null Beeld

Natacha Harlequin: “De strafrechtwereld en tv-wereld zijn allebei keihard”

Ineens was ze ‘in beeld’: strafrechtadvocaat Natacha Harlequin (47) gaf in talkshows haar mening over zaken die haar aan het hart gaan. “Als iets je niet bevalt, kun je ook proberen het zelf te veranderen.”

Ja, er zijn gesprekken gaande over nieuwe televisieprogramma’s, maar daar kan ze niks over vertellen. Is dat meteen maar gezegd. Het grote televisieavontuur van Natacha Harlequin, Legal Woman of the Year 2019, begon toen ze op haar 44e verjaardag de redactie van Pauw belde met de vraag: “Hoezo kunnen jullie geen vrouwen vinden? Doe mij maar in jullie kaartenbak, want ik ben een vrouw en ik weet waarover ik het heb.”

Hoe kwam je daar zo bij?

“Het had met mijn leeftijd te maken”, vertelt Natacha op een winterse ochtend in een Haags hotel. “Op een gegeven moment kom je op een punt in je leven waarop je je afvraagt: hoeveel spullen kan ik nog hebben? Aardse goederen, noemde mijn moeder dat. Ik weet nog dat ze dat vaak zei toen ik jonger was: ‘Kind, als je doodgaat neem je niks mee, hoor.’ Dan dacht ik: klets lekker verder, ik wil die schoenen!” Ze lacht hartelijk. “Maar als je ouder wordt en ziet dat je een kast vol schoenen hebt waarvan je de helft nooit draagt, ga je daar anders over denken. Ik wist niet wat ik voor mijn verjaardag moest vragen. Toen vertelde mijn zoon, hij was destijds acht jaar, dat hij op school les had gehad over iets teruggeven aan de maatschappij. Niet lang daarna zaten we samen televisie te kijken en zei hij: ‘Mama, ik zie wel zwarte vrouwen bij het Journaal, maar zijn er ook zwarte mannen op televisie?’ ‘Eh, ja’, antwoordde ik, en toen bleef het stil. Humberto Tan zei hem niks en ik kon zo snel niemand anders bedenken. Hij ook niet. ‘Die zijn er niet, ik zie ze niet.’ Toen dacht ik: aha, ze zijn er niet, want hij ziet ze niet. Bij zijn generatie draait alles om beeld.”

Die twee gesprekken met haar zoon werden in haar hoofd gekoppeld. Natacha wilde iets teruggeven aan de maatschappij én er moesten meer mensen van kleur in beeld.

“Je kunt wel verdrietig of ontevreden zijn, maar als iets je niet bevalt, kun je ook proberen of je er zelf wat aan kunt veranderen.

Ik wilde ons kind laten zien: als jij je beschikbaar stelt en je wensen uitspreekt, zal er altijd iemand zijn die op een bepaald moment denkt: misschien kunnen we iets met jou. Zo is het bij mij ook gegaan. Niet op het moment dat ik me aanmeldde, maar het jaar daarna wel. Er is een time and a place voor iedereen.”

null Beeld

Natacha begon als deskundige op het gebied van het strafrecht aan allerlei televisietafels. Daarna werd ze een van de ‘vriendinnen’ in Linda de Mols talkshow Ladies Night, om tijdens de Black Lives Matter-discussies vorig jaar zomer bij de heren van Veronica Inside te belanden voor een goed gesprek over racisme. Daarna werd haar de presentatie van een dagelijks televisieprogramma aangeboden op SBS6, inclusief leertraject.

“Dat was iets wat ik voor mijn gevoel niet kon afslaan.”

Wilde je dit ook omdat je een beetje uitgekeken bent op de advocatuur?

“Helemaal niet. Ik dacht: fijn dat jullie mij hiervoor vragen, maar ik ga de advocatuur niet meteen opgeven. Dat is te riskant. Ik vond het wel leuk om iets nieuws te leren. Als meisje had ik twee dromen: ik wilde journalist óf strafpleiter worden. Ik hield toen al van actualiteiten. Het is vrij snel de strafrechtadvocatuur geworden, maar de liefde voor het nieuws, verschillende meningen, een zaak van alle kanten belichten, is blijven bestaan. Daarom was Dit vindt Nederland echt iets voor mij.”

Hoe vond je het om dat programma te presenteren?

Stralend: “Heel leuk. Ik zeg vaak tegen studenten die strafpleiter willen worden dat ze eerst een tijdje met me moeten meelopen voordat ze een besluit nemen. Voel maar eens hoe jij je voelt als je een gesprek met een cliënt hebt gehad, of nadat je in een penitentiaire inrichting bent geweest. Dat doet iets met je, kun je daartegen? Bij het presenteren wilde ik dat ook weten: hoe voel ik me daarbij? Ik voel me er dus gewoon goed bij. Jacq, mijn man, zag het ook. Hij zei: ‘Ik zie dat je geniet en ik zie dat je overkomt op camera’.”

Jullie hebben samen een advocatenkantoor. Wat vond hij ervan dat je dit ging doen?

“Zonder steun van het thuisfront kan het niet. Jacq gunde het me. We hebben het op kantoor zo geregeld dat ik geen nieuwe zaken aannam; de zaken die ik had, waren al voorbereid. Ik had veel aan hem in de zin dat hij kritisch op me was. Dat zijn we altijd op elkaar in werksituaties. We staan er op een vergelijkbare manier in: we willen opkomen voor het individu en daarin zijn we allebei gedreven. Hij hoeft nooit aan mij uit te leggen: 'Pietje belt, ik moet hem spreken en ben er dus niet'. Andersom is dat ook zo. Ik heb dan ook helemaal geen zin om uit te leggen wat er in zo’n specifiek geval aan de hand is. Ik denk dat niemand anders het met mij zou volhouden! De rest van de wereld wil altijd inhoudelijke uitleg over mijn cliënten en hun strafzaak, maar die geef ik niet. Jacq en ik begrijpen elkaar. Hij keek met me mee naar de uitzendingen en gaf eerlijk zijn mening: dit vond ik niks, dat deed je goed. Ik vind het fijn als mensen me recht voor z’n raap kritiek geven. Daar heb ik meer aan dan mensen die over mijn bol aaien en zeggen dat ze begrijpen hoe moeilijk het is.”

Helaas was Dit vindt Nederland geen lang leven beschoren.

“Ik vond het superjammer dat het programma stopte. Aan de andere kant: als ik mijn gevoel uitschakel en het als zakenvrouw bekijk, begrijp ik het. Met dat marktaandeel kón het niet doorgaan. Ik wist van tevoren dat het zo kon lopen. Als iemand tegen me zegt: ‘De televisiewereld is hard, hè?’, moet ik altijd een beetje grinniken. Want hoe denk je dat de strafrechtwereld is? Ik sta mensen bij die verdacht worden van liquidaties, hoe denk je dat die processen verlopen? De strafrechtwereld en de televisiewereld zijn verschillend, maar ze hebben ook iets gemeen: ze zijn allebei keihard. Daar heb ik geen probleem mee.”

Waarom wil je televisieprogramma’s maken?

“Bij alles wat ik doe, wil ik met empathie verbinding brengen. Mijn motto is altijd, net als in Dit vindt Nederland: laten we praten. Dat gesprek voer ik het liefst met mensen die niet denken zoals ik. Alleen zo kun je de ander gaan begrijpen. Daarom ben ik vorig jaar ingegaan op de uitnodiging van Veronica Inside. Ik kende daar niemand, ik kijk het programma nooit, geen flauw idee. Maar ik hoopte te laten zien dat je iets kunt bereiken door elkaar in de ogen te kijken en met wederzijds respect in gesprek te gaan. Veel mensen hebben die uitzending gezien – ook hier: het was in beeld – en als zij daardoor zijn gaan nadenken over wat er is gebeurd en gezegd, is mijn missie geslaagd.”

Tot haar twintigste had Natacha Harlequin geen ervaring met racisme.

“Ik ben in een warme omgeving opgegroeid. Mijn ouders kwamen als twintigers uit Suriname naar Nederland, mijn moeder was onderwijzeres, mijn vader werkte bij een verzekeraar. We woonden in het Westland, mijn moeder was de enige zwarte vrouw in het dorp en ik het enige zwarte meisje. Er was nooit een probleem, ik kon overal mee-eten, overal langskomen. Mijn moeder introduceerde Surinaams eten in de klas, alle minderheden werden besproken in haar geschiedenislessen. We werden omringd door hardwerkende, recht voor z’n raap, liefdevolle mensen.” Haar eerste ervaringen met racisme had ze in haar studententijd en toen ze net ging werken. In de rechtbank werd ze aangezien voor verdachte of voor tolk als ze witte cliënten vergezelde. “Dat vond ik opmerkelijk. Maar na verloop van tijd zag ik ook dat er weinig donkere vrouwelijke advocaten rondliepen. Kon ik het mensen kwalijk nemen dat ze mij niet onmiddellijk als advocaat herkenden? Eigenlijk niet.”

Voor haar zoon is het anders, vertelde ze eind 2019 in het programma Ladies Night. Vlak daarvoor had ze van hem gehoord dat hij haast dagelijks met racisme te maken heeft. 'Je hebt een huidskleur als poep', wordt tegen hem gezegd. En: 'Je bent een K-Surinamer'. Hij had het niet eerder verteld omdat hij zijn moeder er niet mee wilde belasten.

“Dat raakte me. Daarom vind ik het ook belangrijk om me over racisme uit te spreken. We moeten niet ontkennen dat het er is, maar het benoemen: de hoeveelheid pigment in je huid maakt wel degelijk verschil voor hoe je in deze maatschappij wordt behandeld en hoe je zelf handelt. Laten we dat als uitgangspunt nemen en van daaruit verder praten.”

Wat vond je van de Black Lives Matter-discussies?

“Heftig. Ik heb geaarzeld of ik me erin moest mengen omdat ik weet wat er dan op me afkomt. Voor mij geldt trouwens wel: waar ik ook kom en wat ik ook zeg, ik krijg altijd reacties. Heel positief én heel negatief. In dat laatste geval gaat het vaak over dingen waaraan ik weinig kan doen of waar ik geen invloed op heb: mijn huidskleur of mijn sekse. Of een combinatie, dan zijn de reacties zowel racistisch als seksistisch. Toen het Black Lives Matter-debat raasde, kreeg ik enerzijds lieve brieven, mails en zelfs bloemen. Aan de andere kant ontving ik berichten met nare, racistische teksten. Dan denk ik wel: waar zat je toen je dit tikte?”

Je probeert zelfs empathie te hebben voor mensen die zulke dingen schrijven?

“Het kan heel pittig zijn, maar ik lees alles. Er kan iets van waarde in zitten. Bij de nare berichten vraag ik me af: wat heb ik gedaan of gezegd dat zó’n reactie oproept? Die reden is er niet. Misschien is het angst voor de nuance? Ik weet het niet. Soms reageer ik, soms like ik een naar bericht.”

Heb je het idee dat je door in beeld te komen voor sommige mensen een rolmodel bent geworden?

“Ik ben me ervan bewust dat sommige mensen mij nu zo zien. Als ik op straat word aangesproken door iemand die enthousiast roept dat ik haar rolmodel ben, moet ik niet in de verbazing daarover blijven hangen. Het doet er niet toe wat ik vind, voor diegene ben ik een rolmodel. In plaats van vijf minuten opgelaten te bespreken of ik dat al dan niet ben, kan ik mijn tijd beter besteden aan een normaal gesprek met die mevrouw.”

Je zoon gaf het duwtje om je aan te melden bij Pauw en opende je ogen voor het racisme dat hij meemaakt. Is hij een belangrijke factor in jouw handelen?

“Zeker. Kinderen laten zien hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Mijn man heeft blond haar en blauwe ogen. Van de zomer zei mijn zoon: ‘Ik ben een tusseninsel, maar veel kinderen in mijn omgeving zijn dat óók. De een is Spaans-Italiaans, de ander Surinaams-Marokkaans’. Ja, dacht ik toen, we gaan de tusseninsels-kant op. De nieuwe generatie zal bestaan uit mensen die technologie goed begrijpen, snel denken en er leuk uitzien! Die kant wil ik ook op, daarom bespreek ik veel met mijn zoon. Even horen wat hij ervan vindt.”

Nog even over nieuwe televisieprogramma’s… Kun je daar echt niks over zeggen?

“Er zijn plannen, maar in deze rare tijd is het maar de vraag wat ervan terechtkomt.”

Is het denkbaar dat je je helemaal op televisie stort?

“Als er een format komt dat op mij toegesneden is en mede door mij wordt ontwikkeld, zou ik het wel willen proberen. Maar ik weet nog niet of ik televisiewerk bevredigender vind dan strafrecht. Ik moet daarvoor eerst meer vlieguren maken, net als in ieder ander vak. Ik heb er alle vertrouwen in dat het op de een of andere manier goed komt.”

Wie is Natacha?

Natacha Harlequin (Delft, 1973) is strafpleiter en televisiepresentator. Sinds 2007 is ze mede-eigenaar van TaekemaHarlequinAdvocaten, waar ze zich specialiseert in gewelds-, levens- en zedendelicten. Samen met haar man Jacq Taekema heeft ze een zoon van 11.

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Petronellanitta. Styling: Hanna Suurland. Haar en make-up: Viola Sakodee. Met dank aan: Staybridges, Den Haag. Kleding: Sandro Paris (jurk, trui, broek), Bijenkorf (laarsjes), Feraggio (pumps)

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden