null Beeld

PREMIUM

Leven op bijstandsniveau: “Ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat de kinderen er niets van merken”

Miranda (45) is getrouwd met Caspar en moeder van Herman en Kees en van 2 bonuskinderen van 16 en 17 jaar die bij hun moeder wonen. Sinds 3 jaar leeft ze met haar gezin op bijstandsniveau.

“Paniek of schaamte heb ik niet gevoeld, toen de winkel van mijn man failliet ging. Misschien speelde onbewust mee dat ik al eens eerder opnieuw ben begonnen, toen de relatie met mijn ex stukliep en we ons lunchcafé opdoekten. En dit faillissement hing al een tijd in de lucht, wat natuurlijk stress gaf. Ineens eiste de bank een lening op omdat de Europese regelgeving veranderde, en daardoor kwam de zaak in de problemen. Heel frustrerend, juist omdat we op de goede weg waren. Ook was het pijnlijk om de deuren van het familiebedrijf te moeten sluiten, vooral voor Caspar.

Daarna kregen we veel stress omdat de belastingdienst twee jaar lang een enorm bedrag opeiste, terwijl daar al een regeling voor was getroffen. Er werd zelfs gedreigd het bedrag in de toekomst van Caspars’ AOW in te houden. Daar lag ik wakker van. Ik kon niet meer bellen met de belastingdienst zonder in tranen uit te barsten.”

Naar de markt

“Het scheelde dat wij niet materialistisch zijn ingesteld. Grote auto’s en de nieuwste apparatuur interesseerden ons nooit eigenlijk. We hielden wel van het goede leven: leuke stedentripjes en eten in goede restaurants. Maar in de aanloop naar het faillissement leefden we al zuiniger. Ook was ik na de geboorte van Kees gestopt met werken, dus mijn inkomen was al weggevallen. Vanwege de stress en de drukte rond de afwikkeling van het faillissement had ik niet de energie om mijn werk als culinair journalist en kok/patissier weer op te pakken. Caspar en ik hebben allebei dezelfde instelling: hand op de knip, we gaan gewoon nog zuiniger leven. We maken er wel wat van met elkaar.

We wonen in Zeeland. ‘Wij hoeven eigenlijk niet met vakantie’, roept Caspar altijd. In de zomer zitten we veel op het strand, dat kost niets. Net als een bezoek aan de natuurspeeltuin of kaasboerderij. Wat drinken en koekjes nemen we zelf mee. De dure horeca mijden we door te gaan picknicken. Dan maak ik een lekkere salade of we nemen stokbroodjes mee, heerlijk.

Ik vind het een uitdaging om ondanks de financiële krapte tóch leuke dingen te kunnen doen. Het is vooral een kwestie van budgetteren, keuzes maken en creatief zijn. Groenten en fruit koop ik op de markt: voor 12 tot 15 euro ben ik voor de hele week klaar. Daarvan eten we best luxe, ik kan immers lekker koken en bakken. Ik ben blij dat we onlangs een huizenruilgroep op Facebook hebben ontdekt. Al wonen we prima, het is lekker om er zo nu en dan tussenuit te zijn. Komend weekend gaan we naar Bunnik. Met de trein, dat vinden de jongens geweldig. Ook gaan we elk jaar zeker wel een keer naar een pretpark. De laatste keer was naar Apenheul, met korting dankzij de Jumbo-spaarpunten.

Het valt me altijd op hoe ontzettend veel spullen mensen hebben, en daardoor is het tweedehands aanbod ook groot. Kleding voor de kinderen kocht ik vroeger ook al vaak op de rommelmarkt. Goedkoop en duurzaam. Truitjes van bepaalde merken die nieuw € 45,- kosten, scoor ik op de rommelmarkt voor € 3,-. Het is voor mij een sport als de jongens er hip uitzien voor weinig geld. Als we in juli de kinderbijslag krijgen, koop ik er soms nog iets nieuws bij.”

Knelpunt

“Wat ik voor mezelf koop? Dat is een knelpunt. Een jurkje van € 19,- bij de Hema, en een keer iets bij H&M, dat was het wel zo’n beetje de afgelopen drie jaar. Ik word niet blij als ik in mijn kledingkast kijk, alles begint wat te slijten. Maar goed, dat is een keuze. Ik vind het belangrijker dat de jongens goed in de kleren zitten. Ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat ze er niets van merken dat wij krap bij kas zitten.

Het ontbreekt Kees en Herman aan niets. Ze hebben een goede tweedehands fiets en veel speelgoed van de rommelmarkt of van oma’s. Dankzij het Jeugdsportfonds kunnen ze net als andere kinderen sporten. Boeken lenen we gratis bij de bibliotheek. Ze hebben een Playstation en een Wii, die kreeg ik trouwens via Facebook. En net als andere kinderen sparen ze de ruimteplaatjes van André Kuipers. Ik kom vaak bij Albert Heijn vanwege de bonus-aanbiedingen, maar de kinderen krijgen spaaracties vaak van vrienden hoor. Ook hebben ze zo’n fidget spinner. Omdat we goedkoop leven en ook onze uitjes vrijwel niets kosten, blijft er wél geld over voor dat soort dingen, zodat mijn kinderen kunnen meedoen. Of om een ijsje te kopen als we op het strand zijn. Tijdens ons weekendje weg gaan we gewoon iets drinken op een terras en mogen ze er wat lekkers bij. Het zit ’m in die kleine dingen, waardoor ze niet het idee hebben dat wij arm zijn.”

Verwaterde vriendschappen

“Omdat Caspar totaal geen interesse heeft in geld regel ik onze financiële zaken. Als ik daarmee zit te puzzelen, heb ik soms het gevoel dat ik het alleen moet oplossen. Dat schuurt weleens. Gelukkig doet hij geen grote uitgaven die niet kunnen. In dat opzicht passen we goed bij elkaar.

Wel heeft Caspar er moeite mee dat we niet meer uit eten kunnen met zijn tweetjes. Dan ben je zo honderd euro kwijt. Ook beïnvloedt het feit dat we van weinig moeten rondkomen ons sociale leven. Zo heb ik vrienden met wie ik altijd uit eten en naar concerten ging. 2, 3 tientjes van het gezinsbudget uitgeven aan een concert, dat vind ik in onze situatie niet kunnen. Sommige mensen begrijpen dat. Met die vrienden verzin je gewoon nieuwe uitjes, low budget. Ik heb er ook geen moeite mee als anderen die ruimer zitten soms voor mij betalen; ik heb andere dingen te geven dan geld. Maar er zijn vriendschappen verwaterd. Ik probeer daar niet bitter over te zijn en meestal lukt dat wel. Toch is het pijnlijk hoe geld verschillen blootlegt.

Natuurlijk, als ik op het schoolplein hoor dat iemand in de kerst- én de voorjaarsvakantie naar Zwitserland gaat, moet ik even slikken. Wij reisden vroeger ook graag. Maar dan spreek ik mezelf toe: kijk naar hoe goed wij het hebben. Geluk zit niet in de hoeveelheid spullen die je hebt, of de reisjes die je maakt. We hebben een rijk leven met elkaar, doen genoeg leuke dingen. Laatst las ik een Facebookpost van een moeder die op vrijdag schreef: ‘Pas maandag kan ik weer geld pinnen, maar mijn luiers zijn op.’ Dát is armoede. Wij hebben mede dankzij de curator die ons faillissement afhandelde geen schulden, en we kunnen zelfs nog een auto rijden. Het is een oudje, maar hij brengt ons overal. Al vielen de garagekosten laatst wel enorm tegen. We hadden gerekend op vierhonderd euro, het werd het dubbele. Ik heb het bij allerlei andere budgetten weggeschraapt. Nu hebben we minder geld voor de vakantie. Ook heb ik geen geld meer om nieuwe skates te kopen voor mijn hobby, roller derby. Dat is een pittige teamsport op rolschaatsen. Nu twijfel ik: wil ik er wel mee doorgaan? Ik heb niet veel zin om op de club te vertellen dat ik niet zo makkelijk nieuwe kan kopen. Ik ga er juist naartoe om mijn dagelijkse beslommeringen achter me laten.”

Kamperen bij Parijs

“Mijn grootste uitdaging is dat ik de kinderen wil meegeven dat de wereld voor je openligt, ook als je weinig geld hebt. Geld mag niet bepalend zijn voor je geluk en voor hoe je je ontwikkelt. Zelf heb ik ook kunnen studeren, ondanks het feit dat er weinig geld was bij ons thuis. Herman las een keer over de kunst van Rodin, en hij wilde graag het beeld De Denker in het echt zien. Nou, dat staat in Parijs. Via Vakantieveilingen.nl vond ik een leuke deal: voor 50 euro zaten we een lang weekend in een ingerichte tent op een camping vlak bij Parijs. Hartstikke leuk.

Verder is het maar net hoe je er zelf mee omgaat. Wij zullen nooit tegen de jongens zeggen dat we zielig zijn omdat we op ons geld moeten letten. Liever benadrukken wij hoe handig het is dat we een klein autootje hebben, dat overal tussen past met parkeren. En we gaan zo veel mogelijk met de fiets ‘om pinguïns te redden’. We maken ons best druk om de toekomst van de aarde, daar zullen wij met z’n allen toch anders mee moeten omgaan.

Wat dat betreft gaan we denk ik niet heel anders leven als we weer meer geld te besteden hebben. Maar eerlijk is eerlijk, het scheelt dat Kees en Herman nog op een leeftijd zijn waarop het ze niet uitmaakt dat iets niet het nieuwste is, of van een bepaald merk. Bij Caspars kinderen uit zijn eerdere relatie speelt dat wel meer, zie ik, maar zij wonen bij hun moeder. Ik hoop dat we tegen de tijd dat dat ook bij Kees en Herman gaat spelen, weer een normaler inkomen hebben.

Caspar doet vrijwilligerswerk en is zich aan het bijscholen om weer in de ICT te gaan werken, wat hij vroeger ook deed. Zelf heb ik een zware tijd achter de rug. Ik heb veel mantelzorg verleend aan mijn moeder. Zij is drie maanden geleden overleden. Ik ben blij dat ik er voor haar heb kunnen zijn, maar het verdriet en het regelwerk na haar dood maakten dat ik er nog niet aan toe ben gekomen om werk te zoeken.

Gelukkig is onze situatie niet uitzichtloos. Want als ik eraan denk dat we over 10 jaar nog in deze situatie zouden zitten, word ik daar niet vrolijk van.”

Tekst: Linda Samplonius. Beeld: iStock.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden