null Beeld

Pianotalenten Lucas en Arthur: “Wij hebben alles gedaan wat leeftijdsgenoten ook deden”

Pianotalenten én broers Lucas (26) en Arthur (23) Jussen treden samen op over de hele wereld en brachten onlangs hun 6e album uit. Een gesprek over hun levens, sporten, vriendinnen en muziek.

“Sorry”, zeggen Lucas en Arthur Jussen beurtelings als ze in sportkleding arriveren bij Meneer Nieges, een hippe horecazaak aan het Amsterdamse IJ, vlak bij het appartementencomplex waar ze allebei sinds 2 jaar wonen. “We zien er niet representatief uit, maar we gaan straks naar de sportschool”, verklaart Arthur. De broers trainen vrijwel dagelijks om fit te blijven en het scheelt tijd als ze meteen na het gesprek aan de slag kunnen. Tijd is kostbaar. Het afgelopen jaar hebben ze nog geen week vrij gehad, bekennen ze achter een spa rood. “Wat absoluut niet zielig is”, haasten ze zich te zeggen. Ze zijn bevoorrecht dat ze elke dag met hun passie bezig kunnen zijn, al is het soms pittig. Lucas: “We moeten leren om af en toe rust in te plannen.” Arthur: “Maar de meeste aanvragen voor concerten zijn zo leuk dat we er geen nee tegen kunnen zeggen.”

De jongens hebben weer een geweldig jaar achter de rug. Ze toerden lang door Azië, deden Beijing, Shanghai, Guangzhou, Kaohsiung en Macau aan, traden op in Duitsland en Spanje, en speelden het concert voor 2 piano’s van Poulenc met het Boston Symphony Orchestra. Daarnaast brachten ze hun 6e album uit. Nadat ze eerder werk van Beethoven, Schubert en Mozart uitbrachten, durfden ze het eindelijk aan om Bach op te nemen, vertellen ze.

Vandaar die huiver?

Lucas: “In de wereld van de klassieke muziek heeft iedereen een uitgesproken mening over hoe Bach moet worden gespeeld. In zijn tijd bestond de moderne piano nog niet waardoor sommige mensen vinden dat zijn muziek moet worden uitgevoerd op een klavecimbel, een instrument waarop je niet hard en zacht kunt spelen. Anderen zijn van mening dat je Bach volledig vrij moet kunnen spelen. Weer anderen vinden dat het wel op een vleugel kan worden gespeeld, maar zonder al te grote marges in het volume zodat het klinkt alsof die op de klavecimbel wordt gespeeld. Dat is ook onze benadering. Maar hoe je Bach ook speelt, je weet dus dat er kritiek komt.”

Arthur: “Een paar jaar geleden stonden we nog niet volledig achter onze interpretatie van Bach. Nu wel.”

Bach is alweer hun 6de album. De pianobroers Jussen zijn 20-ers, maar hebben al een behoorlijke carrière achter de rug. Al vanaf hun vroege kindertijd maakten ze furore achter de piano. Het begon ermee dat Lucas als 5-jarig jongetje tijdens het kijken naar het WK voetbal in 1998 Het Wilhelmus hoorde. “Dat vond ik een leuk liedje”, vertelt een jonge Lucas in een aandoenlijk televisiefragment van lang geleden. “Mama leerde het me spelen op de piano.” Hij blijkt een bijzonder getalenteerd pianist, wat eveneens geldt voor zijn jongere broer die ook piano wilde spelen omdat hij ‘wat Lucas deed ook leuk vond’, aldus Arthur in datzelfde tv-fragment. Die muzikaliteit hebben de jongens van hun ouders. Vader Paul Jussen is paukenist bij het Radio Filharmonisch orkest, moeder Christianne van Gelder is docente dwarsfluit. Hun zoons worden in Hilversum opgeleid door de beste docenten, maar brengen ook een klein jaar door in Portugal en Brazilië om les te krijgen van de befaamde pianiste Maria João Pires. Na hun terugkomst in 2006 debuteren ze als duo in het Amsterdamse Concertgebouw, ieder achter een piano, onder leiding van dirigent Jaap van Zweden. Ze zijn dan 10 en 13 jaar oud.

Hoe hebben jullie die jeugd ervaren?

Lucas: (theatraal zuchtend) “Het was één grote ellende. We werden altijd gedwongen om piano te spelen.”

Arthur: stoïcijns: “De zweep ging erover.” Gelach. Lucas: “Nee joh. We hadden een leuke, normale jeugd. We hebben alles gedaan wat onze leeftijdsgenoten ook deden. We zaten op voetbal, op tennis en we speelden met vriendjes. Alleen speelden wij vanaf ons 5e jaar ook piano. In het begin een halfuurtje per dag, later een uur, 2 uurtjes.”

Vonden jullie voetbal en tennis net zo leuk als piano?

Lucas en Arthur: (tegelijk) “Ja.” Arthur: Er zijn meer dingen waar we heel gelukkig van worden en dat is onder andere sport. Om te doen en om te kijken. We gaan graag naar Ajax.”

Geeft een doelpunt eenzelfde euforie als het pianospel?

Arthur: “Als Ajax een belangrijk doelpunt maakt wel.”

Lucas: “Zeker. Daar kunnen we heel blij om zijn. Muziek is een groot onderdeel van ons leven, maar je moet niks in het leven te serieus maken. Muziek niet, sport niet, religie niet. Af en toe een flesje witte wijn achterover tikken is ook heel leuk.”

Ze zijn gewone jongens, benadrukken ze allebei, geen mono-mane wonderboys met uitsluitend interesse in klassieke muziek. Stevie Wonder is ook fantastisch en op Koningsdag kunnen ze André Hazes jr. ook waarderen.

Arthur: “We houden van het leven, van Amsterdam en van alles wat in Nederland speelt of het nou sport is of literatuur of kunst of nieuwe restaurants. Uit eten gaan, daar genieten we ook van.” Lucas: “En na een concert vinden we het fijn om, in de stad waar we dan zijn, samen nog even een biertje te drinken en tot rust te komen. Maar als je weet dat je de volgende dag moet spelen voor 2500 man, ga je niet doorzakken. Dan wil je presteren. Je moet je werk zo goed mogelijk willen doen, maar ook een beetje loslaten.”

Over relativeren gesproken. In 2017 speelden jullie tijdens het Holland Festival het experimentele en ook komische Mantra. Kozen jullie dat stuk van componist Stockhausen om jullie schattige-blonde-broertjes-imago bij te stellen?

Arthur: “Nee. Het Holland Festival vroeg ons Mantra te spelen, maar ik denk wel dat het grote publiek, dat niet wist dat wij altijd al met moderne klassieke muziek bezig waren, door dat concert een andere kijk op ons heeft gekregen.”

Tijdens het concert stonden jullie elkaar quasi geïrriteerd uit te dagen, schreeuwden jullie en stak Lucas zelfs zijn middelvinger op.

Dat theatrale leek jullie goed te passen.

Lucas: “Ik denk niet dat we zo theatraal zijn, maar de meeste muzikanten die dat stuk spelen zitten erbij alsof ze naar een begrafenis gaan. Wij zijn jong en ik denk dat wij uitstralen dat we het hartstikke leuk vinden om in een uitverkochte zaal van het concertgebouw te mogen spelen.” Arthur: “Dat concert was de kers op de taart, maar er ging een jaar aan vooraf waarin we veel over componist Stockhausen hebben gelezen, mensen hebben bezocht die les van hem hebben gehad en we zijn muziek bijna dagelijks hebben gestudeerd. Mantra is een zeer ingewikkeld stuk. Ik zou het zo weer doen, maar het was wel een…” Lucas: “Zware bevalling. Die het echt waard was.”

Jullie treden altijd op in prachtige jasjes. Tijdens het Mantraconcert droegen jullie een doorzichtig pak en een onderbroek.

Arthur: (grijnzend) “Omdat we een krankzinnig ding gingen doen, wilden we iets speciaals aan. De ontwerper, Peter George d’Angelino Tap, met wie we al 12, 13 jaar samenwerken, kwam met het idee voor een doorzichtig pak. Toen hebben Lucas en ik 3 maanden alleen maar kip, rijst en broccoli gegeten. En we gingen 2 keer per dag naar de sportschool.”

Haha! Jullie waren toch al strak?

Lucas: “We hebben er nog even aan getrokken toen.” Kloppend op zijn afgetrainde buik: “Met al dat uit eten tijdens die tournees gaat het hard, hoor.”Door mannenblad Esquire werden jullie in 2017 genomineerd voor de titel 'Best geklede man van het jaar'. Lucas: “Dat was hartstikke leuk. Maar we doen niet vaak mee aan dat soort dingen. 90 procent van de uitnodigingen voor tv-programma’s en premières zeggen we af. We bevinden ons in een conservatieve wereld. Je kunt niet in het Concertgebouw spelen en meedoen aan Sterren springen van de schans én alle feestjes aflopen. Daar zouden mensen zich aan ergeren. Terecht.” Arthur knikt.

Hebben jullie over alles een zelfde mening?

Lucas: “Ja, behalve over vrouwen.”

Gelukkig maar.

Arthur: (sarrend) “Ik ben wel heel vaak bij jouw vriendin.”

Lucas: (tegen Libelle): “Zij woont in hetzelfde appartementen-complex als wij.” Dan: “Ik zeg wel dat Arthur op andere vrouwen valt, maar ik weet het natuurlijk niet zeker.”

Arthur: “Ik zeg niks.”

Heb jij ook een vriendin, Arthur?

Lucas: “Hij heeft er een paar.” Arthur: “Ik heb geen vriendin.”

Dan krijg je vast veel fanmail.

Arthur: “Dat valt wel mee, dan kan ik beter de popmuziek in gaan. Het is wel een verschil of je een cd uitbrengt met een gitaar in je handen of dat je achter een piano zit. Maar ik heb nergens over te klagen. Lucas ook niet. We hebben ook de mazzel dat we elkaar hebben. Ik ben heel blij dat we samen kunnen reizen. Ik weet niet of ik het in mijn eentje zou kunnen om, ver van huis, elke keer weer in te checken in zo’n onpersoonlijk hotel.” Lucas: “Thuis zijn we ook altijd samen. We zitten apart van elkaar te studeren, maar we lunchen samen, sporten samen, koken meestal samen, kijken samen voetbal.” Arthur: “We hebben niet alleen dezelfde interesses, maar zijn ook elkaars beste vrienden. Iemand die met ons omgaat, heeft de ander er wel een beetje bij.”

Wat vindt jouw vriendin daarvan, Lucas?

Lucas: “Ik heb haar nooit horen klagen, maar ik vraag me nu ineens af of ik daar wel blij mee moet zijn.”

Wat roept weleens irritatie op?

Arthur: “Niet veel.” Lucas: “We zijn ook simpele mannen. Als er iets is, zeg je: ‘Tjongejonge, wat ben je toch een eikel.’ Dan zegt die ander: ‘Je bent zelf ook een eikel. Lazer een eind op.’ Dan is het over.”

Wanneer zeggen jullie dat?

Lucas: “Als iemand net te veel rommel door de hotelkamer laat slingeren. Wat normaal niets uitmaakt, maar wel als je moe bent van het reizen.” Arthur: “Restaurantjes zijn soms ook een dingetje. Als de een zin heeft in sushi, de ander in een…” Lucas: “Half kippetje.” Arthur: “Maar meestal hebben we zin in hetzelfde.” Lucas knikt.

Ongelooflijk.

Arthur: “Ik weet ook niet hoe het kan. Ik weet niet wat papa en mama hebben uitgespookt, maar we lijken erg op elkaar.”

Lucas: “Alleen moet Arthur vaker plassen voor een optreden.”

Hij is iets nerveuzer?

Lucas: “Nee dat niet.” Arthur: “Ik heb een zwakke blaas. Als ik op stap ga en biertjes drink, ben ik altijd beste maten met de juffrouw die bij de wc staat. Zegt ze: ‘Hé, ben je er weer?’ ‘Hé ja, ik moet weer.’ Van het geld dat ik op zo’n avond bij haar achterlaat, had ik drie gin-tonics kunnen kopen.” Lucas lacht hard.

Zijn jullie naast beste vrienden ook elkaar beste criticasters?

Lucas: “Nee, we zijn zelf onze grootste criticaster. Arthur voelt eerder dan ik dat iets beter of anders moet, en andersom.” Arthur: “We stimuleren elkaar wel heel erg. Ik weet hoe goed Lucas is en ik wil net zo goed zijn als hij is, en andersom. Dat zorgt, denk ik, voor het hoge niveau dat we elke keer proberen te halen.” Lucas: “We gaan nooit voor 95 procent.”

Interview: Astrid Theunissen. Fotografie: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden