null Beeld

Nog geen 40 en in de overgang: “Hoe jonger, hoe meer consequenties”

Ze was nog geen 40 toen ze ineens niet meer menstrueerde. Stress, dacht journalist Maartje Laterveer. Pas jaren later ontdekte ze dat ze al in de overgang zat en dat dit grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

We gingen net op vakantie toen mijn huisarts belde. Of liever: de coassistent van de huisarts, een oplettende jonge vrouw bij wie ik een paar weken eerder voor iets heel anders op het spreekuur was gekomen. Ik weet niet eens meer voor wat, en ook niet waarom mijn menstruatie ter sprake kwam. Toen ik zei dat ik al heel lang niet meer ongesteld werd, wilde ze graag mijn bloed laten testen. Gewoon, voor de zekerheid. Want het was wel wat vreemd dat een vrouw van 43 niet meer ongesteld werd.

Mijn huisarts had daar nooit een punt van gemaakt, die zei dat het waarschijnlijk door stress kwam, en dat leek me erg aannemelijk. Rond de tijd dat mijn menstruatie stopte – ik was toen 38 jaar – was mijn huwelijk ineens voorbij en belandde ik in een scheiding. Mijn man had een ander en ik bleef als freelance journalist achter met een peuter en een jaarinkomen waar ik net de lente mee doorkwam. Ik werkte me sindsdien een slag in de rondte en naast de zorg voor mijn dochtertje bleef er weinig tijd over om stil te staan bij mijn verdriet of paniek. Maar zo makkelijk laten hartzeer en existentiële angsten zich niet verjagen, dus die uitten zich in allerlei dingen waar ik ineens last van had. Vochtophoping, hoofdpijn, nachtzweten, slapeloosheid, opvliegers, abnormaal bloedverlies en op een dag helemaal geen bloedverlies meer. “Ik zal toch niet in de overgang zijn?”, vroeg ik nog aan de huisarts. “Nee joh”, zei hij, “dat is veel te vroeg.” Hij checkte mijn bloed op schildklierafwijkingen, maar daar kwam niets uit. Dus het zou toch echt wel die stress zijn.

Schrik

De coassistent belde toen we net de straat uit reden, de auto volgepakt met tent en kroost, mijn vriend achter het stuur, op naar de Franse zon. “Ik heb je bloedwaarden binnen”, zei ze, “en die lijken heel erg op die van een vrouw die in de overgang is of al is geweest.” Voor een tweede controle moest ik een afspraak maken met een gynaecoloog om het zeker te weten. Het kon nog zijn dat de waarden met mijn cyclus te maken hadden. Maar ik wist genoeg. Daarom had ik dus een paar weken lang die rare opvliegers gehad en zweette ik destijds ’s nachts zo erg dat ik ’s ochtends in een drijfnat bed wakker werd.

Ik wist niet of ik verdrietig of blij moest zijn. Mijn vriend en ik wilden geen kinderen meer, dat hadden we al besloten. Hij had een zoon, ik een dochter en we vormden met z’n viertjes onverwacht een echt gezin. Daarbij had ik altijd horrorverhalen gehoord over de overgang – ik zie nog Ingeborg Beugel bij Pauw & Witteman aan tafel zitten vertellen over een opgedroogde vagina en lauwe orgasmes, een leed dat nog werd uitvergroot door de weinig begripvolle reactie van Youp van ’t Hek aan de andere kant van die tafel. Als die paar opvliegers en doorweekte nachten alles was geweest, dan was ik er goed mee weggekomen.

Het kwam niet in me op dat er naast verdrietig of blij nog een derde emotie mogelijk was geweest, namelijk schrik. Want een vervroegde overgang kan ernstige problemen met zich meebrengen als je niet de juiste behandeling krijgt.

Menopauze

Van een vervroegde overgang (in medische termen een POI, Premature Ovariële Insufficiëntie) is sprake als je voor je veertigste in de overgang komt. Dit komt niet vaak voor, maar toch bij 1 op de 100 vrouwen. Dorenda van Dijken is als gynaecoloog verbonden aan het Amsterdamse OLVG West-ziekenhuis en pleit voor meer aandacht voor dit onderwerp. Volgens haar is er ook sprake van POI als je als vroege veertiger in de overgang komt. “De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in de menopauze komen, is 51”, vertelt ze. “Zo’n 5% van de vrouwen krijgt de menopauze tussen de 40 en 45 jaar, dan spreken we ook van een vroege overgang.” Hierbij maakt de medische wetenschap een onderscheid tussen de menopauze en de overgang: “De menopauze begint als je voor het laatst ongesteld bent”, zegt Van Dijken. “De overgang is het hele verhaal eromheen.”

Dat verhaal is voor vrouwen in de vervroegde overgang niet anders dan voor vrouwen die op latere leeftijd in de overgang komen. Opvliegers, zweetnachten, stemmingswisselingen; ook jongere vrouwen hebben hier in meer of mindere mate last van. Ach, zeggen sommigen dan, dat hoort er nu eenmaal bij, daar moet je niet al te moeilijk over doen. Maar die vlieger gaat bij oudere vrouwen al niet op, en bij jongere vrouwen al helemaal niet. Nog los van het feit dat er daadwerkelijk vrouwen lijden onder deze klachten en bijvoorbeeld minder presteren op hun werk omdat ze doodop zijn, is het volgens Van Dijken absoluut noodzakelijk dat ze een goede behandeling krijgen. Ook als ze nergens last van hebben. “Want de overgang betekent dat er minder oestrogeen wordt aangemaakt, en dat hormoon is van levensbelang voor een gezond lichaam.”

Oestrogeen beschermt

Zo kom ik er nu pas achter dat oestrogene hormonen niet alleen zorgen voor vruchtbaarheid en dat laagje vet op de heupen. Ze hebben ook allerlei belangrijke functies in ons lichaam. Zo houden ze de botten sterk, ze hebben een verlagend effect op cholesterolwaarden en bloeddruk en beschermen de bloedvaten en het hart tegen ouderdomsverschijnselen. Als je in de overgang komt, daalt je oestrogeenniveau drastisch en vallen deze beschermende effecten dus weg. Bart Fauser, emeritus professor in de Voortplantingskunde, maakt zich al decennialang hard voor meer aandacht in de geneeskunde voor het vrouwenlichaam. Hij spreekt van een onnatuurlijk verschijnsel. “Er is eigenlijk niets natuurlijks aan de overgang”, zegt hij. “Een eierstok is gemaakt om een heel leven mee te gaan. Dat leven duurde tot 100 jaar geleden gemiddeld minder dan een jaar of 50 en stopte dus voordat vrouwen in de overgang kwamen. Nu worden vrouwen gemiddeld veel ouder, en daarmee hebben we een probleem gecreëerd. Vrouwen die 100 jaar worden, brengen nu dus meer dan de helft van hun leven door in de overgang. Grote studies laten zien dat vrouwen na de overgang veel meer kans hebben op hart- en vaatziekten, dementie en botontkalking.” En, logisch maar niet minder schokkend: “Hoe jonger je in de overgang komt, hoe meer consequenties.”

Gevaarlijk

Veel vrouwen treft het niet, zo’n vroege overgang. Slechts 1 tot 2 procent van de vrouwen komt voor haar veertigste in de overgang, om redenen waarover de artsen vaak nog in het duister tasten. Er kan een genetische oorzaak zijn of een auto-immuunziekte kan ervoor zorgen dat je eierstokken ermee ophouden. Maar in veruit de meeste gevallen wordt er geen oorzaak gevonden. Heel gek is het dus niet dat mijn huisarts niet meteen ingreep toen ik op mijn 39e bij hem kwam met de melding dat ik niet meer ongesteld werd. Ook omdat er genoeg andere redenen zijn waarom menstruatie een tijdje kan uitblijven, zoals ondergewicht, te weinig vet, eetstoornissen en veel stress. Maar gevaarlijk blijkt het wel. Want als je op je 39e al in de overgang komt, mis je al gauw zo’n 12 jaar oestrogeenaanmaak. En daarmee verlies je volgens Yvonne Louwers zonder twijfel een aantal jaren van je leven.

Louwers is als gynaecoloog verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, waar sinds kort de eerste polikliniek is geopend voor vrouwen die in de vervroegde overgang zijn gekomen. Deze poli is geopend bij gebrek aan goede zorg voor deze vrouwen. “Onze ervaring is dat de vervroegde overgang niet altijd op tijd herkend en erkend wordt. Daardoor ervaren vrouwen veel meer problematiek dan huisartsen en gynaecologen weten”, zegt Louwers. Het gevolg is dat vrouwen die abnormaal vroeg in de overgang komen een heel groot risico lopen om hart- en vaatziekten te ontwikkelen, of om op relatief jonge leeftijd al botontkalking te krijgen.

Dat is niet iets om de schouders over op te halen. Van hart- en vaatziekten is het gevaar evident, maar ook botontkalking (in medische termen osteoporose) is een ernstige aandoening, weet Dorenda van Dijken uit eigen ervaring. “Zoals een van mijn patiënten het omschrijft: mijn botten zijn als beschuit. Je loopt bijvoorbeeld het risico meteen iets te breken wanneer je struikelt. Ik heb een keer een patiënt gehad die bukte om iets op te rapen en daarbij een ruggenwervel brak. Dus osteoporose is wel degelijk iets om voor te waken.”

Hormoontherapie

Dat kan op een relatief simpele manier. Om de lage oestrogeenspiegel aan te vullen is er hormoontherapie. Die is niet ingewikkeld en niet duur. Je kunt je oestrogeenpeil aanvullen met pillen, maar ook met pleisters, gel of een spray.

In Nederland zijn we echter een beetje huiverig voor hormoontherapie. Amerikaans onderzoek wees een paar jaar geleden uit dat je daar een verhoogde kans op borstkanker van kreeg. Maar intussen is de wetenschap veel verder en volgens alle experts die ik spreek, is er beslist geen reden meer om nooit in hormoontherapie te gaan. “Als je de voordelen afzet tegen de nadelen”, zegt Bart Fauser, “dan slaat de balans bij een vroege of vervroegde overgang echt uit naar de positieve kant.” Sterker, ik had het allang voorgeschreven moeten krijgen en heb kostbare jaren verspeeld door het niet te hebben gehad. “Wij raden vrouwen in de vroege overgang beslist aan om meteen met hormoontherapie te beginnen”, zegt Dorenda van Dijken. “Hoe langer je ermee wacht, hoe minder winst er nog te behalen valt.”

Die winst zit ’m niet alleen in botten en vaten. Een langdurig lage hormoonspiegel kan ook consequenties hebben voor je brein, en voor je zin in sex. Yvonne Louwers ziet vrouwen die zich minder goed kunnen concentreren en last hebben van slapeloze nachten. “Het zijn klachten die ook bij de reguliere overgang spelen, en die zich in het algemeen kunnen uiten in een slechtere kwaliteit van leven, maar ook bijvoorbeeld in arbeidsverzuim.”

Niet meer vruchtbaar

Bij jonge vrouwen speelt er vaak nog iets anders, en daar kan hormoontherapie niets aan verhelpen: het verlies van vruchtbaarheid. “Op die leeftijd wil je misschien nog wel een gezin starten”, zegt Louwers. “Als dat niet meer kan, heeft dat veel impact.” Om die reden werkt de poli in het Erasmus met een zogeheten multidisciplinaire aanpak: bij de intake zit er niet alleen een gynaecoloog bij, maar ook een psycholoog. “Een psycholoog kan met cognitieve gedragstherapie helpen om het verlies van vruchtbaarheid te accepteren.”

Er kunnen ook andere problemen ontstaan, weet Louwers. “Mensen denken dat er psychisch niets aan de hand is. Daar is onze poli ook op gericht. Vrouwen die voor het eerst op consult komen, krijgen van tevoren een vragenlijst toegestuurd. Hun antwoorden geven ons inzicht in waar op dit moment de grootste hulpvraag ligt. En dan komen er toch vaker dan dat mensen zelf denken psychische hulpvragen naar boven.” Zo kunnen vrouwen worstelen met hun vrouwelijkheid, met hun seksualiteit, of überhaupt met het idee dat er iets mis is met ze en dat dit niet terug te draaien is – het is zogezegd een chronische ziekte. Vaak staan ze alleen in die gevoelens. “Vrouwen zien er aan de buitenkant natuurlijk niet anders uit dan voor ze die diagnose kregen”, zegt Louwers. “En dat maakt dat er ook niet altijd voldoende begrip is in de omgeving. Die vrouwen zijn nog jong en staan in de bloei van hun leven. Dan heb je die begeleiding echt wel nodig.”

Taboe

Voor mij is de kinderwens gelukkig geen issue. En ik voel me ook niet minder vrouwelijk. Ik weet nog dat Ingeborg Beugel destijds sprak over het taboe rondom de overgang, dat deels in stand wordt gehouden doordat vrouwen zich ervoor schamen. Maar dat soort gevoelens zijn mij gelukkig vreemd. Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen dat ik al in de overgang ben geweest. Niet omdat ik er blij mee ben, maar voor al die andere vrouwen die hier relatief jong mee te maken krijgen. Ik hoop dat zij eerder dan ik beseffen dat ze hormoontherapie zouden moeten overwegen, ook als ze nergens last van hebben. Wat dat betreft sluit ik me volledig aan bij Dorenda van Dijken: “Jonge mensen willen liever niet bezig zijn met hun oude dag, sterker nog, ze willen liever helemaal niet oud worden, en dat is begrijpelijk. Maar het is belangrijk te investeren in je gezondheid voor later, want later is het vaak al te laat.”

Illustratie: Melissa Conijn

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden