null Beeld

“‘Neem nooit een tattoo’, zeg ik tegen iedereen die het maar horen wil”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), 2 zoons (19 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week vertelt ze over haar tatoeage.

“Neem nooit een tatoeage”, zeg ik tegen iedereen die het maar horen wil. “Neem nooit een tatoeage, want het is een slecht voorbeeld voor je kinderen.” In mijn geval is het al 33 jaar te laat voor goede raad. Ik liet een tatoeage zetten op mijn 21e, een zwart zwaluwtje op mijn onderarm. Indertijd waren tatoeages nog iets voor zeelieden en onderwereldfiguren; bij ‘gewone’ mensen zag je ze toen nog zelden. Mijn moeder schrok zich een hoedje van mijn zwaluw. Ze verzekerde me dat ik er ‘spijt als haren op mijn hoofd’ van zou krijgen. Ik wist natuurlijk zeker dat ze ongelijk had. Nou ja, écht spijt heb ik nooit gekregen. Die tattoo zit tenslotte op mijn arm, niet op mijn voorhoofd. En het is maar een onschuldig zwaluwtje en geen levensgrote draak of het hoofd van Jon Bon Jovi of de naam van een voormalig vriendje of zo. Ik heb echt zo’n beetje de minst gênante tatoeage die een mens kan hebben. Toch had ik hem uiteindelijk liever niet gehad.

Tatoeages waren cool in de jaren 80, maar inmiddels zijn ze, laten we er geen doekjes om winden, nogal burgerlijk. Zowat iederéén heeft er eentje. Of méér. Dat is ook zo iets: het lijkt wel een verslaving. Mensen die er eenmaal één hebben, kunnen vaak niet meer ophouden. Nog wat: tattoos worden er niet mooier op, als ze 33 jaar oud zijn. Mijn zwaluw is allang niet meer zwart, maar een soort vaalblauw. Ik kan ermee leven, maar nogmaals, als ik op een dag wakker word en hij blijkt weggevlogen, dan ben ik er niet rouwig om.

“Neem dus nooit een tattoo, jongens”, zeg ik op gezette tijden tegen mijn kinderen. Het leek te helpen, maar de laatste tijd hoor ik ze toch verontrustende dingen zeggen. “Ik wil het logo van Louis Vuitton op mijn borst laten zetten”, zei mijn jongste. “Mag dat, mama?” Hij is 16. Hij weet blijkbaar niet dat je op je zestiende zélf mag beslissen over een tattoo. Ik ben ook niet van plan om het hem te vertellen. “Nee, dat mag niet. Ben je gek?”, zei ik. Dat noodlot is voor nu even afgewend, maar ik blijf hem in de gaten houden.

Mijn oudste zoon, 19, kwam van de week de kamer binnen. In het halfdonker kreeg ik een halve hartverzakking van schrik: in zijn hals had hij een kattenkopje, in zwarte inkt. “Mam, mám, het is maar viltstift!”, riep hij, geschrokken van mijn uitpuilende angstogen. Het wás zo. Een pak van mijn hart, maar ook op hem zal ik blijven letten.

Mijn dochter, 22, heeft inmiddels piercings door navel, oorschelp en wat dies meer zij. Nou ja, dat kan er allemaal weer uit, niet? Maar van de week keek ze hebberig naar de zwaluw op mijn arm. “Mam”, zei ze. “Ik heb zo’n leuk idee! Als jij doodgaat, ik hoop van niet natuurlijk, maar áls je doodgaat, dan laten we je cremeren en dan laat ik van je as nét zo’n zwaluw op mijn arm zetten als de jouwe. Leuk hè?” Ik kreeg de indruk dat ze amper kon wachten.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden