null Beeld

Janine Abbring: “Ik heb last van extreme onzekerheid”

Ze zegt niet per se een heel goede luisteraar te zijn. En haar basisinstelling is dat mensen niet op haar zitten te wachten. Toch is Janine Abbring (43) 
er helemaal klaar voor om vanaf volgende week voor het derde jaar op rij het avondvullende Zomergasten te presenteren.

“Hee, hallo!” Daar komt Janine Abbring aangelopen, net zo hartelijk als ze op tv bij Zomergasten overkomt. Aan haar voeten hondje Tess, ras onbekend. Het is een zonnige dag, we hebben afgesproken bij een strandtent. “Vind je het goed als we eerst een stuk over het strand lopen?”, vraagt ze. “Dan kan Tess even uitrazen voor het interview.” Ze beent het strand op, Tess sprint enthousiast naar de branding als haar halsband afgaat, maar komt braaf weer terug als Janine roept. “Ik train haar met plakjes biologische kipfilet. Dat vindt David, mijn vriend, belachelijk; we zijn allebei vegetariër, dus waarom zou je voor je hond wél vlees kopen, zegt hij, en dan ook nog eens zo duur? Maar je weet nooit wat voor troep er in die hondenkoekjes zit, nu weet ik in ieder geval dat het een beetje verantwoord is.”

“Je kwetsbaarheid tonen is helemaal niet verkeerd”

Binnenkort presenteer je voor de derde keer Zomergasten. Ben je in die intensieve periode nog te bereiken voor je vriend?

“David is mijn baken voor wie ik kook en met wie ik op de bank hang, dus ik denk het wel. En in plaats van de hele dag de hort op te zijn, ben ik die zes weken lekker thuis aan het werk. Wél met mijn hoofd in iemand anders’ hoofd, dat wel. Maar ik ben bang dat hij me vaak zo ervaart, werk is een substantieel onderdeel van mijn leven. Voor hem minder. Ik heb in een interview weleens gezegd dat het zijn grootste ambitie is om veel vrije tijd te hebben, daar werd hij door zijn vrienden vervolgens erg mee gepest, haha. Maar ik heb nooit naar een tweede carrièretijger gezocht, ik heb liever een man die werk minder belangrijk vindt, maar wel erg van dieren houdt, net als ik, dan iemand die tonnen verdient op de Zuidas en dan zegt: ‘Die stinkende hond komt mijn auto niet in.’”

David is Zweeds. Toen jullie elkaar op Tinder ontmoetten, sprak hij geen Nederlands, toch?

“Nee, hij is nu net bezig met een cursus, ik kan het je wel laten zien.” Ze pakt haar telefoon. “Hij appte gisteren: ‘Nu moet ik slappen, slaap lekker.’ Dus ik appte terug: ‘Slap’ betekent ‘limp’, als een slappe piemel. Het is slápen.’ Of hier, vanochtend: ‘Ik ga zo naar het strand voor een interview.’ En hij: ‘Wat leuk, met de hondje?’ En ik: ‘Hét hondje!’ Ja, ik corrigeer alles, ik ben verschrikkelijk.”

Beïnvloedt de taal jullie contact?

“Engels blijft toch onze basistaal, zijn Nederlands gaat natuurlijk nooit zo goed worden. Als ik moe ben of heel erg PMS heb, raak ik soms gefrustreerd als ik niet meteen op een woord kan komen. En ruziemaken in het Engels gaat wel, maar ik kan beter mijn gelijk halen in het Nederlands. Al heb ik van Esther Perel (relatietherapeut die vorig jaar te gast was bij Zomergasten, red.) geleerd dat je gelijk halen in een relatie niet altijd het slimste is.”

Esther Perel zei toen ook dat mensen in een relatie altijd een bepaalde rol aannemen. Wat is die van jou?

“Ik denk dat ik meer de aanjager ben, David is ontspannend en meegaand. Aan de andere kant trekt hij zijn eigen plan. We reizen vaak apart, ik wil naar een mooie, rustige plek waar ik veel yoga kan doen en heel gezond kan eten, hij is net met een vriend een maand naar India geweest; dat is mijn idee van een nachtmerrie. En we wonen niet samen. Ik woon in Hilversum, waar ik vier keer per dag met de hond naar het bos kan, hij woont in Amsterdam in een woongroep. Het maakt hem niet uit als hij ’s ochtends vroeg naar de badkamer loopt en dan iemand op de gang tegenkomt, terwijl ik meteen denk: Huuh! Nee, ik slaap daar soms, maar ik douche er zelden.”

Voeren jullie samen ook zulke goede gesprekken?

“Nee, nee. Vroeger zocht ik alles in één man, nu heb ik wel geleerd dat je bij verschillende vrienden verschillende dingen vindt. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de taalbarrière: als ik thuiskom van Zondag met Lubach en wil vertellen dat we een item maken over, ik zeg maar wat, Thierry Baudet, dan moet ik eerst uitleggen wat Forum voor Democratie is, dan wat voor type Thierry Baudet is en dan ben je zo een half uur verder, dus soms laat ik dat gewoon zitten. Ik denk dat ik David vooral heel erg waardeer om, eh... Ik voel me altijd zo ópgelucht als ik hem zie, ja, dat is het. Dingen kunnen ingewikkeld zijn, en dan komt hij eraan en denk ik: Hè gelukkig, daar is David. Is dat een rare zin: ik ben zo opgelucht als ik mijn vriend zie? Gelukkig interesseert het hem geen fluit wat ik in interviews over hem zeg, hij leest het nooit.”

null Beeld

In een eerder interview heb je ooit gezegd: als ik geen relatie heb, wil ik er een, en als ik wél een relatie heb, wil ik eruit. “Dat is nog steeds zo.”

Die relatie ging uit nadat je toenmalige vriend dat las. Durf je het nu wel te zeggen?

“Ja, want David weet het van mij. Ik zie een relatie gewoon niet als dé ultieme invulling van mijn leven. Ik heb heel lang gedacht dat ik dat wel zo moest voelen, maar het is gewoon niet zo, ik vind mijn vriendschappen net zo belangrijk.

Afgelopen week was ik bij een vriendin die een grote groep mensen had uitgenodigd. Ze had liefdesverdriet, en in plaats van alleen maar samen een borrel te drinken, zette ze alle gasten, waaronder bekende schrijvers en kunstenaars, in een kring en vroeg ze iedereen om een persoonlijk verhaal over liefdesverdriet te delen. Toen hoorde ik voor het eerst de term relatie-anarchisme. Hij kwam van een jonge vrouw die, als ik het goed begrijp, geen enkele relatie wilde definiëren, niet in de liefde, maar ook niet in vriendschappen. Wow, dacht ik. Ik heb daar nog lang over nagedacht. Het grappige is dat ik altijd heel monogaam ben, maar bij de term relatie-anarchisme ineens dacht: O ja, dat kan ook nog! Vroeger begonnen huwelijken gewoon omdat het land moest worden verdeeld, en kinderen waren fijn zodat er iemand voor je kon zorgen als je oud was, maar dat is nu helemaal niet meer aan de orde. Ik realiseerde me: Waarom zou de liefde die ik voel voor mijn vrienden minder zijn, of anders, dan wat ik voel voor mijn vriend? Mijn twee beste vriendinnen zijn een stel, ik ken ze al sinds mijn studietijd, en al noem je wat wij hebben geen relatie: ik ben daar net zo thuis als bij David. Als er iets heftigs gebeurt, zoals toen ik mijn rug brak in Zuid-Afrika, komen zij ook naar me toegevlogen.”

“Ik heb last van extreme onzekerheid”

Ik doe het gewoon, dacht Janine toen ze in 2012 als deelnemer aan tv-programma Wie is de mol van een hoge klif moest afspringen. Wat is het ergste wat er kan gebeuren? Maar vlak voor ze het water raakte, trok ze in een reflex haar rug krom en brak door de klap een wervel. De opnames werden stopgezet, vastgebonden op een brancard moest ze de klif uit worden getild en pas na weken revalideren in een Zuid-Afrikaans ziekenhuis mocht ze terug naar huis. Nu zit er een stalen constructie in haar lichaam en heeft ze altijd pijn. “Maar weet je, een derde van Nederland heeft volgens mij rugklachten”, zei ze daarover. Vier jaar en talloze yogasessies later werd ze als relatief onbekende presentator gevraagd voor Zomergasten. ‘Eindelijk heeft Zomergasten weer een goede, empathische, charmante en betrokken interviewer’, schreef de Volkskrant.

“Ik wil wel graag dat het ergens over gaat, ik kan heel slecht tegen gekeuvel”

Heb je altijd gehoord dat je zo’n goede luisteraar bent?

“Dat verschilt per vriendschap, denk ik. Ik wil wel graag dat het ergens over gaat, ik kan heel slecht tegen gekeuvel. David is deels in Amerika opgegroeid, in het begin hebben we over zijn taalgebruik veel frictie gehad: Heeey, how are you, how was your day, how are you doing? Ik trek dat slecht en dat zeg ik ook gewoon, daar ben ik heel bot in.”

Met wie kun jij het beste praten?

“Mijn zus is een van mijn beste vriendinnen. Ze heeft ook geen kinderen gekregen, we zijn allebei nog steeds opgelucht dat het nooit is gebeurd. Als we terugkomen van vrienden met kinderen en samen stil in de auto zitten, zeggen we soms tegen elkaar: ‘Aaah, lekker hè?’ Haha. Ik snap het wel hoor: de geborgenheid, het geknuffel, door de ogen van een kind naar de wereld kijken en alles weer als nieuw zien. Maar mijn vader, mijn zus en ik hebben als gezin heel lang voor mijn moeder gezorgd, al sinds mijn vroege jeugd was ze vaak ziek, twee jaar geleden is ze overleden. Dus de zorgfactor lag de laatste decennia altijd bij mijn moeder, misschien was dat voor ons allebei voldoende.”

null Beeld

Hoe was jullie contact?

“Het verschilde erg. Mijn moeder had vasculaire dementie, waarbij iemand soms weer helder kan worden en dan weer wegzakt, heel wrang. Ik heb één keer meegemaakt – toen ze al jarenlang ver weg was – dat ik in het verzorgingshuis binnenkwam en haar zag zitten aan een tafeltje met de krant. O mijn god, ze ís er weer, dacht ik. Ze was heel helder en vroeg aan mij: Hoe oud ben je nu? En ben je gelukkig? We hebben lang zitten praten, ze schrok toen ze hoorde hoe oud ik was. En de volgende dag was het allemaal weer weg en kwam ons gesprek niet verder dan: Wat wil je drinken?”

Heb je ooit spijt gehad van de dingen die je niet hebt gevraagd?

Lange stilte. “Ik zou misschien wel met haar over haar jeugd hebben willen spreken, of de keuzes die ze heeft gemaakt. Maar toen dat nog kon, was ik zelf te jong. Maar ze wist heel goed dat ik van haar hield.”

Je moeders dementie ging gelijk op met een te hoge bloeddruk door chronische rugpijn. Is dementie een schrikbeeld voor jou?

“Als ik erover nadenk wel, maar dat is niet iets wat ik vaak doe. Ik heb geleerd dat een ongeluk in een klein hoekje zit, dus het is zinloos om je druk te maken over wat er misschien over twintig jaar op je pad komt.”

“Ik heb een pestverleden, mijn basisinstelling is dat mensen niet op mij zitten te wachten”

Echt waar? Je bent een zwartkijker, heb je weleens gezegd.

“Met tegenslagen kan ik goed omgaan, daar zwelg ik niet in. Ik vind dat ik snel moet lachen om mezelf en dat helpt, maar ik kan wel faalangstig zijn. Ik heb last van extreme onzekerheid, ik vind het bijvoorbeeld heel moeilijk om aanspraak te maken op mensen. Esther Perel zei na afloop van Zomergasten: ‘Bel me op als je ooit in New York bent, dan spreken we af’. Maar als ik daar ben, durf ik haar écht niet te bellen. Dat zegt ze wel, maar ze meent het niet, denk ik dan. Stom, hè? Dat vond ik ook zo leerzaam aan de bijeenkomst die mijn vriendin met liefdesverdriet organiseerde: dat ze al die mensen dúrfde te vragen. Ik heb een pestverleden, mijn basisinstelling is dat mensen niet op mij zitten te wachten.”

Na een verhuizing komt Janine in Drenthe terecht, in de tweede klas middelbare school in Warffum, Noord-Groningen. “Ik was een bleu meisje met gestreepte Hema-onderbroeken en een staartje op mijn hoofd, terwijl mijn klasgenoten al stonden te roken bij het fietsenhok.” Kwam ze naast iemand zitten, dan stond diegene op en ging ergens anders zitten.

“Ik heb liever een man die werk minder belangrijk vindt”

“Het was vrij kort, maar het heeft er wel ingehakt”, zei ze erover. Het resultaat is dat ze zich altijd gedwongen voelt om te zorgen dat iedereen haar aardig vindt. “Ik denk dat het oppervlakkig gezien misschien lijkt of ik me snel blootgeef, maar de echte laag daaronder, die ken je niet zomaar. Ik denk dat ik daarom mijn langlopende vriendschappen zo waardeer. Ze weten wanneer ik me groot zit te houden. Om wat Twitter en de hele goegemeente ervan vindt als ik weer Zomergasten presenteer, maak ik me niet meer zo druk, maar dat mijn vrienden ook meekijken, dat blijft wel spannend.”

Heb je het idee dat je daar als superharde en scherpe interviewer zit?

“Nee, zo ben ik helemaal niet, gelukkig zeg. Maar misschien is mijn grootste angst wel dat ik mijn kwetsbaarheid laat zien. De emoties van anderen komen altijd heel hard bij me binnen – als een vriendin begint te huilen, huil ik meteen mee. Ik heb het altijd gehad, zelfs nu ik erover praat, moet ik bijna weer huilen, zie je? Tijdens mijn interview met wijlen burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan gebeurde het ook, en dat vind ik wel, eh.. moeilijk. Je kunt als interviewer toch niet mee gaan zitten grienen met je gasten?”

Voor dat interview won je vervolgens wél de Sonja Barend Award voor het beste tv-interview van het jaar.

“Ja, dat is waar. Dus op zich is je kwetsbaarheid tonen helemaal niet verkeerd.”

JANINE CV

Janine Abbring (Groningen, 1976) wordt na haar studie journalistiek verslaggever bij het Groninger Dagblad. Daarna wordt ze programmamaker en verslaggever bij RTV Noord, tot haar programma stopt. Binnen een jaar wordt ze weer ingehuurd om alsnog een nieuwsprogramma te maken. In 2009 wordt ze gescout als een van De Jakhalzen bij De wereld draait door, vanaf 2011 presenteert ze Vroege vogels op radio en tv. Als kandidaat voor Wie is de mol breekt ze in 2012 haar rug in Zuid-Afrika. Vanaf 2014 doet ze de eindredactie bij Zondag met Lubach. In 2017 wordt Janine gevraagd voor Zomergasten, het VPRO-programma waarin bekende mensen naar hun ideale tv-avond wordt gevraagd. Vanaf 28 juli presenteert ze het voor de derde keer. Dit jaar zijn te gast: misdaadjournalist John van den Heuvel, Zuid-Amerika correspondent Nina Jurna, schrijver Maxim Februari, schrijfster Hannah Bervoets en longarts Wanda de Kanter.

Interview: Margot Pol. Fotografie: Kiki Reijners
Styling: Inge Holkenborg. Haar en make-up: Minke Boeijen. M.m.v. Aloha Beach, H&M (sandalen, hoed), &OtherStories (broek), Ozlines Surf, Ressies Redesign (stoel/auto), Silvian Heach (groen-witte jurk), WE (doorknoop jurk en gebreide top), Zara (jumpsuit, bloes, riem)

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden