Mirte (49) werd uit huis geplaatst: “Ik was 6 en begreep niet waarom ik weg moest, terwijl mijn zussen thuis bleven”

Mirte (49) werd als kind uit huis geplaatst: “Onze jeugd was verschrikkelijk” Beeld Getty Images
Mirte (49) werd als kind uit huis geplaatst: “Onze jeugd was verschrikkelijk”Beeld Getty Images

Mirte (49) was zes jaar toen jeugdzorg haar uit huis plaatste. Ze groeide hierdoor op zonder haar twee oudere zussen en haar zusje. De impact hiervan op haar leven is enorm. “Ik smeekte destijds of ik terug mocht komen.”

Laura van der MeerGetty Images

“Mijn vader was alcoholist en mijn moeder verslaafd aan kalmeringstabletten. Continu leefde ik in angst, ik was een heel bang kind. Mijn vader gedroeg zich agressief en als hij dat niet was, lag hij laveloos op de bank. Mijn juf had in de gaten dat het niet goed met me ging. Ik maakte geen contact met andere kinderen, had last van driftbuien en voelde me niet begrepen. De school nam contact op met de GGZ en er werd een onderzoek gestart. Gedragsdeskundigen observeerden mij en mijn zussen achter voor ons ondoorzichtig glas. Mijn twee zussen speelden samen, ik zat teruggetrokken in een hoekje en speelde met fantasievriendjes. “Door haar afwijkende gedrag functioneert het gezin niet goed”, vertelden mijn ouders aan de GGZ. Er werd besloten dat ik uit huis geplaatst moest worden.

Sindsdien verhuisde ik 26 keer en kwam ik in allerlei kindertehuizen, gast- en pleeggezinnen terecht. Ik was, toen ik met een tas vol kleding naar een kindertehuis werd gebracht, een meisje van nog maar 6 jaar oud dat dacht dat het allemaal aan haar lag.”

Loyaliteitsgevoel

Het allerliefste wilde ik, ondanks alles, zó graag thuis blijven wonen. Soms belde ik mijn moeder en smeekte ik of ik naar huis mocht komen. Ik beloofde haar altijd lief te zullen zijn. Kinderen zijn loyaal naar hun ouders, wat er ook gebeurt. Ik begreep gewoon niet waarom ik weg moest, terwijl mijn zussen wel thuis mochten wonen. Mijn kleine zusje, dat vier jaar jonger is dan ik, miste ik het meest. Soms mocht ik een weekend naar huis. Dan kroop zij bij mij in bed. Ik wilde haar zo graag beschermen en voorkomen dat ze hetzelfde zou meemaken als ik. Want op mijn negende werd ik voor het eerst seksueel misbruikt. Zowel in een kindertehuis als later in een pleeggezin. Daardoor werd ik een onhandelbare puber. Ik ontwikkelde PTSS en een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Pas toen ik eindelijk achttien was en op mezelf kon wonen, liet ik me opnemen in een psychiatrische instelling. Ik besefte dat ik vanwege mijn heftige jeugd professionele hulp nodig had om verder te kunnen met mijn leven.

Vervreemd

Ieder jaar worden duizenden kinderen uit huis geplaatst en daardoor worden veel kinderen van hun broers of zussen gescheiden. Als ik zulke berichten hoor, raakt me dat. Daar gáán we weer, denk ik dan. Het maakt me boos. Jeugdzorg moet er zijn voor de jéugd. Ik ben in mijn kindertijd van mijn zussen vervreemd geraakt. “Mijn moeder is niet jouw moeder”, zei mijn jongste zusje. Niet zo gek dat ze dat dacht, ik woonde daar immers niet. Nu vraag ik me af waarom ze ons niet allemaal naar een kindertehuis hebben gebracht en mijn ouders de nodige begeleiding hebben gegeven, zodat we misschien weer als gezin herenigd konden worden.

Dat mijn zussen niet tegelijkertijd met mij uit huis zijn geplaatst, heeft ertoe geleid dat óók zij erg beschadigd zijn geraakt. Mijn jongste zusje was 14 toen ze door de onveilige en slechte thuissituatie alsnog naar een jeugdinstelling moest. Mijn oudere zussen gingen op jonge leeftijd op zichzelf wonen, maar kennen niets anders dan geweld, verslaving en intimidatie. Wat verlangde ik ernaar om een normale band met mijn zussen op te bouwen. Ik probeerde dat als volwassene nog, maar het lukte niet meer. Ik weet dat ze mijn zussen zijn, maar omdat we geen gezamenlijk verleden hebben, blijven ze voor mij als vreemden aanvoelen. Heel gek, als ik ze toevallig tegenkom, groet ik en loop ik weer verder. We hebben niks meer met elkaar gemeen.

Opgekrabbeld

Mij is het dankzij therapie en vrijwilligerswerk in een kinderdagverblijf gelukt om uit het dal te klimmen en te leren hoe een ‘normaal’ gezin functioneert. Inmiddels ben ik 24 jaar getrouwd met Ingrid en we hebben twee volwassen dochters van 22 en 19. Toen ik zwanger was, was ik zó bang dat ik geen goede moeder zou zijn voor mijn kind. Ik meldde me zelfs aan voor het KOPP-traject (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen) en liet de GGZ langskomen om te observeren of ik het wel goed deed. Pas toen ik een rapport kreeg waarin stond dat ik het als moeder prima doe, kon ik mijn angsten loslaten. Mijn zussen verging het helaas minder goed. Inmiddels zijn een aantal van hun kinderen uit huis geplaatst omdat ze de cirkel van slechte relaties, geweld en verslaving niet konden doorbreken. Mijn eigen jeugd zie ik daardoor op afstand terug bij mijn neefjes en nichtjes. Het liefst nam ik ze allemaal in huis. Vaak kan ik er niet van slapen als ik aan hun situatie denk. Hoe konden mijn zussen hun kinderen zo onveilig grootbrengen, ze weten toch hoe verschrikkelijk dat in hun eigen jeugd is geweest. Maar emoties overvallen mij soms ook als ik met mijn gezin aan tafel zit en zie hoe goed het met onze meiden en mijn huwelijk gaat. Ik ben trots dat ik een normaal gezin heb kunnen vormen. Mijn vrouw en kinderen zijn het mooiste dat mij is overkomen.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden