null Beeld Getty Images/Cultura RF
Beeld Getty Images/Cultura RF

Joris staat opeens op de stoep bij Anne-Wil: “Hij praatte door alsof elk moment zijn laatste kon zijn”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Haar ex-schoonzoon Joris staat spontaan op de stoep.

Zaterdag

Het schemert als de deurbel gaat. Han is een halfuur geleden nog even een boodschap voor het avondeten gaan doen. Ik had te weinig aardappelen, terwijl ik stamppot boerenkool wil maken. Hij belt vast aan omdat-ie zijn sleutel weer eens is vergeten. Ik open de voordeur en… het is Joris. Hij ziet er verpieterd uit. “Joris! Wat goed om jou te zien, kom binnen”, zeg ik. Ik trek de deur wijd open. “Kom ik niet ongelegen?”

“Helemaal niet”, zeg ik. “Sterker nog, als je het niet erg vindt om in de keuken te zitten als ik ondertussen boerenkoolstamp maak, kun je gezellig mee-eten. Dan mompelt hij iets onverstaanbaars en blijft onbeweeglijk staan. “Kom binnen”, zeg ik nog een keer.

“Ik heb geen mondkapje” zegt hij. “En die anderhalve meter...”

“O! Ja! Natuurlijk!” Het is niet te geloven dat ik er telkens gewoon niet aan denk, ik zou er toch zo langzamerhand aan gewend moeten zijn. Ik stap een paar meter achteruit de gang in en Joris komt binnen. “Trek je jas uit”, zeg ik. “Waar ben je aan toe? Koffie, thee, glaasje wijn, iets fris?” In de keuken is het behaaglijk warm. “Ga zitten, Joris.” Ik bedenk hoe vreemd het eigenlijk is, dat iemand jarenlang deel uitmaakt van je familie en je leven en dan ineens niet meer. Nadat Manon en hij gescheiden zijn, heb ik hem heel lang helemaal niet gezien. Tegenwoordig hebben we zo af en toe contact. Bij Manon kan hij nauwelijks meer terecht, omdat Boy een intense hekel aan hem heeft. Elke ontmoeting tussen hen verloopt in een ijzig zwijgen van Boy en een ongemakkelijk zwijgen van Joris.

“Wat zei je nou ook alweer, Joris? Koffie, thee?”

“Koffie graag.” Terwijl ik koffie voor hem maak, kijk ik af en toe naar hem. Zoals hij daar zit, zijn handen gevouwen voor zich op tafel, zijn hoofd gebogen. Voor het eerst zie ik grijze strepen in zijn haar. Ook zie ik dat de kraag van zijn overhemd niet al te schoon is. Het toonbeeld van een eenzame man, die zichzelf verwaarloost, omdat het hem allemaal niet meer kan schelen. Ik voel een steek door mijn hart gaan. “Hoe gaat het met je, Joris? Red je het een beetje?”, vraag ik als we tegenover elkaar zitten met een beker dampende koffie voor ons. Hij schudt langzaam zijn hoofd. “Het glipt door mijn vingers”, zegt hij. “Mijn leven, alles waar ik waarde aan hecht, wat belangrijk voor me is. Ik raak het een na het ander kwijt. Mijn baan nu ook, omdat ik een paar keer niet ben komen opdagen, geef ze eens ongelijk. Maar het maakt me niet uit.” Hij zit nog steeds met zijn hoofd gebogen. Ineens kijkt hij me aan. “Weet je wat het ergste is? Bijna alles is mijn eigen schuld. Ik kan niemand iets verwijten, niemand, alleen mijzelf. Ik heb geen idee hoe ik van deze puinhoop ooit nog iets moet maken.”

Zondag

Ik denk dat Joris heel lang met niemand meer écht heeft gepraat. Toen hij eenmaal begon, was er ook geen houden meer aan. Hij praatte door alsof elk moment zijn laatste kon zijn. Over Manon en de relaties na haar, waar hij ook niets van terechtbracht. Over hoeveel hij houdt van Willeke en Robbert, met wie hij goed contact heeft, maar niet zoals een vader dat met zijn kinderen zou kunnen hebben. En over Carice, vooral over Carice, en hoe elke gedachte aan haar zijn hart verscheurt…

Lees ook het dagboek van Willeke, de kleindochter van Anne-Wil >Of abonneer je op de exclusieve e-column van dochter Manon >

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden