null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

Last van bemoeials? 10 brutale antwoorden op brutale vragen

Sommige mensen steken o-ver-al hun neus in en zorgen zo voor ongemakkelijke situaties. Om het met kerst toch een beetje gezellig te houden, zijn dit de antwoorden op de 10 meest impertinente vragen.

Getty Images

1. “Heb je weleens aan Weight Watchers gedacht?”

Voor wie deze opmerking nog niet helemaal begrijpt: hier wordt dus zoetjes te kennen gegeven dat je te dik bent. Waarbij dit ‘advies’ meteen doorslaat naar de categorie ‘belediging’. Want, we kunnen er rustig vanuit gaan dat mensen zélf prima op de hoogte zijn van hun gewicht. Bovendien leven we in een tijd waarin vrouwen als zangeres Lizzo, schrijfster Tatjana Almuli en blogger Mayra Louise strijden voor meer body positivity. De dominante nadruk op ‘moeten afvallen’ is hierdoor inmiddels wat ouderwets en zelfs discriminerend geworden.

Eigenlijk is er maar één persoon die deze vraag neutraal kan stellen: de huisarts. In alle andere gevallen is deze ‘tip’ er een van het kaliber waarvan we spontaan trek in taart krijgen. Met slagroom, uiteraard. Dat is dan ook meteen hét heerlijke antwoord op deze niet-zo-heerlijke vraag "Wie doet er mee?"

2. “Heb je ’m al laten testen op autisme?”

Er bestaan veel waarheden in het leven en dit is er eentje als in een steen gebeiteld: laten we ons niet bezighouden met de opvoeding én medische diagnostisering van andermans kinderen. Tenzij we, zoals in dit geval, natuurlijk A. als psychiater werkzaam zijn bij een autisme expertisecentrum en dringend om advies worden gevraagd, of B. gewoon veel zin hebben in een gekwetste vriendin, familievete of burenruzie. Gelukkig helpen hier de nuchtere feiten: in Nederland heeft momenteel 2,8% van de kinderen tussen de 4 en 12 jaar de diagnose autisme spectrum stoornis (ASS). Daarbij wordt deze uiterst complexe diagnose (gelukkig) vaker en op jongere leeftijd gesteld dan vroeger. Waardoor het kan lijken of meer kinderen autisme hebben, terwijl het waarschijnlijk alleen maar duidt op betere toegang tot moderne en verbeterde zorg. Antwoord hierop met een superstralend "Dankjewel! Nooit aan gedacht!", en laat het meteen weer los. Of vervolg met een nóg enthousiaster "Wow, heeft jouw kind ook autisme dan? Dat dácht ik al, je weet er zo veel van!"

3. “En, wanneer beginnen jullie aan kinderen?”

Daar is-ie dan: de kinderwens! Altijd goed voor een opmerkingenspectrum dat ook anno 2019 zijn weerga niet kent, óók als het goedbedoeld is. Iedere vrouw, met of zonder babyplannen of iets daartussenin krijgt er rond haar 30e mee te maken. Deze vraag komt overigens in verschillende gedaantes langs, dus we helpen graag een handje: wanneer het jouw tijd is, is niemands zaak. Ook niet die van jou, tante Gerda, luidkeels op de babyshower van nicht Chantal. Goed nieuws: hier bestaat één verrassend effectief antwoord op en wel: "Nog niet!" Het is mysterieus en monter tegelijk, houdt de zaken lekker in het midden en is meteen een teken dat de kous hiermee meteen weer af is. Ook altijd leuk als iemand naar je zwangere buik wijst en vraagt "Was het gepland?" Op deze vraag past uiteraard alleen een zeer terecht "Wát?" als reactie. Al is "Ik ben niet zwanger, vind je me dik of zo?", ook zeer effectief. Net als "Ja", en voeg daar dan vooral een stralend en engelachtig "hoezo?" aan toe. Of, de beste natuurlijk "Nee". Wacht dan rustig af hoe de ander zich hier verder uit gaat redden. Geniet daarbij vooral van de sociale paniek die nu volgt.

4. “Ga je alwéér op vakantie?”

Eigenlijk is elke vraag waar ‘alweer’ in zit code rood. Zo'n opmerking gaat gepaard met onderhuidse irritatie én jaloezie, net als "Waar dóen ze het van?", of zelfs "Nou, nou, dat doet maar." Zeg dus gerust ontzettend blij "Ja!" op deze vraag, én vraag vooral aan die ander wanneer zij weer eens gaat. Ze is er zo te horen hard aan toe.

5. “Werk jij 4 dagen in de week? En de kinderen dan?”

Hadden we al gezegd dat niets zo gevaarlijk is als je bemoeien met de opvoeding van andermans kinderen? Jazeker, bij vraag 2 al om precies te zijn. Sommige mensen krijgen er geen genoeg van. Want wáárom zou je kinderen krijgen als je er geen tijd voor vrijmaakt? Begin over Zweden. Of Noorwegen. Of Denemarken. Dat zijn pedagogisch nogal voorlijke landen, waar álle kinderen vanaf hun 1e levensjaar fulltime naar de opvang en/of opa en oma gaan. Eigenlijk is hier geen antwoord op. Hooguit een vriendelijk "Wat bedoel je eigenlijk?" Ook daar moet je maar net zin in hebben. Heel gek: die zin hebben wij dus niet. Nog gekker: we denken zomaar dat niemand die heeft.

6. “Heb je geen spijt van die tattoo?”

Met andere woorden: "Wat is dát voor gruwel van een 90's-tribal op je enkel/pols/ringvinger? En waarom zit-ie er überhaupt nog?" Maar tenzij die tattoo à la seriemoordenaar Charles Manson bestaat uit een hakenkruis op het voorhoofd, is de spijtvraag over iemands uiterlijk stellen gewoon nooit aan de orde. Wij vragen ook niet aan die ander of ze dat nieuwe kapsel, dat overigens verrassend veel lijkt op een ontplofte cavia, misschien zelf heeft geknipt met een heggenschaar, en of ze daar geen spijt van heeft. Simpel, toch?

7. “Is je kat dood? Ach, het is toch maar een dier?”

Want een dier is geen mens en doe verder niet zo hysterisch met je zogenaamde rouw. Gelukkig zijn er ook mensen die daar heel anders over denken. Journaliste Antoinette Scheulderman bijvoorbeeld, die het mooie boek Dan neem je toch gewoon een nieuwe schreef. Over mensen en dieren, leven en dood schreef, over haar overleden teckel Bubbles. Rouw is dan ook een zeer complexe emotie, die zéker voor een dier kan gelden. Waar veel mensen diep verdriet van kunnen voelen dat tijd nodig heeft voor er weer ruimte is voor een ander huisdier. Ja, óók als ze echt wel weten dat Pluisje of Poekie geen mens is. Sorry, wás. Tip: zeg dat u daar nog even over na moet denken en stap subiet over op een ander onderwerp. Mensen, bijvoorbeeld, en wat die ongevraagd allemaal kunnen roepen.

8. “Jammer hè, dat het vmbo is geworden?”

Fijntjes opgemerkt, moeder van een superslim kind! Ook hier maar even wat cijfers waarmee je kunt aantonen dat het helemaal niet zo 'jammer' is. Zo’n 50 tot 60% van alle basisschoolleerlingen gaat jaarlijks naar het vmbo. Daarmee zijn zij én hun toekomstige beroepsgroepen in de ruime meerderheid, maar veel ouders zien hun kinderen toch liever naar de havo of hoger gaan. Die gedachtegang is heel jammer, veel van deze leerlingen moeten eenmaal op de middelbare alsnog een 'stapje terug' doen. Bovendien is er juist een groeiende behoefte aan beroepskrachten op de arbeidsmarkt. Hoog tijd dat het imago van het beroepsonderwijs wat wordt opgekrikt en dát is dus precies wat het Ministerie van Onderwijs de komende jaren van plan is, met 100 miljoen euro om precies te zijn en dat hebben we mede aan ‘jouw’ vmbo'er te danken.

9. “Wat naar dat je ziek bent. Maar je rookt/drinkt, toch?”

Deze is best moeilijk omdat er daadwerkelijk bezorgdheid en/of terechte ergernis in het spel kan zijn. Roken of drinken is ongezond, maar heeft lang niet altijd een ziekte tot gevolg. Dus, tenzij iemand voor onze neus een heroïnespuit in de arm zet of lekker losjes een lijntje snuift tijdens de lunchpauze zeggen wij: laten we allemaal vooral goed op onze éigen gezondheid letten. Zo hebben we de energie die ander te helpen bij zijn of haar eventuele doseringsproblemen. Op deze vraag kunt u iets zeggen als: A. "Nee", B. "Bedoel je daarmee dat dit mijn eigen schuld is?" of C. "Klopt, maar ik betwijfel of mijn acute hernia daar iets mee te maken heeft". Ook hier geldt weer: daar moet je allemaal maar net zin in hebben. En, verrassing: dat hebben we niet. Liever bewaren we die ‘uitleg’ dan ook voor onze huisarts. Gaan we eerst even uitzieken, goed?

10. “Mag ik je 1 goede raad geven?”

Zeker als dit wordt gevraagd zonder dat überhaupt om goede raad werd verzocht is hier maar 1 antwoord op: "Nee, dank je". Mocht dat toch iets te kordaat klinken dan is dit antwoord ook geweldig: "Alleen als ik eerst mag". Moet iedereen toch even opletten hoe snel het stil wordt aan de andere kant. Want altijd en overal maar ongevraagd goede raad willen geven is natuurlijk hartstikke goedbedoeld, maar die raad zelf ook terug willen krijgen is nog altijd vers 2. Ja, echt, neem dat maar van ons aan. Bij wijze van goede raad, zullen we maar zeggen.

Ongevraagd advies: hoe heurt het eigenlijk?

Iedereen geeft wel eens een ongevraagde tip, maar sommigen maken het tot een waar levenswerk. De etiquetteboeken zijn hier gelukkig helder over: in een respectvol gesprek kunnen verschillende denkwijzen wel worden uitgesproken, maar het is nooit de bedoeling dat we iemand de les gaan lezen. Gebeurt dat toch? Zeg rustig: “Bedankt voor de tip”, en begin meteen over iets totaal anders. Zo’n non sequitur afgeven (Latijn voor: ergens geen gevolg aan geven) is niet alleen zeer effectief, het voorkomt ook dat we een uitleg verschuldigd lijken te zijn. Of, nog erger, onszelf onbedoeld gaan verdedigen.

Herken de bemoeial

  • Zachte scheldwoorden: zoals een sarcastisch: “Wat ben je toch een slachtoffer” of “Jij vindt jezelf wel heel bijzonder!”
  • Definiëren: een ander vertelt je hoe jij in elkaar zit, denkt en voelt. Zoals: “Wow, jij bent wel héél gevoelig, hè?”
  • Wegwuiven: als de ander je het recht op jouw beleving niet geeft, bijvoorbeeld met “Waar is je gevoel voor humor?”
  • Vermommen als grapje: op ‘humoristische’ manier een boodschap krijgen: “Jij kunt de weg naar de supermarkt zonder navigatiesysteem nog niet vinden, hè?”
  • Blokkeren: een ander legt je op wat er wel en niet wordt besproken: “Kom, laat het zitten” of “We houden erover op”.
  • Beoordelen en bekritiseren: iemand geeft je ongevraagd een negatieve evaluatie, bijvoorbeeld: “Jij bent nooit ​tevreden” of begint zinnen met “Jouw probleem is dat…”
  • Ondermijnen: iemand probeert je ​enthousiasme te temperen met: “Dat gaat je niet lukken” of; “Dat begrijp jij toch niet.”
  • Bevelen geven: een ander vertelt je wat je wel en niet mag doen.

Gevers en ontvangers

Als iemand ongevraagd advies geeft, gaat het vrijwel nooit over de ontvanger, maar juist over de gever. De beweegredenen van zo’n advies lopen uiteen van ergernis tot jaloezie, en van onzekerheid tot sociale controle. Bij mensen die geregeld nare opmerkingen maken is vaak meer aan de hand, blijkt uit onderzoek van Pennsylvania University. Een onveilige hechting of een jeugd waarin men niet (genoeg) werd gezien, bijvoorbeeld. Door zich superieur op te stellen naar een ander, voelt iemand zich (tijdelijk) beter over zichzelf.

Tekst: Liesbeth Smit. Beeld: iStock.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden