null Beeld

PREMIUM

Memoires van een maîtresse – Deel 42: “Ik druk mezelf nog even dicht tegen hem aan, nu het nog kan”

Was het nou echt aan met de Kapitein? Sabine vindt het maar ingewikkeld. Duidelijkheid van hem hoeft ze voorlopig nog niet te verwachten en dus trekt ze haar eigen plan. 

“Zeg maar tegen je collega’s dat je buiten de deur luncht, meis,” roept hij vrolijk door de telefoon. “Ik kom je om 12.00 uur halen. Met verse broodjes en een colaatje. Zelf gesmeerd, hè.” Mijn wangen gloeien ervan. Dit soort verrassingen zijn mijn lievelings, maar ik heb het zó druk vandaag. Morgen is de presentatie van Van Oost en die moet vanmiddag echt af. “Hmmm, ik zou graag willen liefje, maar dat lukt me echt niet.”

“Tuurlijk wel, meis. Overmorgen vaar ik weer uit, en ik wil je graag nog zien van tevoren. Om 13.15 uur ben je weer terug. Beloofd.”

Uiteraard pak ik om 11.59 uur mijn jas van de kapstok en roep gauw iets over een lunchafspraak in de kantoortuin. Ik ben al weg voordat iemand me ook maar een vraag kan stellen. Op de parkeerplaats staat hij me al op te wachten. Helemaal in het zwart, zoals ik hem het liefste heb. En dat weet ‘ie. Zijn pretoogjes stralen me tegemoet zodra ik het portier open. “Kom gauw zitten mooierd, we gaan weg hier.”

Met een ferme draai parkeert hij achteruit op een landweggetje in de polder. Woest aantrekkelijk vind ik dat, de mannelijke manier waarop hij auto rijdt. Zo anders dan Thijs dat ooit deed. Een goeie loebas is het, maar geen alfaman zoals de Kapitein. We zijn ons allebei maar wat bewust van de tijd, dus dat betekent: aanvallen. Mijn handen glijden automatisch onder zijn shirt en hij wipt mijn borsten behendig uit mijn beha. Ze staan erbij als twee bleke puddinkjes, maar dat lijkt de Kapitein niet te deren. Hij valt aan alsof hij een week niets gegeten heeft.

Wat een lieverd

Een keiharde claxon brengt ons meteen weer bij de les. Een grote pick-uptruck staat met zijn neus naar ons toe en gebaart dat hij erlangs wil. Blijkbaar versperren we de weg naar zijn weiland. Vlug hijs ik mijn topje op en de Kapitein geeft vol gas. Pshhhhhh! De auto ronkt, maar we komen geen centimeter vooruit. Hoe vaker hij het probeert, hoe dieper we vast komen te zitten in het gras. Oh nee! En het is al 12.30 uur ook, we moeten echt zo terug.

De boer stapt uit en tikt op het raam. “Hebbie nie een plankie voor d’ronder? Dan ben je zo weg.” Nee, tuurlijk hebben we geen plankje. De Kapitein pakt een flesje water uit de achterbak en legt die onder het voorwiel. Yes! Het werkt. “Ik breng je weer naar kantoor meis. Wel heerlijk dat je er was joh.” Ik druk mezelf nog even dicht tegen zijn schouder aan, nu het nog kan.

Op de parkeerplaats voor de deur geeft hij me zijn zelfgesmeerde broodjes, persoonlijk ingepakt in aluminiumfolie. Wat een lieverd. “En, ik heb nog iets voor je. Een kleinigheidje, voor kerst alvast,” glundert hij. Ik herken meteen het chique tasje van het grootste warenhuis van Amsterdam. Met een zenuwachtige blijdschap pulk ik het strikje los. Het is een zwart zijden jurkje. “En? Vind je hem mooi? Hij zal je vast prachtig staan.” Ik knik en probeer te lachen. Een mooi jurkje is het zeker. Maar: de tijd dat ik maat 38 droeg zonder stretch is toch zeker 10 jaar geleden. Moet ik het zeggen? “Ik twijfelde even over je maat, maar mijn vrouw heeft al jaren 36 en jij zit daar wel een beetje boven natuurlijk, dus dan is dit wel goed toch?” Au. Thuis leg ik het jurkje meteen in de kast. Als ik nou heel goed sport, dan past het misschien wel, als ‘ie straks weer terug is.

Romantisch

Het is donderdag en vandaag vaart de Kapitein weer uit. Wat een timing, zo net voor kerst. Ik weet dat hij rond 09.00 uur in IJmuiden aan boord gaat en ik besluit erheen te rijden als verrassing. Kan ik hem nog gauw een klein kerstcadeau geven voor aan boord. Ik heb een foto van ons samen midden in een boek geplakt. Best romantisch, al zeg ik het zelf.

Eenmaal in de haven zie ik hem al staan, op de brug. Hij heeft een pet op, maar geen uniform aan. Zijn eigen groene jas draagt ‘ie. Met mijn lichten sein ik naar zijn raam en na een paar keer proberen ziet hij me. Hij komt meteen naar me toe. “Lieverd! Wat doe jij hier?” “Hier, een kleinigheidje,” zeg ik en ik geef hem snel het boek. Een voorzichtig kusje kan er nog net af, en dan stapt hij aan boord. Ik moet ook gaan.

Mijn navigatie slaat op hol in dit ruwe havengebied en ik kan de juiste afslag niet meer vinden. Na drie tevergeefse rondjes stop ik even, en vraag ik de weg aan een havenarbeider. Met wilde armgebaren legt hij me uit dat ik eigenlijk best goed op weg ben, maar toch echt verkeerd zit. En dan zie ik achter hem ineens een zwarte Volvo aankomen rijden. Huh? Is dat…? Ja. Hij rijdt zijn auto in een loods en nog geen minuut later komt er met gierende banden een grote zilveren SUV naar buiten. Ik zie nog net een glimp van de groene jas van de bestuurder…

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden