null Beeld

Mia (68) bleef jarenlang in contact met de man die haar zoon doodreed

Mia (68) zette de deur open voor de man die haar enige zoon doodreed. Jarenlang hielden ze contact. Er was geen haat, geen wrok. “Twee dagen na het ongeluk zat hij met zijn vrouw bij ons in de woonkamer.”

"Al die jaren na de dood van Pim hielden we contact met Marti en Thea. We hielden elkaar op de hoogte van de grote dingen in onze levens: hun kinderen die geboren werden, de komst van onze kleinkinderen. Marti en Thea kwamen op ons zilveren huwelijksfeest. Naar anderen toe bleven we altijd wat vaag over hoe we elkaar kenden, voor de buitenwereld waren we gewoon kennissen, vrienden. Ze waren er in 1995 ook bij, op Pims begrafenis, op die sombere, grijze februari-ochtend. Er stonden zelfs mensen op het parkeerterrein, zo bomvol zat de kerk. Allemaal vrienden, klasgenoten, leraren van school. En, helemaal anoniem, verstopt in de menigte, zaten Marti en Thea."

Vreemd geluid

"Niemand heeft ooit geweten dat Marti 'de chauffeur' was. Eigenlijk wisten mijn man Piet, onze dochters en ik al meteen dat we hem wilden ontmoeten. Twee dagen na het ongeluk zaten hij en zijn vrouw bij ons in de woonkamer. In het diepste geheim, want Pims vrienden waren uit op wraak. Ergens ook begrijpelijk, van die jonge jongens en meiden die kapot zijn van verdriet en onmacht. Marti vertelde ons over die fatale dinsdagochtend. Hoe hij een vreemd geluid hoorde, dacht dat hij over een drempel reed. Hoe hij zich realiseerde dat er geen drempel wás. Hoe hij uitstapte en Pim zag liggen. Het was een heel bijzondere avond. We praatten, luisterden, zwegen, huilden. Marti was 29, 10 jaar ouder dan Pim was toen hij stierf. Hij en Thea waren net getrouwd. Het was een ongeluk, in de letterlijke zin van het woord. Een ongeluk, zonder schuldige. Pim was nog maar net weg toen het gebeurde. Normaal gesproken liep hij naar school, maar omdat hij onderweg nog langs het postkantoor moest, ging hij dit keer op de fiets. Hij reed rechtdoor, de vrachtwagen sloeg rechtsaf. Een klassiek ongeval, Pim zat in de dode hoek."

Twee slachtoffers

"Marti had formeel schuld, maar hij had Pim écht niet kunnen zien. Er werd aan de weg gewerkt, er stond een tijdelijk verkeersbord dat hem het zicht ontnam. En Pim had zelf natuurlijk ook beter kunnen uitkijken. Dit alles zeiden we tegen Marti, op die avond bij ons thuis. Hij kon er ook niets aan doen. Eigenlijk was hij net zo goed slachtoffer. Van ons had er dan ook geen rechtszaak hoeven komen. We kregen Pim er niet mee terug en vonden dat Marti al genoeg was gestraft, hij was er kapot van. Maar toch moest het, regels zijn regels. We gingen met zijn allen mee naar de rechtbank, we hadden een verklaring op papier gezet. Piet voerde het woord. Hij vertelde dat hij zelf veel op de weg zat, dat het hem ook had kunnen overkomen. Dat het een ongeluk was. Dat wij pleitten voor vrijspraak."

Straf

"Wat Marti ook voor straf zou krijgen, Pim zou nooit meer thuiskomen. Wat zouden wij eraan hebben als Marti jarenlang de cel in zou gaan? Hij was jong, net getrouwd, zíjn leven moest nog beginnen. Moesten wij dat dan kapotmaken? Ons kon niets meer gebeuren, maar hem konden we nog beschermen. Wat hadden we eraan als er twéé gezinnen werden verwoest? We hadden met ons allen iets meegemaakt waar niemand om gevraagd had, en nu was het zaak daar zo goed mogelijk mee om te gaan. Uiteindelijk kreeg Marti een geheel voorwaardelijke rijontzegging en een geldboete."

Noodlot

"We hielden contact. Elk jaar stuurden Marti en Thea ons een bos bloemen op 11 november, Pims geboortedag. We gingen een keer bij hen op bezoek, en wat bleek? Op de schouw stond een foto van Pim, in een lijst met een brandend kaarsje, net zoals bij ons. Zo leefden we verder, met vallen en opstaan. We moesten door. We spraken veel over Pim, als gezin. Veel van zijn vrienden bleven bij ons aanwaaien. Op een gegeven moment bouwden we het contact met Marti en Thea wat af. Bewust, want: we moesten door, wij allemaal, ook zij. Wie achterom blijft kijken, wordt een zoutpilaar. Maar we bleven met elkaar verbonden. En toen sloeg bij Marti het noodlot toe. Een paar maanden voor hij 41 zou worden, overleed hij aan een hersentumor. Hij liet twee zoons achter, klein nog. Een enkeling herkende ons op zijn begrafenis. Het was 2006, elf jaar na de dood van onze Pim. We zijn blij dat hij in elk geval twee kinderen heeft mogen krijgen. Thea zien we nog af en toe."

Bizar toeval

"Het contact met Marti en Thea heeft ons zeker geholpen met het verlies van Pim om te gaan. Mensen hebben de neiging om dingen in te vullen die ze niet weten. Zo maken ze hun eigen waarheid. Maar wij wísten wat er gebeurd was, want dat had Marti ons verteld. Voor ons is het altijd vanzelfsprekend geweest dat we zo met elkaar omgingen. Maar dat het ook heel anders kan, merkten we zes jaar na Pims dood van heel nabij. Onze dochter Janny kreeg een relatie met Bart, een jongen die bij een verkeersongeluk betrokken was geweest. Daarbij was een vrouw zwaargewond geraakt - ze lag in coma, twee jaar later zou ze overlijden. Janny en Bart ontmoetten elkaar niet lang na het ongeluk, Bart liep nog op krukken. Hij vertelde er niet bij dat hij de veroorzaker was geweest, dat hij dronken achter het stuur had gezeten, en al helemaal niet dat dat niet de eerste keer was geweest. Die informatie kwam pas later, stukje bij beetje."

Kogelwerend glas

"Ook díe zaak moest voorkomen, en de familie van het slachtoffer was razend, kapot van verdriet, van woede. Janny werd via de achterdeur de rechtbank binnengeloodst, ze zat achter kogelwerend glas in de zaal om de scheldende familieleden zo veel mogelijk uit haar buurt te houden. Er kwamen haattelefoontjes, dreigbrieven, een steen door de autoruit. En steeds waren zij en Bart op hun hoede, keken ze achterom of ze niet achtervolgd werden. Natuurlijk, die situatie was heel anders, bij Pim was geen drank in het spel, geen sprake van opzet. Maar het was wel naar. En een bizar toeval ook, twee gezinnen die zo verbonden en tegelijk zo verdeeld zijn door het verlies van een kind aan een ongeluk."

Voor altijd 19

"Nu zijn we bijna 24 jaar verder. Pim zou afgelopen november 43 zijn geworden. Allemaal zijn we ouder geworden, behalve hij, want hij blijft voor altijd 19. Inmiddels hebben we kleinkinderen van die leeftijd. We zijn altijd in hetzelfde huis blijven wonen. Als je op de stoep staat, kun je de plek van het ongeluk zien. Sinds de dood van Pim heb ik dat punt altijd gemeden, fiets ik een andere route om boodschappen te gaan doen. Een vriendin probeerde het weleens, ze bood aan om samen te gaan, maar ik wilde het niet. Toen ik er tóch eens langs fietste, voelde het niet goed, ik heb het nooit meer gedaan. Bij mijn oudste dochter sloeg de angst toe toen ze zelf moeder werd, als ze met haar jongens ging fietsen en een vrachtwagen hoorde, keek ze snel om zich heen of ze vluchtwegen zag. Onze jongste kreeg eerst een zoon, toen twee dochters, net als bij ons thuis. Over twee jaar is haar zoon net zo oud als Pim was."

Als je maar springt

"Ik zie nog voor me hoe ik Pim leerde fietsen, zie hem nog gaan, een klein menneke op een klein fietsje, mandje erop, naar de bakker om boodschappen te doen. Al onze kinderen leerden we dat ze van de fiets moesten springen als ze in een botsing terechtkwamen, desnoods een tuin in, maakt niet uit, als je maar springt. Als Pim die dinsdagochtend tegen de laadbak was gekomen, was hij in een tuin beland. Maar hij raakte het wiel en werd onder de vrachtwagen geslingerd. Hij had geen schijn van kans. Een rib doorboorde zijn hart, hij overleed ter plaatse. Pim zat in zes vwo, zou dat jaar eindexamen doen, was al aangenomen op de kunstacademie. Hij kon prachtig tekenen. Na de begrafenis zaten zijn vrienden op zijn kamer muziek te luisteren en te zwijgen. Zijn tekeningen gingen van hand tot hand."

Andere dimensie

"Ik ben katholiek opgevoed, ik geloof dat Pim naar een andere dimensie is gegaan. Dat je een kind krijgt en maar moet afwachten hoelang het bij je mag blijven. Dat dit Pims moment was om te gaan. Een week voor het ongeluk hadden we zijn overgrootmoeder begraven. Ik denk dat zij hem nodig had om daarboven de boel een beetje op stelten te zetten.''

PS: Het verhaal van Mia verscheen in het boek 'En dan nu het goede nieuws', geschreven door Franka Hummels en Karin Sitalsing.

Iedere dag de best gelezen berichten van Libelle in je mailbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Karin Sitalsing. Fotografie: Robert Alexander

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden