null Beeld

Nicolette Goldsmann haar vader overleefde een jappenkamp: “Mijn vader zweeg omdat hij ons een onbezorgde jeugd wilde geven”

Nicolette Goldsmann (47) is creative director, getrouwd en heeft 3 kinderen. Haar vader Pim Goldsmann (88) overleefde als jongen een jappenkamp in Nederlands-Indië.

“Als kind was ik me niet bewust van mijn vaders oorlogsverleden. Hij sprak er nooit over en ik groeide op in een veilige omgeving, ik had dus geen reden om ernaar te vragen. De eerste keer dat me iets opviel, was ik toen ik een jaar of 12 was. Ik zat naar de film Escape from Sobibor te kijken en mijn vader kwam er even bij zitten. We zagen een scène waarin de gevangenen in hun barak muziek maakten en een beetje geinden met elkaar. ‘Zo ging dat helemaal niet’, zei mijn vader, bijna boos. ‘Alsof je het daar leuk kon hebben!’ Ik voelde meteen dat daar iets zat. Er waren wel meer aanwijzingen, achteraf gezien, maar over het algemeen hield mijn vader zijn emoties voor zich. Hij was en is een positief en pragmatisch denkend mens. Maak iets van je leven, gaf hij mij mee. Hij was ook heel erg toekomstgericht. Hoezo de tijd nemen om iets naars te verwerken? Je moet door!

Jappenkamp

Pas nadat mijn oudere zus bij een ongeluk om het leven kwam, werd er thuis over emoties gesproken. Iedereen had verdriet, je kon er niet omheen. Mijn vader ging meer vertellen over zijn jeugd, ik was inmiddels 15 en ging meer vragen stellen. ‘Toen ik ongeveer zo oud was als jij, zat ik in een jappenkamp’, zei hij bijvoorbeeld. En dan vroeg ik: ‘Hoe was dat? Zat je bij je vader en moeder?’ Ik wist echt van niks. In eerste instantie vertelde hij het verhaal heel feitelijk. Zijn vader werd als eerste weggehaald, die moest naar de gevangenis. Mijn vader kwam als elfjarige jongen met zijn moeder en zusje in een vrouwenkamp terecht. Een jaar later werd hij daarvandaan weggehaald, alle jongens van boven de 12 moesten naar een jongenskamp. ‘Hoe reageerde je moeder toen jij in je eentje moest vertrekken?’ vroeg ik. Ik kon me daar geen voorstelling van maken. ‘Ze zei: Houd je rug recht, ga en kijk niet meer om’, vertelde mijn vader. Dat emotioneert me nog steeds. Hoe kun je dat als moeder zeggen? En toch is het ook zo sterk, want wat kon ze anders? Na de oorlog werden mijn vader, zijn ouders en zijn zusje herenigd. Maar ze hadden niks meer. Ze hebben nooit gepraat over wat hen is overkomen.”

Onbezorgde jeugd

“Gelukkig kan mijn vader dat sinds een jaar of 15 wel, ook over de emotionele kant van het verhaal. Zijn kampervaringen hebben veel meer impact op hem gehad dan ik vroeger dacht. We hebben samen 'zijn' kamp in Indonesië bezocht, dat inmiddels weer een kloosterschool is, en we zijn naar Auschwitz geweest. Heel heftig vond ik dat. Ik moedig mijn kinderen aan om het met mijn vader over de oorlog te hebben - nu kan het nog. Al met al ben ik waarschijnlijk meer met de Tweede Wereldoorlog bezig dan de meeste mensen van mijn leeftijd, maar ik heb er geen trauma van meegekregen. Dat was misschien wel gebeurd als mijn vader nooit over zijn ervaringen had verteld en ik het gevoel had gekregen dat er een geheim was dat hij niet met mij wilde delen. Ik weet nu dat mijn vader zo lang heeft gezwegen omdat hij ons een onbezorgde jeugd wilde geven. Dat snap ik: ik wil ook dat mijn kinderen zolang mogelijk kind kunnen zijn. Omdat de last van de oorlog niet op mij drukte toen ik klein was, heb ik inderdaad een fijne jeugd gehad. Daar kan ik mijn vader alleen maar dankbaar voor zijn.

Ik ben me er sterk van bewust dat ik in vrijheid leef en hoe kostbaar dat is. Daarom kan ik ook niet hard oordelen over mensen die uit oorlogsgebieden komen en in Nederland willen wonen: zij willen ook alleen maar in vrede leven. Onbewust heb ik bepaalde dingen van mijn vader overgenomen, bijvoorbeeld dat keep moving forward, tegenslagen horen bij het leven. Je weet natuurlijk nooit of hij die instelling aan zijn oorlogservaringen heeft overgehouden, maar het besef van wat hij heeft meegemaakt, geeft die pluk-de-dag-instelling wel diepte.”

Trots

“Er zijn ook mooie verhalen. Ik heb van mijn ouders een doos met een zilveren bestek gekregen. ‘Je oma had het tijdens de oorlog in de tuin begraven’, vertelde mijn vader. ‘Na de oorlog hebben we het opgegraven. Ik heb het schoon laten maken, en nu is het voor jou.’ Dat maakte me zo trots, dat het bestek er nog was en dat ik nu deel uitmaak van die geschiedenis. Misschien omarm ik het leven wel meer dan iemand wiens vader niet in een jappenkamp heeft gezeten. Wij zijn er nog, wij hebben de kans gekregen om te leven. Die kans wil ik niet verprutsen.'

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Karlien van der Geest.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden