null Beeld

Özcan Akyol: “Om me heen word ik constant herinnerd aan mijn werk”

Terwijl de 1 opgroeide tussen de boeken, had de ander analfabete ouders. Beiden werden succesvol auteur. Annejet van der Zijl schreef dit jaar het Boekenweekgeschenk en Özcan Akyol het -essay. Özcan: “Ik ben met veel branie die literaire wereld binnengestapt.”

Hoe kregen jullie De Vraag of jullie het Boekenweekgeschenk en -essay wilden schrijven?

Özcan: “Ik werd uitgenodigd op mijn uitgeverij en daar ging de directeur van de CPNB plechtig op haar knieën. Ik voelde me een beetje opgelaten, al dat ceremoniële eromheen hoeft voor mij niet. Ze hadden me ook gewoon een mailtje kunnen sturen. Ik ben natuurlijk vereerd, maar ik denk dat Annejet en ik daar allebei niet van houden.

Ging er bij jou ook iemand op de knieën?”

Annejet: “Ik ben een paar jaar geleden gevraagd, maar heb toen nee gezegd. Je wordt in de lente gevraagd en in de herfst moet je het af hebben. Met mijn soort boeken die veel onderzoek vergen, red ik dat niet. Later stuitte ik op het verhaal van Leon en Juliette, een waargebeurde liefdesgeschiedenis die zich rond 1820 afspeelde in South Carolina. Leon was als jonge Nederlander zijn verarmde vaderland ontvlucht om fortuin te maken in Amerika. Juliette was een donker meisje dat in die tijd niet meer waard was dan een stuk vee dat naar believen kon worden gekocht en gebruikt. Dat leek me een mooi en relevant verhaal voor het Boekenweekgeschenk. Ik denk dat het voor Nederlanders goed is om te beseffen dat wij ook ooit een arm land waren, dat jonge Hollanders toen ook naar elders gingen om meer kansen te krijgen. Dat idee heb ik toen opgegooid bij de CPNB, en zij zeiden meteen: ‘Graag!’.”

Özcan: “Ik ben benieuwd of er maatschappelijke discussies over je boek ontstaan. Als columnist ken ik inmiddels alle gevoeligheden in het integratiedebat. Ik heb gemerkt dat mensen de tijdsgeest soms nog wel eens uit het oog kunnen verliezen, terwijl je gebeurtenissen moet zien in de tijd waarin ze plaatsvonden. Ik vraag me bijvoorbeeld af hoe er zal worden gereageerd op het feit dat die man een relatie had met een minderjarig meisje. Misschien worden mensen juist boos dat je zo’n man een podium biedt.”

Annejet: “Die man was 22, dat meisje was 15. In die tijd was 14 jaar een huwbare leeftijd. Ik zou het vervelend vinden als mensen mijn hoofdpersonen gaan veroordelen met de blik van nu. Maar ik vind het altijd prima als er discussie over mijn boeken ontstaat. Gelukkig zit ik niet op social media. Er is tegenwoordig een enorme meningen-overload in de samenleving. Ik heb er als schrijver altijd voor gekozen om daar buiten te blijven. Laat mij gewoon rustig schrijven, dat is eigenlijk het enige wat ik wil in mijn leven. Ik ben echt een eenzaat. Ik bemoei me ook niet zo met het literaire leven. Eus weet volgens mij veel meer van andere schrijvers dan ik. Al vond ik zijn essay waarin hij het boekenvak schetst ontzettend herkenbaar. Ik heb het met veel plezier gelezen, Eus. Goed dat je dat allemaal zo frank en vrij hebt opgeschreven. Ik loop natuurlijk ook al 20 jaar mee en bij veel dingen die je beschrijft, zoals het snobisme en de kliekjesgeest, dacht ik: o ja, zo gaat dat inderdaad. Ik heb het in het begin ook wel eens meegemaakt. Toen mijn boek Sonny Boy verscheen, stapte mijn man een chique boekhandel binnen en vroeg naar mijn boek. ‘Wij verkopen hier alleen literatuur’, zei de meneer achter de kassa. Ach, zo'n blond moppie, dat kan niet veel wezen, dacht hij misschien.” Eus werd wel een tandje heftiger onthaald met zijn debuut: Eus. ‘Het is gewoon helemaal niets, vermoedelijk heeft een ander het geschreven’, brulde Jort Kelder. ‘Het is weerzinwekkend dat media jou een podium geven.’

Özcan: “Dat lag ook wel aan mezelf, denk ik. Ik ben met veel branie die literaire wereld binnengestapt, met mijn uitspraken over migrantenliteratuur, over grachtengordelliteratuur, et cetera.”

‘Ik haat schrijvers. Het zijn allemaal ijdeltuiten en ze gunnen elkaar niks. Ze kijken neer op een debutant’, zei je in DWDD.

Özcan: “Ja, die bal heb ik meteen gekaatst, en toen kwam hij ook terug. Vanaf dat moment heeft die wereld waarin ik was beland me altijd beziggehouden. Wat is dit eigenlijk voor wereld?, dacht ik. Hoe zijn de verhoudingen? Wie hebben het voor het zeggen? En hoezo hebben zij het voor het zeggen? Dus toen ik deze opdracht kreeg, moest ik daar meteen aan denken. Het past ook goed binnen het thema van de Boekenweek: ‘Rebellen en dwarsdenkers’. Ik merkte dat ze bij de CPNB ook op zoek waren naar waarom ontlezing plaatsvindt. Wacht eens even, dacht ik toen, dat kan ik wel uitleggen volgens mij. Ik vind het mijn taak om het op te nemen voor de lezers van boeken die betiteld worden als invalide, omdat de schrijver geen échte schrijver zou zijn, zoals Susanne Vermeer, Esther Verhoef, Michiel van Egmond, en Saskia Noort. En dat zij daarom ook niet in aanmerking komen voor literaire prijzen.”

Annejet: “Ik lig daar niet wakker van, hoor. Ik voel me op geen enkele manier tekortgedaan. Ik ben vaak in de prijzen gevallen. En ik heb door de jaren heen zo’n ontzettend trouw lezerspubliek opgebouwd, dat beschermt mij tegen veel dingen.”

Özcan: “Dan heb ik meer rechtvaardigheidsgevoel, denk ik. Jij ligt er niet wakker van, maar ik denk: wacht eens even, als een schrijver zo veel lezers heeft die blij worden van zijn of haar boeken, maar de prijs niet krijgt omdat drie mensen in de grachtengordel hebben besloten wat echte literatuur, dan maak ik me daar druk om. Mijn essay begin ik met Lucinda Riley, die de reeks De Zeven Zussen schreef, het beste verkochte boek van de afgelopen 2 jaar. Toch wordt er binnen de literaire wereld heel schamper over haar gepraat. Daarmee zeg je eigenlijk dat haar lezers geen goede smaak hebben, dat ze troep lezen. Dat vind ik raar en laakbaar. Want wie zijn die mensen die dat zeggen? Dat zijn dus mensen die vinden dat zij een monopolie op de goede smaak hebben. Mijn grootste bezwaar is dat ze de gevoelswereld van die lezers ridiculiseren. Dat is bijna een vorm van fascisme.”

Jullie hebben een totaal andere achtergrond. Annejets ouders waren leraar en hebben haar met boeken en kunst opgevoed. Eus heeft het lezen zelf ontdekt toen hij na een serie vermogensdelicten in het Huis van Bewaring belandde. Is jullie motief om te lezen daardoor ook anders?

Annejet: “Ik ben enorm gepest als kind. Dus voor mij is het lezen begonnen als escapisme. Op mijn 7e verhuisde ik met mijn ouders van Noord-Holland naar Friesland. Ik was een lang, dun, verlegen meisje met een brilletje, dat keurig Nederlands sprak. Mijn hoofd zat vol sprookjesboeken. Dat pikten die kinderen niet, dus ik heb daar ellendige jaren gehad. Dat is niet leuk, maar het heeft me ook 2 dingen opgeleverd: ik heb een enorm vermogen om te ontsnappen in andere werelden én ik ben redelijk immuun voor groepsdwang. De hele wereld kan roepen dat ik zus moet doen, maar dan denk ik: die hele wereld riep eerder ook dat ik stom was, en dat vond ik zelf ook niet zo. Dat is echt een voordeel van een tijdje geïsoleerd te zijn geweest.”

Herken jij die isolatie, Eus?

Özcan: “Ja, heel erg. Ik ben niet gepest, maar ik heb wel enorm veel sociale druk ervaren door de verwachtingen van mijn ouders en van de Turkse gemeenschap, waar ook allerlei regels en tradities gelden. Het lezen van boeken was voor mij de beste manier om mezelf te worden, om me te durven uitten zoals ik zelf wilde. Ik heb 2 analfabete ouders. Door te lezen kwam ik erachter dat er blijkbaar toch nog iets van intelligentie in mij zat. Terwijl iedereen om mij heen obstructie pleegde op het ontplooien daarvan, heeft het lezen van boeken mijn ontwikkeling enorm op gang gebracht. Ik kom uit een schaamtecultuur waarin je over niets sprak en niet te veel moest verwachten van het leven. Dankzij het lezen van boeken durfde ik wel te dromen.”

Annejet: “Ik vind het heel ontroerend wat je zegt. Dat boeken dat voor je kunnen betekenen, dat is toch fantastisch?”

Özcan: “Juist daarom ageer ik ook in mijn essay tegen mensen die dat anderen willen ontnemen. Die het lezen van boeken exclusief willen maken, die schrijvers en lezers buitensluiten. Dat is wel ironisch in een wereldje van schrijvers, waar ze allemaal progressief links zijn, en begaan met de sociaal zwakkeren. Zodra het om hun eigen werk gaat, is er ineens een duidelijke hiërarchie.”

Eigenlijk passen jullie boeken wel bij elkaar. Annejet schrijft over het buitensluiten door weldenkende mensen in een tijd dat ze nog niet doorhadden hoe oneerlijk dat was. Jij over het buitensluiten van schrijvers, ook door weldenkende mensen. Het principe dat de een zich beter voelt dan de ander, zonder dat men zich ervan bewust is, bestaat blijkbaar nog altijd.

Annejet: “Dat vind ik ook. Alleen doen Eus en ik het allebei op een totaal andere manier. Ik houd me gewoon heel koest.”

Özcan: “En ik zoek ruzie.”

Annejet: “Ik zoek de stilte. Maar voor ons allebei geldt dat het schrijven van boeken ons veel heeft gebracht. Het succes van mijn boeken heeft mij het zelfvertrouwen teruggegeven dat ik op de lagere school ben kwijtgeraakt. Misschien dat ik me daarom ook helemaal niet bemoei met die literaire wereld, want daar krijg ik het alleen maar Spaans benauwd van.”

Özcan: “Ik weet ook niet waar dat bij mij vandaan komt. Ik vraag me wel eens af: waarom maak ik me er toch zo druk om? Mijn rechtvaardigheidsgevoel heeft misschien te maken met mijn jeugd waarin wij toch tweederangsburgers waren. Niet eens moedwillig bedacht door de mensen, maar uiteindelijk zorgde het er wel voor dat er een soort klassensysteem bestond. Daar bedoel ik niet alleen etniciteit mee, ook de arbeidersklasse voelde zich minderwaardig. Die verdeling wordt in de literatuur nog altijd in stand gehouden.”

Annejet, je zei dat het succes je veel heeft gebracht. Toch zit je met Geert Mak in een lotgenotenclubje om te praten over hoe met dat succes om te gaan…

Annejet: “Dat is een beetje als een grap begonnen, maar het klopt. In het begin, toen mijn boek Sonny Boy plotseling zo’n succes werd, kwam ik Geert tegen op straat. ‘Hoe gaat het?’, vroeg hij. ‘Niet zo goed,’ zei ik. Ik vertelde dat ik het moeilijk vond dat er ineens van alles door het succes veranderde, terwijl je het daar niet met je omgeving over kunt hebben omdat je de enige bent die dat meemaakt. ‘Weet je wat,’ stelde hij voor, ‘we beginnen een eetclubje om daarover te praten.’ Hij heeft dat plotselinge succes zelf natuurlijk in tienvoud meegemaakt.”

Özcan: “Het succes heeft mij ook overrompeld en ik had ook niemand met wie ik daarover kon praten. Het kwam bij mij wel heel goed uit dat ik een einzelgänger ben. Ik heb niet veel bevestiging nodig, want het is toch nooit goed genoeg. Ik wil altijd meer en beter. En het scheelt erg dat ik eigenlijk maar 1,5 vriend heb. Dus ik word er niet vaak mee geconfronteerd dat zij ineens anders tegen me doen. Ik ga om die reden wel stoppen met voetbal. Want zowel mijn teamgenoten als de tegenstanders zijn zich toch anders gaan gedragen. Ik kom daar op zondagochtend om even lekker een potje te voetballen, om mijn hoofd leeg te maken. Maar om me heen word ik constant herinnerd aan mijn werk. Als ik bij de scheidsrechter protesteer vanwege een beslissing, roepen tegenstanders zaken als: ‘Je zit hier niet bij Jinek.’ Of ze probeer me harder te tackelen.”

Annejet: “Daarom kies ik er voor om tv-optredens beperkt te houden. Ik vind het zo fijn om in mijn alleroudste kleren door het bos te lopen en dat niemand me dan herkent.”

Özcan: “Ik voel me schatplichtig aan de literatuur, daarom trek ik er op uit. Ik bezoek ook minimaal 1 keer in de week een middelbare school. Daar zit niet per se het meest dankbare publiek. Ik weet van andere schrijvers dat ze daarom niet gaan, ze kunnen niet omgaan met die jongeren en vinden bovendien dat het te weinig betaalt. Maar als ik ook ga zeggen dat ik het financieel niet nodig heb en het stressvol is omdat er altijd wel een paar klootzakjes tussen zitten, wie gaat het dan doen?”

Annejet van der Zijl: “Dat vind ik super stoer van je. En jij bent natuurlijk een fantastisch rolmodel voor ze. Zeker voor allochtone jongeren lijk je me een held.”

Özcan “Dat heeft niet alleen met het allochtoon zijn te maken, maar meer met het gevoel dat je voor een dubbeltje bent geboren. Dat herkennen veel van die jongeren, of ze nou een witte of een zwarte achtergrond hebben. Zolang ik van docenten terugkrijg dat ze onder de indruk waren van mijn verhaal en daarna een boek hebben geleend in de bibliotheek, denk ik: oké, missie geslaagd. Hopelijk durven zij, net als ik, door die boeken weer te dromen.”

Annejet van der Zijl (1962) schreef naast het Boekenweekgeschenk Leon & Juliette, zes non-fictieboeken en (samen met haar man Jo Simons) één fictieboek, die allemaal bestsellers werden. Van haar boek Sonny Boy (2002) werden meer dan 600.000 exemplaren verkocht en het werd in 8 talen vertaald. Haar biografie Anna (over Annie M.G. Schmidt) en Sonny Boy werden verfilmd en met diverse prijzen bekroond. Voor haar totale oeuvre ontving ze onder andere de Gouden Ganzenveer en de Amsterdamprijs voor de Kunst.

Özcan Akyol (1984), die het boekenweekessay Generaal zonder leger schreef, beleefde in 2012 zijn doorbraak als schrijver met zijn debuutroman Eus. In 2016 volgde zijn roman Turis, die net als zijn 1e boek meteen een bestseller werd. Naast zijn werk als schrijver is hij columnist (o.a. voor het AD), schuift hij geregeld aan bij De Wereld Draait Door, en presenteerde hij onder meer de documentaireserie De Neven van Eus en Sterren op het Doek. Op de radio presenteert hij Onze man in Deventer. Özcan is getrouwd met Anna en heeft 2 kinderen.

Boekenweek

De 85ste editie van de Boekenweek vindt plaats van zaterdag 7 tot en met zondag 15 maart en heeft Rebellen en dwarsdenkers als thema. Voor de Boekenweek 2020 schreef Annejet van der Zijl het Boekenweekgeschenk Leon & Juliette, dat tijdens de Boekenweek bij besteding van ten minste € 15 aan Nederlandstalige boeken door de boekhandel cadeau wordt gedaan. Het Boekenweekgeschenk is voor het 3e jaar op rij vertaald in het Fries. Het Boekenweekessay is geschreven door Özcan Akyol en heeft de titel Generaal zonder leger. Tijdens de Boekenweek is het voor € 3,75 verkrijgbaar in de boekwinkel.

Ook dit jaar wordt rond de start van de Boekenweek een speciaal Boekenweekgedicht onthuld. Het Boekenbal vindt plaats op vrijdagavond 6 maart. Op 15 maart, de laatste zondag van de Boekenweek, kunnen reizigers traditiegetrouw op het vertoon van het Boekenweekgeschenk gratis met de trein reizen. Het Boekenweekgeschenk is geldig voor 1 persoon, in de 2de klas, in alle binnenlandse treinen van NS en NS International (m.u.v. Thalys). Ook is het geldig in treinen van Arriva, Connexxion, Breng, Syntus en Veolia. Kijk voor meer informatie op ns.nl/tijdvoorlezen.

Tekst: Natahlie Huigsloot. Beeld: Ester Gebuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden