null Beeld

Rob de Nijs: “Veel dingen in mijn leven verdienden niet de schoonheidsprijs”

Het leven van zanger Rob de Nijs (78) en zijn vrouw Jet (52) is veranderd sinds Rob de ziekte van Parkinson heeft. Dat weerhield hem er niet van om een prachtige nieuwe cd te maken en er zijn zelfs weer voorzichtig enkele optredens gepland: “Zolang mijn stem goed blijft, blijf ik zingen.”

Nummer

Als ik wankel op mijn benen,

Ook dan houd je nog van mij

Als ik eventjes afwezig

en met niets en alles bezig

Als ik net niet meer zo snel ben

En niet zo goed meer

aan iets nieuws wen

Dan ben je daar...

Dan ben je daar...

Uit: Nog niet voorbij, het laatste nummer op Rob de Nijs’ nieuwe cd ’t Is mooi geweest.

Tekst: Paskal Jakobsen.

Moeilijke thema's

Toen deze tekst binnenkwam, moest hij wel even slikken, bekent Rob de Nijs. “Paskal heeft hem helemaal op onze situatie nu geschreven, ik voel me heel naakt in dat nummer. Maar dat geeft niet: ik ben niet bang voor moeilijke thema’s in mijn werk. Nooit geweest ook, ik heb altijd gezongen over pijnlijke dingen in mijn leven: mijn scheiding, mijn vroegere afwezigheid in het leven van mijn oudste zonen. Ik vind het juist fijn om dat te doen: in dat soort nummers kan ik meer leggen dan in zomaar een liefdesliedje. Ik heb liever songs die ook iets bij mezelf losmaken. Het mooist is een liedje waarbij iedereen die het hoort zijn eigen verhaal kan maken.”

Zijn vrouw Jet opent als vanzelfsprekend het melkcupje bij zijn koffie en knikt: “Nog niet voorbij zegt heel veel over het pad dat we nu samen bewandelen.” Rob: “En dat is geen glad geplaveid pad.” Met een trillende hand schenkt hij de melk bij zijn koffie.

In september vorig jaar maakte zanger Rob de Nijs bekend dat hij lijdt aan de ziekte van Parkinson. Er zou een afscheidstournee komen, er was in maart, op de eerste avond van wat toen nog de intelligente lockdown heette, een ontroerend en veelbesproken optreden in De Wereld Draait Door. Vandaag zitten Rob en Jet de Nijs vrolijk naast elkaar op een bankje in een hotel vlak bij hun woonplaats. Covid-19 heeft namelijk ook zeker zijn voordelen, stelt Rob: “De qualitytime die we nu hebben, is voor ons heel erg mooi.”

Jet: “Tijdens de lockdown was er geen afleiding van dingen die altijd moeten: optredens van Rob, activiteiten van ons kind. Dat thuisscholen had Julius binnen een paar dagen onder de knie. We hoefden verder niks, maar we deden alles en in opperste harmonie: we keken documentaires, deden spelletjes, aten lekker in alle rust.”

Rob: “Julius op de trampoline, ik op een stoel ernaast, daarvan genietend. Ja, dat was heel fijn.”

Het leven is op dit moment niet makkelijk, is het ooit anders geweest?

Nee, beamen ze lachend, dat is waar. Toen ze verliefd werden op elkaar was Rob nog getrouwd met Belinda Meuldijk; toen Rob en Jet eenmaal bij elkaar waren, duurde het even voordat hun kinderwens werd vervuld. “Maar ondanks alle toestanden was het tussen ons samen altijd makkelijk”, zegt Jet.

Rob: “Ik weet nog wanneer ik je voor het eerst zag. Dat beeld van jou in de zaal kan ik nog zo oproepen. Maar toen was ik nog vast bij iemand anders.”

Jet: “Dat is niet helemaal waar: Belinda en jij woonden toen al niet meer samen. Maar je was nog wel getrouwd en dat bleef je nog een hele tijd. Ik heb weleens gedacht: mede dankzij mij heeft dat huwelijk zo lang geduurd. Omdat je mij achter de hand had, hield je het langer vol.”

Rob: “Daar zit wat in, al deed ik dat niet bewust.”

Jet: “Natuurlijk niet, en je kunt je ook afvragen waarom ík het zo lang volhield, daar heb ik vaak over nagedacht. Ik wist gewoon dat jij de man voor mij was, ik kon jou niet loslaten. Totdat het echt niet meer ging. Ik hield het niet meer vol om mezelf zo te moeten verstoppen, ik wilde niet meer smachtend bij de telefoon zitten wachten.”

Rob: “Bekijk het maar, zei je. Zo dwong je me om te kiezen.”

Jet: “Dat was een heel belangrijk moment in onze relatie: het maakte ons gelijker aan elkaar. Er was eerst zo veel ongelijkheid: ik was vrij, hij niet; er was het leeftijdsverschil en dan wilde ik heel graag een kind, terwijl dat van hem niet meer zo hoefde. Dus dat heb ik toen ook tegen hem gezegd: als jij dat niet wilt, dan heb ik daar alle begrip voor…”

Rob: “Nou, alle begrip…”

Jet: “Voor mij was het duidelijk: als jij het niet wilde, was het klaar tussen ons. Als het ons niet gelukt was om een kind te krijgen, was het wat anders, dan was ik niet weggegaan. Maar je moest het wel wíllen. En dan hadden we haast, want ik was inmiddels ook niet meer de jongste.”

Rob: “Ik zag dat je het die keer echt meende.”

Jet: “Ik had toen al zeven jaar op je gewacht. Ik begrijp nu niet hoe ik dat heb kunnen doen – zo krankzinnig. Waarom vond ik hem zo ongelofelijk geweldig dat ik me dit heb laten aandoen?”

Rob: “Ik ben helemaal niet geweldig!”

Ze lachen allebei hartelijk.

Nou, waarom?

Jet: “Hij is een heel lief mens, hartelijk en vrijgevig ook. Ik heb het altijd heerlijk gevonden om in zijn armen te liggen, Rob gaf me een veilig gevoel. Het duurde alleen nooit zo lang, want we konden in die tijd moeilijk samen zijn. Maar als hij er was, was het warm en veilig. Dit alles is natuurlijk nog geen reden om zo lang op iemand te wachten, het zegt waarschijnlijk ook wel iets over de fase waarin ik toen zat. Onbewust dan, hè? Ik ben het enige kind van twee lieve en stabiele ouders en groeide op in een heel beschermde omgeving. Ik moest me losmaken van al die veiligheid en de wereld in. Daarin paste verliefd worden op een oudere, getrouwde man wel.”

En Rob, waarom koos jij toen voor Jet?

Rob: “Ik ben altijd verliefd op haar geweest, omdat zij zo bijzonder is. Nu ik parkinson heb, beschermt zij mij: ze weet ongeveer wat ik voel en wat ze moet doen om me op te vrolijken als dat nodig is. Ze heeft een beter mens van me gemaakt. Voordat ik Jet kende, het grootste deel van mijn leven eigenlijk, was ik uitermate zelfzuchtig. Ik dacht dat de wereld om mij draaide.”

Jet: “Je bent meer verantwoordelijkheid gaan nemen voor je gedrag. Je spreekt je waardering voor mensen ook vaker uit. Dat vind ik belangrijke eigenschappen.”

Rob: “Terugkijkend op mijn leven denk ik van veel dingen: dit verdiende niet de schoonheidsprijs. Dat probeer ik nu anders aan te pakken.”

En ook het kind kwam er uiteindelijk: Julius, nu 8. Hoe is het om in deze situatie zo’n jong kind te hebben?

Jet: “Dat is heerlijk, het houdt het leven normaal. En Rob adoreert hem.”

Rob: “Ik ben verliefd op hem, dat is waar.”

Jet: “Hij is meer een soort vriend voor hem dan een vader.”

Rob, verrast: “Ja! Ik ben te oud voor vader zijn.”

Jet: “Nee, dat is het niet, een vriend zijn voor je kind is ook een prachtige rol. Ik kan het soms wel anders willen, maar als dat er niet in zit en ik zie dat ze het met z’n tweeën op hun manier zo heerlijk hebben, wat zal ik dan klagen? Het is ook een consequentie van het grote leeftijdsverschil tussen Rob en mij. We hebben Julius natuurlijk wel moeten vertellen dat Rob parkinson heeft.”

Rob: “Sindsdien let hij goed op. Pas op papa, zegt hij vaak, niet vallen, daar ligt iets. Heel ontroerend.”

Jet: “We proberen het niet zo dramatisch te maken, dat vallen van Rob vindt Julius heel naar. Gelukkig gebeurt het nu niet meer zo vaak, maar laatst had hij toch een struikel in de huiskamer. Dan proberen we voor Julius heel rustig te blijven. Kijk, zeg ik dan tegen Juul, er is eigenlijk niet zo veel aan de hand. Papa is uitgegleden, hij zit nu even op de grond om bij te komen en straks gaat het wel weer.”

Weet hij dat zijn vader dood kan gaan?

Rob: “Nee, dat hebben we niet gezegd hoor, over doodgaan hebben we het niet.”

Jet: “Nou, die conclusie heeft hij zelf allang getrokken. Aan parkinson ga je trouwens niet per se dood, de leeftijd doet dat. De combinatie van Robs leeftijd met de ziekte maakt het minder prettig en dat weet Julius.”

Rob: “O.”

Jet: “Maar hij weet zijn leven lang al dat hij een oudere vader heeft. Hij vindt het jammer dat hij niet de dingen kan doen die andere kinderen met hun vaders doen, maar daar is hij niet verdrietig over, zegt hij: het is gewoon zo. Het zou wel ingrijpend zijn als hij nu te horen kreeg: papa heeft een ernstige ziekte en gaat daaraan dood.”

Rob: “Dat zeggen we dus niet. We weten zelf ook niet hoe het gaat lopen, ik hoop en denk dat het best nog eens jaren kan duren.”

Jet: “Daar gaan we van uit. Als je maar meer beweegt, dat zei de neuroloog gisteren ook: je moet meer bewegen, dan voel je je beter en gaat het ook langer goed.”

Rob: “Dat geloof ik wel, alleen heb ik niks met bewegen. Maar ik weet: het moet en ik ga het ook echt doen.”

Hebben jullie het samen weleens over de dood?

Rob: “We hebben in elk geval afgesproken dat ik niet met veel pijn jaren in bed wil liggen. Ik heb mijn ziekte vrij laconiek kunnen accepteren. Ik heb me nooit afgevraagd: waarom ik? Ik heb genoeg mooie dingen meegemaakt in het leven, nu heb ik pech, het zij zo. Maar ik wil wel graag beschaafd sterven.”

Jet: “We hebben het er weleens over gehad, maar op zijn Robs: niet al te diepgaand, want hij houdt niet van vooruitkijken. Hij leeft in het nu. Maar toch, we moeten het er binnenkort wel een keer écht over hebben.”

Naar Rob kijkend: “Ik moet toch weten wat je ideeën daarover zijn. En verder wil ik me er nu niet mee bezighouden. Het is bovendien niet aan de orde. Rob heeft net een nieuwe cd uitgebracht, ’t Is mooi geweest, waar een boek bij hoort waarin collega’s herinneringen aan hem ophalen; er zijn ook weer optredens gepland. In het boek wordt geregeld gezegd: Rob kan niet stoppen met het vak, die sterft in het harnas."

Rob, lachend: “Dat heb ik zelf ook altijd gezegd, maar ik kijk er nu toch anders tegen aan. Ik sta al zestig jaar op het podium, dat is uniek, voor zo’n carrière kan ik alleen maar dankbaar zijn. Na afloop van een concert hoefde ik me nooit af te vragen of het goed genoeg was, want ik gaf altijd het beste wat ik op dat moment in me had. Dat is weleens ten koste gegaan van mijn gezin, vooral dat met Belinda, en van mijn leven soms ook wel, maar ik kon niet anders. Als ik het zou kunnen overdoen, zou ik het precies zo doen. Alhoewel – dat is wel een heel hoge berg. Maar om terug te komen op dat in het harnas sterven: ik hoef niet meer op te treden om gelukkig te zijn. Nu haal ik mijn geluk uit andere, kleinere dingen.”

Zoals?

Rob: “Het thuis fijn hebben. Julius. Een glaasje wijn of een biertje drinken.”

Jet: “Dat is hoe ons leven nu is: klein. Maar wel heel mooi, omdat we samen zijn. Ik denk trouwens dat je nog niet klaar bent met optreden, Rob. Dat hoort zo bij jou, het is een wezenlijk deel van wie je bent. Als je fitter bent, komt de zin wel weer.”

Rob: “Kan ik het nog wel, vraag ik me nu weleens af, blijft mijn stem nog anderhalf uur goed? Nou ja, anderhalf uur hoeft niet meer.”

Jet: “Twee keer een half uur is prima. Ik weet het zeker: mensen willen je zo graag horen.”

Rob: “Zolang mijn stem goed blijft, blijf ik zingen, dat weet ik wel. Als er mooie songs op mijn pad komen, zal ik die altijd pakken, dat is nog niet voorbij.”

Over Rob de Nijs

Rob de Nijs (26 december 1942) is zanger. In zijn zestig jaar durende carrière had hij hits als Ritme van de regen (1963) en Banger hart (1996). Onlangs verscheen zijn ‘misschien’ afscheids-cd, ’t Is mooi geweest, met een bijbehorend boek waarin collega’s terugkijken op zijn loopbaan. Rob is getrouwd met Jet de Nijs-Koetschruiter (52), met wie hij zoon Julius (8) heeft. Uit zijn eerdere huwelijk met Belinda Meuldijk stammen zonen Robbert (37) en Yoshi (34).

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Brenda van Leeuwen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden