Lale Gül (24): “Alles waar ik bang voor was gebeurde”

Lale Gül Beeld Esmee Franken
Lale GülBeeld Esmee Franken

En óf ze is gaan leven. Ondanks doodsbedreigingen en de breuk met haar familie toen haar boek Ik wil leven verscheen, is schrijfster Lale Gül (24) gelukkig. In Libelle 51/52 - vanaf 25 november in de winkel - vertelt ze haar verhaal.

Liddie AustinEsmee Franken

Op een rustige maandagmiddag stopt een taxi voor een Amsterdams grachtenpand. Een meisje in een korte zwarte jurk met rode stippen, een pet diep over haar ogen getrokken, stapt snel uit en schiet een van de huizen binnen. Hier doet ze haar interviews. Dat meisje is Lale Gül, net 24 jaar oud. In februari verscheen haar autobiografische roman Ik ga leven en veranderde alles. Er was succes: er zijn inmiddels ruim 150.000 exemplaren van het boek verkocht, vertalingen én een Netflix-serie zijn in de maak. Lale werd in no time een Bekende Nederlander. Maar tegenover de glorie stonden helaas ook minder fijne ervaringen: ze werd online overstelpt met haatberichten, kreeg talloze doodsbedreigingen (foto’s van geweren, begeleid met teksten als ‘Ik weet je te vinden’ of ‘Ga je graf alvast maar uitzoeken’) en moest breken met haar streng islamitische Turkse familie.

Wanneer ben je aan Ik ga leven begonnen?

“Tijdens mijn studie Nederlands kregen we lessen creatief schrijven van gastdocenten: eerst van Kees ’t Hart, later van Arnon Grunberg. Je rondde het vak af met een zelfgeschreven tekst. Ik had geen tijd om een verhaal te verzinnen, dus ik schreef gewoon iets over mezelf. Het is wat nu de eerste paar hoofdstukken zijn van Ik ga leven. Ik kreeg een negen en het advies om ermee door te gaan. Als double check heb ik later nog zo’n stuk bij Arnon Grunberg ingeleverd en hij zei hetzelfde: ‘Dit is een project om voort te zetten.’ Dus dat heb ik gedaan. Naast mijn studie en mijn werk schreef ik aan het boek en toen het na anderhalf jaar af was, ging ik op zoek naar een uitgever.”

Ik hoorde dat je uitgever Mai Spijkers mailde met de boodschap: ik heb een bestseller geschreven.

“Klopt! Uitgeverijen krijgen dagelijks manuscripten toegestuurd, ze lezen ze vaak niet eens. Ik wist dus dat ik moest opvallen om uitgegeven te worden. Daarom schreef ik iets als: ‘Beste meneer Spijkers, ik zou mij maar uitnodigen, want ik heb een enorme bestseller geschreven. Dat weet ik, want Arnon Grunberg en Kees ’t Hart hebben het bevestigd. Als ik niet binnen twee dagen een reactie krijg, ga ik naar de Bezige Bij.’ Het was een gok, maar het werkte: ik kreeg onmiddellijk een mail terug of ik de volgende dag om twaalf uur kon langskomen. Na ons gesprek bood Mai me een contract aan. ‘Maar je hebt nog niks gelezen’, zei ik. ‘Ik geef geen boeken uit, ik geef schrijvers uit’, zei Mai. ‘Met jouw zelfvertrouwen weet ik dat dit goed komt.’”

Je woonde toen nog bij je ouders, die van niks wisten.

“Ik had niemand iets verteld. Het boek kwam uit tijdens de lockdown toen alle boekhandels dicht waren en daardoor zou het vast totaal onopgemerkt blijven. Mijn familie komt sowieso nooit in boekhandels, de buren evenmin, dus ik dacht dat niemand erachter zou komen dat ik dat boek had geschreven. Maar Ik ga leven kreeg tot mijn verbazing meteen veel publiciteit. De televisieverzoeken stroomden binnen: Op1 wilde me, Beau wilde me, De Vooravond, WNL, de radio, iedereen. Wat te doen? Voor mijn gevoel was de keuze: overal ja óf overal nee op zeggen.”

Voor iemand die naar die talkshows keek om zich verder te ontwikkelen was ja zeggen waarschijnlijk verleidelijk?

“Ooit zit ik bij zo’n programma, heb ik weleens gedacht, maar ik had geen idee dat nu het moment al zou zijn gekomen. Ik wilde graag gaan, maar wist ook: als ik dat doe, is er geen weg meer terug. Dan word ik verstoten door mijn familie, zal ik mijn zusje niet meer zien, krijg ik nog meer bedreigingen van mensen die vinden dat ik mijn nest bevuil…”

Dat besefte je toen meteen?

“Ja. Het was een bittere pil om in één keer te slikken. Maar ik ging en alles waarvoor ik bang was geweest, gebeurde. Nadat ik bij Op1 was geweest, stond mijn telefoon roodgloeiend. Mijn nichten, die Nederlands spreken, bestelden het boek en deelden de meest pijnlijke passages met de rest van de familie. Iedereen sprak er schande van en was boos. Het was verschrikkelijk.”

Het hele interview met Lale Gul lees je in Libelle 51/52, vanaf 25 november in de winkel of via Libelle.nl in de digitale editie.

Interview: Liddie Austin

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden