null Beeld

Rico Verhoeven: “Mijn kinderen zijn mijn leven; voor hen sta ik in die ring”

Rico Verhoeven (29) staat zaterdagavond in het GelreDome in de ring tegenover zijn aartsrivaal Badr Hari. Libelle sprak 'The King of Kickboxing' in 2018 over zijn moeilijke weg naar de top en zijn alles behalve sprookjesachtige jeugd. “Mijn vriendin heeft me op cruciale momenten de juiste kant opgestuurd.”

Online redactie Libelle

Ik las dat je je uiteindelijk meer een familieman voelt dan een sportman. Zijn die twee kanten lastig te combineren?

“Ja heel erg. Zeker op het moment dat ik in de wedstrijdvoorbereiding zit, is het moeilijk om die gezellige papa te zijn. Dan ben ik echt gefocust en kan ik heel kortaf zijn, dat is lastig. Maar in een periode zoals nu ben ik gewoon ontspannen. Dan ga ik mijn kindjes uit school halen, ga ik naar ouderavonden en heb ik gesprekken met docenten om te vragen hoe het gaat.”

Zit je dan op zo’n heel klein kinderstoeltje?

“Ja! Dat stoeltje houdt het dan maar net, haha!”

Rico Verhoeven groeide op in het Zeeuwse Tholen. In de biografie Rico beschrijft journalist Leon Verdonschot hoe Rico na de scheiding van zijn ouders in eerste instantie bij zijn moeder bleef wonen, die dronk, drugs gebruikte en vaak mannen mee naar huis nam. Toen Rico zes jaar was, zei ze: “Ga maar bij je vader wonen.” Zijn vader was karatetrainer Jos Verhoeven, die zijn zoon met harde hand in de richting van de vechtsport duwde. Toen Rico later voor een andere trainer koos om grotere stappen te kunnen maken, gunde zijn vader hem het succes maar nauwelijks.

Was er thuis, in de jaren dat je bij je vader woonde, wel ruimte voor familiegevoel?

‘We deden wel dingen samen, zoals Kerst vieren. Mijn vader had alleen een zeer sterke visie over hoe dingen moesten lopen. Hij had voor mij een plan uitgestippeld, en daar wilde hij niet van afwijken. Ik ging met Kerst ook wel langs bij mijn moeder, dat contact is nooit helemaal verbroken, maar het is wel altijd moeizaam geweest. Ik probeer wel zo vaak mogelijk langs te gaan. Ze is gestopt met drinken en ik heb er heel veel respect voor dat zij zo openlijk in het boek over haar aandeel praat. Leon, de schrijver van mijn biografie Rico, heeft mijn vader ook benaderd voor het boek, maar hij had er geen behoefte aan.”

Je vader leed aan de ziekte van Alzheimer. Had hij überhaupt nog wel kunnen meewerken aan je biografie?

“Ja. Verbaal was hij nog steeds heel sterk, alleen motorisch ging hij achteruit. Hij kon bijvoorbeeld niet meer goed zien. Maar verder was hij nog best helder. Als je hem sprak dacht je echt: zo, ok! Die is scherp.”

Op 30 oktober 2017 koos je vader voor euthanasie omdat hij zijn gevecht tegen de ziekte van Alzheimer wilde stoppen. Is het ergens typerend voor hem dat hij - terwijl hij nog relatief goed was - toch uit het leven wilde stappen?

“Ja… misschien wel. Hij had niet alleen voor mij de lat heel hoog gelegd, maar ook voor zichzelf. Hij is altijd erg hard en streng voor zichzelf geweest. Hij wilde die beslissing over euthanasie echt zelf maken en als hij langer zou wachten, was hij bang dat iemand anders die voor hem zou maken.”

Hoe was het contact met je vader in die laatste fase van zijn leven?

“We hadden daarvoor eigenlijk helemaal geen contact. Totdat hij me ineens opbelde met de mededeling dat hij over pakweg vier weken euthanasie wilde plegen. Maar hij had mij door de jaren heen al zo vaak pijn gedaan; toen ik ineens dat telefoontje kreeg, kon ik niet ineens omdraaien en zeggen: ‘Oké, ik kom nu naar je toe.’ Bovendien zou ik anderhalve dag later naar Thailand vertrekken voor de voorbereidingen van een belangrijke wedstrijd in China. Dus toen besloot ik: ik moet me eerst concentreren op die wedstrijd. Want daar heb ik echt honderd procent focus voor nodig. Ik hield me rustig aan de telefoon en zei: ‘Als ik terugkom van die wedstrijd, kom ik langs en gaan we praten.’ De volgende dag kreeg ik een ingesproken voicebericht van hem met: ‘Ik vond jouw reactie emotieloos en ik vind het wel goed zo. Je hoeft niet meer langs te komen.’ Ik heb hem toen meteen opgebeld, maar hij nam niet op. Weer later kreeg ik een bericht van zijn vrouw, met wie ik ook een slechte band heb, waarin ze zei: zullen we elkaar gewoon tolereren en voor je vader toch afspreken? Daar heb ik een nachtje over geslapen, en toen ben ik toch naar mijn vader toegegaan. Dat was zes dagen voordat het klaar was. Dat leek een goed gesprek te zijn, totdat dezelfde avond mijn telefoon ging, en ik niemand aan de lijn kreeg. Wat ik hoorde, was een gesprek in de huiskamer van mijn vader, waarin zijn vrouw en hij over mij aan het roddelen waren. Toen was ik er echt klaar mee. Als mijn vriendin Jacky niet had bemiddeld en mijn vaders vrouw hem vervolgens niet naar mijn huis had gebracht, had hij mij niet meer gezien, dat zeg ik eerlijk. Dat realiseerde hij zich ook.”

Je was bij zijn euthanasie aanwezig. Nadat de arts hem het dodelijke drankje gaf, ben je met je hoofd op zijn borst gaan liggen. Wat bijzonder dat je die intimiteit aankon.

“Ja. Na die avond dat hij bij ons was en zei: ‘Sorry, dit had nooit mogen gebeuren’, kon ik alles wat er is gebeurd wel loslaten. Ik ben niet iemand die echt haatdragend is. Het is gebeurd, dus stap eroverheen, denk ik dan.”

Je vriendin Jacky zegt in het boek dat het met je moeder eigenlijk nooit meer helemaal goed is gekomen nadat ze jou had verlaten. Volgens haar lijkt dat een onherstelbare pijn te zijn.

“Ik kan dat niet begrijpen. Ik kan heel ver gaan, maar dat je je eigen kind de deur wijst, snap ik gewoon niet. Ik doe alles voor mijn kinderen. Mijn kinderen zijn mijn leven. Daarvoor ben ik weg, daarvoor werk ik keihard, daarvoor sta ik in de ring. Zij geven mij de motivatie en de energie om elke dag hard te werken en te zorgen dat zij een mooi leven krijgen. Daarom vind ik het heel moeilijk om dat te bevatten. Maar ja, het is nou eenmaal zo gelopen. Ik kan niet voor altijd boos blijven, dat heeft geen zin. Het is alleen maar verspilde energie. Met mijn boek hoop ik dan ook mensen te inspireren om altijd hun eigen keuzes te blijven maken. En om te laten zien: ook al begin je met 2-0 achterstand, je kunt nog steeds worden waarvan je droomt.”

Voelt kickboksen als je eigen keuze? In eerste instantie heeft je vader je behoorlijk die kant op geduwd, toch?

“Het is in het begin wel heel erg gepusht, gepusht, gepusht, zeker in mijn puberjaren. Maar daarna heb ik er wel zelf voor gekozen. En kreeg ik toch de droom om de beste te willen zijn. Ik zag die kampioenen en dacht: tof, dat wil ik ook. Toen besloot ik dat ik daar dan wel alles voor moest doen.”

Het lijkt alsof je je vader uiteindelijk beter begrijpt dan je moeder…

“Misschien wel. Maar mijn vader heeft ook keuzes gemaakt waarvan ik denk: je was zo bezig met jezelf dat je totaal niet meer naar de behoefte van anderen keek.”

Je moeder was verslaafd aan alcohol. Hoe kijk je daar nu tegenaan?

“Uiteindelijk is het een keuze volgens mij. Jij kiest ervoor om te gaan drinken. En niet zomaar een beetje, maar dermate veel dat je in de ban van de drank raakt. Ik vind dat je te allen tijde verantwoordelijk bent voor je eigen keuzes. Wat je ook doet. Als je ziet dat je door de alcohol jezelf en je kinderen verwaarloost, moet je stoppen. Ik ben blij dat ze uiteindelijk is gestopt met drinken en weer tot zichzelf is gekomen.”

Hoe is zij nu als oma?

“Een lieve oma, maar we zien haar niet heel veel want wij zijn heel druk. Mijn vriendin draait de sportschool, en ik doe alles tegelijk. Trainen, fotoshoots, interviews, televisie, afspraken… Mijn boek is in december uitgekomen, en ik moet het ijzer smeden wanneer het heet is. Dit is het moment.”

Je vriendin Jacky was gestopt met werken voor jouw carrière. Begon het weer te kriebelen om weer aan de slag te gaan?

“Ja, toen de kinderen wat ouder werden, wilde ze weer aan de slag. Ze is er te energiek voor om alleen maar thuis te zitten. Eerst ging ze weer een beetje lesgeven bij een sportschool, daarna zijn we een eigen sportschool begonnen. Want ik had ook behoefte aan iets voor mezelf. Het werd steeds lastiger om in een gewone sportschool met andere mensen te trainen. Want ook al sta je op een loopband met een koptelefoon op: mensen gaan tóch met je praten. Dat enthousiasme is alleen maar leuk, maar als ik aan het trainen ben, moet ik echt presteren en dat is zwaar. Dan heb ik daar eigenlijk geen tijd voor. Maar Jacky doet het hartstikke goed. Ik ben supertrots op haar.”

Het boek Rico is bijna een ode aan haar.

“Haha, ik wilde net zeggen: ik ben blij dat ze nog bij me is! We hebben echt zo veel meegemaakt samen. Zij heeft me op cruciale momenten de juiste kant op gestuurd.”

Hoe zou je het vinden als je dochter zegt: “Pap, ik wil wereldkampioen kickboksen worden, net als jij.”

“Dan gaan we daarvoor. Als zij het wil en er honderd procent voor wil gaan, kan ik het alleen maar steunen, vind ik. Ik zal mijn eigen fouten als vader ook wel maken, maar de fouten van mijn vader en moeder niet. Ik zal er voor haar zijn en steunen in wat zij belangrijk vindt.”

Wat vind je zo leuk aan kickboksen?

“Dat je opkomt en iedereen losgaat. Dat is echt tof. Dat is de ultieme waardering die je krijgt voor al het harde werken. Trainen, trainen en nog eens trainen. Niet alleen lichamelijk, maar vooral ook geestelijk is dat heel zwaar. Je moet doorgaan op momenten dat je lichaam eigenlijk aangeeft te willen stoppen. Daar moet je een bepaalde mentale instelling voor hebben.”

Nieuwsgierig naar Rico's biografie?

Interview: Nathalie Huigsloot (Libelle 11). Beeld: Rossi & Blake

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden