null Beeld

Maartje en de meisjes deel 69: “Niet eerder vond ik het zo jammer om mezelf te zijn”

De kogel is door de kerk: Maartje en Jochem gaan uit elkaar. In een kwetsbaar en ontroerend gesprek besluiten ze als vrienden hun eigen weg te gaan. Nu nog de grootste hobbel: het aan de kinderen vertellen.

“Zie je wel!” gilt Mats. “Ik wist het!”

We zitten met z’n allen op de grond, onbedoeld in een soort kring. We huilen alle vier.

“Wat bedoel je lieverd?” vraag ik aan Mats, terwijl ik mijn hand op zijn rug leg. Met een groot gebaar duwt hij ‘m meteen weer weg.

“Ik wist wel dat jullie gaan scheiden. Net als de vader en moeder van Menno. Nu moeten we verhuizen, en moet ik naar een andere school en raak ik al mijn vrienden kwijt,” snikt mijn kleine schat. “Dat ging bij Saar net zo en ook al beloofde ze dat we vrienden zouden blijven, ik heb haar nooit meer gezien.”

“Mama en ik blijven dat echt,” troost Jochem. “En verder verandert er niks. Ik ga een tijdje in het huis van een vriend van Marco en Astrid logeren, totdat ik iets moois heb gevonden voor ons drieën, hier in de buurt.”

Nine zegt niets en huilt alleen maar. Ze kijkt met een ernstige blik naar Jochem, en vervolgens naar mij. Ik zie zijn vermoeide ogen, gespannen lippen en hoe corona zijn kapsel te grazen heeft genomen. Getekend door het leven, door mij. Maar nog steeds de man waar ik ooit op viel, Niet eerder vond ik het zo jammer om mezelf te zijn.

“Maar mama, als papa zich nou gewoon weer een keer scheert en naar de kapper gaat, dan word je misschien wel weer opnieuw verliefd?” probeert Nine.

“Was dat maar zo, schat,” zeg ik uit de grond van mijn hart.

Die middag neem ik de kinderen mee naar de duinen voor een uitwaaiwandeling. Ineens lijkt het wel lente en na een kwartier doorstappen trek ik zelfs mijn jas uit. Mats en Nine klimmen in een boom en ik maak wel 40 foto’s van ze. Deze dag zullen we nooit vergeten. Ondertussen draait mijn hoofd op volle toeren. Ik moet school informeren, ik moet de bank bellen over de hypotheek, misschien blijf ik maar beter in het logeerbed slapen, wanneer gaat Jochem eigenlijk weg? Ik wil dan sowieso niet thuis zijn. Moet er toch niet aan denken dat hij met zijn koffer in de deuropening staat en de kinderen en ik achterblijven in ons huis.

“Mahaaaaaammmm!” hoor ik ineens. Nine’s stem trekt me met veel moeite weer het - overigens prachtige - duinlandschap in. “Kijk dan mam, paarden!” Ze glundert.

Een kudde paarden, ik zou denken dat het przewalskipaarden zijn, door die blonde vacht en zwarte rand bij de manen, graast gemoedelijk van het duingras.

“Vet!” roept Mats en hij staat meteen in de startblokken om er naartoe te rennen.

“Neehee sukkel,” werpt Nine zich op als alwetende, “je moet nooit druk doen bij paarden want dat is gevaarlijk. Kunnen ze ineens gaan rennen of je een keiharde trap geven.”

“Klopt,” zeg ik. “Kijk maar gewoon vanaf hier hoe mooi ze zijn. Hoe prachtig en krachtig de natuur is.” Ik word geraakt door mijn eigen woorden. En ineens voel ik het, een warme golf rolt vanuit mijn bekken naar mijn borst. Krachtig zijn we, net als paarden. Alle vier trouwens. De lente komt, de bloesems openen zich en zoals elk jaar groeien de nieuwe vruchten vanzelf weer om ons heen. We moeten alleen even geduld hebben om ze te plukken.

Fotografie: Shutterstock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden