null Beeld

PREMIUM

Maartje en de meisjes – deel 44: “Dit is toch meer dan een avontuur Maartje?”

Maartje is met haar gezin op Vlieland en gaat een biertje drinken met Suus op het terras. Daar krijgt ze meteen een kruisverhoor over haar liefde voor Jochem en komt er ook nog eens een bloedmooie serveerster de bestelling opnemen.

“Ik zie het al,” lacht Suus. “Ja valt op haar hé?”

“Sooooo,” zeg ik, terwijl het bloed pijlsnel naar mijn wangen stijgt, “deze vrouw is echt zo ongelofelijk mijn type. Ik krijg het er helemaal warm van.”

“Dit is meer dan een avontuur toch Maartje? Of een midlife-moment?”

“Dat was het voor mij sowieso al niet hoor. Het is een kant van mezelf die ik wil onderzoeken en dat weet Jochem ook.”

“Maar is dit nog onderzoeken, of is dit onderwerpen aan? Want wanneer heb je antwoorden? Of beter, welk antwoord is bevredigend?” wil Suus weten.

Ik ben er stil van.

“Ben jij wel hetero genoeg om met Jochem te trouwen?”

“Daar gáát het helemaal niet om!” roep ik boos. “Ik hou ontzettend veel van Jochem en daar doen de meisjes niks aan af.”

De knoop in mijn maag, en het feit dat ik mijn stem verhef, laat me weten dat Suus dichter bij de waarheid zit dan dat ik zelf wil toegeven.

“Weet ik wel lieverd,” sust ze. “Zolang je maar eerlijk bent naar jezelf.”

En daar komt ze weer aan. Blijkbaar heb ik een Belgisch biertje besteld. Prima. De knappe serveerster zoekt even oogcontact wanneer ze mijn glas voor mijn neus zet, en ik kan er nog net een dankjewel uit persen.

“Nou, subtiliteit is niet een van je kernkwaliteiten Maartje,” grapt Suus.

We lachen en proosten op de liefde, in welke vorm dan ook.

In de verte komen Jochem en Dirk aanlopen met een hele sliert kinderen.

“Zeg hier nog maar even niks over tegen Dirk, oké?” fluister ik. En Suus knikt.

“Hooooiiiiiii!” roept Mats. “We hebben gewonnen! En we hebben vrienden gemaakt. Kik, dit zijn Sten en Dennis.”

“Stennis,” grapt Jochem.

Er komt een hele verhalenstroom over vlaggen, en bommen en nummers. Het liefst zouden we nu met de hele bups nog een rondje volle glazen en een schaal bitterballen bestellen, maar corona-technisch moeten we in blokjes van twee aan twee zitten en dat is toch minder gezellig.

Eenmaal terug in de tent rits ik me gauw in mijn slaapzak. Ik ben kápot. Jochem komt nog snel een kus stelen, maar dat is het dan ook. Laat mij maar even wegdwalen in mijn eigen hoofd.

De volgende dag worden we allemaal pas om half 9 negen wakker. Heerlijk, dat eiland leven. Mijn gedachten vliegen weer even naar het gesprek - en eerlijk gezegd ook naar de vrouw - van gisteravond.

“Wie gaat er mee een frisse duik in zee nemen?” gooi ik in de groep. Twee ‘jaaaa’s en een opgetrokken wenkbrauw zijn het resultaat.

Ik hijs me in mijn mooiste bikini en neem drie handdoeken en een flesje water mee. Mats en Nine zijn alweer door het dolle heen.

“Ik haal wel croissants,” zucht Jochem, “en willen jullie nog iets anders?”

“IJsje! IJsje!” roept Nine.

“Is goed!” lacht Jochem.

Dit wordt een mooie dag.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden