null Beeld

Jenny en André zijn (pleeg)ouders van 12 kinderen: “We geven ze hun zelfvertrouwen terug”

Jenny Zwijnenburg en haar man André runnen samen een gezinshuis. Ze hebben 5 kinderen en zijn pleegouders van nog eens 7 kinderen.

“De overgave van de kinderen geeft me telkens weer kippenvel”

Jenny Zwijnenburg (52) en haar man André (52) hebben samen 5 kinderen: dochters Lenny (29), Mariette (24) en Thirza (19) en zoons Jan Arie (31) en Anne (28), en drie kleinkinderen Jevano (4), Haley (2) en Zyva (1). Daarnaast zijn ze pleegouders van zussen Stacey (17) en Victoria (14), broertjes Pascal (9) en Frederic (8), en van Elroy (16), Eren (14) en Joël (12).

“Jarenlang heb ik zelf gekookt met Kerst. Dan was ik dagen in de weer met boodschappen en voorbereidingen, totdat ik vorig jaar besloot dat het echt geen doen meer was. Inclusief onze eigen kinderen, aanhang en kleinkinderen én alle pleegkinderen zaten we inmiddels met 23 mensen aan de kerstdis. Nu gaan we met het hele spul naar een wokrestaurant. Ideaal, dan kan iedereen pakken wat hij graag eet en kan ik lekker achterover leunen en óók genieten.”

Glazen huis

“Al toen we net verkering hadden, spraken André en ik erover om, als we zelf geen kinderen zouden kunnen krijgen, kinderen te adopteren of op te nemen in ons gezin. Die wens is altijd gebleven, óók nadat we zelf ouders werden van 3 dochters en 2 zoons. We begonnen met vakantieopvang en zijn later cursussen gaan volgen voor volwaardige pleegopvang. In 2007 startten we met ons eerste gezinshuis. André werkte nog buiten de deur en we hadden toen 4 pleegkinderen. In 2012 zijn we in Zeeland terechtgekomen waar we in ons prachtige vrijstaande huis 8 pleegkinderen een veilig thuis kunnen bieden. Als pleegouder moet je gastvrij zijn, empathisch vermogen hebben, goed kunnen dienen en zorgen én het niet erg vinden in een glazen huis te wonen. Iedereen kijkt mee, van ouders tot Jeugdzorg. Soms zijn er ook ouders die niet blij zijn dat hun zoon of dochter bij jou moet wonen. Dan moet je veel geduld hebben en hen uitleggen dat we écht het allerbeste voorhebben met hun kind. Sommige ouders zien het als een straf, anderen voelen zich tekortschieten omdat hun kind van de rechter niet meer bij hen mag wonen. Bijvoorbeeld omdat zij niet in staat zijn goed voor hun kind te zorgen, of wanneer er sprake is van mishandeling, misbruik of verslavingen. Wie dit werk wil doen uit liefdadigheid of om schouderklopjes te krijgen, krijgt de spreekwoordelijke deksel op zijn neus. Deze kinderen lopen niet over van dankbaarheid en reageren vaak vanuit hun, zoals ik het maar noem ‘reptielenbrein.’ Als ik alle ziektes zou krijgen die door hen naar mijn hoofd zijn geworpen, zou ik hier allang niet meer zijn. Ik begrijp dat je zo reageert, als niets in je leven meer logisch is. Daarom laat ik ze meestal uitrazen en ga dan rustig het gesprek met hen aan. Dat dit gedrag niet oké is en wij hen alles willen leren en geven, maar dat ze zélf iets van hun leven moeten maken.”

Plekje in mijn hart

“André en ik kunnen gelukkig goed incasseren. We noemen dat onze gave en halen voldoening uit kleine dingen: als een kind een bloemetje heeft gekocht van z’n zakgeld, een onverwachte knuffel, een tekening of de opmerking ‘jij bent de allerliefste pleegmama.’ Maar ook uit het feit dat het bange jongetje dat eerst ’s nachts om het uur op onze slaapkamerdeur klopte om te kijken of wij er nog wel waren, zich na 3 weken veilig genoeg voelde om door te slapen. De overgave van de kinderen geeft me iedere keer weer kippenvel. Onze pleegkinderen zitten in mijn hart, maar niet op hetzelfde plekje als mijn eigen vlees en bloed. Al komt het moedergevoel toch heel dichtbij bij de kinderen die we al van kleins af aan in huis hebben. Zoals Stacey en Victoria, wier moeder al jong overleed. Victoria was nog maar 2 toen ze, zwaar getraumatiseerd, bij ons kwam. Ik heb haar 3 maanden dag en nacht gedragen, ze hing als een aapje aan me. Het leuke is dat ik na 12 jaar ook trekjes van onze eigen kinderen in hen terugzie. De meiden noemen mij ook gewoon mama. Daar laten we trouwens iedereen vrij in: ik ben Jenny, mama of mama Jenny, net wat ze zelf prettig vinden.”

“Ik zeg altijd: ‘Ik vind je niet zielig, maar vind het wel heel erg voor je wat er is gebeurd’”

1 vrij weekend

“Het is fijn dat André en ik dit samen doen, zo is er altijd ruimte om even te verdwijnen als het een van ons te veel wordt. Onze taakverdeling is simpel: ik ben van de verzorging en doe de boekhouding, André van de technische werkzaamheden. Hij maait het gras, houdt het zwembad bij, repareert kapotte spullen en rijdt als ‘taxichauffeur’ van judo naar voetbal, muziek- en zwemlessen. André doet ook alle 10-minutengesprekken op de scholen. Vrije tijd hebben we amper. Elke ochtend sta ik om kwart over 6 op, zorg dat ik zelf gedoucht ben, dek de ontbijttafel en vul de schooltassen. Als de kinderen op school zijn, werk ik de administratie bij. Alle inkomsten en uitgaves, pgb-vergoedingen, maar ook de rapporten en verslagen voor Jeugdzorg. Om daarna weer met boodschappen en het eten aan de slag te gaan. Ik sport 1 keer per week. Dat ontspanningsuurtje laat ik me door niemand afpakken.

1 weekend per maand plannen André en ik bewust vrij. Dan gaan alle kinderen uit logeren bij hun ouders, familie of onze kinderen en kunnen wij even op adem komen. Meestal de enige gelegenheid voor mij om lekker in mijn pyjama te lummelen of een croissant op de bank te eten. Dat klinkt als iets normaals, maar is hier uitzondering op de regel. André en ik lopen er in het bijzijn van de kinderen nooit ‘halfnaakt’ bij. Sommige kinderen zijn slachtoffer van seksueel misbruik, daar moeten we rekening mee houden en dus zorgen wij dat we ’s morgens al helemaal aangekleed zijn.”

Structuur en duidelijkheid

“1 van de moeilijke dingen aan het pleegouderschap, vind ik als een kind niet matcht met de anderen. Recent is een kind verhuisd, dus hebben we een lege plek. Bij het inpassen van een nieuw gezinslid is het belangrijk de balans te houden. Deze kinderen zijn overal vandaan geplukt en bij elkaar gezet. Nu is het een leuke club die het wonderbaarlijk goed met elkaar kan vinden. Dat moeten we koesteren. Daarom hebben we laatst na 8,5 jaar een kind uit de groep gehaald, omdat door zijn toedoen steeds ruzie ontstond. Sociaal emotioneel was het een kleuter. Hij kon zich niet aanpassen en we moesten de anderen beschermen. Daar heb ik nachten wakker van gelegen. Al die jaren was ik toch een moeder voor hem geweest en nu voelde het als falen dat ik mijn taak niet had kunnen volbrengen. Dat schuldgevoel hoort er ook te zijn, want als het me niets zou doen, kan ik net zo goed in een meubelzaak gaan werken.

Pleegkinderen hebben het meest behoefte aan structuur en duidelijkheid. Je moet hen alle manieren en gebruiken aanleren én begrenzen, niet ieder kind heeft normen en waarden van thuis meegekregen. Er is veel gedragsproblematiek, dat maakt het opvoeden pittig. Het helpt enorm dat we hier in de polder zitten. Er zijn weinig negatieve prikkels en geen slechte vrienden. De oudste kinderen mogen niet zomaar de stad in en als het donker is, halen we hen altijd op. Bij mijn eigen zoons kon ik nog wel eens over mijn hart strijken als zij een uurtje later wilden thuiskomen, nu moet ik extreem consequent zijn. We geven de kinderen de vrijheid om met vriendjes af te spreken, maar 6 uur thuis, is 6 uur thuis.”

Het kan altijd gekker

“Er zijn ook jongens geweest die behoorlijk gewelddadig waren. De tanden hebben in mijn hele lijf gestaan. Toch blijven André en ik altijd het verhaal áchter het kind zien. Het ís geen rotjong, de situatie heeft hem zo gemaakt. We hebben ooit een knul gehad van 14 die in één jaar op 7 verschillende plekken woonde. Iedere keer staan we ook weer verbaasd als we horen over de achtergrond van een kind. Steeds als ik denk: het kan niet gekker, blijkt het toch nog erger te kunnen. We horen de meest schrijnende verhalen over mishandeling, verwaarlozing en misbruik. Ik zorg ervoor dat ik zo weinig mogelijk medelijden toon aan het kind, alleen maar om te voorkomen dat het verandert in een tragisch hoopje. Ik zeg altijd: ‘Ik vind je niet zielig, maar vind het wel heel erg voor je wat er allemaal is gebeurd.’ André en ik geven de kinderen hun zelfvertrouwen terug en proberen altijd uit te leggen waarom we dingen doen zoals we ze doen en wat het leerdoel daarvan is. Zo hopen we de kinderen mee te geven dat ze ook andere keuzes kunnen maken in het leven, puur door zelf te laten zien hoe het ook kan. Laatst zei een moeder, die zowel dader als slachtoffer was van huiselijk geweld, tegen me: ‘Nu wordt de cirkel eindelijk doorbroken. Dankzij jullie leert mijn kind dat slaan niet de oplossing is.’ Dat zijn de momenten met een gouden randje. Net als die waarop ik alle kinderen én kleinkinderen om me heen heb. Zoals met Kerst of bij een dagje pretpark. Wij zijn een prachtig patchwork: oud, jong, wit of bruin blond- of roodharig...”

“Ik leg de kinderen uit dat we alles willen geven, maar dat ze zélf iets van hun leven moeten maken”

Wat is een gezinshuis?

Een gezinshuis wordt geleid door een echtpaar, samenwonend stel of single. Meestal wonen er 3 tot 6 uithuisgeplaatste kinderen samen met de gezinsouders in een normaal huis. Deze ouders bieden naast veiligheid en rust ook professionele begeleiding. Anders dan in een leefgroep is dat 24 uur per dag en 7 dagen per week. En anders dan in een pleeggezin zijn de ouders professionele opvoeders die een salaris ontvangen conform de cao jeugdzorg. Als er contact is tussen de biologische ouders en het kind, begeleidt de gezinsouder dat. Een gezinshuis moet geregistreerd worden bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ).

Meer info? Kijk op pleegzorg.nl

Interview: Joan Makenbach. Fotografie: Brenda van Leeuwen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden