null Beeld

Pieter van Vollenhoven: “Ik had gemakkelijk kunnen mislukken”

Op het wensenlijstje van Libelle-gastredacteur De Rode Kater stond één ding pal bovenaan: een interview met Pieter van Vollenhoven. 

Libelle viert het vijftigjarig bestaan van de strip Jan, Jans en de kinderen. Hebt u de strip weleens gelezen?

“Ik houd veel van stripboeken en verhalen en kende ook het bestaan van Jan, Jans en de kinderen. Maar, mijn excuses, ik ben niet geabonneerd op Libelle en daarom lees ik de strip niet vaak. Ik ben dan ook extra vereerd dat de Rode Kater aan mij heeft gedacht. Het was een prachtige uitnodiging.”

U noemt zichzelf weleens ‘de jeugdige professor’. U bent 81 jaar, maar wekt de indruk jonger te zijn. Hoe blijft u zo jeugdig?

“Mijn ervaring is dat mensen zéér verschillend oud kunnen worden. Zelf heb ik door mijn hobby’s altijd veel met jongeren opgetrokken. Ik dook geregeld met een veel jongere generatie, vrienden van onze kinderen bijvoorbeeld. Ook door de contacten met de Universiteit Twente trok ik met jongeren op. Zulke contacten houden je wellicht iets jonger. Als groet gebruikte ik inderdaad geregeld de woorden ‘uw jeugdige prof’, maar dat was meer om mijzelf moed in te spreken. Ik ben nu 81, maar daar merk ik geestelijk – tot op heden – niet zo veel van. Mijn enkel, gebroken tijdens de wintersportvakantie in 1964, laat mij bijvoorbeeld meer in de steek.”

Duikt u nog?

“Duiken is nog steeds mijn grote hobby. Mijn laatste duik was in Sulawesi in Manado, Indonesië. In 2019 kon ik vanwege ziekte niet gaan en dit jaar helaas ook niet, vanwege het coronatijdperk. Ook als duikinstructeur heb ik best veel gedoken, met ontzettend veel plezier. Zodra corona enigszins wordt beheerst, hoop ik weer te gaan duiken. Ik vind duikvakanties namelijk ook de leukste vakanties.”

U bent ook nog heel actief op werkgebied. Hoe komt dat?

“Dat is een afwijking in mijn karakter. Ik wil bijvoorbeeld graag altijd alles oplossen. Ik kan absoluut niet discussiëren over een probleem en dan zeggen: ‘Sorry, ik moet nu echt weg om te gaan golfen’. Alles moet eerst worden opgelost en werken vind ik geenszins vervelend. Het is gewoon mijn karakter. Ik heb altijd achter mijn bureau gezeten.”

Dankzij u is de Onderzoeksraad voor Veiligheid opgericht. Is daarmee uw levenswerk voltooid?

“De komst van de Onderzoeksraad heeft 22 jaar geduurd. Dat is echt lang en het was een periode die gepaard ging met ruzies met ministers en andere betrokken partijen. Regelmatig werd mij toegefluisterd dat ik iets nuttigs moest gaan doen in de samenleving, want nu maakte ik het leven voor mijzelf en vele anderen onmogelijk. Kortom, zo geliefd waren die woorden ‘onafhankelijk onderzoek’ niet.”

Is er nog iets te wensen?

“Ja, absoluut. Ik vind dat ook het toezicht op de afgesproken regels onafhankelijk moet zijn en geen verlengstuk van het bestuur en beleid. Mijn ervaring is dat er veel en lang met de regels kan worden gesjoemeld en om dat te bestrijden moet de waakhond, het toezicht – wettelijk verankerd – onafhankelijk kunnen optreden.”

Vindt u het onderzoek naar veiligheid in Nederland onafhankelijk genoeg?

“Wij noemen nu bijna alle onderzoeken onafhankelijk, terwijl zij dat geenszins zijn. Voor ‘echte’ onafhankelijkheid zijn wettelijke spelregels noodzakelijk en die zijn er helemaal niet. Alleen bij de Onderzoeksraad.”

Een van uw stokpaardjes is dat de politie dichter bij de burger zou moeten staan. Wat bedoelt u daarmee?

“Voor het functioneren van de politie is verbondenheid met de samenleving van het allergrootste belang. Uiteindelijk wonen wij allemaal in buurten of wijken en alle onveiligheid vindt daar ook plaats. Omstanders zien en weten veel. Daarom hecht ik heel veel waarde aan een nauwe verbondenheid van de politie, via de wijkagent, met de burgers.”

U hebt altijd uw eigen geld verdiend. Uw kinderen doen dat ook: ze hebben op eigen kracht een maatschappelijke positie verworven. Bent u daar trots op?

“Natuurlijk ben je verheugd en trots als iedereen met plezier in de samenleving functioneert. Maar als ik terugblik op mijn eigen leven, had ik ook gemakkelijk kunnen mislukken. Door de Bijlmerramp werd de motie ingediend om de Raad voor de Transportveiligheid op te richten. Door de vuurwerkramp werd de motie ingediend om tot een onderzoeksraad te komen. Maar wat als deze rampen niet waren geschied? De ruimte tussen slagen of mislukken is zeer gering.”

Premier Balkenende reikte u namens uw schoonzuster Beatrix het Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw uit, de hoogste burgerlijke onderscheiding. Wat voelde u bij die erkenning? Gelet op het feit dat u lange tijd verguisd bent als eerste Nederlandse burger die trouwde met een Oranje?

“Nog steeds ben ik zeer, zeer vereerd dat ik deze hoogste onderscheiding mocht ontvangen. Zeker een erkenning, en dat na al die jaren van ruzies. Ik vind dat nog steeds een onvergetelijke gebeurtenis en een totale verrassing, en zéér onverwacht als je terugblikt op mijn leven.”

U hebt ruim 43.000 volgers op Twitter. Waarom twittert u?

“Ik weet niet waarom ik zoveel volgers op Twitter heb. Aan hun reacties te zien heb ik niet direct het gevoel dat ik zo populair ben, maar ik houd wel van enige humor. Ik twitter om de reacties te leren kennen en een gevoel te houden van wat er zo in de samenleving leeft. Zonder Twitter geen 43.885 volgers!”

Tekst gaat door onder de foto.

null Beeld

Soms zijn uw tweets ook politiek getint. U trekt onder andere ten strijde tegen ‘gesjoemel’ in de politiek. Hoe is dat te verenigen met de ministeriële verantwoordelijkheid die voor u geldt als lid van het Koninklijk Huis?

“Ik spreek mij uit over het gesjoemel met de regels en niet over het gesjoemel in de politiek. Het gesjoemel met de regels is gebaseerd op mijn ervaringen met het onderwerp veiligheid als voorzitter van de Raad voor de Verkeersveiligheid, de Spoorwegongevallenraad, de Raad voor de Transportveiligheid, de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Stichting Maatschappij en Veiligheid. En later ook op mijn ervaringen als bijzonder hoogleraar. Bij mijn strijd voor onafhankelijk onderzoek is zeker weleens over het onderwerp ministeriële verantwoordelijkheid gesproken. Kortom, over mijn werk mag ik mij wel uiten, hetgeen ook valt onder de vrijheid van meningsuiting, maar ik probeer wel de waarheid te zeggen. En de waarheid is vaak niet geliefd.”

Muziek is een hartstocht van u. Op uw veertiende richtte u de band The Dixieland Society op. Het Fonds Slachtofferhulp hebt u lange tijd gefinancierd door uw concerten met de Gevleugelde Vrienden. Wanneer bent u daarmee gestopt en speelt u thuis nog weleens?

“Op mijn veertiende richtte ik – via advertenties – The Dixieland Society op en via deze advertenties werd Bob den Uyl, de latere schrijver, mijn trompettist. Mijn ouders hebben mij echt in grote vrijheid opgevoed. Later heb ik hun nooit gevraagd waarom zij dit allemaal goed gevonden hebben. Echt spijtig. Voor mijn eindexamen in 1958 en 1959 – ja… ja… – ben ik volledig met pianospelen gestopt. Ik heb het later weer opgepakt met de concerten van de Gevleugelde Vrienden, van 1986 tot en met 2002. Deze concerten waren lang de enige bron van inkomsten voor het Fonds Slachtofferhulp, dat lange tijd werd gezien als een politieke gril. Nu is deze hulpverlening gelukkig een begrip geworden. Na 2002 heb ik de piano nooit meer aangeraakt. Je kunt niet alles. In Malta verloor ik bij het duiken mijn vingertop in de duiktrap van de boot. Aan boord, het topje zat nog in mijn handschoen, is het er weer aangenaaid. Lang was dat een reden om niet meer te spelen, maar nu is het gevoel bijna volledig weer terug. Maar, zoals gezegd, je kunt niet alles. Vroeger speelde ik zelfs ook nog trombone!”

Welk boek heeft u het meest geraakt?

Soldaat van Oranje, het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema, heeft mij altijd zeer aangesproken, en ook zijn manier van schrijven. Ook zijn ‘kont tegen de krib’ gooien, sprak mij erg aan. Ik vond het altijd een feest om hem te mogen ontmoeten.”

Uw dierenfoto’s zijn indrukwekkend. Hoe krijgt u het voor elkaar om wilde dieren zo dicht voor uw lens te krijgen?

“Ik neem bijna altijd een lens mee, namelijk die van 100/400 mm, en vervolgens moet je geluk hebben. In de winter als de beukennoten en de eikels op zijn, geef ik de familie zwijn ook nog weleens iets extra’s. Zo krijg je leuke bosvriendinnen die zelfs opdringerig kunnen worden.”

Welk dier zou u zelf willen zijn?

“Dat weet ik niet! Ik kan namelijk nog niet beslissen of ik vliegend door het leven zou willen gaan, of onder water.”

U had een goede band met uw ouders, maar u communiceerde niet veel met hen. Hebt u dat anders gedaan met uw eigen kinderen? En wat doen zij weer anders met hun kinderen?

“De band met mijn ouders was inderdaad voortreffelijk, maar er werd nauwelijks gesproken. Ik heb pas leren praten toen ik de Prinses ontmoette. Vroeger was ik zwijgzaam. Met onze kinderen hebben wij veel gesproken en zij doen dat ook met hun kinderen. De wereld is nu ook veel opener.”

In de loop der jaren bent u de pater familias geworden van het Koninklijk Huis. Uw neef Willem-Alexander zei in een televisie-interview dat hij u ziet als zijn tweede vader, en dat hij graag advies aan u vraagt. Hebt u weleens een verantwoordelijkheid gevoeld voor het reilen en zeilen van het Koninklijk Huis?

“Iedereen moet zijn eigen leven inhoud geven en zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik sta altijd klaar als er een beroep op mij wordt gedaan. Maar ik dring mij niet op als adviseur.”

U bent nu 53 jaar getrouwd. Wat is het geheim van een goed huwelijk?

“Tijdig over zaken spreken en met humor. Maar… niets gaat vanzelf.”

Hebt u een advies voor hoe je het leven leuk blijft vinden?

“Je moet zelf iets van het leven maken en ik houd van humor en van toneelspel. Ik laat de dag niet zomaar aan mij voorbijgaan. Op zich is dit wel merkwaardig, omdat ik van huis uit wel een kluizenaar ben. Maar als ik mijn werkkamer verlaat, kan ik absoluut baldadige trekken vertonen. Zo ben ik altijd geweest en sommigen vinden dat gênant. Zo kwam er eens een stevig gebouwde vrouw op bezoek en er werd iets lekkers aangeboden. Toen zei ik: ‘Dat ziet er lekker uit, daar heeft de dikke pad wel zin in…’ Ik bedoelde absoluut mijzelf, maar het werd verkeerd uitgelegd. Dus niet iedereen stelt mijn soort humor op prijs.”

Hebt u een bucketlist over wat u nog zou willen doen in het leven?

“Ik ben absoluut begonnen met het maken van een bucketlist, want het leven vliegt voorbij. Maar voorlopig kunnen we, helaas, alles wel vergeten.”

Koningin Máxima zei ooit dat ze haar huwelijk aan u dankt. Is het al tijd om dat geheim met de buitenwereld te delen?

“Er is geen sprake van dat Máxima haar huwelijk aan mij dankt. Er is wel sprake van een samenloop van omstandigheden. Maar dat is het geheim van Het Loo. En het is een fantastisch verhaal waar Libelle van zou smullen.”

Tekst: Dorine Hermans. Fotografie: Petronellanita.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden