null Beeld

Psychologie: Patiëntje nooitgenoeg: “Een rugpijn is meteen een hernia”

Niemand is graag ziek, maar sommige patiënten drijven hun naasten tot wanhoop. Omdat ze vreselijk overdrijven, zwelgen in zelfmedelijden of goede adviezen in de wind slaan. Tips voor een moeilijke ziekenboeg.

Ziek zijn is geen pretje. Als je lichaam je in de steek laat, heeft dat effect op het mentale welbevinden. Het is lastig om te merken dat iets wat zo vanzelfsprekend leek, namelijk dat alles werkt zoals het hoort, dat niet meer is. Van nature lijden mensen doorgaans aan een zekere mate van onrealistisch optimisme: we schatten de kans om ziek te worden voor onszelf kleiner in dan voor anderen. Wel zo prettig, het voorkomt dat we continu in angst leven. Maar als het noodlot dan toch toeslaat, zijn we daar slecht op voorbereid. Waarom overkomt mij dit?, vragen veel mensen zich dan af.

In deze emotionele rollercoaster wisselen paniek, boosheid, angst, verdriet en hoop elkaar af. Dat heeft niet alleen impact op de zieke zelf, maar ook op de omgeving. “Een ziekte heb je niet alleen, die raakt ook de mensen om je heen”, zegt Mariët Hagedoorn, hoogleraar gezondheidspsychologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. “Het kan mensen dichter bij elkaar brengen, maar ook voor verwijdering zorgen. Bijvoorbeeld als de een emoties wil uiten, terwijl de ander die liever wegwuift.” Hoe iemand reageert hangt natuurlijk af van de ernst en duur van de ziekte. “Daarnaast zijn er grote individuele verschillen”, aldus Hagedoorn. “Maar van de stress die ziekte met zich meebrengt word je niet per se een leuker mens.”

Jezelf in het kwadraat

Ook gezondheidspsycholoog en coach Huub Buijssen merkt dat mensen heel verschillend met ziekte omgaan. De een schakelt snel door naar strijdlust, de ander is volledig uit het veld geslagen. Sommigen worden heel angstig en afhankelijk, anderen zijn vooral boos en gefrustreerd. “Eigenschappen worden door ziekte vaak uitvergroot. Je blijft jezelf, maar dan een graadje erger. Het lastige is dat vooral degenen die dicht bij ons staan het moeten ontgelden, mensen van wie we onbewust weten dat ze ons niet zomaar in de steek laten. In de praktijk zijn dat vaak de partner, naaste familie of goede vrienden.”

Voor wie met een ‘lastige’ zieke te maken heeft, is het goed om te bedenken dat de patiënt zich niet expres zo gedraagt. Zoals Buijssen het verwoordt: “Je bent geen klier voor je plezier.” Maar het is ook niet nodig om alles maar te accepteren van de zieke. De kunst is om aardig en zorgzaam te blijven zonder zelf kopje onder te gaan.

Overdrijven is een vak

Wie zich beroerd voelt of pijn heeft, mag daar best over klagen. Maar de zus van Anna (43) heeft wel erg veel gevoel voor drama. “Zij heeft niet gewoon rugpijn, nee, bij haar is het meteen een hernia. Vervolgens eist ze een doorverwijzing voor een scan. Die krijgt ze ook nog, want ze kan heel overtuigend zijn. 2 keer vlak achter elkaar plassen? Dat moet wel een blaasontsteking zijn. Ze heeft zelfs eens een paar dagen in het ziekenhuis gelegen vanwege buikpijn, terwijl er niets aanwijsbaars aan de hand was. Ik neem haar inmiddels niet meer serieus. Als ze op een familiebijeenkomst weer begint over pijn hier of daar, ga ik snel iets dringends doen in de keuken. Het lukt me niet meer om belangstelling te veinzen.”

Gezondheidspsycholoog Buijssen kan zich de ergernis van Anna voorstellen. “Sommige mensen doen met veel drama wel een erg groot beroep op anderen. Vaak is dat een schreeuw om aandacht. Maar de pijngrens is bij iedereen ook weer anders. Wat de een als licht ongemak beschouwt, voelt voor de ander als heftige pijn. Dat geldt ook voor psychisch leed; niet iedereen is even veerkrachtig. Je moet proberen om je eigen beleving niet te veel op de ander te projecteren.”

Zeggen dat de ander overdrijft helpt sowieso niet, heeft Anna ervaren. Haar zus reageert dan verbolgen en doet er een schepje bovenop. Buijssen: “Daarmee kom je inderdaad niet verder, de ander voelt zich dan alleen maar onbegrepen. Wat je wel kunt zeggen is: ‘Ik merk dat je het heel moeilijk hebt.’ Erkenning is namelijk belangrijk. Vraag daarnaast bijvoorbeeld: ‘Hoe kan ik je het beste helpen, waar heb je behoefte aan?’ Je krijgt misschien niet altijd een bruikbaar antwoord, maar dat is niet erg. De vraag stellen is meestal al genoeg.”

Hoogleraar Hagedoorn heeft er ook wel begrip voor dat sommige mensen misschien wat hypochondrisch zijn. “Zeker als je lichaam je ooit in de steek heeft gelaten, is het logisch dat je op alle signalen let. En voor iemand met een longziekte ís een simpel verkoudheidje ook echt een risico. Alert zijn is dus tot op zekere hoogte juist verstandig. Durft iemand helemaal niet meer op zijn of haar lichaam te vertrouwen, dan is het een idee om professionele hulp te zoeken.”

Ach, kun je nog even…

Een pan soep brengen naar een vriendin, iemands kinderen opvangen na schooltijd, boodschappen doen voor de oude buurvrouw, een zieke partner naar de wc helpen, dat doen we natuurlijk met alle liefde. Ook Chantal (41) helpt haar vader graag, maar ze vindt hem wel veeleisend. “Ik woon best ver weg, ruim 3 kwartier met de auto, maar hij schakelt me in voor elk wissewasje. Laatste belde hij me ’s avonds op of ik de vuilniszakken even buiten wilde komen zetten. Sinds zijn hersenbloeding is hij halfzijdig verlamd, dus ik begrijp dat hij zelf niet kan sjouwen. Zoiets kan hij ook aan de buurman vragen. Die is harstikke aardig, dus dat is vast geen probleem. Maar mijn vader wil per se dat ik het kom doen. Dus dan stap ik zuchtend de auto in.”

Veel mensen vinden het moeilijk om grenzen te stellen. Hoogleraar Mariët Hagedoorn: “We zijn gauw geneigd om op een hulpvraag in te gaan. Dat geldt zeker voor mantelzorgers. Zij zetten zichzelf nogal eens op de tweede plaats, terwijl ze naast de zorg een druk leven hebben met werk en een gezin.” Gezondheidspsycholoog Huub Buijssen merkt in de praktijk dat het vooral vrouwen zijn die zorgtaken op zich nemen, en dat zij daar vaak weinig waardering voor krijgen. “Als een man voor zijn zieke vrouw zorgt, krijgt hij applaus en ondersteuning. Bij vrouwen wordt dat veel vanzelfsprekender gevonden.”

Het is zaak om veeleisende types wat af te remmen, maar hoe? “Duidelijk zijn”, adviseert Hagedoorn. “Helderheid is voor beide partijen het beste. Geef aan wat je wel en niet kunt doen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik haal graag boodschappen voor je, maar koken lukt niet.’ Ga in ieder geval geen smoesjes of excuses verzinnen, dan ga je je onvrij voelen. Eventueel kun je wel meedenken over wie er nog meer kan helpen.”

Geven en nemen

Dat het geven en nemen uit balans raakt als een van de twee ziek wordt, is logisch. Maar door de zieke bijvoorbeeld advies over iets te vragen, kan dat een beetje recht worden getrokken. Hagedoorn: “Het is voor iedereen prettig om ook iets te kunnen geven, al ben je ziek. Het versterkt je gevoel van eigenwaarde. Praktische hulp zal waarschijnlijk niet lukken, maar een luisterend oor kunnen bieden is ook heel fijn. Als iemand daar te ziek voor is, is een lieve glimlach krijgen al genoeg.”

Bij intensieve hulp voor bijvoorbeeld een zieke partner of kind, raadt Buijssen aan om bewust tijd voor jezelf in te plannen. “Een vriend van mij staat elke ochtend een uur eerder op om even lekker de krant te lezen met een muziekje aan. Hij voelt zich daarover een beetje schuldig tegenover zijn zieke partner, maar ik vind het juist goed van hem. Doordat hij ook voor zichzelf zorgt en af en toe ontspant, houdt hij het zorgen vol.”

Overigens vinden veel mensen het ook prettig om voor een ander te kunnen zorgen, zegt Buijssen. “Geluk ontstaat vooral door de aandacht naar buiten te richten, op andere mensen. Dat zorgt voor zingeving en geeft ons een goed gevoel over onszelf. Zeker als een dierbare komt te overlijden, is het een troostende gedachte voor de nabestaanden om te weten: ik heb gedaan wat ik kon.”

Omgaan met paniek

“Sinds mijn beste vriendin is behandeld voor borstkanker is de paniek toegeslagen”, vertelt Aniek. “Ze belt me regelmatig huilend op: ‘Stel dat het toch is uitgezaaid, hoe moet dat dan met de kinderen?’. Mijn hart breekt als ze zo overstuur is. Het liefst zou ik haar vertellen dat alles goed komt, maar dat weet ik natuurlijk niet zeker. Ik kan niet zo goed bedenken wat ik moet zeggen, dus luister ik vooral.” Een prima reactie, denkt Hagedoorn. “Geruststellen kan inderdaad niet altijd. Je moet de zorgen ook niet bagatelliseren, dan voelt de ander zich niet serieus genomen. Mee gaan piekeren is ook niet verstandig, dan kom je samen in een neerwaartse spiraal terecht waardoor de paniek alleen maar toeneemt. Meestal wil de ander vooral z’n ei kwijt en is luisteren dus het beste dat je kunt doen.”

Als de ander wacht op een spannende uitslag, is het verstandig om daar niet op vooruit te lopen. Hagedoorn: “Spreek samen af: we weten het nu nog niet, dus laten we iets anders gaan doen. Afleiding kan heel prettig zijn, mits de zieke niet het gevoel krijgt er niet over te mogen praten. Daarnaast kun je dingen zeggen als: ‘Als het echt mis blijkt te zijn, dan ben ik ervoor je. Dan bekijken we stap voor stap wat het beste is.’ En: ‘We gaan het samen aan.’ Het paniekgevoel vermindert meestal als iemand het gevoel krijgt er niet alleen voor te staan. Blijft de paniek bestaan, dan kun je letterlijk aan de ander vragen: ‘Wat kan ik nu doen om het prettiger voor je te maken?’”

Buijssen: “We zijn vaak geneigd om met adviezen te komen, maar die worden meestal niet zo goed ontvangen. Alles wat je kunt bedenken, heeft de ander doorgaans ook al bedacht. Soms willen mensen praten, soms willen ze graag iets gaan doen ter afleiding. Het belangrijkste is dat je er bent en aandacht voor de ander hebt.”

Als somberheid toeslaat

Als iemand door ziekte in zichzelf gekeerd en somber wordt, is dat lastig voor de omgeving. Het kan echt een wig drijven tussen mensen. “Het liefst hebben we dat het gezellig is, dus we doen verwoede pogingen om de ander uit het moeras te trekken”, weet Buijssen. “Als dat niet lukt gaan we diegene vaak mijden. Dat lijkt misschien bot, maar het is puur lijfsbehoud. Zo voorkom je dat iemand je meetrekt in de somberheid. Niemand heeft er iets aan als het met jou ook niet goed gaat.” Als somberheid omslaat in een echte depressie, is het wel belangrijk om professionele hulp in te schakelen. Bijvoorbeeld van een psycholoog die zich heeft gespecialiseerd in omgaan met ziekte.

De vader van Jet (39) is niet zozeer somber, als wel heel gesloten over zijn ziekte. “Hij doet net alsof het niet bestaat. Misschien zit daar schaamte achter. Doordat hij behandeld is voor prostaatkanker heeft hij onder meer last van incontinentie. Ik begrijp dat hij dat niet met zijn dochter wil delen. Maar doordat hij zo weinig loslaat, maak ik me alleen maar meer zorgen. Bovendien is ons contact er oppervlakkiger van geworden en dat maakt me verdrietig.”

Volgens Hagedoorn kan het in dit soort situaties helpen om gerichtere vragen te stellen. “Dus niet iets algemeens als: ‘Hoe voel je je?’, maar ‘Heb je pijn?’ Of: ‘Maak je je ongerust?’ Soms trek je daarmee iemand over de drempel. Als dat niet lukt, zoek dan uit hoe je op andere manieren zorgzaam kunt zijn. Ga bijvoorbeeld samen iets doen, een wandeling maken, naar een museum. Maar zet de ander niet te veel onder druk. Openheid laat zich niet afdwingen.”

Eigen bestwil

Nogal wat mensen zijn erg eigenwijs als het hun eigen gezondheid betreft. Maar liefst een op de drie patiënten houdt zich bijvoorbeeld niet aan medicijnvoorschriften, zo blijkt uit onderzoek. Ook gaan nogal wat mensen niet naar een arts met hun klachten, of ze slaan belangrijke gezondheidsadviezen in de wind. De vader van Stijn (38) rookte bijvoorbeeld door terwijl hij een longontsteking had. “Ik snap niet dat hij daar nog trek in had met hoge koorts en benauwdheid, maar hij rookte hooguit iets minder dan normaal. En dan ook nog mopperen dat de antibiotica niet goed werkten. Het maakte het voor mij moeilijk om medelijden met hem te hebben. Ik werd er eerlijk gezegd een beetje boos om.”

Dat helpt niet, weet Hagedoorn. Zeuren en manipuleren ook niet. “Opmerkingen als: ‘Rook je nou nog?’ of: ‘Ben je nou nog steeds niet naar de dokter geweest?’ hebben zelden het gewenste effect. Net zomin als informatieve artikelen naar iemand opsturen, dat roept meestal alleen ergernis op. Je kunt het hooguit één keer doen als je echt vermoedt dat de ander bepaalde kennis ontbeert en daarom onverstandig gedrag vertoont.”

Wat wel effectief is, hangt af van waarom iemand bijvoorbeeld niet naar de dokter wil. Als daar angst achter zit (straks is het iets ernstigs!), zijn mensen nog wel met argumenten te overtuigen, denkt Hagedoorn. “Je kunt dan bijvoorbeeld zeggen: ‘Óf je wordt gerustgesteld óf je krijgt hulp en voorkomt dat het erger wordt.’ Ook een positieve benadering wil weleens helpen, zoals een gezonde maaltijd voor iemand koken of laten zien hoe leuk bewegen kan zijn. Maar gedragsverandering moet echt van binnenuit komen. Opleggen of verbieden werkt vrijwel nooit.”

Buijssen heeft nog een tip: vraag of de ander dan voor jóu naar een arts wil gaan, omdat je zo vreselijk bezorgd bent. “Mensen zijn soms geneigd om dan wel overstag te gaan. Maar er is geen algemeen recept om met eigenwijsheid om te gaan. Als de lijdensdruk hoog genoeg is, doen veel mensen uiteindelijk wel het juiste. Alleen komt dat moment voor de een eerder dan voor de ander.”

Tekst: Judith van Ankeren. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden