null Beeld

Jan Slagter: “Ouderen hebben vaak niet door hoeveel macht ze hebben”

Knettergek noemden ze Jan Slagter (66) toen hij vijftien jaar geleden aankondigde televisie voor ouderen te willen maken. Nu wordt met bewondering gekeken naar de Omroep MAX-directeur. “Ik laat me niet tegenhouden door mensen die zeggen dat iets me nooit zal lukken.”

Hoe gaat het met je?

Still going strong. Sinds de persconferentie van 15 maart, toen premier Rutte verregaande maatregelen aankondigde, ben ik elke dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op kantoor geweest. Ik heb het nog nooit zo druk gehad. Ik moest nadenken over welke programma’s nog konden, en hoe. Bij de quiz Met het mes op tafel moest de tafel worden vergroot en moest presentator Herman van der Zandt zwarte handschoentjes aan voordat hij het geld mocht vastpakken. We zijn er bijna en Droomhuis gezocht hebben we tijdelijk moeten stoppen. Er kwamen ook series bij, zoals een programma over de Keukenhof. Ik hoorde dat die dicht was, maar er prachtig bij lag. Ik heb meteen de directeur gebeld of we mochten komen filmen. Dat programma is heel goed bekeken. Hetzelfde hebben we bij het Koninklijk Paleis op de Dam gedaan. Zo proberen we onze creativiteit te gebruiken om corona-proof uitzendingen te maken.”

Heeft de corona-tijd met jou persoonlijk ook iets gedaan?

"O ja, zeker. Deze crisis heeft me laten zien dat mensen meteen klaarstaan om elkaar te helpen, dat vond ik er mooi aan. KLM-stewardessen die zeiden: ‘We hebben toch geen werk, we gaan wel boodschappen voor anderen doen.’ En zo waren er duizenden initiatieven. Aan de andere kant zag ik ook de nare kant van de coronacrisis, die houdt me nog dagelijks bezig. Iets minder dan in het begin, toen de ic-capaciteit dreigde op te raken. Ik keek voor het slapengaan altijd naar Frontberichten, waarin artsen vertelden hoe zij deze periode beleefden. Dan lag ik om vier uur ’s nachts nog wakker, dat waren zulke heftige beelden. Ik zag de wanhoop in de ogen van de dokters, die ook niet wisten wat ze ermee aanmoesten. Wat ik persoonlijk van deze periode heb geleerd, is dat ik niet zo veel nodig heb om gelukkig te zijn. Ik heb een goed salaris, een mooi huis en een bootje. Ik heb een prachtig leven waarin we vaak uit eten gingen en met vakantie, dat kon allemaal niet meer. Maar ik heb toch zó genoten. In het weekend zaten we de hele dag binnen en op zondag zei ik dan tegen mijn vrouw: ‘Ik moet er echt even uit.’ Dan reden we bijvoorbeeld naar Den Haag en liet ik haar zien waar ik vroeger heb gewoond, waar ik naar school ging, naar welke kerk we gingen. Zij liet zien waar zij woonde en waar haar vader een zaak had. Zaten we samen in die auto van: ken je dit nog? Die buurt is veranderd zeg! Het hoogtepunt was dat we naar de McDrive gingen, waarna we in de auto een cappuccino dronken. Om een uur of vijf kwamen we weer thuis en dan hadden we echt een leuke middag gehad. Mijn twee zoons kwamen ineens ook weer bij ons wonen tijdens de lockdown, samen met hun vriendinnen, omdat ze dat vertrouwder vonden. Gezelliger. Zaten we opeens met zes man aan tafel, hartstikke leuk. Gingen we ’s avonds Monopoly spelen. Dat was voor mij ook alweer dertig jaar geleden. Dus dat saamhorigheidsgevoel zag ik niet alleen buitenshuis groeien, maar ook in mijn eigen gezin, doordat je ineens op elkaar aangewezen bent.”

Naast de mooie, verbindende initiatieven die door corona ontstonden, lijkt er inmiddels ook een verhitting van het debat te zijn ontstaan. Hoe kijk jij daartegen aan?

“Misschien komt het door de frustratie en de angst die we tijdens de crisis met elkaar hebben beleefd, waardoor mensen ineens langere tenen hebben. Ik moet er wel bij zeggen dat maar een klein percentage van de Nederlandse bevolking op Twitter zit en aan dat oververhitte debat meedoet. 16 miljoen mensen zitten er níet op, die hebben niet zo’n uitgesproken mening. Ik vind dat we meer aandacht moeten besteden aan hoe zij ertegen aankijken, dat is veel genuanceerder dan wat je op Twitter en vervolgens op televisie ziet. Het echte leven is anders dan de bubbel waarin de media en Twitter-gebruikers verkeren. Daar ben ik heilig van overtuigd. We moeten ons niet zo laten leiden door het gesprek dat op Twitter wordt gevoerd.”

Zelf krijg je er af en toe ook van langs op Twitter. Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing twitterde: ‘Jan Slagter (102) hoorde voor het eerst in zijn leven dat zwarte mannen altijd controle krijgen op Schiphol. Hij is geschokt. “Die verhalen moeten verteld.” Die verhalen worden verteld sinds er vliegtuigen zijn, vriend.’ Hoe ga je daarmee om?

“Ik was te gast in Op1. Kort daarvoor had ik de uitzending van Hollandse Zaken gezien over racisme. Daarin vertelde een zwarte meneer dat hij bij aankomst op een vliegveld altijd denkt: als ik er maar niet weer uitgepikt word. De impact die dat op zijn leven heeft, trof me. Het feit dat hij daar als eerste aan denkt wanneer hij zo’n slurf uit komt lopen, vond ik een eyeopener. Dat vertelde ik in Op1 en Sheila Sitalsing sloeg daarop aan. Het is ook nooit goed, denk ik dan. Vroeger was ik daar fel op ingegaan, tegenwoordig denk ik steeds vaker: laat maar. Het lost het probleem niet op als je elkaar steeds vliegen afvangt, maar dat is typisch wat er in dat verhitte debat gebeurt. Mensen vliegen elkaar om van alles in de haren terwijl ik denk: jongens, laten we vooruitkijken.”

Als je nu zelf vooruitkijkt, wat voor plannen heb je dan nog? Je bent al van alles geweest: makelaar in huurkoopovereenkomsten, manager van het christelijke zangduo Elly & Rikkert, oprichter van snookerpaleizen, omroepman van het jaar…

“Op 4 juli ging ik officieel met pensioen en sindsdien krijg ik AOW, dat vind ik wel een mijlpaal in mijn leven. Maar goed, ik heb onlangs een nieuw contract getekend bij MAX, dus de komende jaren zal ik daar nog wel werken.”

Je hebt het succes van MAX weleens verklaard met: ‘Op een of andere manier kan ik me goed inbeelden in wat mensen graag zien. Daar is geen formule voor, het is een instinct.’ Hoe kom je aan dat instinct?

“Dat weet ik eigenlijk niet, maar ik heb er inderdaad een neus voor. Ik denk dat het helpt dat ik er geen opleiding voor heb gevolgd, dat ik vrij ben, niet gevangen in allerlei zogenaamde televisiewetten. Toen ik vijftien jaar geleden met MAX begon, kon ik amper de afstandsbediening van een televisie hanteren, maar ik ben er helemaal in gedoken. Vanaf de eerste dag was MAX redelijk succesvol. Een televisiewet was bijvoorbeeld dat alles snel moest, slow television was helemaal niks. Wij hebben dat geïntroduceerd en wat bleek? Niet alleen ouderen, ook veel jonge mensen vonden het leuk om te kijken naar series als Heel Holland Bakt en Bed & Breakfast.

Had je dat als jonge jongen al? Dat je altijd handeltjes had en wist waaraan mensen behoefte hadden?

“Ja. Ik laat me van jongs af aan al niet tegenhouden door mensen die zeggen: doe maar niet, dat wordt niks. Mijn mentaliteit is: tegen de stroom in. We zijn bijvoorbeeld MAX Magazine begonnen toen alle oplages in de tijdschriftenwereld daalden. Dat moet je niet doen, zei iedereen. Ik heb het toch gedaan en het is nu het snelst groeiende blad van Nederland. Dus ja, dat is wel een beetje mijn ding, dat ik het graag op mijn manier doe en me niet laat tegenhouden door wat anderen ervan vinden. Dat heeft me geen windeieren gelegd. Als ik alleen maar de hele dag formulieren moet invullen en overal ja of nee op moet antwoorden, ben ik morgen weg. Ik moet een uitdaging hebben, zo is mijn leven tot nu toe altijd geweest. Als mensen bij me komen en zeggen: ‘Maar Jan, dat is moeilijk’, dan stuur ik ze gewoon weg. We gaan in oplossingen denken, niet in onmogelijkheden, en dan kom je er meestal wel.”

Stond op je rapport van de lagere school al: onze Jan gaat altijd zijn eigen weg?

“Jan is een ondernemer, Jan heeft een handelsgeest, dat stond al snel op mijn rapport. Maar ik ben ook een idealist. Niet een heel commerciële jongen, dan had ik wel bij een commerciële zender gezeten. Ik zit bij de publieke omroep omdat ik vond dat daar te weinig aandacht was voor ouderen. Die kijken toch wel, werd er gezegd. Dat idealisme uit zich ook in het programma MAX Maakt Mogelijk dat ik heb bedacht. Daarin helpen we al zo’n veertien jaar ouderen in landen waar het slecht toeven is, zoals Moldavië, Litouwen, Roemenië en veel Afrikaanse landen. Met ons project Winterhulp geven we duizenden ouderen in Roemenië, Moldavië en Litouwen hout, kolen en kachels en isoleren hun huisjes. De directeur van een ziekenhuis vertelde me een aantal jaar geleden: ‘Sinds jullie dat doen, hebben wij geen ouderen meer in ons ziekenhuis van wie we armen of benen moeten amputeren vanwege bevriezingsverschijnselen. We vinden geen ouderen meer dood in hun huisje omdat ze zijn doodgevroren.’ We hebben ook een ziekenhuis gerenoveerd waar ze acht jaar geleden alleen een stripje paracetamol hadden, waar mensen op matrassen vol poep en pies lagen, waar geen couveuses waren en waar ze af en toe twijfelden of de verdoving wel werkte als ze mensen gingen opereren. Daarom werden patiënten vastgebonden. Ze hadden geen ic, geen stromend water, maar als je er nu naartoe gaat, zie je een modern ziekenhuis met couveuses, een ic en een röntgenafdeling. Een röntgenafdeling hadden ze eerst ook wel, maar die was zo lek als een mandje. Ze noemden die afdeling Tsjernobyl. Wat ik ook een mooi project vind, is MAX Ombudsman. Hier kunnen alle leden, inmiddels zo’n 360 duizend, naartoe bellen. Vrijwilligers, vaak gepensioneerde advocaten, juristen, maatschappelijk werkers, helpen leden dan kosteloos. We hebben bijvoorbeeld de Soresdienst, voor als je in de problemen zit en het echt niet meer weet. We gaan net zo lang door totdat je geholpen bent. Dat vind ik het mooie van MAX, we zijn meer dan een omroep, we streven ook een ideaal na. Andere omroepen vinden het gek dat wij dat doen. Dat we ook protesteren en petities houden. Gelukkig zie ik ouderen steeds mondiger worden en opkomen voor hun rechten. Want wij horen er ook bij. Ik heb weleens een discussie gehad met GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet. Zij vond dat met ouderen die op de Spoedeisende Hulp terechtkwamen eerst een vragenlijst moest worden doorgenomen om te kijken of zo’n operatie nog zin had. Ik vind het verschrikkelijk dat door jonge mensen op deze manier wordt gedacht. Als iemand tachtig, vijfentachtig of zelfs negentig jaar is en nog een goede gezondheid heeft, dan moe 'ie gewoon een nieuwe knie krijgen als-ie dat wil.”

Wat vond je ervan toen ouderen in de coronadiscussie voor ‘dor hout’ werden uitgemaakt? Zonde om daarvoor de economie om zeep te helpen?

“Ik vond dat zo’n minachting naar ouderen. Ik vind het ethisch onverantwoord als wij gaan selecteren op leeftijd uit oogpunt van kosten voor de gezondheidszorg. Als het medisch gezien kan, mag leeftijd nooit een reden zijn om een behandeling niet te krijgen. Je kan niet zeggen: ach, die man was al tachtig, dus voor hem is het niet zo erg om aan corona te sterven. Die man had misschien nog wel tien jaar van zijn kleinkind kunnen genieten. Ik vind dat een kwalijke ontwikkeling. We moeten alles in het werk stellen om te zorgen dat ook ouderen corona kunnen overleven. Als we dat niet doen, komen we in een glijdende schaal terecht. Dan zeggen we eigenlijk: als je zeventig, vijfenzeventig of tachtig bent, ben je afgeschreven. Dan doen we niks meer voor je, je bent een kostenpost voor de maatschappij. Ik hoop dat het nooit zo ver zal komen in Nederland, maar als ik dat soort geluiden hoor, maak ik me daar best zorgen over. We moeten juist naar ouderen luisteren, want wijsheid komt met de jaren. Maak daar gebruik van in plaats van deze mensen af te schrijven. Ouderen hebben vaak niet door hoeveel macht ze hebben, puur door de macht van het getal. Het gaat om miljoenen mensen. Als zij zich verenigen, wil ik weleens zien wat er in Den Haag gebeurt. Dus neem die mensen serieus.”

De Dolle Mina’s vochten daar vijftig jaar geleden ook voor. Vind jij jezelf een geëmancipeerd man?

“Absoluut. Ik heb die feministische beweging met mijn eigen moeder meegemaakt. Zij mocht van mijn vader en van de familie niet werken, dat was not done. Vrouwen moesten in de keuken staan en de kinderen grootbrengen. Op een gegeven moment dacht mijn moeder, die een echte feministe was: wacht even, dat laat ik niet met me gebeuren. Toen heeft ze stiekem bij V&D gesolliciteerd. Op een gegeven moment vertelde ze het aan mijn vader, die zei: ‘Oké, als je dat zo graag wil, maar hou het wel voor je.’ Desondanks kwam het uit in de familie, waarna mijn vader van zijn oudste broer de opmerking kreeg: ‘Waarom moet jouw vrouw werken, verdien je soms niet genoeg?’ Maar daar ging het helemaal niet om, voor mijn moeder was het werken een uitje. Ze wilde haar eigen gang gaan, haar eigen geld verdienen. Dat juich ik alleen maar toe. Bij MAX werken meer vrouwen dan mannen, ik werk graag met vrouwen. Ik vind het prettiger omdat vrouwen soms anders naar bepaalde zaken kijken, waardoor je vaak een beter uitgewerkt plan krijgt. Ze kunnen ook goed relativeren en hebben minder de neiging tot ‘haantjesgedrag’.”

In het tv-programma First Dates zie je nog altijd dat de man afrekent. Vind je dat ongeëmancipeerd?

“Nee, dat doe ik ook. Het is niet zozeer ongeëmancipeerd, maar ouderwets. Als ik jou mee uit eten neem, betaal ik. Niet omdat ik daarmee op een andere manier naar jou kijk, maar wij zijn toch verschillend van elkaar. Ik hou voor jou de deur open, dat doe je niet voor mij. Dat is helemaal niet omdat ik denk dat jij minder bent en ik meer. Totaal niet. Dat is misschien omdat ik in 1954 geboren ben, en dat een beetje heb meegekregen. In mijn ogen getuigt het van respect als ik voor jou betaal. Het is mijn idee van hoffelijkheid."

Interview: Nathalie Huigsloot. Fotografie: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden