null Beeld

PREMIUM

Maurice de Hond: “Het overlijden van iemand heeft ook positieve componenten”

Afgelopen jaar overleed Marc (42), de zoon van opiniepeiler Maurice de Hond. Hij probeert geen ruimte te geven aan het gemis. “Het heeft niet zo veel zin je leven te laten bepalen door wat er niet is.”

Een heftig jaar?

“Ja. Maar buitenstaanders zien iemands overlijden vaak alleen maar als iets negatiefs. Ik vind dat het ook heel veel positiefs kan hebben. Dat heb ik al eens ervaren toen mijn vrouw veertig jaar geleden overleed. Haar overlijdensproces leek erg op dat van Marc. Zij hadden allebei de kracht om in die laatste maanden zo open met de situatie en hun dierbaren om te gaan, waardoor er nog heel veel moois ontstond. En dan heeft het overlijden van iemand ook veel positieve componenten. Je zegt bijvoorbeeld wat je voor elkaar betekent, iets wat je normaliter nooit zo uitspreekt.

Marc en ik hebben elkaar een brief van vijftien kantjes geschreven over onze relatie, en die aan elkaar voorgelezen. Zoiets doe je normaal niet. Dat zorgt ervoor dat je het leven van degene die veel te jong overlijdt op een bepaalde manier toch compleet maakt. Mijn vrouw zei vlak voor haar dood: ‘Als ik moet kiezen tussen hoe het nu gaat en over tien jaar een hartaanval krijgen, dan ben ik blij dat het op deze manier is gegaan.’ Veel buitenstaanders begrijpen dat alleen niet. Die horen alleen dat iemand is overleden en zijn daardoor geschokt. Dat zijn ook de reacties die ik krijg. ‘Ik moet er niet aan denken dat mijn kind zou overlijden!’ Ik zeg weleens: als het een verkeersongeluk was geweest, was het ook iets totaal anders geweest.”

Marc deelde zijn emoties openhartig. Ben jij ook zo gebakken?

“Ik ben absoluut niet zo gebakken. Maar in de twee-eenheid met mijn vrouw, en ook met Marc, was ik wel zo. En ik merk dat ik ten opzichte van mijn huidige vrouw en mijn dochter wel anders ben in het uiten van mijn emoties dan vroeger. Ik zeg eerder wat iemand voor me betekent.”

Hoe komt het dat je daar niet zo goed in bent?

“Ik heb het van huis uit niet meegekregen. Mijn ouders waren niet gewend over hun gevoelens te praten. Zij waren overlevers van een concentratiekamp, maar hebben over die emoties nooit gesproken. Als ik al iets over de oorlog hoorde, dan was het altijd anekdotisch. Wat al helemaal nooit ter sprake kwam, was het gemis van hun familieleden die in de oorlog zijn omgekomen.”

Mis je Marc?

“Ja, maar dat verdring ik, denk ik. Het heeft niet zo veel zin je leven te laten bepalen door wat er niet is en wat je toch niet kunt veranderen. Ik probeer geen ruimte te geven aan het gemis. Als er negatieve gevoelens komen, probeer ik die altijd zo snel mogelijk te vervangen door positieve. En dat lukt me blijkbaar.”

Misschien dachten je ouders er ook zo over en hadden ze het daarom niet over het gemis van hun familieleden.

“Ja, nee, dat is zeker zo. Ik denk dat je een concentratiekamp ook alleen maar kunt overleven door naar voren te kijken, en niet naar opzij of naar achteren. Dat vertelden mijn ouders ook. Zodra mensen gingen nadenken over wat hun familie was aangedaan, leefden ze niet lang meer. Omdat je wilskracht om te overleven dan was verdwenen en zonder dat overleefde je het niet. Ik denk dat de manier waarop ik met het verlies van Marc omga ook wel genetisch bepaald is. Dat zal bij Marc ook het geval zijn geweest. Marc en ik leken erg op elkaar qua karakter. We hebben heel veel samen meegemaakt. Hij was drie toen zijn moeder overleed, daarna kwam zijn tweede moeder en na de scheiding van haar hebben we vijf jaar alleen gewoond. Stilzwijgend zaten Marc en ik op zo veel punten op een lijn.”

Moet je af en toe wel even huilen?

“Bepaalde muziek kan me wel ontroeren. Zoals het liedje dat tijdens zijn afscheidsceremonie werd gedraaid, met de tekst: only the good die young. Dat is dan niet keihard huilen, er komen geen tranen.”

Is het wel gezond om geen ruimte te laten voor gemis? Of vind je dat therapeutenpraat?

“Ja, dat vind ik therapeutenpraat. Ik heb daar geen behoefte aan. Een paar dagen na het overlijden van mijn vrouw was ik zoals ik nu ook ben na Marcs overlijden. Mijn moeder zei destijds ook tegen me: ‘Goh, je bent zo sterk, maar thuis zul je wel huilen toch?’ Toen zei ik: ‘Denk je nou even het volgende in. Ik geloof niet in het hiernamaals, maar stel dat ze op een wolk zit en mij ziet. Hoe denk je dan dat ik haar gelukkiger maak? Als ik mezelf verwaarloos en zeg dat ik niet meer verder wil? Of als ik laat zien dat ik verder kan?’ Zo doe ik dat ook bij Marc. Door het op die manier te visualiseren, voel ik de kracht om door te gaan.”

Staat het intieme relaties niet in de weg als je jouw kwetsbaarheid zo wegredeneert?

“Ik heb niet het gevoel dat mijn intimi het gevoel hebben dat ik me niet kwetsbaar opstel, integendeel. Ik denk dat dat ook komt door de afkomst van mijn derde vrouw. Zij is Cubaanse en zo warm, gezellig en vriendelijk. Ik heb bij mijn huidige vrouw en haar familie de sfeer teruggevonden waarover mijn ouders vroeger vertelden. De sfeer die er voor de oorlog was onder arme mensen in de Jodenbuurt, die veel voor elkaar over hadden en gezellig en warm met elkaar waren. Dat ervaar ik in deze Cubaanse familie ook. Daarmee zeg ik niet dat ik zelf ook zo ben, want dat is blijkbaar mijn karakter niet.”

Twee dagen na Marcs overlijden was je te gast bij de talkshow M. Ook je deelname aan het coronadebat ging onverstoorbaar door. Dat gaat er soms verhit aan toe. Kan jouw toegenomen kwaadheid onderdeel zijn van je rouwproces?

“Nee hoor. Mijn boosheid komt door zogenaamde wetenschappers die alle belangrijke ontwikkelingen in het buitenland over aerosolen en het belang van ventilatie missen en daarmee Nederland onnodig een afgrond in leiden. ‘Was je handen stuk’, zegt Mark Rutte steeds, terwijl hij veel beter kan zeggen dat je goed moet ventileren.”

Marc zei in zijn afscheidsinterview dat postuum in Volkskrant Magazine verscheen: “Mijn vader vergeet soms dat je een publiek ook voor je moet winnen. Hij gaat op een berg staan en roepen: ‘Ik heb gelijk, ik heb gelijk!’ Terwijl het helpt als je dan ook een beetje sympathiek overkomt.”

“Als mensen gaan roepen: ‘De toon bevalt me niet’, dan is dat een schijnargument om niet op de inhoud te hoeven ingaan.”

Het was ook je eigen zoon die het zei.

“Ja, maar ik ben het niet eens met zijn waarneming. Ik heb zo veel mails gestuurd waar niemand op reageerde. Naar kranten, naar politici. Als je weet dat er honderden, zo niet duizenden mensen onnodig in het verzorgingshuis sterven en mensen niet naar je luisteren als je zegt dat er iets aan het ventilatiesysteem moet worden gedaan, dan word ik wel een beetje kwaad. Ik word zo vaak niet serieus genomen. En áls ze over me schrijven, is het denigrerend.”

Heb jij daar zelf last van? Dat je denkt: wat ben ik de laatste tijd veel boos?

“Nee, ik ben niet zo veel boos. Ik kan alleen niet tegen onrechtvaardigheid gekoppeld aan domheid, waardoor we een soort harakiri hebben gepleegd op onze economie, op onze samenleving. Daardoor zal de stabiliteit tussen landen in de toekomst volledig weg zijn. De komende tien jaar zullen we er veel slechter voor staan dan tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig.”

Kun je dat wel zo stellig zeggen? Er zijn deskundigen die het tegenovergestelde beweren...

“Nee, maar je kunt wel zien hoe groot de inzakking tot nu toe al is. Ook weet je dat we er nog niet vanaf zijn.”

Waar ben jij bang voor?

“Ik ben bang voor een wereld die veel minder welvarend en onveiliger is voor mijn kinderen en kleinkinderen dan had gehoeven. Daar kan ik me kwaad om maken. Dat betekent niet dat ik in de dagelijkse praktijk boos of miskend ben. Helemaal niet juist. Ik denk niet dat mensen mij zouden definiëren als een opgewonden standje. Ik heb ook nooit ruzie met mensen in de privésfeer. Ik ben heel rustig en gematigd. Alleen, ja, er zijn weleens mensen in mijn leven geweest die me een streek flikten. Dan is het voor mij over, punt. Dan wil ik geen contact meer en is het afgedaan. Verder ontvlamt mijn boosheid alleen als mensen met macht ritselen en rotzooien, waardoor iemand onder de wielen terechtkomt, en ze vervolgens niet bereid zijn hun fouten te onderkennen.”

Denk je dat jouw joodse komaf nog meespeelt? Dat je daardoor wantrouwiger bent naar machthebbers?

“Het kan wel met mijn familiegeschiedenis te maken hebben. Ik geef autoriteiten niet automatisch krediet, omdat ik weet hoe mensen in de oorlog die autoriteit hebben misbruikt.”

Snap je in die zin de Lange Fransen van deze wereld?

“In zekere zin wel. Als jij de leden van het OMT als intelligente mensen beschouwt, die ervoor hebben gestudeerd, en je die vervolgens dingen hoort roepen die je onlogisch vindt, dan probeer je daar een verklaring voor te vinden. Omdat complotdenkers die mensen zo hoog hebben zitten, denken ze dat er dan wel een plan achter moet zitten. Ik merk juist vaak dat organisaties die sterk en goed lijken, achter de schermen behoorlijk houtje-touwtje georganiseerd zijn, dus mijn stelling is: als ze hun eigen organisatie al niet op orde kunnen krijgen, dan kunnen ze al helemaal geen groot complot organiseren. Complotdenkers overschatten de machtshebbers, ik heb er een gevoel van onkunde bij. Een van de belangrijkste redenen waarom mensen in de fuik van de complottheorieën terechtkomen, is dat ze niet serieus worden genomen door mensen die zij belangrijk vinden, denk ik. Daardoor worden ze min of meer gedwongen op zoek te gaan naar mensen die hen dat gevoel wel geven.”

Het lijkt bij jou een gevoelig punt: als jij niet serieus wordt genomen, dan kan jou dat erg krenken.

“Als dat tot gigantische onrechtvaardigheid leidt, ligt dat wel gevoelig, ja. Dat zou ik zelf nooit doen. Ik zal altijd proberen op argumenten met andersdenkenden te discussiëren. Mijn ouders hebben alleen maar de lagere school gedaan. Mijn vader moest vanaf zijn elfde zijn ouders meehelpen in hun fruitstal. Mijn ouders waren intelligente mensen, die het nieuws op de voet volgden, maar geen opleiding hadden genoten. Ik was de eerste van mijn familie die naar de hbs (hogereburgerschool) ging. Alle kennissen van mijn vader waren mensen van de markt, selfmade ondernemers, die na de oorlog op het laagste van het laagste niveau waren begonnen. Ik heb me nooit daarboven verheven gevoeld. Toen ik als dertienjarige gymnasiumadvies kreeg, ben ik ook om die reden naar de hbs gegaan; ik vond de leerlingen op het gymnasium hautain, ik wilde daar niet tussen zitten.”

Dus ‘serieus genomen worden’ is wel een thema voor je?

“Ja. Het hangt ook erg samen met hoe ik in het leven sta, dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Als er iets was misgegaan, zei mijn vader nooit tegen me: ‘Had ik het niet gezegd!’ Dat vind ik ook echt een verschrikkelijk zinnetje. Bij een probleem was zijn eerste reactie altijd: ‘Hoe lossen we het op?’ Toen ik op mijn achttiende met mijn rijbewijs thuiskwam, had mijn vader net drie weken een nieuwe auto. ‘Gefeliciteerd’, zei hij, en gaf mij de sleutels van zijn auto. ‘Nu stap je in die auto en rijd je de binnenstad van Amsterdam in. Niemand erbij, gewoon, ga maar.’ Dat zegt alles.

Zo heb ik het ook echt geprobeerd te doen met mijn kinderen. Ik neem ze van jongs af aan heel serieus. Daardoor was ik altijd een vriend van ze, een vertrouwenspersoon. Er waren zelden of nooit conflicten. Toen mijn kinderen hun rijbewijs kregen, reageerde ik hetzelfde als mijn vader destijds bij mij. Dus ja, ik kwam er zelf niet op, maar nu je dat zo zegt, denk ik dat ‘serieus genomen worden’ inderdaad een belangrijk thema voor me is. Als er nou een leidmotief is in mijn leven, dan is dat het. Maar ik krijg ook veel steun, hoor. Als ik op straat loop, word ik om de vijf minuten aangesproken door mensen die mij bedanken en die zeggen: ‘Je bent mijn grote held, door jou kan ik deze wereld doorstaan.’ Er was zelfs iemand die letterlijk op zijn knieën viel voor me. Dus gelukkig word ik door veel mensen ook wél serieus genomen.”

Over Maurice de Hond

Maurice de Hond werd op 8 oktober 1947 geboren in Amsterdam. Hij studeerde Sociale Geografie aan de Universiteit van Amsterdam en was projectleider en directeur bij marktonderzoeksbureau Inter/View. Sinds 2002 is hij actief met zijn internetpanel Peil.nl en komt wekelijks met de stand van zaken onder het electoraat in Nederland.

Interview: Nathalie Huigsloot. Fotografie: Brenda van Leeuwen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden