null Beeld

Maartje en de meisjes deel 68: “Het spijt me zo dat ik ons dit aan doe,” snik ik

Maartje beleefde een gezellige avond met vriendin Liesbeth en Jochem belde dat hij eerder naar huis zou komen met de kinderen. Hij heeft zijn ouders ingelicht over hun problemen en daarmee voelt de aanstaande scheiding ineens echter dan ooit tevoren.

We hebben de hele dag gesleed en geschaatst en de kinderen liggen eindelijk op bed. Ze hadden de grootste lol, maar tussen Jochem en mij voelde het ijzig, en daar had het winterweer niks mee te maken. Ik zag gelukkige gezinnen stoelen duwen, sneeuwpoppen bouwen en knuffelen met elkaar, en ik zag ons ploeteren. We doen het allebei zo goed mogelijk voor de kinderen, maar warmte kun je niet spelen.

Soms word ik gek van mezelf. Gek van mijn hoofd. Dan kijk ik naar Jochem en zie ik: er is niets mis met die man. We hebben zulke mooie kinderen, hij is zo’n lieve vader. Waarom kan ik daar niet gelukkig mee zijn? En ondertussen zie ik op datzelfde ijs een vrouw voorbij schaatsen met halflang haar en de mooiste mini-billen en word ik helemaal warm van binnen. Ik flirt niet eens met haar, daar gaat het ook niet om. Het is het gevoel dat me trekt. Daar waar ik bij hoor. Zoiets. Mijn weg loopt anders.

En zo leg ik het vanavond ook uit aan Jochem. Mijn weg loopt anders en ik kan niet anders dan hem volgen. “Ik weet het lief,” zegt hij, met tranen in zijn ogen. “Ik zie het aan je. En ik zie ook hoe je het hebt geprobeerd. Het is geen onwil. Maar ik kan ook niet meer samen blijven met iemand die mij niet wil. Iemand die mij alleen maar gedoogd.”

We huilen allebei en ik besef dat we lang niet zo dicht bij elkaar waren als nu. Ik durf te zeggen dat dit zelfs ons intiemste moment ooit is, omdat we elkaar helemaal zien. Echt zien en elkaar vanuit de diepste achterkant van ons hart het beste gunnen. En dus vrijlaten.

“Het spijt me zo dat ik ons dit aan doe,” snik ik. “Ik zou zo graag willen dat het anders was.”

“Ik ook,” zegt Jochem. “Ik ook.”

“Morgen vertellen we het tegen de kinderen. Ik wil hier niet langer mee rond blijven lopen. Ik heb al een huis op het oog, via via, daar kan ik per 1 maart in. Dan kan jij met de kinderen hier blijven wonen en verandert er niet zo veel. Dat huis kan ik sowieso een half jaar huren en daarna probeer ik iets te kopen. Dat geeft ons ook genoeg tijd om alles financieel te regelen.” Het liefst zou ik nu zijn hand vastpakken, maar ik twijfel of dat kan. Bij twijfel niet doen, zei mijn moeder altijd, maar ik doe het toch. Jochem knijpt erin. Zie je wel dat het goed is.

“En het co-ouderschap?” vraag ik. “Zullen we week om week doen?”

Het voelt vreemd en verlichtend tegelijk om ons leven zo in een nieuwe structuur te gieten. Ik merk nu pas hoe gevangen ik me voelde in de afgelopen tijd. En ik vermoed dat dat voor Jochem ook geldt.

“Lijkt mij ook het fijnst,” knikt hij. “Dan maken we allebei alle clubjes en schooldagen mee.” Even valt het stil. “Hoe gaan we het eigenlijk zeggen tegen de Mats en Nine? En wat precies?” vraag ik. “Ik wil niet meteen met een soort coming out op de proppen komen.”

“Wat dan wel?” Jochem klinkt fel.

“Ik zeg liever dat papa en mama niet meer verliefd zijn maar nog wel vrienden. En dat we daarom allebei in een ander huis gaan wonen.” De tranen rollen opnieuw over mijn wangen.

“Vrienden. Dat lijkt me wel wat. We gaan dit goed doen, Maartje,” troost hij.

Potver. Zelfs scheiden kunnen we goed.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden