null Beeld

Robèrt van Beckhoven: “Met mijn gezin aan tafel ben ik het gelukkigst”

Is het z’n gemoedelijke tongval, zijn het die pretoogjes of komt het doordat hij letterlijk zoete broodjes bakt? Het is bijna onmogelijk om bakker Robèrt van Beckhoven (58) níet sympathiek te vinden. Maar waar houdt hij zelf van? “Dingetjes uitproberen vind ik het allerleukste. Gisteren heb ik nog spekjes en winegums gemaakt!”

Je hebt mensen die over een soort universele like-factor beschikken. Types die we collectief leuk vinden en over wie we altijd positief te spreken zijn. Een beetje zoals dat geldt voor appeltaart; die doet het altijd goed op het menu. Laat dat nou ook het geval te zijn met ’s lands bekendste bakker, Robèrt van Beckhoven. Misschien komt het door zijn gemoedelijke Brabantse tongval, zijn ogen die tot vrolijke halvemaantjes worden geknepen als hij lacht, of door het simpele feit dat alles wat uit zijn handen komt werkelijk om van te watertanden is. Of is het de combinatie van dit alles die hem zo geliefd maakt?

Hoe het ook zij, Robèrt van Beckhoven is de laatste jaren uitgegroeid tot de bekendste en meest gekoesterde bakker van ons land. Of eigenlijk moeten we zeggen: Meester Patissier en Meester Boulanger, 2 titels die hij als enige in Nederland beide mag dragen. Het even kundige als vrolijke jurylid uit Heel Holland Bakt heeft inmiddels een klein imperium opgebouwd. Naast zijn bakkerij (met boulangerie, patisserie en chocolaterie) heeft hij een eigen restaurant, een tijdschrift dat zijn naam draagt, geeft hij samen met zijn team succesvolle bakcursussen en is hij de gastheer van een steevast uitverkochte ‘foodexperience’ in het theater.

Robèrt heeft het dus druk. Razend druk. Maar gelukkig niet te druk voor een gesprek over zijn grote liefdes: zijn gezin en lekker eten. Over de magie van brood, het geluk van eindeloze lunches met vrienden die zich uitstrekken tot het tijd is voor het diner. We zouden de hartelijke bakker ontmoeten in Keuken Van Leer, Robèrts restaurant in de monumentale leerfabriek in het Brabantse Oisterwijk. Maar nu het coronavirus Brabant, en de rest van het land, heeft getroffen, vindt het interview telefonisch plaats. De taartjes houden we tegoed, belooft hij.

Voordat we van start gaan, excuseert hij zich alvast. Er staat namelijk iets in de oven, stukjes gedroogde ananas, en die houdt hij tussen het praten door in de gaten. Het is een experiment voor zijn nieuwste project, een boek dat later dit jaar zal verschijnen over confiserie.

Confiserie?

“Haha, ja, dat is een beetje een vergeten woord. Het is de verfijnde kunst van snoep en suikerwerk maken, tevens mijn nieuwste hobby. Veel mensen weten niet dat het meeste snoepgoed van oorsprong is ontstaan in de banketbakkerij. Denk aan gekonfijt fruit, maar ook lekkers als noga en winegums. Ik ben eens in die oude recepten gedoken en werd er helemaal door gegrepen. Hoe maak je nou een zuurtje, weet je wel? Superleuk vind ik het om dat helemaal uit te pluizen en met recepturen te experimenteren. Gisteren heb ik zelf spekjes en frambozenwinegums gemaakt! Eind van het jaar verschijnen mijn bevindingen in een mooi boek over confiserie. Tussen alle werkzaamheden door ben ik altijd dingetjes aan het uitproberen, dat vind ik het allerleukste om te doen.”

Dat u daar nog tijd voor hebt, naast het geven van cursussen, een theatertour, televisiewerkzaamheden en de leiding over bakkerij en restaurant… Hoe ziet een dag uit het leven van Robèrt eruit?

“Ik zeg altijd dat mijn vrouw Pirjo het ’t drukst heeft van ons 2. Zij heeft de zakelijke leiding over onze bedrijven en zit de hele dag te vergaderen. Wat dat betreft heb ik het makkelijker. In feite ben ik gewoon nog bakker, al sta ik niet meer dagelijks in de bakkerij. Ik mag me nog steeds bezighouden met het creëren en maken van allerlei lekkers en ik heb de inhoudelijke en creatieve leiding over wat er wordt gemaakt. Als ik niet zelf dingen aan het bedenken of maken ben, mag ik mijn expertise inzetten om anderen dingen te leren of te adviseren. Dat is toch fantastisch? Dus ik klaag niet over de drukte, echt niet. Ik geniet nog iedere dag van mijn vak.”

U bent ooit begonnen in de banketbakkerij van uw vader. Als enige van de 6 kinderen bent u de zaak in gegaan. Hoe is de liefde voor het vak u ontstaan?

“Het is een roeping, dat meen ik echt. Bakker word je niet, dat ben je. Mijn vader wilde graag dat een van zijn kinderen de zaak zou overnemen, net zoals hij ooit de zaak van zijn vader overnam. Maar hij heeft ons nooit iets opgedrongen. Hij zei: ‘Je moet het alleen doen als je het zelf wilt.’ Ik wist niet of ik het wilde, het was in elk geval niet mijn droom om bakker te worden. Maar toen op een dag een van de bakkers ziek was en mij werd opgedragen om te komen helpen, proefde ik voor het eerst iets van de magie van het vak. Ik weet het nog goed: ik moest vruchtenvlaaitjes maken en besloot de taartjes met vers fruit te garneren in plaats van blikfruit. Met kiwi om precies te zijn, een ingrediënt dat destijds amper werd gebruikt. Toen realiseerde ik me dat je als banketbakker een soort uitvinder bent. Ga maar eens na welke producten er door bakkers allemaal zijn bedacht, van croissants tot schuimpjes tot stevig desembrood. En neem een ingrediënt als suiker, of ei, wat je daar allemaal mee kan, man, daar kan ik echt uren over praten. Dat is de romantische kant van het vak, met je eigen handen prachtige, heerlijke dingen maken. Minder romantisch is het vroege opstaan en de onzekerheid van het zelfstandig ondernemen. Bakker zijn is hard werken. Daar staat tegenover dat je het lekkerste beroep van de wereld hebt.”

In 2012 nam u voor het eerst plaats in de jury van het kinderprogramma CupCakeCup. Niet lang daarna volgde Heel Holland Bakt. Hoe bent u eigenlijk bij de televisie beland?

“Ik ben natuurlijk geen bakker geworden om beroemd te worden, maar ik vind het wel leuk om een groot publiek te hebben. Het begon ermee dat ik dingetjes achter de schermen deed bij de televisie. Zo leverde ik bijvoorbeeld desserts aan televisiekok Cas Spijkers. Ook Rudolph van Veen is een goede collega met wie ik regelmatig samenwerkte. Via via werd ik daarna gevraagd als jurylid voor CupCakeCup, en dat leek me hartstikke leuk. Het jaar erop werd ik uitgenodigd voor een oriënterend gesprek voor Heel Holland Bakt. Mijn vrouw kwam toen met het idee dat ik bij wijze van sollicitatie een ‘sollicitaart’ zou bakken. Dat idee viel in de smaak, ik mocht plaatsnemen in de jury. Nu zijn we alweer 8 seizoenen verder.”

Hoe was het voor iemand die altijd in de luwte aan het werk was om ineens voor de camera staan?

“In het begin was dat vreselijk spannend. De cameramensen werden gek van me. Dan moest ik iets in de camera zeggen, maar in plaats van in de lens te kijken, ging mijn blik naar de cameraman om te checken of ik het wel goed deed. Het is ook gek om tegen een schermpje te praten. Bovendien word je je door die camera’s ineens super bewust van jezelf: zit mijn haar goed, praat ik niet gek, lijk ik niet te dik? Maar als je je daarmee bezig gaat houden, wordt het natuurlijk niks. Uiteindelijk komt het erop neer dat je je schaamte opzij moet zetten, je niet moet bezighouden met hoe je overkomt. Dan went zo’n camera op je snufferd na een tijdje vanzelf. Tegenwoordig kan ik echt genieten van de opnames. Bij Heel Holland Bakt is het bijvoorbeeld ontzettend gezellig, het voelt op de set als een grote familie.”

Ook uw eigen bedrijf is een familieaangelegenheid, u hebt samen met Pirjo de leiding. Hoe is het om zo nauw samen te werken met uw vrouw?

“De grap is dat we elkaar tijdens het werk eigenlijk nooit zien. We ontbijten ’s ochtends samen met onze 2 kinderen en vervolgens gaan we allebei onze eigen weg. Pirjo zit op kantoor en heeft echt haar eigen functie in het bedrijf. Zij doet waar zij goed in is: leidinggeven, organiseren, het zakelijke deel. Ik doe waar ík goed in ben. Maar Pirjo is van huis uit bioloog en wetenschapper, dus ik vraag haar weleens om advies. Als ik bijvoorbeeld brood met minder koolhydraten wil maken, brainstormen we samen over alternatieve ingrediënten. Dan heeft ze vaak goeie ideeën. Verder geven we elkaar geen ongevraagd advies. Dat is misschien wel het geheim: je niet te veel met elkaar bemoeien.”

Hoe ziet vrije tijd in huize Van Beckhoven eruit?

“Die is er op dit moment weinig. Maar Pirjo en ik kunnen allebei gelukkig goed ontspannen, ieder op onze eigen wijze. Zij zit overdag continu in haar hoofd en vindt het daarom heerlijk om ’s avonds met haar handen bezig te zijn. Dan kruipt ze achter de naaimachine of gaat foto’s bewerken. Ik doe precies het omgekeerde en vind het juist lekker om ’s avonds mijn hersenen te laten kraken, dus ik maak dan de kruiswoordpuzzel uit de krant. We sporten ook allebei. Ik fiets, mits het weer het toelaat, iedere dag achttien kilometer naar de Leerfabriek waar ons kantoor zit. Dan heb ik mijn dagelijkse beweging weer gehad. Pirjo gaat naar de sportschool. Maar sporten is voor ons beiden geen hobby hoor, eerder noodzakelijk onderhoud.”

Delen jullie de liefde voor het goede leven?

“Jazeker, daarom ben ik ook verliefd op haar geworden. We zijn allebei gek op puur en lekker eten. Als we uiteten gaan, kijken we niet op de kaart maar laten we ons het liefst verrassen. Eten is een wezenlijk onderdeel van mijn leven. Het is mijn vak, maar ook mijn hobby. Op vakantie vind ik het ontzettend leuk om bakkers of winkeltjes in te duiken, op zoek naar lokale specialiteiten. Pirjo geniet daar gelukkig net zo van. Ook thuis spelen maaltijden een belangrijke rol. Lekker koken en tafelen met onze kinderen van 12 en 10 jaar en met vrienden. Onze kinderen houden we overigens bewust volledig buiten de publiciteit, vooral Pirjo is daar heel uitgesproken in. De bekendheid hoort bij papa’s werk, onze kinderen hebben daar niks mee te maken.”

Wat is op dit moment de droom voor de toekomst?

“Uiteindelijk zou ik willen dat we beiden een stapje terug kunnen doen in het bedrijf. Dat we niet altijd maar gas hoeven te geven, dat er tijd is om er samen eens een weekend tussenuit te gaan. Nu is die er niet. Maar het gelukkigst ben ik misschien wel aan tafel, op vakantie, met mijn gezin en wat vrienden, zo’n heerlijke mediterrane lunch die duurt tot het avondeten. En als ik de tijd heb om gewoon lekker dingetjes te maken, daar word ik ook gelukkig van. Zoals ik nu met dat snoep bezig ben. Of het bakken van brood, dat is en blijft mijn eerste liefde. Een product met maar vier ingrediënten: water, graan, zout en gist, en wat voor moois daaruit voort kan komen. Het deeg is iedere dag weer anders, man, die magie, daar blijf ik me over verwonderen.”

Dan pingelt het belletje van de oven, Robèrt moet door. Toch jammer dat we niet even kunnen proeven… Maar het is beloofd: de taartjes houden we tegoed.

Over Robèrt

Gerard Robèrt van Beckhoven (Oisterwijk, 11 juli 1961) is bakker, patissier en presentator. Na een bakkersopleiding werkte hij enige jaren in diverse bakkerijen en nam de bakkerij van zijn vader over. In 2012 werd hij presentator van CupCakeCup en sinds 2013 is hij jurylid in Heel Holland Bakt. In plaats van een bakkerij runt Van Beckhoven nu, naast zijn tv-werk, samen met echtgenote Pirjo de Winkel het imperium bij Robèrt met onder meer een open bakkerij, workshops, boeken en een eigen magazine. Ze hebben 2 kinderen.

Tekst: Nienke Pleysier. Beeld: Esmee Franken.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden