null Beeld

Moeders en geadopteerde kinderen; vergeten doen ze elkaar nooit.

Je eigen kind afstaan of afgestaan worden: voor sommige vrouwen is het de harde werkelijkheid. En ook al komen veel adoptiekinderen prima terecht, hun biologische moeder vergeten ze nooit. 3 aangrijpende verhalen.

Elly

Elly (65) was 15 toen ze beviel van een zoon. Ze werd gedwongen om hem af te staan. 6 jaar geleden nam hij opeens contact op, maar dit liep uit op een teleurstelling.

“Er zit een gat in mijn geheugen. Een gat vol dingen die te traumatisch waren om te onthouden. De manier waarop ik op mijn 14de zwanger werd, de geboorte van mijn zoon die ik moest afstaan, zijn gehuil toen hij op de wereld kwam. Ik heb het allemaal verdrongen. Alleen zijn naam, die ben ik nooit vergeten. Antonie. Een zuster kwam vragen of het goed was dat hij deze naam kreeg. Antonie, mijn zoon die ik terugvond en opnieuw kwijtraakte.”

Geen keus

“Ik was de jongste in een druk gezin van 8 kinderen waar weinig liefde werd gegeven. Dat een man uit het dorp me op mijn 14e wel aandacht gaf, vond ik heel fijn. Ik geloof niet dat ik verliefd op hem was. Hoe we precies sex hebben gehad, weet ik niet meer. Wel dat het me heel erg overviel. Ik voelde me raar. Wat was er eigenlijk gebeurd? Ik praatte er met niemand over. Ook niet over het feit dat ik niet meer ongesteld werd. Ik had geen idee dat ik zwanger was. Ik wist niets van de bloemetjes en de bijtjes. Wat mij betreft hadden de kinderen net zo goed door de ooievaar gebracht kunnen worden.

Toen mijn moeder het ontdekte, was ik al 7 maanden zwanger. Ik mocht niet meer naar school en alleen naar buiten als het donker was. Vanaf het moment dat ik wist dat er een kindje in mijn buik zat, legde ik vaak mijn handen op mijn buik. Als ik hem voelde bewegen, voelde ik liefde. Hij en ik, wij samen. Het is altijd duidelijk geweest dat ik hem moest afstaan. Ik had geen keus. Toen de weeën begonnen, ging ik met mijn moeder naar het ziekenhuis waar ik met een doek over mijn hoofd beviel. Ik mocht mijn kindje niet zien, niet vasthouden. Ik weet nog dat iedereen boos op me was. De vreselijke pijn van de bevalling voelde als een straf omdat ik zwanger was geraakt.

Op mijn 19e leerde ik mijn man kennen. Hij was de eerste die me niet veroordeelde. Hij begreep me. Ook toen we samen 2 kinderen kregen en ik het heel moeilijk vond om me aan hen te hechten. Ik hield afstand, zeker toen ze baby waren. De angst dat ze van me af werden genomen zat er heel diep in. Ik knuffelde ze, maar voelde er niets bij. Pas toen ze groter werden, lukte dat wel. Toen de liefde en het vertrouwen waren gegroeid.”

Afwijzing

“Ik kreeg bijna een hartaanval toen er 6 jaar geleden een brief van de Fiom kwam dat Antonie op zoek was naar mij. Ik was blij, maar ook bang. Hoe zou het zijn? Was hij boos op me? Zat hij vol verwijten? Ik herkende hem meteen toen hij de deur opendeed. Hij leek sprekend op mijn lievelingsbroer, prachtig om te zien. Het was raar om hem vast te houden. Ik had een baby weggeven, maar kreeg er een volwassen man voor terug. Een vreemde. Hij omhelsde me, maar ik voelde dat hij afstand hield. Dat gevoel heb ik altijd gehouden. We zagen elkaar vaak en hij kwam ook bij ons thuis, maar écht contact, van hart tot hart, kwam er niet. Hoezeer ik mijn best ook deed. Ik probeerde er met hem over te praten, maar dat lukte niet. Bang om hem te kwetsen, liep ik continu op eieren. Het liep uiteindelijk toch mis toen hij een tijdje bij ons in huis kwam omdat zijn huis werd verbouwd. Hij is zo anders dan mijn andere kinderen. Veel stugger en een beetje ongemakkelijk. Ik zag aan mijn jongste 2 kinderen dat ze het er moeilijk mee hadden. Omdat ik voelde dat het zou escaleren, heb ik tegen Antonie gezegd dat hij beter ergens anders kon gaan logeren. Ik heb uitgelegd dat ik bang was dat er ruzie zou komen en dat ik hem niet kwijt wilde. Toch voelde dit voor hem als afwijzing. Ik begrijp dat wel, maar ik moest deze keuze wel maken. Het was niet goed voor mijn andere kinderen en uiteindelijk ook niet voor mij. Ik deed zo mijn best om alles goed te houden, dat ik mezelf kwijtraakte.”

Open hart

“Het is nu 2 jaar geleden en dat hij sindsdien geen contact meer wil, maakt me ontzettend verdrietig. Ik voel aan elke vezel in mijn lijf dat hij mijn zoon is, maar toch lukt het niet om elkaar te vinden. De afstand blijft, ik zou dat zou graag anders willen, maar weet niet hoe. Misschien staat hij op een dag weer voor de deur, met een open hart waarin ook ruimte is voor mij. Ik hoop het, heel erg.”

Omdat Elly graag anoniem wil blijven, zijn sommige details veranderd.

Mery

Mery Pathuis (38) groeide op in Nederland, maar werd geboren en afgestaan op Sri Lanka. Ze had alleen haar moeders naam, maar vond haar terug en sindsdien zijn ze heel hecht.

“Mijn hart ging als een razende tekeer. Eindelijk zou ik haar zien, mijn moeder. Toen ik haar op het strand in Sri Lanka een hand gaf, was het alsof ik in de spiegel keek. Haar zwarte haar, de bruine huid en vooral haar ogen, precies zoals de mijne. Het voelde zó goed toen ze me kuste en omhelsde. Ik heb me altijd afgevraagd wie mijn moeder was. Waarom ze me had afgestaan. Ik ben zelf moeder; je moet wel een heel goede reden hebben wil je je kind weggeven. Wat was er gebeurd? Maar toen ik haar zag, vergat ik al mijn vragen. We zeiden niets tegen elkaar, dat was ook niet nodig. Er was alleen maar liefde.”

Geuren en kleuren

“Als bruin meisje bij witte ouders heb ik altijd geweten dat ik geadopteerd ben. Mijn ouders hebben 4 kinderen die allemaal uit Sri Lanka komen, zonder dat we biologische familie van elkaar zijn overigens. Mijn ouders hebben veel met het land en hebben er vrienden. Op mijn 16de ben ik er met mijn vader naartoe gegaan. Niet om mijn moeder te zoeken, ik was er nog niet klaar voor om te kunnen incasseren dat ze niets van me zou willen weten. Sri Lanka maakte veel in me los. De warmte, de kleuren, geuren en mensen, het was op de een of andere manier heel bekend. In Nederland zie ik er altijd anders uit, hier was ik 13 in een dozijn. Het verwarde me, want ik sprak de taal niet. Ik voelde me er thuis, maar toch ook weer niet. Net zoals ik dat in Nederland kan hebben. Ik hoor hier, maar voel me vaak zo anders.”

Spoorloos

“De ziekte van mijn kinderen was een van de redenen dat ik uiteindelijk toch mijn moeder wilde vinden. Eerst kreeg mijn dochter kanker. Ze is nu 12 en gezond, maar het is heel spannend geweest. In het ziekenhuis kreeg ik steeds vragen over ziektes in de familie. Dat was heel confronterend. Diabetes, hartziekten? Ik had geen idee.

Ik wilde niet dat mijn dochter zou sterven zonder haar oma te zien. Een deel van haar is Srilankaans, ik gunde haar de ontmoeting met haar roots, met haar oma. Ook al kende ik haar niet, ik gunde het mijn biologische moeder ook om kennis te maken met mijn dochter, voordat het te laat was. Toen mijn zoon een ernstige nierziekte kreeg en in het ziekenhuis opnieuw allerlei vragen over de familie werden gesteld, besloot ik op zoek te gaan. Omdat ik alleen mijn moeders naam had, wist ik niet waar ik moest beginnen en daarom schreef ik in 2010 een brief naar het televisieprogramma Spoorloos. In 2012 kreeg ik het bericht dat ze mijn moeder hadden gevonden. Nu ging het gebeuren. Eindelijk!”

Fijne jeugd

“Na de ontmoeting zijn we nog een paar dagen samen geweest. Samen met haar zoon, mijn halfbroer. Haar man is overleden. Het hoogtepunt was dat zij bij haar thuis een maaltijd voor mij bereidde. Het was te bizar voor woorden, dat ik duizenden kilometers van huis bij een vrouw aan tafel zat die mijn moeder was. Maar het klopte. Helemaal. De moeder-dochterband die ik meteen voelde, is heel bijzonder. Mijn moeder spreekt heel goed Engels. Dat is geweldig, want daardoor konden we gemakkelijker contact maken en een band opbouwen. We hebben het vooral gehad over waarom ze me afstond. Dat is een heftig verhaal, want ik ben verwekt door een verkrachting. Ze schaamt zich er ontzettend voor, maar kon er natuurlijk niets aan doen. Ik ben geboren in een klooster, waar ze een jaar met mij heeft gewoond. Omdat ze depressief was door alles wat er was gebeurd, adviseerde haar broer haar om er een tijdje tussenuit te gaan. Omdat de nonnen in het klooster haar sinds mijn geboorte al stimuleerden om mij af te staan, heeft ze dat uiteindelijk gedaan. Ik neem haar dat niet kwalijk. Het is een goed besluit geweest. Voor haar om tot rust te komen en voor mij omdat ik in een liefdevol gezin terechtkwam. Ik heb een fijne jeugd gehad.”

2 werelden

“Inmiddels is mijn moeder 2 keer bij ons geweest. Mijn kinderen noemen haar ‘atchi’, wat oma betekent en ik noem haar ‘amma’, moeder. Mijn adoptieouders hebben haar ook ontmoet, wat heel mooi was. Zij weten dat ik altijd wilde weten hoe het zat en gunnen me het antwoord. Dat de puzzel nu compleet is, geeft veel rust, maar toch ook weer niet, want ik zit tussen 2 werelden: mijn familie hier en mijn familie daar. Het is in Sri Lanka zo veel rustiger en relaxter, dat mijn man en ik er serieus over hebben nagedacht om ons daar te vestigen. Maar dan mis ik mijn familie hier weer. Dus mailen en skypen mijn moeder en ik, geven elkaar kushandjes en zwaaien naar elkaar. En dan wou ik dat ze bij me was.”

Anneke en Edward John

Edward John Paulina (47) werd op tweejarige leeftijd afgestaan. Op zijn 35e vond hij zijn moeder Anneke (67) terug. Ze hebben een innige band.

Anneke: “Ik was vastbesloten om zelf voor Edward John te gaan zorgen. Ondanks dat zijn vader Edward John niet erkende als zijn kind, mijn ouders er niets van wilden weten en de Raad van de Kinderbescherming zei dat ik hem moest afstaan. Omdat ik geen eigen huis had, mocht hij van de instanties niet bij mij wonen. Ik bezocht hem zo veel mogelijk in het kindertehuis, dat lieve jongetje dat altijd zijn armpjes naar me uitstrekte. Mijn kind was het mooiste dat me ooit is overkomen. Dat hij in het tehuis te weinig liefde en aandacht kreeg, verscheurde me. Woonruimte vinden lukte niet. Nergens waren een alleenstaande moeder en kind welkom. Zo ging dat in die tijd. Toen Edward John 2 was, werd ik door de Raad zó onder druk gezet, dat ik brak. Volgens hen kon hij niet naar school als hij niet in een gezin woonde. Als moeder wilde ik hem zijn toekomst niet ontnemen. In een roes zette ik mijn handtekening onder de afstandspapieren. Ik ben vertrokken zonder afscheid van Edward John te nemen, ik kon het niet. Na Edward John heb ik geen kinderen meer gekregen, dat voelde als verraad. Elke dag dacht ik aan hem. Ik heb zo veel brieven geschreven. Daarin vertelde ik hoe graag ik Edward John wilde zien. Dat ik hem zo miste. Maar ik heb ze allemaal verscheurd. Ik dacht dat hij fijne adoptieouders had en wilde hem geen pijn doen door hem zomaar een brief te schrijven. Toen ik hem op zijn 18de voor het eerst weer zag, was dat heel mooi en bijzonder, maar ook heel complex. Natuurlijk was ik ontzettend blij om mijn zoon te zien, maar volgens de begeleider die erbij was, zou het zeker op een teleurstelling uitdraaien. Dat zou te pijnlijk zijn. Dat wilde ik niet voor hem en ook zou ik daar zelf aan onderdoor gaan. Dat hij me 12 jaar geleden benaderde, is een groot geluk. Mijn zoon die zijn armen weer om me heen slaat, zijn kinderen van wie ik de oma ben, het is allemaal even heerlijk. Het maakt mij weer heel.”

Omdat Anneke nog steeds bang is voor reacties van buitenaf, wil ze anoniem blijven.

Edward John: “Het is nu 4 jaar geleden dat mijn moeder en ik teruggingen naar het kindertehuis waar ik ben geboren. Mijn moeder wilde niet naar binnen. Het was te pijnlijk, te confronterend. We bleven staan voor de plek waar mijn, en onze gezamenlijke, geschiedenis begon. Met mijn arm om haar heen realiseerde ik me hoe bijzonder het was dat we elkaar weer hebben gevonden. Toen iemand ons naar binnen wenkte, zijn we toch de drempel over gestapt. Ik hield mijn moeder vast. Ik voelde onze verbondenheid, moeder en zoon, zij en ik. Het klopte. Het was rond.”

2 fotoalbums

“Lang waren 2 fotoalbums het enige wat aan mijn moeder herinnerde. Als ik naar de foto’s keek, gaf me dat een vreemd gevoel. Ze vertelden het verhaal van een leven waar ik niets meer van wist, met een moeder die ik niet kende. Mijn adoptieouders hadden ongetwijfeld het beste met mij voor, maar ik heb me vaak eenzaam gevoeld. Ik kreeg weinig liefde en mijn adoptievader deelde orders uit, waar ik steeds vaker tegenin ging. Toen ik op mijn 16e ’s avonds 5 minuten te laat thuiskwam, werd ik het huis uit gezet. Ik nam mijn fotoboeken mee en de ouders van een vriend vingen mij op. Totdat ik ging studeren en op mezelf kon gaan wonen.”

Teleurstellend

“Toen ik bij de ouders van mijn vriend liet vallen dat ik mijn biologische moeder wel eens zou willen ontmoeten, gingen zij op zoek. En zo kwam het dat er op een middag iemand van de Raad voor de Kinderbescherming op de stoep stond, samen met mijn moeder. Ik was 18 en dacht dat ik heel wat wist van het leven, maar ik was nog zo jong. Het overviel me, ik wist niet wat ik moest zeggen en had nauwelijks vragen.

We hebben wat gekletst en daarna vertrok ze weer uit mijn leven. Er kwam geen nieuwe afspraak, omdat mijn moeder dat niet aandurfde. Ik vond dat teleurstellend en moeilijk te plaatsen. Veel later vertelde zij dat die mevrouw van de Kinderbescherming had gezegd dat dit soort herenigingen bijna altijd op niets uitlopen. Daar wilde mijn moeder zichzelf en mij tegen beschermen.”

Completer mens

“Op mijn 35ste vormde ik een gezin met mijn vriendin en haar 2 dochters. Het contact met mijn adoptieouders stond op een heel laag pitje en ik wilde weten waar ik vandaan kwam, net als iedereen.

Mijn moeder wilde mij ook zien en dit keer raakten we niet uitgepraat. Het ging allemaal heel vanzelfsprekend, alsof we nooit van elkaar gescheiden waren. Dankzij haar kwam ik in contact met mijn vader en zijn dochter, mijn halfzus. Dat is superleuk, maar hij is meer een soort vriend, geen vader. Mijn moeder is wel écht mijn moeder. Wij hebben een band die nooit is weggeweest. Mijn hele leven heb ik het gevoel gehad dat ze bij me was, dat ze meekeek. Ze heeft me nooit helemaal alleen gelaten.

Elke 2 weken logeert mijn moeder bij ons. Als mijn vriendin en ik aan het werk zijn, past zij op onze 2 zonen van 8 en 5. Dat is superleuk, ze zijn dol op haar. 5 jaar geleden heb ik de adoptie teruggedraaid. Dat was nodig. Ik wilde volledig bij mijn eigen familie horen. Op papier ben ik nu weer haar zoon, dat voelt heel goed. De liefde van mijn moeder en het weten waar ik vandaan kom, hebben me een completer mens gemaakt.”

Adoptiewet

Sinds de adoptiewet in 1956 hebben tussen de 15.000 en 20.000 vrouwen in Nederland hun kind afgestaan ter adoptie. In de jaren 70 stonden ruim 1000 vrouwen per jaar hun kind af. Door onder meer betere anti-conceptie, abortus en acceptatie van alleenstaand moederschap, is dit aantal afgenomen tot 15 à 25 per jaar. Fiom helpt bij afstammingsvragen en ongewenste zwangerschap. fiom.nl, denederlandseafstandsmoeder.org.

Interviews: Deborah Ligtenberg. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden