null Beeld

José staat stil bij haar vriend Sunny: “Als zijn zonnige blik maar niet versombert”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek (59) is een nieuwsjunk. Sinds het uitbreken van de coronacrisis volgt ze alle ontwikkelingen op de voet.

Online redactie Libelle

Vroeger liet ik soms mijn nagels lakken door een klein, broodmager meisje. Als er even geen klanten voorhanden waren, rookte ze buiten sigaretten, leunend tegen het etalageraam. In de loop van de tijd werd het meisje apathischer en haar winkel vuiler. Over de potjes, flesjes, tangetjes, schaartjes, op de vloer en de tafels vormde zich een dun laagje stof: nagelvijlsel van honderden klanten stelde ik me griezelend voor. Op een dag kon ik het niet langer aanzien. ‘Kun je hier niet eens lekker schoonmaken?’ vroeg ik haar, mijn tien gespreide vingers onder de grijs uitgeslagen UV-lamp. Ze keek me niet begrijpend aan.

Lekenpredikant

Nee, dan Sunny, mijn tegenwoordige nagelheld. Zijn studio is eenvoudig maar schoon. Zelf is hij groot en imponerend. Zou je hem ’s nachts tegenkomen op straat, dan liep je wellicht een blokje om. Maar schijn bedriegt. Sunny is naast schoonheidsspecialist ook lekenpredikant. De eerste keer dat hij het eelt van mijn voeten raspte vertelde hij dat hij op zondag zijn eigen evangelische geloofsgemeenschap voorgaat, in een katholieke kerk die hun ter beschikking is gesteld. ‘Kom je ook keertje?’ vroeg hij. ‘Het is er gezellig hoor.’ Ik informeerde of hij me soms wilde bekeren. Dat vond Sunny een goede grap. Hij bulderde het uit. Nee, hij wilde me niet bekeren. Maar wist ik wel dat God mij zag? ‘Papa houdt ook van jou,’ zei hij ruimhartig. Ik vertelde hem over de kerk uit mijn jeugd, over beatmissen en gitaarmuziek. Samen zongen we samen mee met R. Kelly die vanuit de boxen zong dat de storm voorbij was.

The storm is over

The storm is over now

And I can see the sunshine

Somewhere beyond the clouds

I can feel Heaven, yeah

Heaven is over me

Buitenstaander

Sindsdien zijn wij vrienden. Hij plaagt me dat ik altijd zo hard langs zijn winkel ren of fiets. De journaliste heeft het zeker weer druk? Vanwege mijn keurige ABN mag hij graag een beetje bekakt praten als hij me op een stoel plant tussen de Surinaamse moeders en dochters. Bij hun gelach en geklets voel ik me heel erg wit, en een buitenstaander. Sunny vertelt dat vrouwen die met Groupon een behandeling hebben geboekt soms rechtsomkeert maken als ze hem in het vizier krijgen voor de etalageruit. ‘Die vinden me eng,’ zegt hij berustend. ‘Mijn handen zijn te zwart voor hun witte vingers.’

Dertig jaar geleden kwam Sunny uit Nigeria om zijn geluk in Nederland te beproeven. Hij trouwde een Surinaamse vrouw, ze kregen twee kinderen. Op zaterdag helpt soms zijn dochter mee in de zaak, maar niet zo vaak want ze studeert bestuurskunde in Leiden en zit op een studentenvereniging, als een van de weinige meiden van kleur.

Hoop

Terwijl Sunny liefdevol mijn nagels vijlt en feilloze laagjes lak aanbrengt, nemen hij en ik de wereld door. De coronacrisis. Rutte. Halsema. Trump. De verschrikkelijke moord op George Floyd. De anti-racismedemonstraties. Sunny’s doorgaans zo zonnige blik versombert bij zoveel ellende. Maar gelukkig is zijn lach nooit ver weg, want hij heeft God, met wie hij een onverwoestbare band onderhoudt en op wie hij zijn hoop heeft gevestigd. Hij bezweert me: op een dag komt het goed met de mensen.

Ik zou hem graag willen geloven. Hoe mooi moet dat zijn, een wereld waarin de storm is gaan liggen en Sunny’s vader voor al zijn kinderen even goed zorgt en hun allemaal dezelfde kansen biedt.

Lees hier José's eerdere column.

Tekst: José Rozenbroek. Beeld: Tamar Ottink

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden