null Beeld

PREMIUM

Pia Dijkstra: “Fulltime werkende moeders worden nog steeds gezien als slechte moeders”

Ze had altijd een overvolle agenda, als televisiepresentator en de afgelopen tien jaar als Tweede Kamerlid voor D66. Komend voorjaar verlaat Pia Dijkstra (66) de politiek en gaat ze, samen met haar man, genieten van haar vrije tijd.

Onder een bleek novemberzonnetje ligt het Binnenhof er verlaten bij, op een enkele verdwaalde toerist na. Ook de wandelgangen van de Tweede Kamer zijn uitgestorven. We zitten midden in de tweede lockdown en bijna iedereen werkt zo veel mogelijk thuis. “Het leven begint zo langzamerhand wel saai te worden”, verzucht Pia Dijkstra in de deftige vergaderzaal van D66 met donkere lambrisering en krakende parketvloeren.

“Wat ik vooral mis zijn de contacten met anderen. Bij elkaar op de koffie, afspreken met vrienden, bijkletsen met de collega’s bij de koffiemachine, even horen wat er allemaal speelt. Mijn leesclub, die mis ik ook. We hebben weleens met elkaar gezoomd, maar dat is toch niet te vergelijken met een live bijeenkomst.” Haar drie volwassen zonen heeft ze al in geen maanden omhelsd en geknuffeld. “Met de jongste was ik afgelopen zomer een paar dagen in Drenthe, maar ook toen hebben we elkaar niet vastgepakt. Hij werkt als arts-onderzoeker in een ziekenhuis, dan moet je niet het lot tarten. We zien de kinderen wel thuis, of in de tuin bij de vuurkorf. Mijn man is een zeventiger en behoort tot de risicogroep. Bovendien: dit zijn nu eenmaal de regels en ik ben niet iemand die de regels makkelijk aan haar laars lapt.”

Met Pia Dijkstra ben ik, net als de rest van 50+ Nederland, zo’n beetje opgegroeid, en haar frisse kalme gezicht met het dikke blonde haar is me bijna net zo vertrouwd als dat van een vriendin. Van 1988 tot 2000 presenteerde ze het Achtuurjournaal, daarna vertrok ze naar het medische programma Vinger aan de pols. In 2010 werd ze in de Tweede Kamer gekozen als fractielid van D66 en met haar medisch-ethische portefeuille bleef ze bepaald niet onopgemerkt. Haar wetsvoorstel Voltooid leven pleit voor hulp bij euthanasie bij 75-plussers die, ook al zijn ze niet ernstig ziek, hun leven voltooid vinden. Dat veroorzaakte behoorlijk wat reuring en het laatste woord is er nog niet over gezegd. Ook loodste ze met eindeloos geduld de nieuwe Donorwet door de Tweede Kamer en is die wet nu ook goedgekeurd door de Eerste Kamer. Sinds 1 juli 2020 geldt voor iedereen: wie niets invult in het Donorregister, geeft automatisch toe-stemming om na overlijden zijn of haar organen en weefsel weg te geven. Deze wet was broodnodig om het tekort aan donormateriaal op te lossen, maar stuitte aanvankelijk op veel weerstand.

Na de verkiezingen van komend voorjaar ga je uit de politiek, heb je besloten. Wat is nu je gemoedstoestand?

“Dat heb ik mezelf ook afgevraagd. Vandaag wordt de kandidatenlijst van D66 gepresenteerd, dat is altijd zo’n beetje de start van de verkiezingskoorts. Een spannende tijd die veel energie met zich meebrengt. Daar ben ik niet meer bij, een beetje weemoedig ben ik wel.”

Doe je nu alleen nog maar mee voor spek en bonen?

“Nou, nee. Als ik er straks mee ophoud, ben ik tien jaar en negen maanden Kamerlid, een lange periode. Van mijn ervaring wordt nog volop gebruikgemaakt. Maar ik trek mezelf wat meer terug, het is niet meer aan mij om de boventoon te voeren.”

Ben je iemand die graag de boventoon voert? Enerzijds maak je een bescheiden indruk, anderzijds was je in de Kamer bepaald niet onbeduidend.

“Het gekke is: ik heb nooit zo de behoefte gehad om mezelf op de voorgrond te plaatsen, maar ik kreeg altijd functies aangeboden waarbij dat vanzelf gebeurde. Toen ik bij het Journaal werkte, voelde ik me altijd onderdeel van de redactie, het lid van het team dat het resultaat van een dag hard werken ’s avonds mocht vertellen aan de mensen thuis. Daar heb ik geen bezwaar tegen, om namens een groep het verhaal te vertellen. De standpunten van D66 uitleggen of bepaalde wetsvoorstellen verdedigen, dat doe ik met overgave.”

Eigenlijk wilde je predikant worden; na het gymnasium ging je theologie studeren.

“Ik wilde ziekenhuispredikant of gevangenispredikant worden, mensen helpen. Ons gezin was lid van de Doopsgezinde Broederschap, een heel vrijzinnige gemeente. Bij de doopsgezinden word je niet als klein kind gedoopt, maar pas als je er bewust voor kiest. Je doet dan geloofsbelijdenis met een zelfgeschreven tekst. Ik had best veel vragen over het geloof en over kerkelijke tradities, en ik dacht dat ik bij theologie antwoorden op mijn vragen zou krijgen.” Lachend: “Maar er kwamen alleen maar vragen bij.”

Ben je nog steeds lid?

“Nee, ik noem mezelf ook niet meer gelovig. Ik zit nu veel meer op het spoor van het humanisme. Tijden mijn studie kreeg ik een baantje bij de Ikon, de interkerkelijke omroep, waar ik steeds meer te doen kreeg. Toen ben ik gestopt met theologie. Ach, zeg ik nu, eigenlijk zou je pas theologie moeten gaan studeren als je wat ouder bent. Ik werd altijd gezien als iemand die al jong wijs en verstandig was, maar dat was helemaal niet zo, ik was nog een kind.”

Wat was je dan voor meisje?

“Idealistisch en wat wereldvreemd, denk ik. Beschermd opgevoed in een liefdevol Fries gezin. Ik werd in een klap volwassen in 1982 toen vier journalisten van de Ikon in El Salvador werden vermoord. Dat was het moment dat ik me ging interesseren voor internationale politiek, daarvoor leidde ik een onbezorgd leven.”

Je was altijd een braaf meisje?

“Een heel braaf meisje. Ik kreeg het volstrekte vertrouwen van mijn ouders, want ik hield me altijd strak aan de afspraken.”

En later, toen je ging studeren, nooit stoute dingen gedaan?

“Tuurlijk wel.” Ze giechelt even. “Gewoon, niks bijzonders, wat alle studenten doen. Doorzakken, te veel drinken…”

Uit haar eerste huwelijk heeft Pia een zoon. Met haar tweede man, Gerlach Cerfontaine, de latere president-directeur van Schiphol, kreeg ze nog twee zonen. Alle drie de kinderen werden geboren tijdens haar periode bij het Journaal. Toen de kinderen nog klein waren, werkte ze een week op, een week af.

Jouw man had ook altijd verantwoordelijke banen, die kon vast niet een papadag nemen…

“Mijn man deed altijd enorm zijn best om er wél te zijn. Toen de kinderen klein waren, was hij voorzitter van de raad van bestuur van een academisch ziekenhuis. In de week dat ik werkte, maakte hij geen afspraken na zes uur. Dan at hij met de kinderen en bracht hij ze naar bed. In mijn week af kon hij zijn dingen doen ’s avonds.”

Dus jullie zagen elkaar nooit?

Ze lacht. “Op zondag.”

Nooit last van schuldgevoelens gehad?

“Zeker heb ik die gehad. Naast mijn werk deed ik ook nog vrijwilligerswerk, dus ik had een overvolle agenda. Ik weet nog dat ik een keer samen met mijn zoontje met de autootjes speelde en me onrustig voelde omdat ik nog van alles moest. Toen dacht ik: dit is te dol, als ik met mijn kinderen ben, moet ik me niet opgejaagd voelen. Toen heb ik een aantal dingen afgestoten. En mijn jongste wierp zich graag snikkend ter aarde als ik de deur uit ging, dat vond ik verschrikkelijk. Dan had ik in de auto precies tijd om een potje te huilen en dan weer opgedroogd de make-up in te gaan.”

Zijn de zonen nu niet heel erg trots op je?

“Absoluut, en tegelijkertijd zijn ze heel blij dat ik straks niet meer in de publiciteit ben. Zij hebben het moeilijk gevonden dat ik soms onder vuur lag, want dan gaat het wel over je moeder hè? Rond de Donorwet en ook bij het wetsvoorstel Voltooid leven waren er hele scheldpartijen op social media. Dan zei ik: ‘Jongens, niet lezen.’”

Je werd onder andere uitgescholden voor engel des doods, je werd bedreigd. Ben je echt altijd zo onaangedaan?

“Ik heb een dikke huid ontwikkeld. Al die mensen die op hun zolderkamertjes dat soort tweets versturen – die vind ik vooral zielig. Wél raakt het me als mensen die ik respecteer meegaan in dat koor van beschuldigingen. Een journalist van de EO die als reactie op het Voltooid leven-wetsvoorstel op Twitter een afbeelding plaatst van de dood met een zeis – dat raakt me diep.”

Je was ook voorzitter van de Taskforce DeeltijdPlus, die vrouwen moest stimuleren meer uren te werken. Heeft het geholpen?

“Veel te weinig. Terwijl: als je alleen maar kleine baantjes hebt, kom je niet verder en word je nooit economisch zelfstandig. Het gaat veel te langzaam. We moeten naar gratis kinderopvang toe, dan komt er misschien schot in de zaak.”

Wat houdt vrouwen nou echt tegen?

“Dat is in Nederland lastig om uit te rafelen, het zit zó in onze cultuur. Op schoolpleinen worden fulltime werkende moeders nog steeds gezien als slechte moeders. Uit onderzoek van de taskforce bleek dat vrouwen wél ambitie hebben. Niet per se om macht te vergaren en veel geld te verdienen, nee, ze willen vooral fijn samenwerken en het léuk hebben op de werkvloer. Dat werk altijd maar leuk moet zijn, daar moeten we toch een beetje vanaf. Wil jij een interessante job krijgen, dan zul je op de weg ernaartoe ook weleens niet zo leuk werk moeten doen.”

Hoe ging dat bij jou?

“De eerste twee jaar in de Kamer heb ik vaak gedacht: dit werk past niet bij me. Ik vond het lastig. Ik moest eraan wennen dat ik in het debat je standpunt moest blijven verdedigen, ook als ik anderen dingen hoorde zeggen waarvan ik dacht: daar zit wat in. Pas later ontdekte ik dat het wél kan, maar op een andere manier, meer achter de schermen. Zo heb ik uiteindelijk ook de Donorwet erdoorheen gekregen, door veel te praten met verschillende partijen, te luisteren naar argumenten van anderen, en het voorstel zodanig aan te passen dat een meerderheid het wél zag zitten. Ik heb echt moeten leren om zo te werk te gaan; medisch-ethische vraagstukken moet je heel zorgvuldig en van alle kanten bekijken. Ook over het wetsvoorstel Voltooid leven zullen we nog heel goed het debat moeten voeren, en dan kijken waar we uitkomen.”

Kijk je met voldoening terug?

“Op mijn Kamerperiode? Uiteindelijk wel. Het is een enorm voorrecht om hier te mogen rondlopen en écht iets te zeggen te hebben. Als volksvertegenwoordiger kun je het kabinet corrigeren en zelf met voorstellen komen. Mijn laatste actie is een voorstel om de vijf dagen bedenktijd uit de Abortuswet te halen, die zijn zo betuttelend. Veel vrouwen hebben daar al wéken over nagedacht, die hebben dat echt niet nodig. Dat wetsvoorstel had ik nog graag zelf verdedigd.”

Toen je in de Kamer kwam werd er meesmuilend over je gezegd…

“…Pia Dijkstra kan toch alleen maar de autocue voorlezen?” Ze schatert. “Men vond het een schande dat ik voor de politiek koos. Weet je wat wel een warm bad was? Dat in Den Haag niemand het over je leeftijd heeft, dat is echt fijn. Bij de tv raak je zo opgefokt, je bent al snel te oud. Terwijl ik nu op mijn 66e denk: oud? Ik kan nog járen door.”

Maar waarom ga je dan stoppen, wat ga je doen met al je energie?

“Mijn man is acht jaar ouder en we willen meer tijd samen hebben. Er zijn al wat vrienden overleden, dus we dachten: laten we nu we nog in goeden doen zijn samen gaan genieten. Natuurlijk hebben we onze plannen moeten bijstellen door corona, reizen zit er voorlopig niet in. Maar in Nederland valt er ook veel te ontdekken. Van de zomer, toen ik met mijn jongste in Drenthe was, zijn we naar het Drents Museum en het Groninger Museum geweest, we hebben lange wandelingen gemaakt over de heide. Het was allemaal zo prachtig. Waarom zou je altijd ver weg moeten?

Dus jullie gaan straks op de tandem het land verkennen?

“Absoluut niet! Mijn man ik en zijn heel verschillend – je moet ons niet samen op een tandem zetten. Maar we willen er wel op uit. Ik heb mezelf een half jaar sabbatical gegeven. Ik wil weer pianospelen en, het klinkt ontzettend tuttig, misschien ga ik wel een trui breien, daar heb ik zin in.”

Dat wordt een heel ander leven: breien en fietsen.

“Tijdelijk hè, eerst een half jaar vrij. Daarna zie ik wel. De dag dat ik aankondigde dat ik de politiek zou verlaten, werd mijn mailbox al overstroomd met verzoeken. Bestuurlijke functies, uitgeverijen die willen dat ik een boek schrijf… Maar voor dat laatste heb ik écht geen geduld.”

Verheug je je? Of ben je ook bang, bepaalt je werk niet ook je identiteit?

“Daar heb ik altijd voor gewaakt, ik weet dat ik meer ben dan mijn baan. Maar toen ik ophield bij het Journaal moest ik letterlijk afkicken: ik was gewend aan elke avond om acht uur die adrenalinestoot. Een hele tijd heb ik me toen niet lekker gevoeld en dat gaat straks misschien ook wel gebeuren; ook dit werk levert regelmatig adrenalinestoten. Plus het feit dat ik altijd overal bovenop zit – dat ga ik ongetwijfeld missen. Maar ik verheug me vooral heel erg op de nieuwe fase die voor me ligt, dat ik even helemaal niks hoef.”

Over Pia

Pia Dijkstra werd geboren op 9 december 1954 in Franeker, als middelste van drie kinderen. Na het gymnasium ging ze theologie studeren. Al tijdens haar studie kwam ze bij de Ikon terecht, daarna volgden verschillende banen bij de NCRV en de Wereldomroep. Van 1988 tot 2000 was ze het gezicht van het NOS Achtuurjournaal. Daarna stapte over naar de Avro, waar ze onder andere Vinger aan de pols presenteerde. In 2010 werd ze voor D66 met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer gekozen. Haar grootste wapenfeiten zijn de Donorwet die ze door de Tweede Kamer wist te loodsen, en het wetsvoorstel Voltooid leven dat ze afgelopen zomer indiende. Pia woont met haar man Gerlach Cerfontaine in Utrecht en heeft drie zonen van 32, 28 en 26.

Interview: José Rozenbroek. Fotografie: Esmée Franken.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden