null Beeld

PREMIUM

Memoires van een maîtresse – Deel 44: “Kunt u nu ook zwanger zijn?”

Na een helse achtervolging ziet Sabine haar Kapitein in de kop van Noord-Holland een politiebureau binnenlopen. Ondertussen liegt hij glashard tegen haar dat hij aan boord is, en dan wordt het haar allemaal teveel.  

Alsof mijn hoofd in een iglo ligt. Keihard en ijskoud. “Mevrouw? Hoort u mij?” hoor ik in de verte en meteen suist er een golf van misselijkheid door mijn lijf. Voorzichtig duw ik mezelf op. Mijn hoofd bonkt en ik heb nauwelijks kracht in mijn benen. “Blijf maar even zitten meisje,” sust een vrouw van een jaar of 60 me toe. Ze heeft lieve bruine ogen en slaat haar sjaal om mijn schouders. “Ik ben flauwgevallen he,” mompel ik. “Ja,” zegt ze. “Ik heb een ambulance gebeld,” en ze knijpt zachtjes in mijn hand.

"Hebt u gedronken?"

Daar komt ‘ie al de hoek om. De ambulancebroeders hijsen me voorzichtig op de brancard en pas dan heb ik in de gaten dat er een straaltje bloed over mijn wang stroomt. “Dat is een lelijke klap geweest mevrouw. Wat is er precies gebeurd?” Ik vertel dat ik uit de auto stapte en daarna bijkwam op de grond. “Dat is niet zomaar hè mevrouw. Hebt u gedronken? Bent u gestrest?” Ik moet lachen. Dronken zeker niet, het is net middag. “Stress heb ik wel ja, maar ik ben ook wel wat gewend hoor,” doe ik stoer. “Heb je een bakje voor me? Ik ben ontzettend misselijk.”

De broeder, hij stelt zich voor als Marc, geeft me een infuus. “Dit helpt tegen de misselijkheid meisje. We nemen je toch even mee naar het ziekenhuis, want die wenkbrauw van je moeten ze even hechten.” Ik knik en kan het niet laten om ondertussen naar het politiebureau in de verte te kijken. Zou de Kapitein nog binnen zijn?

En ja hoor. De ambulance trekt de aandacht en er komen twee agenten op ons af lopen. Achter hen zie ik de Kapitein weer naar buiten stappen, in zijn groene jas. Hij kijkt naar me en ik steek mijn hand op. Ziet hij me niet? Of kijkt hij dwars door me heen? “Zit je nou ondertussen te socializen?” lacht de broeder. “Geen wonder dat je stress hebt. Vrouwen doen altijd maar alles tegelijk.” Ik lach mee, als een boer met kiespijn.

Boos en verward

Zodra we wegrijden in de ambulance, grabbel ik mijn tas door. Op zoek naar mijn telefoon. Ik maak mijn lelijkste selfie ooit, met verband om mijn hoofd en klodders droog bloed en uitgelopen mascara op mijn wangen. Kun je me bellen? X typ ik erbij en stuur ‘m naar de Kapitein. Ik ben boos, verdrietig en verward tegelijk. En misselijk ook, potver. Ik dacht dat zo’n infuus wel snel zou werken, maar dat valt vies tegen.

In het ziekenhuis moet ik het hele verhaal nog een keer vertellen. En ik vertel alles. Over de break-up met Thijs, de Kapitein, de haven, de achtervolging, het politiebureau en de vrouw met de lieve bruine ogen die me vond op de stoep. “U hebt nogal wat op uw bordje he,” zegt de verpleegster. “Val je wel vaker flauw?” “Ja,” zeg ik. “Dit gebeurde me een paar jaar geleden ook. Toen was ik…zwanger.” “Kunt u nu ook zwanger zijn?” Ze vraagt het alsof ik iets verkeerds heb gegeten. Ik kijk haar verschrikt aan en denk aan mijn menstruatie, die ik inderdaad al even gemist heb. “Zal ik meteen maar even bloedprikken dan?”

Eenzaam

Het hechten valt reuze mee. Nu moet ik alleen nog wachten op de bloeduitslagen en dan mag ik naar huis. De verpleegster wil wel een taxi voor me bellen zei ze. Ik heb me zelden zo alleen gevoeld. Ik waak als een hond over mijn telefoon, maar hij gaat niet. En het vinkje in Telegram ligt er net zo eenzaam bij als ik.

“Ja, hier rechts,” hoor ik op de gang. Ik kijk naar de deuropening en lach – ondanks de pijn – mijn grootste lach als ik zie wie er binnenkomt…

Beeld: IStock

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden