null Beeld

Column

José: “Ik zat tussen mijn dochters in op de trap en huilde met ze mee”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

“Waar was jij toen je hoorde van de aanslagen op 9/11?” vraag ik aan mijn oudste. Ze weet het nog precies: op de tennisclub. Ze was negen en met een groepje kinderen had ze les op de achterste baan. Toen ze na afloop de kantine binnenliep stond iedereen om de kleine televisie in de hoek achter de bar. Ze weet ook nog dat het een dinsdag was, “Want die avond waren we bij papa”. Op dinsdagen sliepen de kinderen altijd bij hun vader.

Lawaaiige bende

Die dinsdag - het was een graad of zestien en zwaarbewolkt lees ik net op internet - was ik op de redactie van ELLE, waarvan ik toen hoofdredacteur was. We hadden deadline en ik zat naast artdirector Petra de laatste pagina’s te bekijken op haar scherm. Het zal een uur of drie zijn geweest toen we rumoer hoorden bij onze buren, de redactie van het zakenblad Quote. Daar was het wel vaker een lawaaiige bende met al die jongens die schreeuwend vergaderden en voetbalden tussen de bureaus. Maar nu klonk het anders. Een van de redacteuren stormde het trapje naar onze redactie af: er was een vliegtuig in een van de Twin Towers gevlogen.

Aan de grond genageld

Even later stonden we met z’n allen om de televisie bij Quote: ontzet zagen we hoe een tweede vliegtuig zich in de tweede toren boorde. In de eerste toren, de North Tower, had ik ooit met mijn liefste gedineerd, op de 106e verdieping, in het fameuze restaurant Windows on the Word. Ik voelde weer in mijn buik hoe we met de lift in luttele seconden naar duizelingwekkende hoogte werden geschoten.

Uren stonden we daar op de redactie, aan de grond genageld. We zagen hoe mensen zich uit de torens wierpen, hoe massa’s hysterische mannen en vrouwen blootsvoets door de chique straten van Manhattan renden, hoe de torens implodeerden in immense zuilen van stof. Het was een catastrofe waarbij we meteen aanvoelden: dit is ongekend, hierna zal de wereld nooit meer hetzelfde zijn. Mijn jongste, zeven toen, droomde nog lang van kleine figuurtjes die langs hoge slanke torens loodrecht naar beneden vielen.

Huilend op de trap

Een week later moest ik voor mijn werk een vliegtuig in, naar de andere kant van de wereld. Terwijl ik mijn koffer pakte zaten mijn meisjes hard huilend op de trap, overtuigd dat ik nooit meer terug zou komen. Even later zat ik ook op die trap, tussen hen in, en huilde ik mee. Zo vond mijn ex ons toen hij me kwam halen om me samen met de kinderen naar Schiphol te brengen.

Geen veilige haven

Natuurlijk gebeurde er niks. Natuurlijk was ik na een week weer veilig thuis. Terwijl ver van ons bed nog meer aanslagen en vergeldingsacties werden gepleegd, namen onze kleine levens hun normale beloop. De nachtmerries vervaagden, de angsten verbleekten. Maar toch: we waren getuige geweest van hoe de geschiedenis op een doodgewone dinsdag een onvoorstelbare wending nam. Waardoor kleine meisjes voor ’t eerst beseffen: het leven is onvoorspelbaar, de wereld geen veilige haven.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden