null Beeld

Johanna ter Steege: “Ik heb me echt een loser gevoeld”

Cabaretier Herman Finkers en actrice Johanna ter Steege spelen in de film De beentjes van Sint-Hildegard een echtpaar met een nogal benauwend huwelijk. Hoe kijken de 2 Twentenaren zelf tegen hun relaties en het leven aan?

“Mag ik het vertellen?” vraagt Johanna aan Herman. Hij lacht en knikt. Johanna, blij: “In de film zit een scène waarin Gedda - mijn rol - een kauwgompje in de mond van haar man Jan stopt, gespeeld door Herman. ‘Ik wil helemaal geen kauwgom’, protesteert hij. Dan zegt zij: ‘Waarom doe je je mond dan open?’ Weet je wat ik hier vanmiddag zag? Dat Hermans vrouw Hetty hem in het voorbijgaan zomaar iets in zijn mond stopte. En Herman at het gewoon op!”

Herman: “Dáár komt het dus vandaan, riep je. Die film is totaal autobiografisch!”

Het is vrijdagmiddag, de zon gaat onder op het Twentse platteland en in de woonkeuken van Herman schateren de 2 acteurs het uit. Heeft Herman bij het schrijven van het scenario van de speelfilm De beentjes van Sint-Hildegard (Johanna: “Vreemde titel, maar als je de film ziet, begrijp je hem wel”) uit zijn eigen leven geput? “Natuurlijk heb ik dat gedaan!” zegt Herman. “Voor mijn cabaretvoorstellingen pluk ik alles uit mijn fantasie, maar zo’n filmscript blijft veel dichter bij de werkelijkheid. Het is niet puur autobiografisch, hoor. Ik heb uit mijn eigen relatie geput, maar ook uit de huwelijken die ik om me heen zie. Zo zag ik eens dat een man zijn glas cola van tafel wilde pakken, maar zijn vrouw was hem voor en reikte hem het glas aan. Al dat soort beelden kwamen naar boven toen ik dit script aan het schrijven was.

De beentjes van Sint-Hildegard is een ‘relatiekomedie’, die om het echtpaar Jan en Gedda draait (en in mindere mate ook om hun volwassen zoon en dochter). Finkers schreef het scenario, maar het idee voor de film kwam van mede-Tukker Johan Nijenhuis.

H: “Johan zei: ‘Ik wil een keer een heel andersoortige film maken.’ Hij maakt meestal commerciële films voor de jeugd, maar nu wilde hij iets voor mensen van onze leeftijd maken.”

J: “Volgens mij ook iets wat meer over zijn eigen leven zou gaan. Dat dichter bij hemzelf stond.”

H: “Ik wil wel meedoen, zei ik, maar dan wil ik bij alle aspecten van de film worden betrokken. Het script, de casting, de montage, alles. Ik ben natuurlijk vanuit het theater gewend om in mijn eentje te werken. Lange theatertours doen, zit er vanwege mijn wisselende fysieke conditie niet meer in. Met het filmen hebben we geluk gehad. Vanwege mijn chronische leukemie heb ik een lage weerstand. In de 1e helft van vorig jaar kreeg ik klachten die werden veroorzaakt door een ontsteking aan mijn schildklier. Ik moest worden opgenomen in het ziekenhuis en voelde me zo slecht dat ik toen een paar keer heb gedacht: dit was het dan. Die schildklier moet zichzelf herstellen, daar kun je geen medicijnen voor slikken. Maar als door een wonder knapte ik vlak voordat we gingen draaien op.”

J: “De draaiperiode ging wonderwel goed. Tot en met de laatste dag. We hebben niks hoeven omzetten of verplaatsen, terwijl we daar van tevoren wel rekening mee hadden gehouden. Je had heel veel energie.”

H: “Al vrij snel in het proces hadden we besloten om de film vanwege onze gezamenlijke achtergrond in het Twents te doen.”

J: “In 2002 vroeg Herman of ik een spotje voor hem in het Twents wilde inspreken. Hij kwam naar me toe om het op te nemen.”

H: “Je opende de deur en zei: ‘Ik doo dreks plat met oe, want a’k eenmoal wend bint um plat met mekaar te kuiern, dan doo’j aait in’t plat. Mer a’j begeent met Hollands te kuiern dan wördt’t lastg um’t later aans te doon.’ Ze praatte dus meteen in streektaal tegen mij – plat is streektaal, kuiern is praten -, dat vond ik grappig. Wij spreken sindsdien inderdaad altijd plat met elkaar. Ik vind het raar om haar Nederlands te horen praten.”

J: “Dat vind ik zelf inmiddels ook. Door de film en door het theaterproject Hanna van Hendrik van vorige zomer - ook in het Twents - voelde het Nederlands in het toneelstuk waarin ik nu speel bijna tegennatuurlijk. Het Twents is mijn moedertaal, de taal die ik als kind sprak en waarin ik me heb leren uitdrukken. Ik acteer in het Engels, Frans, Duits en Nederlands. Maar in mijn allereerste taal kan ik wat ik zeg het beste doorvoelen. Want het is zoals altijd bij taal niet alleen de woorden, maar ook wat daaronder ligt. Als mijn man aan me vraagt of ik nog van hem houd, antwoord ik: Je loopt me nog niks in de weg. Dat is typisch Twents. Dat betekent: ik hou heel veel van je. Niet iedereen zal dat begrijpen.”

H: “Zoals ze in Vlaanderen zeggen: ik zie u graag. Dat de film in het Twents is, geeft hem wat mij betreft een meerwaarde. Het levert in elk geval een ander soort Nederlandse film op. Normaal denk je bij een Nederlandse film aan molens, grachten, Amsterdam. In De beentjes van Sint-Hildegard zie je een glooiend landschap en de steengroeve in Bentheim én je hoort een andere taal. Dat werkt heel goed.”

Uitgangspunt van de film was een Tsjechisch script waarmee Nijenhuis aankwam en dat Finkers grondig naar zijn hand zette. “Het thema van de film is verstikkende, benauwende liefde. Hoe je in langdurige relaties een systeem hebt waar je ingroeit en wat je maar moeilijk kunt loslaten. Jan en Gedda zijn 35 jaar getrouwd, staan allebei aan het einde van hun carrière, de kinderen zijn de deur uit. Hoe gaan ze hun oude dag invullen? Ze hebben het moeilijk nu er geen gezamenlijk project meer is. Dat heb ik ook bij mijn ouders gezien, zij zijn uiteindelijk gescheiden. Ze pasten ook helemaal niet bij elkaar, maar ze hebben hun gezin fantastisch gerund. Wij hebben niets gemerkt… Nou ja, we wisten wel dat zij 2 totaal verschillende types waren die door een misverstand bij elkaar zijn gekomen. Mijn moeder hield van rust, reinheid en regelmaat, alles hetzelfde, mijn vader bleef een jonge hond die de wereld wilde ontdekken. Hij hield van feesten, zij bleef liever thuis. Toen hun kinderen allemaal uit huis waren, was er niets meer dat hun verschillen verdoezelde. Ze zaten elkaar in de weg. Op hun 60e zijn ze uit elkaar gegaan, precies de leeftijd die Gedda en Jan hebben in deze film.”

Je vrouw en jij zijn ook al lang samen. Staan jullie ook op zo’n kruispunt?

H: “Dat zijn we al gepasseerd. Dat Hetty een snoepje in mijn mond duwt, is gewoon een liefdevol gebaar. Er is wat mij betreft genoeg afstand tussen ons. Daar hebben we wel iets aan moeten doen. Ik was vroeger natuurlijk altijd op stap, zij had een fulltime baan als wijkverpleegkundige. Als ik thuiskwam van een optreden sliep zij al. Als ik wakker werd, was zij al vertrokken. Toen was het eigenlijk geen kunst, we hadden een soort zeemanshuwelijk. Op een gegeven moment zijn we allebei gestopt met werken en zaten we 24 uur per dag, 7 dagen per week bij elkaar. Dat beviel ons geen van beiden. Sindsdien zit ik vaker in mijn schrijvershuisje aan de Dinkel. We zijn er allebei blij mee. Dat huisje houdt ons huwelijk fris.”

En hoe zit het bij jou, Johanna?

J: “Bij mij is het niet gelukt om mijn huwelijk te redden. Mijn ideaalbeeld was: vader, moeder en kinderen blijven bij elkaar. Zo kende ik het van huis uit. Het was erg moeilijk om te erkennen dat het niet kon, vooral vanwege onze dochter Hanna.”

H: “Hoe oud was je dochter toen?”

J: “Hanna was 11.”

H: “Dat is jong, hè? Maar vechten voor een relatie is ook niet goed.”

J: “Dat je moet werken aan een relatie snap ik. Maar vechten voor een relatie is inderdaad niet goed. En vechten in een relatie ook niet. Uiteindelijk kon ik het niet meer, maar ik heb me echt een loser gevoeld. Ik had het verloren, letterlijk en figuurlijk. Zo voelt het nu niet meer. Achteraf gezien is het goed dat we uit elkaar zijn gegaan. We gaan weer normaal met elkaar om. We spreken elkaar regelmatig en eten soms met z’n 3en, Jan, Hanna en ik. In het begin kon dat niet. Nadat we voor het eerst weer gezellig uit eten waren geweest, zei Hanna tegen mij: ‘Hè, hè mama, nu kan het eindelijk weer over mij gaan.’ Die opmerking trof me recht in het hart. Als ouders niet met elkaar op goede voet verkeren, staat het kind onvermijdelijk tussen hen in. Ze wil bemiddelen, ze wil dat het goed is. En als dat dan eindelijk is gelukt, kan zij weer als zichzelf gezien worden. Dat had Hanna heel goed verwoord.”

Inmiddels heb je een nieuwe relatie. Doe je dingen nu anders?

J: “Voor mij voelt het nog alsof ik net verkering heb, terwijl we alweer 7 jaar samen zijn! Het is niet zozeer dat ik nu dingen anders doe, maar meer dat een andere man nieuwe kanten van mij naar boven haalt.”

H: “Welke dan?”

J: “Matthijs verwacht veel meer dat ik praat over mijn gevoelens, wensen en verlangens dan Jan dat deed. Ik heb in het begin weleens gedacht: ik weet niet of ik het antwoord op jouw vraag wel durf uit te spreken. Inmiddels ben ik er wel aan gewend, hoor. In die zin leer je jezelf op een andere manier kennen. Voor mijn gevoel heb ik meer vrijheid gekregen. Zonder Matthijs had ik Hanna van Hendrik nooit van de grond gekregen. Hij stimuleert me, hij is trots, hij zegt: doe het, jij kunt dat! Die steun heb ik nodig. Ik weet dat ik veel kan, maar in mijn eentje ben ik niet zo veel. Dat is anders dan bij jou waarschijnlijk, Herman, maar ik begin pas te leven als ik word aangemoedigd door de mensen om me heen.”

H: “Ik ben wel een beetje een einzelgänger. In mijn eentje voel ik me prima. Onder de mensen zijn heb ik natuurlijk ook nodig en daar kan ik enorm van genieten, maar zonder regelmatig alleen zijn gaat het niet. In de film zit een liedje van mij: Op mezelf, heel alleen, houd ik van iedereen. Ik zit vaak in mijn eigen wereld, dat had ik als kind al. Dat is voor Hetty niet altijd makkelijk.”

De emoties lopen in de film mede zo hoog op doordat Jan extreem conflictmijdend is. Herkenbaar?

Even is het stil.

H: “Dat vraagt iedereen nu aan mij.”

J: “Vind je het raar? Je hebt zelf dat karakter geschreven en gespeeld!”

H: “Als ik een cabaretvoorstelling maak, vraagt niemand me of in Almelo de stoplichten echt zo werken. Maar goed, ik heb inderdaad wel de neiging om te lang de kool en de geit te sparen, waardoor de situatie uiteindelijk alleen maar erger wordt. Maar ik ben niet zo laf als Jan. Uiteindelijk spreek ik me wel uit. Bij een voorvertoning van de film was er een vrouw die zei: ‘Ik ben eigenlijk ook wel een Gedda. Maar mijn man is geen Jan.’”

Johanna, herken jij iets in Gedda?

H: “Eindelijk. Daar ben ik ook benieuwd naar.”

J: “Ik speel graag de baas.”

H: “Haha!”

J: “Maar ik geloof niet dat ik de ander dan totaal geen ruimte geef. Ik moest dus wel nadenken over hoe ik die rol wilde benaderen. Toen bedacht ik: als ik nu alles vanuit vriendelijkheid probeer te spelen? Dan wordt het passief-agressief. Dat zijn de moeilijkste mensen. Gedda heeft het beste met Jan voor, en dat meent ze oprecht.”

H: “Je hebt mensen die hun relatie zien als alles samendoen. Anderen hebben er liever iets meer ruimte tussen. Jan zegt op een gegeven moment: ‘Als je in de haard 2 houtblokken strak op elkaar legt, gaan ze allebei uit. Maar leg je ze los van elkaar, dan branden ze ontzettend.’ Zo kijkt hij ernaar, maar dat is niet hoe Gedda een relatie ziet. Het een is ook niet beter dan het ander, maar als stel moet je er wel hetzelfde over denken. Het probleem hier is dat er een verschil is ontstaan. Eerst dachten ze er hetzelfde over, nu niet meer. Hoe kom je daar dan uit? Ik zou het mooi vinden als mensen naar aanleiding van de film hun eigen relatie gaan evalueren. Hoeveel ruimte krijg je, hoeveel ruimte wil je? En als ze dan ook een beetje om de film hebben gelachen, ben ik helemaal tevreden.”

Johanna knikt.

De beentjes van Sint-Hildegard draait nu in de bioscoop.

Herman Finkers (1954) is cabaretier. Momenteel is hij druk met zijn MiM’s: Missa in Mysterium, een meezing-mis in het Gregoriaans, die hij met vrouwenensemble Wishful Singing organiseert in katholieke kerken. Hij is getrouwd met Hetty Droste.

Johanna ter Steege (1961) is actrice. Ze staat met Hans Croiset en Anne-Wil Blankers in de theaters met het stuk Het Oog van de Storm. Daarnaast denkt ze na het succes van haar eerdere voorstelling Hanna van Hendrik over een nieuwe voorstelling op locatie in Twente. Ze heeft een relatie met theaterproducent Matthijs Bongertman en heeft een volwassen dochter.

Tekst: Liddie Austin. Beeld: Tom ten Seldam

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden