James Worthy Beeld Ilja Keizer
James WorthyBeeld Ilja Keizer

James: “Vakantie is verliefd kunnen worden op mensen die gewoon aan het werk zijn”

James Worthy (40) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (7). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend. Deze week schrijft hij over hoe mooi vakantie in eigen land kan zijn.

Mijn gezin en ik zijn op vakantie in eigen land. Het is iets over acht uur in de ochtend. Ik doe de gordijnen van ons huisje open en zie mijn zoon in zijn pyjama aan het water staan. Hij is de eenden oud brood aan het voeren. Het zijn mooie eenden. In Amsterdam zijn de eenden anders. Gehaaster vooral, en ze kwaken anders. Dwingender. De eenden in Amsterdam eisen glutenvrij brood.

Ik loop naar de keuken om een boterham te smeren en zie dat mijn zoon een fout heeft gemaakt. Hij is de vriendelijke eenden vers brood aan het voeren en daarom moet ik nu oud brood eten. Maar dat maakt niet uit, het is vakantie.

Mijn zoon duwt de schuifdeuren open. Tientallen muggen vliegen om zijn zweterige hoofd heen. Mijn kleine engel draagt een aureool van muskieten.

“De Duitse buurman zegt dat ik de eenden geen brood mag voeren”, zegt hij. Ik kijk door het raam en zie de buurman staan. Hij lijkt op Nico Dijkshoorn, maar is het niet. Nico zou nooit klagen. Nee, hij zou er iets moois over schrijven. Iets over hoe brood eerst blijft drijven en pas na een halve minuut zinkt. Iets over de dood en over de gulzigheid van het brood.

“Wass ist er?”, vraag ik. Mijn Duits is bijzonder goed, mijn eindcijfer was ooit een 8, maar Duits is naar mijn mening op haar mooist als je haar op de bonnefooi spreekt en niet in de naamvallen loopt. De buurman klapt een rode multomap open en tikt met een wijsvinger op de geplastificeerde pagina 7. Hij heeft de vingers van iemand die te veel rookt. Hij heeft de ogen van iemand die te weinig droomt.

“Ich glaube nicht in regelementen, meine freund. Es ist vakantie.”

“Regels zijn regels,” zegt de buurman in zijn beste Nederlands.

“Aber du was gesteren paling aan het rauchen in de garden. Und ich habbe nicht geklaagd. Es ist vakantie. Vakantie is dingen durch deine fingers sehn.”

“Prima, maar stop alsjeblieft met Duits praten. Ik kom uit Gouda.”

“Maar mijn zoon zei dat je Duits was.”

“Nee, ik kom uit Gouda. De mooiste stad van het land.” Ik vind dat zo mooi aan Nederland. Hoe trots mensen op hun stad of dorp kunnen zijn. Ik geloof iedereen ook. Ik geloof best dat Gouda op de juiste dag en als je op de juiste plek staat de mooiste stad van het land kan zijn. Schoonheid is soms hier en soms daar. Het is nooit lang op dezelfde plek. Schoonheid werkt op een kermis.

In het subtropisch zwembad ruikt het naar patat. Vanuit het water kijk ik hoe drie tienermeisjes in de ogen van de knappe badmeester verdrinken. Dat is wat vakantie is. Vakantie is verliefd kunnen worden op mensen die gewoon aan het werk zijn.

“Kom op, jongens, we moeten eten”, schreeuwt mijn vrouw vanaf de kant. Dat is wat vakantie is voor mijn vrouw. Zo’n zes keer per dag tegen ons schreeuwen dat we moeten eten. Als mijn vrouw ergens inktvisringen kan eten, is de vakantie al geslaagd.

In het restaurant van het vakantiepark hebben ze geen inktvisringen en ik moet lachen om het kindermenu. Kipnuggets, frikadellen en patat. Dat is ook wat vakantie is. Dat je geen zin hebt om te koken en dat je dan naar een restaurant gaat waar ze overduidelijk ook geen zin hebben om te koken. Dat is de magie van vakantie.

Ik ga voor de kroketten op brood. Als ik aan Nederland denk, denk ik aan kroketten op brood. Als ik aan Nederland denk, denk ik aan de vraag: “En wilt u deze op wit of op bruin brood?” Het is zo’n heerlijk Nederlandse vraag. Het gaat niet over de kroketten zelf of over het ongeïnspireerde hoopje salade naast de kroketten, nee, het gaat over het brood. Maar het allermooiste aan kroketten op brood vind ik dat de kroketten altijd te heet zijn en de boter altijd is bevroren. En dat je dus met een mes in de boter moet prikken en dat je de bevroren boter op je brood probeert te smeren en dat het brood dan scheurt. En dat alles weer goed is, als je de kroketten openbreekt. Als ik aan Nederland denk, denk ik aan de stoom die uit een kroket komt. Niets maakt mij zo gelukkig als krokettenstoom.

Mijn gezin en ik op zijn op vakantie in eigen land, en ik ben aan het genieten. De wifi doet het niet, maar dat maakt helemaal niets uit. Naast de entree van het vakantiepark is een supermarkt en in die supermarkt verkopen ze shoarmavlees. Ik heb geen zin in shoarma, maar als ik zin in shoarma krijg, is het er. Nederland is prachtig.

“Wat voor cijfer geef je vandaag?”, vraag ik aan mijn zoon. Hij ligt op het onderste gedeelte van een stapelbed. Ik lig naast het stapelbed. Aan de muur hangen de letters: DREAM. Hoe lief is dat? Dat je in bed ligt en opeens bent vergeten wat je moet gaan doen en dat je dan die letters leest. O ja. Ik moet gaan dromen.

“Ik geef vandaag een 9.7”, zegt mijn zoon.

“Ich auch”, zeg ik.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden