null Beeld

Juf Hanne schreef een brief aan minister Arie Slob

Gewoon eens je zorgen en grieven neerleggen bij de verantwoordelijke minister, dat is niet iedereen gegeven. Maar deze week én de komende twee weken wel. Juf Hanne schreef een brief aan Arie Slob én ze krijgt antwoord.

Beste minister,

Laatst was ik ziek. Maar omdat ik wist dat er waarschijnlijk niemand zou zijn om mij te vervangen, ging ik toch naar school. Daarmee kon ik voorkomen dat mijn leerlingen werden verdeeld over verschillende klassen, of nog erger: naar huis gestuurd zouden worden zoals al eens eerder is gebeurd.

Twee jaar geleden moest ik geopereerd worden, maar was er niemand die vijf dagen voor mijn klas kon staan. Daarom bleven de kinderen een dag per week thuis. Daar lag ik wakker van. Ik werk op een school in een achterstandswijk, met kinderen die door hun ouders meest-al weinig worden gestimuleerd te leren. Daarom regelde ik vanuit mijn ziekbed dat elke week een andere groep een dag thuis zou blijven. Hierdoor werden niet alleen míjn kinderen de dupe van het feit dat er geen vervanging was, maar werd de schade verdeeld.

Bij een recent zwangerschapsverlof van een collega werd haar groep vier maanden lang door drie verschillende personen opgevangen. Een leerkracht en twee onderwijsassistenten die, begrijp me niet verkeerd, verschrikkelijk hun best doen maar geen lesbevoegdheid hebben. Hebt u enig idee hoeveel kinderen geen les krijgen van leraren? Ik vermoed heel veel. Op onze school hebben we een aantal onderwijsassistenten, maar zij kunnen nauwelijks doen waarvoor ze zijn aangenomen: leerkrachten ondersteunen en kinderen éxtra aandacht geven. Ze staan altijd wel ergens voor de klas. Voor onze groep acht bijvoorbeeld, een heel grote klas. Met twee leerkrachten, maar er valt vaak iemand uit. De druk op ons leerkrachten is namelijk hoog: grote klassen, kinderen met verschillende niveaus en een enorme administratielast. Ik begrijp wel dat mensen ziek worden en dat jongeren het onderwijs niet in willen. Het is een zware, slechtbetaalde baan. Ik neem dat voor lief, maar als je net van de havo of het mbo komt, snap ik best dat je een andere opleiding kiest.

"Als juf wil ik het hoogst haalbare uit een kind halen, maar zo lukt het niet"

Als juf wil ik het hoogst haalbare uit een kind halen, maar zo lukt het me gewoon niet ze allemaal het duwtje in de rug te geven dat ze nodig hebben. Een les duurt vijftig minuten en in die tijd moet ik op vier verschillende niveaus instructie geven. U begrijpt misschien dat er weinig tijd over blijft om kinderen te helpen. Geld voor extra ondersteuning is er op mijn school niet. Ik heb het gevoel dat ik tekortschiet. En dat is een rotgevoel, kan ik u vertellen. Door het lerarentekort schiet het onderwijs tekort. Ik voel me verantwoordelijk voor de lage Cito-scores, maar weet niet hoe ik het kan veranderen. Door een gebrek aan collega’s is er gewoonweg geen oplossing.

Laatst had ik een gesprek met de ouders van een leerling die niet goed mee kan komen. Je zegt dan niet: “Ik doe wat ik kan, maar het is niet genoeg voor uw kind.” Dat voelt dat als falen, en ik wil niet opgeven. Zijn ouders spreken niet zo goed Nederlands en eindigden het gesprek met de woorden: “Alles goed, hè?” Ik hoorde mezelf zeggen dat alles goed was.

Als dit zo doorgaat, gaan kinderen niet met een stevige basis naar het voortgezet onderwijs. De steen in mijn maag waarmee ik voor de zomervakantie afscheid neem van de achtstegroepers, wordt elk jaar zwaarder. Gaan ze het redden? Kunnen ze hun toekomstdroom waarmaken? Beste minister, wat gaat u doen aan het lerarentekort? Wat kunt u structureel veranderen voor onze kinderen?

Juf Hanne (58)

Arie Slob (58) is minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. Hij heeft vier kinderen, woont in Zwolle en stond zelf voor de klas als docent geschiedenis en maatschappijleer. In 2001 kwam hij namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Nu is hij 2 jaar minister in het kabinet Rutte III.

Welk gevoel krijg je van de brief van juf Hanne?

“Ik herken haar enorme betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel dat ze bij haar leerlingen heeft, dat had ik als docent ook. Zelfs als ze ziek is, regelt juf Hanne dat het voor haar klas beter geregeld wordt. Dat zou eigenlijk niet zo mogen gaan. Je mag van schoolleiders en bestuurders verwachten dat zij hun personeel beschermen.”

Is het lerarentekort niet een veel te groot probleem om bij de schoolbesturen neer te leggen?

“Ja, dat klopt, en dat doen we dan ook niet. We proberen, waar dat maar mogelijk is, de besturen te ondersteunen. In steden waar het lerarentekort het grootst is, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam, krijgen scholen extra ondersteuning. Oók financieel, om ervoor te zorgen dat schoolbesturen samenwerken om vervanging te regelen.”

Het is voor jou een uitdaging meer mensen voor de klas te krijgen. Juf Hanne schrijft dat ze begrijpt dat mensen het onderwijs niet in willen. Wat vind je daarvan?

“Dat het onderwijs een prachtig vak is, weet ik uit ervaring. Het is bijzonder dat je een tijdje met kinderen op mag lopen. Juf Hanne heeft het gevoel dat ze tekortschiet, maar ik weet zeker dat zo’n betrokken juf, die met hart en ziel voor haar vak gaat, kinderen veel meegeeft. Dat het zo’n mooi vak is, moeten we uitdragen.”

Er zijn veel meer leraren die roepen: het onderwijs, daar moet je niet zijn. Dat zegt toch iets over de werkdruk?

“Hier ben ik heel eerlijk in: op dit moment is het door het personeelstekort best moeilijk. Een deel van de problemen die er nu zijn, hebben we zien aankomen. De vergrijzing bijvoorbeeld. Er vertrekken mensen uit het onderwijs, dus moeten er nieuwe komen. Dat onze economie zich zo goed ontwikkelt, hebben we niet kunnen overzien. Gelukkig zien we dat er voor het tweede jaar een enorme groei is van jonge mensen die naar de pabo gaan. Dit jaar waren het er zo’n zevenduizend. Daarnaast is er een grote groep mensen die vanuit andere werkvelden het onderwijs in wil. In 2019 hadden we tweeduizend zij-instromers, waarvan een groot deel naar het primair onderwijs gaat. Dat is hoopvol nieuws in een tijd waarin de zorgen en problemen groot zijn.”

Word je er wel eens moedeloos van?

“Ik wil graag dat kinderen naar school kunnen en goed onderwijs krijgen. En ja, daar heb ik wel eens hoofdbrekens bij. Daarom proberen we besturen te helpen. Als zij pas gaan nadenken als er dertig kinderen voor een leeg lokaal staan, zijn ze te laat. Ik kom heel verschillende situaties tegen: scholen waar het lerarentekort goed wordt opgevangen door samen te werken met andere scholen en scholen waar het écht niet lukt docenten te krijgen. De druk op mensen die voor de klas staan wordt dan zó hoog, dat ze het op den duur niet meer trekken. Dat snap ik heel goed.”

Geld wordt vaak genoemd als één van de oplossingen van het lerarentekort. Hoe kijk je daar tegenaan?

“We hebben 430 miljoen per jaar beschikbaar gesteld om de werkdruk te verminderen. Het grootste gedeelte van dat geld is inmiddels naar de scholen gegaan. Ik heb als eis gesteld dat de docenten mee mogen beslissen over de besteding ervan. Daarnaast hebben door structureel 270 miljoen vrij te maken ook iets aan de salarissen gedaan. Dit heeft geleid tot een loonsverhoging van gemiddeld 9,5%. En die is helemaal terecht wat mij betreft.”

Sommige taken die leraren erbij hebben gekregen, worden als teveel ervaren. Zoals de administratielast die juf Hanne noemt. Wat vind je daarvan?

“Ik hoor vaak dat leerkrachten denken dat er veel meer van ze wordt verwacht dan in werkelijkheid zo is. Ze hoeven echt niet eindeloos verslagen bij te houden. Ja, natuurlijk is het goed als je de kern van een gesprek met een kind of ouder noteert, maar alles bijhouden is niet nodig. Met de onderwijsinspectie hebben we hierover een brochure gemaakt. Daarnaast gaan we kijken welke taken nog meer weggesneden kunnen worden, zodat overblijft wat écht nodig is.”

Veelgehoorde kritiek is dat door het lerarentekort te weinig geschoold personeel voor de klas staat. Onderwijsassistenten, en soms zelfs ouders. Hoe kijk je daar tegenaan?

“Leraar zijn is en blijft een vak dat niet zomaar door mensen zonder opleiding gedaan kan worden. Ik vind het wel een positieve ontwikkeling dat er meer mensen in de school bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Onderwijsassistenten werden in het verleden wegbezuinigd en komen nu weer terug. Daar ben ik juist blij om.”

Tenzij ze voor de klas moeten, omdat er een lerarentekort is. Dan streeft het zijn doel toch voorbij?

“We hebben afgesproken dat onderwijsassistenten voor de klas mogen worden ingezet, maar altijd onder de verantwoordelijkheid van een bevoegd docent. Dat moet een school dus wel goed organiseren. Onderwijs is een vak, een beroep waarvoor je geleerd moet hebben. Er is weleens geroepen dat ik ouders voor de klas zou willen, dat is niet het geval. Als er leerkrachten uitvallen, mag alleen onder de verantwoordelijkheid van een bevoegd docent gebruik gemaakt worden van onbevoegden. Lukt dat niet, dan houdt het op. Hoe vervelend ook.”

De slotvraag van juf Hanne is wat je gaat doen aan het lerarentekort. Wat is jouw antwoord?

“Daar zijn we mee bezig, maar het is ingewikkeld dat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt. Ik vergelijk het weleens met roeien tegen de stroom in. De riemen loslaten is geen optie, dan schiet je in één keer met een ruk achteruit. We moeten enorm veel spierkracht ontwikkelen om vooruit te kunnen komen. Dat betekent dat we de schoolbestuurders moeten ondersteunen, dat we leraren de waardering moeten geven die ze verdienen, dat leraren de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben en dat er meer leraren bij moeten komen die de lege plekken opvullen. We moeten niet ontmoedigd raken, maar onverminderd doorgaan. Júist voor de leerlingen en docenten die iedere dag voor hen klaar staan, zoals juf Hanne.”

Lees hier de brief van Fleur aan Hugo de Jonge.

Interview: Deborah Ligtenberg.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden