null Beeld

PREMIUM

Merari had jarenlang geen vaste verblijfplaats: “Daar ging ik wéér, met mijn dochter en een paar tassen”

Met haar dochter Jazlynn (8) zwierf Merari (28) vele jaren van adres naar adres. Ze logeerden bij vrienden en verbleven in opvanghuizen. Sinds kort wonen ze in hun eigen appartement. “Ik moest mezelf in mijn arm knijpen, zo onwerkelijk voelde het.”

“Sinds we hier wonen, voel ik me lichter. Jazlynn danst van kamer naar kamer. Na school rent ze naar huis. Deze plek geeft ons de veiligheid die ik zelf zo heb gemist in mijn jeugd. Mijn ouders waren verslaafd aan alcohol en drugs en maakten veel ruzie. Als kind voelde ik altijd de spanning die in huis hing, maar ik wist niet beter. Mijn twee jaar oudere zus en ik waren daardoor al jong zelfstandig. We gingen zelf naar school en waren veel buiten.Verslaving is een ziekte. Mijn ouders konden ons daardoor niet geven wat we als kind nodig hadden: warmte en geborgenheid. Toch weet ik dat ze van ons hielden. Zo waren er met kerst en sinterklaas altijd cadeaus, ook al was er niet veel geld. En mijn moeder zorgde er ondanks alles voor dat we te eten kregen en er verzorgd uitzagen, onze haren netjes gekamd. Daarom duurde het lang voor iemand doorhad dat er in ons gezin iets mis was.”

Overlevingsstand

“Toen ik een jaar of negen was, werden we uit huis geplaatst. Ik vermoed dat een juf aan de bel heeft getrokken.

Hoe het precies is gegaan, weet ik niet meer. In die tijd gingen mijn ouders uit elkaar, al stond mijn vader nog weleens onverwacht op de stoep. Ik had liever dat hij wegbleef want hun extreme ruzies liepen vaak uit op geweld.

Met dat beeld in mijn hoofd lag ik wakker in het kindertehuis waar we naar toe waren gebracht. We gingen van het ene tehuis naar de volgende opvangplek en woonden een tijdje bij een pleeggezin. Als we weer weg moesten, pakte ik mijn tas en vertrok. Ik kan me niet herinneren dat ik verdrietig of boos was, ik deed gewoon wat van me werd verwacht. Na twee jaar gingen we ineens terug naar huis. Ik heb geen idee waarom, daar was niets veranderd. Met lood in mijn schoenen liep ik naar binnen, ik wist exact wat ik zou aantreffen. Als mijn moeder had gebruikt was ze vrolijk. Had ze het niet, dan werd ze depressief en van drank werd ze juist agressief.”

Moeder worden

“Met vallen en opstaan werd ik ouder. Op mijn zeventiende kreeg ik een vriendje dat na een paar maanden vroeg of ik bij hem wilde intrekken. Hij woonde nog thuis, met zijn ouders en vier andere kinderen. Ik vond het lastig mijn moeder opnieuw achter te laten, maar koos toch voor een leven met hem. Mijn jeugd had me zo beschadigd dat ik geen idee had hoe ik me kon openstellen toen ik daar kwam wonen. Ik denk dat mijn persoonlijkheid moeilijk te begrijpen was, ik was stil en terughoudend. Mijn vriend was mijn steun en toeverlaat, we waren altijd samen.

Jazlynn is geboren toen ik net twintig was. Met onze baby erbij werd het druk in huis, dus gingen we op zoek naar een eigen plek. Via via konden we een maand in een leegstaand huis terecht. Vanuit daar verkasten we weer naar een woning die we konden onderhuren. In nog geen drie jaar tijd zijn we zeker zes keer verhuisd en nooit naar een huis dat echt van onszelf was. Dat bracht veel onrust met zich mee. Ik maakte me ook veel zorgen om mijn moeder, het ging steeds slechter met haar. Mijn vriend en ik hadden in die tijd steeds vaker onenigheid. Toen Jazlynn drie was, besloten we onze eigen weg te gaan.

Toen was ik helemaal alleen, met mijn dochter. Terug naar mijn moeder kon ik niet, haar verslavingen zijn haar fataal geworden. Mijn zus en ik verzorgden haar afscheid. We schoten meteen in de praktische stand en deden wat er moest gebeuren. Mijn verdriet gaf ik geen ruimte en nog steeds vind ik dat moeilijk, terwijl ik mijn moeder zo ontzettend mis. Al deed ze het verre van perfect, ze was wel mijn moeder. En op haar manier probeerde ze voor me te zorgen. Sinds ze er niet meer is, heb ik duizend vragen over haar leven. Ik hoop dat ik ze ooit aan mijn vader kan stellen, we hebben slechts sporadisch contact.”

Kamer huren

“Een vriendin vroeg me of ik samen met Jazlynn bij haar wilde wonen. Ik twijfelde want ik wist uit ervaring dat het leuk en gezellig begint en na een tijdje ontstaan er eigenlijk altijd ergernissen. Maar het was dat of op straat zwerven met een peuter onder mijn arm. Met een tas vol kleding, wat fotolijstjes en toiletspullen trokken we bij haar in. Mijn vriendin maakte het gezellig en troostte me als ik verdriet had om mijn ex. Helaas ontstonden er na een half jaar toch irritaties tussen ons. Ik wilde het wel ter sprake brengen, maar had nooit geleerd lastige gesprekken te voeren. Ook hier moesten we vertrekken en weer stond ik met mijn dochter en tassen op straat, op zoek naar een dak boven ons hoofd. Maar hoe vaak we ook verhuisden, zolang ik bij Jazlynn in de buurt was ging het goed met haar. Ik maakte er voor haar steeds een avontuur van.

Ik kon een kamer huren bij een kennis, dankbaar ging ik daarop in. Maar ook dit was niet zo’n succes. Als mijn dochter druk deed, had hij daar last van. En Jazlynn vond het niet prettig om met hem samen te wonen. Ze plaste weer in bed omdat ze ’s nachts niet naar de wc durfde. Als ze verdrietig wakker werd, wilde ik haar zo snel mogelijk stil krijgen zodat hij niet boos zou worden. Een keer liep ze wel ’s nachts naar de badkamer, ik stond in de deuropening en zag hoe hij haar expres een duwtje gaf. Toen wist ik dat ik ook hier weg moest. De volgende dag ging ik naar de GGD om daar om hulp te vragen. Ik moest een paar keer terug om ze ervan te overtuigen dat ik onderdak nodig had. Zonder familieleden bij wie je terecht kunt, ben je aangewezen op de noodopvang. Daar ging ik weer, met mijn dochter en een paar tassen.”

Noodopvang

“Samen woonden we een jaar in een instelling voor dak- en thuislozen. Tussen de andere gezinnen voelde ik me thuis en gelijkwaardig. Omdat ook deze instelling een noodopvang is, moesten we na een jaar weer weg. Via het Leger des Heils kwam ik terecht in het Jannahuis, een plek die is bedoeld voor vrouwen die al redelijk zelfstandig zijn, maar nog wat ondersteuning kunnen gebruiken voor ze echt op zichzelf gaan wonen. We werden met open armen ontvangen door de andere dames die er woonden. Mijn spullen werden naar binnen gesjouwd, iedereen wilde een praatje maken. Ik klapte wel een beetje dicht van alle aandacht en ging met Jazlynn naar onze kamer om tassen uit te pakken en een foto van mijn moeder op mijn nachtkastje te zetten. Zo is ze altijd bij me.

Deze verhuizing was de ommekeer in ons leven. Had ik maar eerder geweten dat het Leger des Heils ook opvang biedt aan jonge moeders, dan had ik die stap allang gezet. Van mijn begeleidster leer ik om te praten over mijn verleden en na te denken over de toekomst. Ik deed verschillende opleidingen, van schoonheidsspecialiste tot beveiliger. Zij motiveert me nu te ontdekken wat voor werk ik wil gaan doen. Daar ben ik nog niet uit.”

Opgebloeid

“Als je eraan toe bent, gaat het Leger des Heils op zoek naar een definitieve plek. Zo stond ik drie maanden geleden met Jazlynn voor het eerst in ons eigen huis. Ik moest mezelf echt in mijn arm knijpen, zo onwerkelijk voelde het. De eerste nacht deed ik geen oog dicht door alle onbekende geluiden die ik hoorde. Nu we een tijd verder zijn, voel ik dat ik eindelijk tot mezelf kom en ook Jazlynn is opgebloeid sinds we hier wonen. Als haar school uit is, huppelt ze blij naar huis. Als ik zin heb in gezelligheid zoek ik mijn vriendinnen uit het Jannahuis op, zij wonen bijna allemaal in de buurt. Om de week praat ik met mijn begeleidster van het Leger des Heils. Dan drinken we samen thee en kijken we hoe ze mij nog verder op weg kan helpen.

Door alles wat ik heb meegemaakt, weet ik dat iedereen een eigen levensverhaal heeft en dat er niets is waarvoor je je hoeft te schamen. Hoe zwaar het leven ook is, je moet niet opgeven. Er is hulp, voor iedereen. Ik ben dankbaar voor alle hulp die ik kreeg. Jarenlang liep ik op mijn tenen, ik wilde niemand tot last zijn en voorzichtig omgaan met andermans spullen. Geen enkele plek was voor altijd, dat geeft een onrustig en beangstigend gevoel. Telkens als ik ergens mijn draai had gevonden, moesten we weer weg. Elke keer dat ik nu de sleutel in mijn voordeur steek, ben ik trots. Dit is mijn thuis, een veilige plek voor mijn dochter en mezelf.”

Het begint met een huis

Het Leger des Heils is er voor kinderen, jonge moeders, dakloze mensen, verslaafden, prostituees en kwetsbare oudere mensen. De zorg van het Leger is gericht op herstel van het gewone leven, zodat mensen naar vermogen weer kunnen meedoen in de maatschappij. De begeleiding aan huis die Merari nu krijgt, bestaat onder meer uit ondersteuning bij administratie, aanbrengen van structuur en samen doelen stellen. Het is de laatste stap in de voorbereiding naar volledig zelfstandig wonen.Het Leger des Heils pleit al langere tijd voor een dergelijke aanpak op maat, waarin een zo zelfstandig mogelijke woonruimte bovenaan staat. Daarna volgt de rest. Waarom? Dakloosheid is vooral een huisvestingsprobleem. Wie een dak boven het hoofd heeft, heeft een basis om de rest van zijn problemen aan te pakken. Een eigen huis is een aanzet tot het vinden van een baan, uit de schulden komen en je eigen boontjes doppen.legerdesheils.nl

Interview: Yvonne Brok. Fotografie: Karlien van der Geest.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden