null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Janneke & het hospice: “Ik had gedag moeten zeggen. Maar nu is het te laat”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover in Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. Deze week schrijft ze over het overlijden van een mevrouw uit het hospice.

null Beeld janneke
Beeld janneke

“Kijk, ik ben er nog steeds. Iedere keer ga ik maar niet dood. Ik word er niet goed van. Mijn ouders zijn dood. Mijn zussies zijn dood. Mijn broers zijn dood. Mijn vriendinnen worden dement of zijn het al. En ik ga maar niet dood.” Mevrouw C. (80) is aan het woord aan de lunchtafel in haar ponnetje met tijgerprint.

Dat lichaam

“U hebt waarschijnlijk een sterke wil, een sterk lichaam”, zegt mevrouw O. (45) terwijl ze met een rietje van bamboe in haar cappuccino met één suikerklontje roert.

“Ja, en dat lichaam heeft wat gedaan hoor. Vergis je niet. Iedere avond ging ik op stap, dansen. Nog een wijntje, nog een. En de mannen. Je wilt het niet weten. Een ander leven.”

Ik kijk op van het snijden van het warme stokbrood. Haar woorden klinken onversaagd, kloek. Maar anders dan haar woorden doen vermoeden, oogt mevrouw C. broos, genadig.

“Genoeg herinneringen”, mijmert mevrouw O.. Ze zucht diep en sluit haar ogen.

“Ik heb wel meer dan één leven geleid”, mijmert mevrouw C. mee. En ineens zie ik haar voor me: Mevrouw C. aan de bar. In een echte bruine kroeg waar ze de glazen tenminste nog fatsoenlijk vullen. Voor haar diepe decolleté met lovertjes langs de naden een wijnglas op een bierviltje op een Perzisch kleedje. Portie oude kaas en ossenworst ernaast, grove mosterd in een bakje. Zich bemoeiend met iedereen, zoals ze hier ook doet. Ogen in haar rug. Misschien wel tegen wil en dank.

Eenzame uitvaart

Wanneer iemand is overleden, krijgen wij, de vrijwilligers, een mail. Omwille van begrijpelijke privacywetgeving worden de overledenen, net als hier op dit papier, aangeduid met ‘mevrouw B’., vaak gevolgd door een summiere beschrijving als “… van kamer 321 is vanmorgen in bijzijn van haar dochter/zoon/kleinkinderen rustig ingeslapen.” Soms staat er ‘vredig’, soms staat er ‘sereen’, soms staat er ‘kalm’, soms staat niets bij. Dan denk ik aan De Eenzame Uitvaart, een stichting die als doel heeft “een waardig en respectvol afscheid bieden aan overledenen, die het ontbreekt aan familie, vrienden of een sociaal netwerk. Dit vanuit de gedachte dat ieder mens de moeite waard is om over na te denken en het verdient om met speciaal voor hem of haar gekozen woorden begraven te worden.” Een menslievend initiatief. Daar denk ik aan als er geen duiding wordt gegeven over de omstandigheden waarin iemand is gestorven. Waren ze alleen, eenzaam, bang misschien?

De dag na de dag van hierboven krijg ik zo’n mailtje. Er staat: mevrouw C. is vannacht overleden. Het is een kaal bericht. Zonder bijvoeglijke naamwoorden en ik zie alles van mevrouw C. de afgelopen zes maanden voorbijkomen. Hoe ze keer op keer bleef benadrukken dat ze aan de ‘hier ga je nooit meer weg’-kant woont. De diepgewortelde hekel aan bloemkoolsoep en grote voorliefde voor een eitje met mayonaise, verse tomaat en stokbrood met kruidenboter. Ik zie het Jordanese meisje door de gangenstelsels van de stad dwalen. Ook zij is acht geweest, zestien, 32… Leeftijden die kantelpunten markeren in iemands leven; ontdekken dat je een eigen identiteit hebt, de liefde en het lichaam ontdekken, leven mogen schenken.

Gedag zeggen

En waar ik ook aan dacht: ik heb gisteren geen gedag gezegd. Ze had zich (weer) met van alles bemoeid, met het eten, met de anderen, met het personeel en niks was goed.

“Maar mij hoor je niet hoor.” Haar blonde engelenharen in haar nek, dansend terwijl ze nee schudt.

“Mij hoor je niet.”

Ik had geen afscheid genomen. Ik hoor je wel, had ik gedacht. Haar bemoeizucht en haar bijna trots zijn op het feit dat ze aan de andere kant ligt, hadden me dwarsgezeten en ik was er zomaar, heel gemakkelijk en vanzelfsprekend van uitgegaan dat mevrouw C. er de week erop nog wel zou zijn.

En nu deze mail. Ze oogde kwetsbaar, ik had het zelf toch gezien.

Een Hawaïaans gezegde schrijft voor: voordat de zon ondergaat, vergeef. Ik had gedag moeten zeggen. De tranen komen, terwijl ik naar het scherm blijf staren.

Open einde

De week die daarop volgt vult zich als vanzelf met werk, lijstjes, afspraken, dromen, onwillekeurige angsten zoals pensioengaten straks als ik groot ben, kortom: het leven. Een hoofd vol gedachten die het verdriet tijdelijk in een hoekje van mijn geest drukken tot dan onvermijdelijk de vrijdag zich weer aandient.

Ik fiets in de nog altijd met zachte septembertemperaturen gevulde straten naar het hospice en stel me de leegte voor aan tafel. Nu al mis ik haar stem. Haar gekrakeel, haar plukharen, haar worsteling. Haar hand op mijn arm. Ze had er toch ook niet voor gekozen om zo te eindigen? Woest trap ik door, boos op mezelf. Een open einde, denk ik, zonder afscheid. Voor de deur haal ik diep adem, wend me af van de spiegel in de lift en stap de gang in.

Er is geroezemoes in de woonkamer met open keuken, de gang rechts en links is leeg. Ik verman mezelf en ga naar binnen.

“Hey, daar ben je. Kijk daar is ze, ik zei toch: het is vrijdag, dan komt zij.”

Enthousiast stoot ze mevrouw O. aan die haar kopje koffie gelukkig net had neergezet.

“Waar was je nou vorige week? Je was zomaar weg. Ja, dat heb ik heus wel in de gaten hoor. Ik ben wel oud, maar niet gek. En nog steeds niet dood, he. Zo zie maar. Vertel eens, wat ga je vandaag maken kind?”

Heel kortgeleden, zo kort dat ik het niet heb geweten, kwam er een tweede mevrouw C.. Ze is maar kort gebleven.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden