null Beeld

PREMIUM

Julia’s droomman werd haar droomvrouw: “Ik vond een beha, slipje en jurk: ze bleken van Evert”

Dat haar Evert (59) anders was dan andere mannenwist Julia (79) wel. Maar dat hij na dertien jaar huwelijk een vrouw wilde worden, zag ze niet aankomen.

“Ik was een kast aan het schoonmaken toen ik een onbekend tasje vond, weggestopt in een hoek. Er zaten kleren in. Vuile was, dacht ik eerst, tot ik beter keek. Een beha, slipje en jurk – maar niet van mij. Van wie dan wel? Van mijn man Evert? Even later vroeg ik hem: ‘Dit is toch niet van jou hè?’ Helemaal overstuur bekende hij dat de kleren van hem waren. ‘Ik draag graag vrouwenkleren’, zei hij. ‘Ik durfde het je niet te vertellen, was bang dat je bij me weg zou gaan.’ Mijn eerste neiging was inderdaad om te vertrekken. Had ik een leuke man van twintig jaar jonger gevonden, met wie ik dolgelukkig was, kreeg ik dít! Maar toen ik merkte dat die kleding echt enorm belangrijk voor hem was, zei ik: ‘Oké dan. Als je thuis af en toe een jurkje wilt aantrekken, doe dat dan maar.’

Evert en ik waren op dat moment zo’n dertien jaar samen. Ik had mijn man en kinderen voor hem verlaten. Dat was best heftig geweest. Het ging al jaren niet goed in mijn huwelijk toen ik Evert ontmoette bij een toneelclub waarvan we allebei lid waren. Een stille, verlegen jongen. Hij leek me eenzaam, ik had met hem te doen. Na een toneelvoorstelling bracht ik hem een keer thuis met de auto. Toen we daarna bij hem wat dronken, vroeg ik hem of hij misschien eenzaam was. Daarop barstte hij in huilen uit. Ik nam hem in mijn armen om hem te troosten, en zo is het tussen ons begonnen. We werden heel verliefd. Hij was nog volop aan het studeren en ik had al een gezin. Het kon eigenlijk niet. Toch verliet ik mijn man en trok ik bij Evert in. Ik liet alles achter, ook mijn kinderen van zestien en achttien. Ze waren boos en verdrietig, ik heb ze een hele tijd niet gezien. Erg triest allemaal, maar mijn liefde voor Evert was te groot. Na een tijdje ging hij voor me op de knieën en vroeg hij me ten huwelijk. Binnen een jaar nadat we elkaar leerden kennen, waren we getrouwd.”

Verkleedpartijen

“We waren gelukkig samen. Dat Evert anders was dan andere mannen wist ik wel. Hij is bijvoorbeeld biseksueel, al deed hij daar verder niks mee. Ook had hij vrouwelijke trekjes. Dat zag je aan bepaalde gebaren die hij maakte, aan zijn interesse in mijn kleding en sieraden. ‘Je zou ook best homoseksueel kunnen zijn’, had ik al eens tegen hem gezegd. Toen hij begon met zijn verkleedpartijen dacht ik dat hij waarschijnlijk een travestiet was. Goed dan, besloot ik, als ik mijn man maar niet kwijtraak. In mijn ogen bleef hij de man met wie ik getrouwd was.

Na een tijdje wilde hij ook in een jurk naar buiten. Eerst zei ik: ‘Dat ga je niet doen, hoor.’ Ik schaamde me voor hem. Uiteindelijk verlegde ik toch mijn grenzen en vond ik het goed als hij ’s avonds in het donker als vrouw gekleed de straat op ging. Maar daarna ging hij steeds eerder in de avond zo naar buiten en uiteindelijk wilde hij ook overdag in vrouwenkleren het huis uit om bij vrienden langs te gaan. Ik kreeg er steeds meer moeite mee. Ik vond het ook vervelend dat we steeds minder sex hadden. Ons sexleven was altijd goed geweest, maar Evert wilde niet meer als man vrijen.”

Anders dan anderen

“Op een avond gingen we naar een themafeest, waarbij mannen zich als vrouw verkleedden en vrouwen als mannen. Een vriendin van ons had Evert mooi aangekleed en opgemaakt en hij droeg een prachtige pruik. Ik zag hoe hij zich de hele avond vrouw voelde en uit zijn dak ging op de dansvloer. Na afloop moest hij huilen: ‘Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.’ Eindelijk kwam het hoge woord eruit: hij voelde zich geen man, maar een vrouw. Als kind besefte hij al dat hij anders was. Op de basisschool dacht hij al: als ik een meisje zou zijn, zou ik Evelien willen heten. Jarenlang had hij het verdrongen, maar nu kon hij het niet meer negeren. Hij wilde voortaan door het leven als vrouw.

Ik zei dat hij moest kiezen: óf hij stopte ermee óf ik ging bij hem weg. Maar zo werkt dat niet. Hij was een vrouw, zei hij, geen man. Kort daarna werd het officieel. Op zijn werk vertelde hij tijdens een vergadering: ‘Ik ben een vrouw en wil voortaan Evelien worden genoemd.’ Op dat moment was hij een van de meest gewaardeerde medewerkers van het bedrijf. Hij ging op zakenreis naar het buitenland en werd vaak om advies gevraagd. Vanaf zijn bekentenis werd dat steeds minder. Uiteindelijk kon ze vertrekken. Haar baas zei dat het bedrijf moest inkrimpen. Waarschijnlijk een smoes.”

It’s a girl

“Toen Evelien eenmaal had besloten om als vrouw door het leven te gaan, kon ze eindelijk zichzelf zijn. Ze droeg alleen nog maar vrouwenkleren, ging zich opmaken, bezocht een schoonheidsspecialist en liet haar lichaamsbeharing weglaseren. Dat deed haar goed. Ik zag hoe ze steeds vrijer en opener werd, maar ik kon me er niet bij neerleggen. Ik ben weggegaan en heb twee jaar ergens anders gewoond. In die tijd was ik heel verdrietig, want ik was mijn geliefde kwijt. Urenlang sprak ik erover met vrienden, maar niemand had een antwoord voor me. Tegelijkertijd miste ik Evelien verschrikkelijk. Onze kameraadschap, mijn klankbord, het samen lachen en natuurlijk de sex, ook al was die niet om over naar huis te schrijven. Uiteindelijk zette ik de knop om en ben ik teruggegaan. Ik zei: ‘Ik hou van je om wie je bent, ik wil je niet kwijt.’ Ze was ontzettend blij.

Wat anderen ervan vonden, kon me toen niets meer schelen. Onze vrienden – veel van hen komen uit de kunstwereld en het theater – hadden er ook geen enkele moeite mee dat Evert nu Evelien was. Dat maakte het voor Evelien veel makkelijker. Ook om de laatste stap te zetten: helemaal vrouw zijn. Eerst voerde ze gesprekken met een psycholoog die kijkt of je echt gemotiveerd bent om het hele traject aan te gaan. Daarna slikte ze jarenlang hormonen. In 2007 is ze geopereerd en helemaal vrouw geworden. Bijzonder ingrijpend, maar ze wilde het zó graag. Toen ze wakker werd uit de narcose stond een roze bloem van mij naast haar bed met daarop It’s a girl. Ik had het geaccepteerd, maar vond het ook moeilijk. Je kunt wel een knop omzetten en tegen jezelf zeggen: ‘Kom op meid, je lief is er toch weer’, maar als je dan ’s avonds dicht tegen elkaar aan in bed ligt, is het toch raar.”

Bespreekbaar

“Uiteraard ging ook verder niet alles over rozen. Eveliens ouders bijvoorbeeld hebben veel moeite gehad met de situatie. Eerst kwam hun zoon met mij thuis, een twintig jaar oudere vrouw. En later werd hun zoon nog een vrouw ook. Maar ze hebben altijd gezegd: je bent en blijft ons kind, we staan achter je. Gelukkig accepteren ook mijn kinderen Evelien nu ze vrouw is. Met hen heb ik alweer jaren een goed contact, net als met mijn kleinkinderen die er inmiddels zijn. Zelfs mijn ex-man is tegenwoordig bijzonder vriendelijk. Als we hem zien op de verjaardag van kinderen en kleinkinderen kust hij ons hartelijk. Met mijn dochter en zoon kan Evelien het heel goed vinden. Zelf wilde ze geen kinderen. ‘Ik zou geen goede moeder zijn geweest’, zegt ze weleens.

Evelien en ik bezoeken samen regelmatig T&T-avonden, waar mensen komen die transgender zijn. Ze voelen zich niet of niet helemaal thuis in de geslachtsrol waarin ze geboren zijn. Ook organiseren we samen allerlei activiteiten voor transgenders, zoals boekpresentaties, kledingverkoop en presentaties van huidtherapeuten of schoonheidsspecialisten. Dat hoge zelfmoordpercentage onder transgenders is echt verschrikkelijk. Wij willen het bespreekbaar maken om te voorkomen dat mensen zulke stappen nemen als ze geen uitweg meer zien. Was Evelien er niet voor uitgekomen, dan was ze helemaal vastgelopen. Ze was depressief geworden of had zelfmoord gepleegd. Als je jezelf niet kunt zijn, maakt dat je kapot.

Er wordt vaak lacherig gedaan over transgenders, dat vind ik heel erg. Het moet gewoon worden dat mensen anders kunnen zijn. Ik vind dat er meer voorlichting op scholen moet komen, zodat kinderen er al jong vertrouwd mee raken. Verder zie je dat transseksuele ouderen in verpleeghuizen vaak niet worden geaccepteerd. Ook bij hulp- en zorgverleners moet er daarom aandacht aan worden besteed.”

Ruimdenkend

“Er wordt weleens aan me gevraagd: ‘Ben je nu dan lesbisch?’, maar nee, dat ben ik niet. Aan vrijen met een vrouw, dus ook met Evelien, moet ik niet denken. Een tijdje hebben we allebei naast onze relatie vriendjes gehad. Alleen werkte dat niet, ze gingen ons claimen. Evelien is erg blij dat ik bij haar ben gebleven. Je moet echt zielsveel van elkaar houden om voor elkaar te blijven kiezen en dat doen wij. Ik begrijp best dat veel stellen bij wie zoiets speelt, uit elkaar gaan. Wij kennen veel transgenders, maar nauwelijks transgenders die nog in dezelfde relatie zitten als vóór hun verandering. Het hangt sterk van je karakter af hoe je er als partner mee omgaat. Ik ben ruimdenkend, altijd geweest. Bovendien is onze liefde heel sterk. Evelien en ik lachen veel om dezelfde dingen. We hebben dezelfde smaak en vertellen elkaar alles. Onze relatie is heel warm. Elke dag zegt ze wel: ‘Heb ik je vandaag al verteld dat ik van je hou?’ Ze is wie ze is. En ik hou van haar om wie ze is. Bovendien vind ik haar een prachtige vrouw, ze is lang en heel slank met haar maatje zesendertig en heeft prachtig haar. Als we vroeger naar het café gingen, hoorde ik weleens: ‘Leuk dat je met je zoon naar de kroeg gaat.’ Jaren later werd dat: ‘Is dat je vriendin of je dochter?’ Dan zeg ik altijd: ‘Deze oude muts is met een jong vrouwtje getrouwd.’ Echt grappig om te zien hoe mensen dan kijken.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden