druppel kwam toen er een adviseur van de zuivelfabrikant langskwam. Hoewel Boer al heel duurzaam bezig was – hij had weinig koeien die in de zomer buiten lopen, een uilenkast en een koeienborstel waar de beesten naar hartenlust tegenaan kunnen schurken – vlogen de verduurzamingseisen door de keuken: er moesten onder andere akkerranden (een wilde berm) komen en zonnepanelen. Het was genoeg. Zónder al die extra inspanningen kreeg Boer al niet eens voldoende voor zijn melk. Hij kon niet anders dan ermee stoppen.”

Slecht imago

“Laat ik duidelijk zijn: ik ben helemaal voor verduurzaming. Thema’s als milieu en klimaatverandering vind ik heel belangrijk, daarom eten Boer en ik bijvoorbeeld zeker niet elke dag vlees. Maar het geld voor die verduurzaming moet ergens vandaan komen. Je kunt die prijs ervan niet volledig bij de boeren leggen, we moeten met zijn allen een omslag maken. Wij consumenten willen nog steeds wel zo goedkoop mogelijk vlees, maar geen megastallen. Die megastallen zijn er niet gekomen omdat boeren rijk willen worden, maar omdat ze íets willen verdienen. Ons eten is veel te goedkoop. Als wij meer zouden willen betalen voor ons vlees, onze melk, onze groente, zouden de boeren met liefde willen investeren. We moeten bovendien veel lokaler en met de seizoenen mee gaan eten. Hoezo is het normaal om kiwi’s uit Australië in laten vliegen en vlees uit Oekraïne? Dat is verschrikkelijk belastend voor het milieu. Boeren hebben een slecht imago gekregen. Vroeger werden ze gewaardeerd als voedselproducent, inmiddels zien we ze als vijanden van de natuur. Alles wat boeren doen, ligt onder een vergrootglas. In het voorjaar willen we koeien buiten in de wei zien lopen, terwijl het gras er vaak nog helemaal niet klaar voor is. Wij Randstedelingen vinden het zielig als de koeien op stal staan, terwijl de boer weet: er zit nog niet voldoende voedsel in de bodem. Toen er bij ons eens een mank kalfje werd geboren, timmerde Boer speciaal een hok voor het beestje in de wei om te voorkomen dat hij door langsfietsende dagjesmensen zou worden beticht van dierenmishandeling.”

Fragment Uitgemolken:

De stal is leeg.

De laatste melkkoeien zijn opgehaald door hun nieuwe baas. Er gingen vaker koeien weg, ook naar de slacht. Het was een bedrijf, geen kinderboerderij. Maar zo’n grote groep koeien op transport is confronterend.

Boers trouwe kameraden hielpen met duwen en trekken: de koeien werkten slecht mee. Een beetje man vraagt niet: ‘Wat doet dit met je?’ maar de vrienden voelden de zwaarte van het moment.

“Boer verhuurt nu zijn grond en fosfaatrechten, en belegt op de beurs. Ik mis het dat Boer boert. Met de koeien gebeurde er altijd wat, er was altijd reuring. Dan was er weer een ontsnapt en moesten we met de hele buurt het beest gaan vangen in het bos. Wat ik mooi vind aan het boerenbestaan, is dat je heel erg met de basis bezig bent. Maar ik ben blij dat Boer de knoop heeft doorgehakt. Boer heeft stukken grond kunnen verkopen en hij heeft nu veel meer rust en vrije tijd. Ook voor zijn lijf is het veel beter. Gelukkig heb ik Boer ervan kunnen overtuigen drie brandrode koeien voor de gezelligheid te nemen. Een enorm land zonder dieren erop is ook zo wat. Als Boer weer eens demonstrerende boeren op het journaal ziet, roept hij naar de tv: ‘Stop er toch mee. Laat mensen lekker hun eigen voedsel verbouwen.’ Hij is de nuchterheid zelve. Hij wel. Wat dat betreft is en blijft hij een echte boer.”

Irene van der Aart is cabaretière en actrice. Ze schrijft columns voor de Gelderlander en van haar hand verschenen twee boeken over het boerenleven: 'De boer op' en 'Uitgemolken' (Atlas Contact).

Interview: Krista Izelaar. Fotografie: Ester Gebuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden