null Beeld

Koninklijke troost in crisistijd: “Hun verdriet, onmacht en wanhoop snijden ons door de ziel”

"Het corona-virus kunnen we niet stoppen. Het eenzaamheidsvirus wel." Dat zei koning Willem-Alexander op 20 maart in zijn televisietoespraak tegen het Nederlandse volk over de coronacrisis. De koning deed wat een koning moet doen.

Hij troostte de direct getroffenen: "Wij denken aan u." Hij prees de helpers: "Mensen leveren uitzonderlijke prestaties." En hij riep op tot saamhorigheid. "Dit is iets waar we samen doorheen moeten."

Zeldzaam moment

Sinds de Tweede Wereldoorlog sprak maar 3 keer eerder een staatshoofd Nederland rechtstreeks toe via de media buiten de jaarlijkse kerstboodschappen om. Dat het zo zelden voor komt, is op zich een goed teken: het vindt namelijk uitsluitend plaats bij een ramp die heel Nederland bezig houdt. Dan is het staatshoofd een baken in de nood.

De vorige keer dat Willem-Alexander ons een hart onder de riem stak was op 21 juli 2014, enkele dagen nadat de MH17 uit de lucht werd geschoten in Oekraïne. Daarbij stierven 196 Nederlanders. De koning bezocht, met Máxima, een bijeenkomst van nabestaanden. Diezelfde middag vertelde hij voor de camera’s hoe dat hem had geraakt. "Hun verdriet, hun onmacht en hun wanhoop snijden ons door de ziel. (..) Het enige wat we vandaag konden doen is bij hen zijn."

null Beeld ANP
Beeld ANP

Aanslag in Apeldoorn

Zijn voorganger Beatrix wendde zich tot Nederland na de aanslag op haar familie in Apeldoorn in 2009, waarbij 7 mensen uit het publiek door dader Karst Tates werden doodgereden met zijn auto. Voor Beatrix was dat de enige keer in 33 jaar regeren, buiten de kerstredes en de aankondiging van haar abdicatie. Haar speech ging de geschiedenis in als ‘De zucht’, omdat ze een diepe zucht slaakte toen ze zei: "Wij leven van harte mee met de slachtoffers met hun familie en vrienden, met allen die diep geraakt zijn door dit ongeluk."

Het wekte verbazing dat Beatrix niet naar buiten trad toen politicus Pim Fortuyn in 2002 werd vermoord, toch ook een drama waarbij heel Nederland in rep en roer was. De vraag is of Beatrix dat zelf niet wilde, of dat de regering het tegenhield. Dat weten onze kleinkinderen pas als de archieven open gaan.

De Oranjes in tijden van nood

De Oranje-koning(inn)en zijn ooit aangesteld om ons te verbinden bij nationale rampen. De eerste Oranje-koning, Willem I, kreeg in 1814 de troon aangeboden door de grote Europese mogendheden Rusland, Pruisen en Engeland, om Nederland te verenigen na de strijd tegen Napoleon, die Nederland tot dat moment nog bezet hield. Puur en alleen omdat de Oranjes al eeuwen de populairste familie van het land vormden. Daardoor is Nederland een monarchie geworden.

Willem I’s zoon, de latere Willem II, waagde zijn leven voor de eenheid van Nederland, iets wat geen staatshoofd hem heeft nagedaan. Bij de Slag bij Waterloo in 1815, waarin Napoleon definitief verslagen werd, vocht hij mee in de voorste linies. Sindsdien heet hij ‘De held van Waterloo’. Het Nederlandse volk beloonde hem met Paleis Soestdijk.

Zijn zoon Willem III was hem dolgraag opgevolgd als oorlogsheld. Dat schreef zijn dochter Wilhelmina in haar memoires Eenzaam maar niet alleen: "Vader heeft altijd zijn vader en grootvader benijd die in een tijd leefden dat er iets te presteren viel." Maar Nederland kende geen oorlog tijdens zijn regering. Dat was een weldaad voor het land, maar Willem III had het graag anders gezien.

De enige kans die hij kreeg zich te onderscheiden, was bij de watersnoodrampen die Nederland troffen. Bij die van 1861, waarbij 37 mensen verdronken, reisde hij dagen door de rampgebieden. Hij gaf 40.000 gulden uit eigen zak aan de nabestaanden. En hij stuurde kleding voor de mensen die dakloos waren geraakt: ze kregen flanellen onderhemden met parelmoeren knoopjes, bestrikt met rode zijde, die hij zelf in Den Haag had uitgezocht. Alle dankbriefjes aan hem bewaarde hij in het koninklijk huisarchief; het zijn kasten vol. Volgens zijn vrouw, koningin Sophie, genoot de koning van zijn rol als redder. Vlak nadat de dijken waren gebroken, schreef ze aan haar boezemvriendin: "Hij heeft een dolle zucht naar feesten, vreemd voor iemand van zijn leeftijd."

Zijn dochter Wilhelmina maakte wel een oorlog mee: zij was koningin tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit haar verbanningsoord in Engeland bezielde ze het verzet in Nederland in 33 radio-toespraken. Hard roepend, omdat ze dacht dat haar stemgeluid daardoor beter over de Noordzee kwam.

"Ze gaf de nabestaanden een podium, prees de helpers en riep Nederland op tot saamhorigheid"

De eerste keer dat een naoorlogs staatshoofd, en wel koningin Juliana, de natie troostte was na de watersnoodramp van 1953, waarbij 2551 Zeeuwen verdronken. Voor de radio – er was nog geen televisie- deed Juliana wat haar kleinzoon nu doet tijdens de corona-crisis: Ze gaf de nabestaanden een podium, prees de helpers en riep Nederland op tot saamhorigheid. Zij het in plechtiger taalgebruik: "Landgenoten, die door de ramp getroffen zijt, en gij redders en helpers in de ruimste zin des woords. (..) De doorbraak der dijken riep een springvloed in van medeleven met elkander. De eendracht uit de oorlogstijd was plotseling weer paraat."

Nu is het haar kleinzoon die oproept tot die eendracht. Hoe dat wordt gewaardeerd, bleek uit de kijkcijfers: 6,5 miljoen Nederlanders keken naar zijn speech. Na afloop was er geen praatprogramma of krant waarin de koning niet werd geprezen. De kritische tv-presentator Paul Witteman leek zijn tranen nauwelijks te kunnen bedwingen toen hij in ‘De wereld draait door’ zei hoe getroost hij zich voelde.

Willem-Alexanders voorgangers zouden trots op hem zijn geweest.

Tekst: Dorine hermans. Beeld: Brunopress.nl, ANP

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden