null Beeld

Marjet (68) en Ineke (68) zetten zich in voor roze ouderen: “Dat je je laatste levensjaren open kunt zijn over wie je bent. Dat is mijn drijfveer”

De Pride 2020 vindt dit jaar niet fysiek plaats in Amsterdam. Maar dat houdt de ambassadeurs niet tegen. Zo ook Roze 50+-ambassadeurs Ineke Konijn (68) en Marjet Bos (68) niet. Ineke kwam na een ingewikkelde periode tijdens haar heterohuwelijk uit de kast en ook Marjet worstelde lange tijd met haar lesbische gevoelens. Inmiddels hebben de 2 vrouwen een relatie en maken zij zich hard voor andere roze ouderen. 

Het proces van realiseren dat je homoseksueel of lesbisch bent tot uit de kast komen, kan een enorme worsteling zijn. Hoe was dat voor jullie?

Ineke: “Ik zat al 16 jaar in een heterohuwelijk toen ik verliefd werd op een vrouw. Ik was weer een opleiding gaan volgen en viel als een blok voor de lerares. Het huwelijk met mijn man liep al een tijd niet goed, ik was erg ongelukkig. Mijn moeder dacht dat ik overspannen was. Maar dit verklaarde alles. Eerst durfde ik er niet aan toe te geven. Maar op een dag zei m’n moeder tegen me: ‘Kind, je moet nu voor jezelf gaan zorgen.’ Dat was het duwtje in de rug dat ik nodig had. En langzamerhand ben ik toen mijn lesbische gevoelens gaan ontdekken.”

En hoe was dat bij jou, Marjet?

Marjet: “Voor mij was het al heel vroeg duidelijk dat ik lesbisch was. Een ‘zandbakpot’ noem ik mezelf ook wel: toen ik in de zandbak speelde wist ik namelijk al hoe het zat! Ik herinner me nog een moment met mijn tante. Toen ik een jaar of 7 was vroeg ze me of ik al een vriendje had. ‘Ik vind meisjes leuker’, antwoordde ik bleu. ‘Dat gaat wel over’, zei ze terug. Mijn hele tienertijd heb ik daaraan gedacht. Ik merkte dat ik echt niet op jongens viel. Maar de opmerking van mijn tante zorgde ervoor dat ik nog jaren niet uit de kast durfde te komen.”

Hoe veranderde dat uiteindelijk bij je?

Marjet: “In mijn studententijd ontmoette ik een jongen die homo was en er ging een wereld voor me open. Ik durfde voor het eerst eerlijk te zeggen wat ik voelde. Pas toen ik op mijn 30e voor het eerst echt verliefd werd, heb ik het ook aan mijn ouders verteld en werd ik er opener over naar de buitenwereld. Totdat ik terug verhuisde naar Groningen. Ik ging werken en ging terug de kast in, in zekere zin. Ik vertelde aan bijna niemand dat ik lesbisch was. Als geestelijk verzorger wilde ik niet dat mijn geaardheid een barrière zou zijn voor mensen om met me te praten.”

Er heerst dus nog altijd een gevoel dat homoseksualiteit niet wordt gewaardeerd in de werksfeer.

Ineke: “Zeker, dat heb ik ook gemerkt. Als ergotherapeut werk ik veel 1 op 1 met mensen. Op een dag begon een cliënt van mij te tieren over homoseksuele mensen tijdens de Pride. ‘Wat een vieze mensen allemaal’, foeterde hij tegen me. ‘Kijk hoe vies ze er allemaal uitzien.’

Vreselijk, dat dat soort dingen nog altijd worden gezegd over niet-hetero’s. ‘Maar ik ben zelf ook lesbisch’, zei ik hem. ‘En ben ik een goede ergotherapeut?’. Hij moest toegeven van wel."

Anno 2020 lijkt het soms alsof we er al zijn, alsof homoseksualiteit helemaal geaccepteerd is. Maar ik kan me voorstellen dat dit soort situaties ervoor zorgen dat homoseksueel zijn nog altijd angsten met zich meebrengt.

Ineke: “Ik voelde dat al toen ik er net achter kwam dat ik lesbisch was. Toen ik voor het eerst bij de psycholoog vertelde dat ik misschien op vrouwen viel zei ik ‘ik ben bang dat ik lesbisch ben’. Zo diep zat die angst.”

Marjet: “Vooral voor mensen van onze generatie is het moeilijk om uit de kast te komen. Wij zijn beiden 68 en zijn opgegroeid met het idee dat homoseksualiteit een taboe is.”

Ineke: “‘Die Wim Sonneveld, die is zó homo’, zeiden mijn ouders vroeger tegen me. Normaal was het niet. Pas toen ik in Amsterdam ging wonen en ging studeren, zag ik een andere kant. Daar dansten bij het COC de mannen met elkaar. Maar om zelf openlijk uit de kast te komen blijft eng. Je bent altijd bang om uitgesloten te worden.”

Hoe hebben jullie dat ervaren bij andere roze ouderen tijdens jullie werk in verzorgingshuizen?

Marjet: “Als geestelijk verzorger viel mij al jaren op dat ouderen gewoon niet open durven te zijn over homoseksualiteit. Zelfs niet bij mij, terwijl ik in mijn werk een vertrouwenspositie had. Een vrouw die haar echtgenote verliest kan daar in een verzorgingshuis amper over praten. Terwijl haar buurvrouw die net haar man verloren is wel alle steun van de wereld krijgt. Zo schrijnend.

Juist omdat onze eigen coming outs zo bevrijdend waren, willen we ons hard maken voor deze mensen. Zodat ook zij op een open en eerlijke manier kunnen leven. Toen ik met pensioen ging ben ik me dan ook gaan inzetten voor de organisatie Roze 50+. Het is zo belangrijk dat je je leven op een goede manier kunt afsluiten. Dat je laatste levensjaren vrolijk zijn en je open kunt zijn over wie je bent. Dat is mijn drijfveer.”

Op welke manier zetten jullie je in voor roze ouderen?

Ineke: “Marjet gaat samen met 2 muzikanten, Klaas en Vincent, bij verzorgingshuizen langs. Onder de naam Aal goud? geven ze een liedjes- en verhalenprogramma over homoseksualiteit. Wat ze doen is heel persoonlijk en mooi. En nog altijd heel erg nodig.

Homoseksuelen worden op straat nog altijd in elkaar geslagen. In de wandelgangen van verzorgingshuizen wordt nog altijd lelijk gesproken over homoseksuelen en veel medewerkers daar weten nog altijd niet dat er ook homoseksuele en lesbische bewoners bij hen wonen. Maar als je beseft dat 7% van de bevolking homoseksueel is, kan dat bijna niet. Ze zijn er wel, maar durven er niet voor uit te komen.”

Op welke manier brengt Aal goud? daar verandering in?

Marjet: “Als lesbische, homo en bi vertellen we onze eigen verhalen. Klaas en ik vertellen bijvoorbeeld hoe we als jonge jongen en meisje in een dorp op het Groningse platteland achter onze geaardheid kwamen. We zijn er niet om mensen uit de kast te trekken, maar om mensen de gelegenheid te geven iets te vragen. Meer over het onderwerp te leren. Door iets over onszelf te vertellen geven we ze een opening om iets over zichzelf te delen.”

Ineke: “Dat doen ze op een heel kwetsbare manier. Daarom werkt het zo goed.”

Wat brengt het programma teweeg in verzorgingshuizen? Is er sprake van meer acceptatie of openheid rondom homoseksualiteit?

Marjet: “De reacties zijn heel mooi. Laatst stak een meneer zijn vinger op en zei hij ineens: ‘We zijn allemaal Mens met een grote ‘M’. Deze man bleek een lesbische dochter te hebben en op deze manier liet hij zich uit over homoseksualiteit. Achteraf bleek deze man dementerend te zijn en had hij al 3 maanden geen zinnig woord gezegd. Maar onze voorstelling maakte dit bij hem los. Ineens was hij helder, duidelijk en stond hij op voor zijn dochter.

Een andere vrouw durfde na ons programma openlijk over haar kleinzoon te praten met haar medebewoners. Hij was homo en had een vriend in Engeland. Er zitten zo veel trotse oma’s in de verzorgingshuizen, maar deze vrouw durfde nooit openlijk over haar kleinzoon te praten.”

Ineke: “Na zo’n voorstelling komt er een nagesprek met de zorginstelling. Daar probeert Marjet ze warm te krijgen voor de Roze Loper. Als een zorginstelling zich daarbij aansluit gaan ze een traject in. Dat traject doen Marjet en ik samen. Hierin wordt gekeken naar hoe LHBTI-vriendelijk een zorginstelling is. Waar verbetering nodig is, gaan we aan de slag met speciale programma’s. Als een zorginstelling uiteindelijk helemaal voldoet aan de eisen, krijgen zij een roze loper. Daarmee tonen ze aan dat ook roze ouderen welkom zijn en zichzelf kunnen zijn in de instelling.”

Marjet: “Het is mooi om dit samen te kunnen doen. We zijn een goed team en gunnen alle ouderen dat ze kunnen leven in openheid. Net zoals wij."

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Interview: Eva Breda. Beeld: Ineke en Marjet.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden