null Beeld Marco Hofsté
Beeld Marco Hofsté

PREMIUM

Rossana Kluivert: “Je kunt niet vechten tegen kanker, je moet gewoon geluk hebben”

In het huis van Rossana Kluivert is altijd plek voor honden in nood. Ze hoopt dat meer mensen zich bewust worden van dierenleed en er iets aan willen doen: “Elk gebaar, hoe klein ook, maakt de wereld een stukje beter.”

Marco Hofsté

Ze heeft een keer dertig honden gehad. Dat was in 2008, toen Rossana Kluivert met haar man Patrick en kinderen Demi, Nino en Shane in Lille woonde. Toen ze hoorde dat in Portugal honden op de nominatie stonden om na een ellendig leven te worden gedood, aarzelde ze geen moment. Ze regelde een vrachtauto en reed ernaartoe om er zo veel mogelijk te redden.

“Ik kon ze niet allemaal meenemen en moest dus kiezen, verschrikkelijk”, vertelt ze. “Omdat ik natuurlijk nog geen adoptiegezinnen voor hen had, nam ik ze allemaal mee naar huis. Patrick wist niet wat hij zag toen hij thuiskwam. Het hele huis was gesloopt! We moesten alles opnieuw schilderen, er moesten hondenhokken in de tuin komen en we konden alleen maar hopen dat de buren er niks van zouden zeggen. In Frankrijk mag je maar vier honden per huishouden hebben, maar ik had er toen dus dertig. In een woonwijk! We hadden er een dag- en nachttaak aan. Patricks spel ging achteruit, want hij moest elke nacht helpen met de verzorging van de zieke honden. Die jongen wist niet wat hij meemaakte. Shane was nog maar een jaar oud. Waar was hij aan begonnen?”

Dieren - en dan vooral honden - spelen nog altijd een belangrijke rol in huize Kluivert. Voordat we rustig met elkaar kunnen Facetimen moet Rossana thuis in Barcelona eerst een hond in de keuken zetten. En tijdens het gesprek klimt een ander (best groot!) exemplaar naast haar op de bank. Mag eigenlijk niet, maar: “Yuki heeft het heel slecht gehad, hij komt eindelijk een beetje bij. Al jaren vang ik waar we ook wonen dieren in nood op. Instanties hier in Barcelona weten: als er een noodgeval is, kunnen ze ons bellen. Toen de lockdown begon, was net een van onze honden naar een adoptiegezin vertrokken, dus toen hadden we er nog vier over, plus een kat.”

De quarantaine was nogal heftig in Spanje, hè?

“Ja, we hebben zo’n negentig dagen binnen gezeten met z’n allen. Shane en ik bleven sowieso binnen, Patrick liet alleen de honden uit. Soms wilde ik met hem mee, maar dan zat de kans erin dat ik door de politie zou worden teruggestuurd naar huis: de hond uitlaten mocht maar door een persoon worden gedaan. We namen de quarantaine zelf ook heel serieus. Mijn vader woont bij ons en heeft Parkinson, dus we waren extra voorzichtig. Normaal gesproken komt er regelmatig een fysiotherapeut langs en zijn er soms zorgverleners ’s nachts om ons te ontlasten, maar dat kon tijdens de lockdown niet meer: je wist tenslotte niet waar die mensen waren geweest. Dus we hebben toen samen voor mijn vader gezorgd, dag en nacht, in shifts: Patrick, Shane en ik, en Demi en Nino, die met ons in quarantaine zaten. Want zodra ik in de gaten kreeg dat dit ernstig ging worden - en dat ging best snel - heb ik hen uit Nederland laten overkomen. Als moeder wil je dan toch je kinderen bij je hebben.”

Jij voelde al vroeg aan: dit gaat fout?

“Toen ik van de eerste gevallen in Italië hoorde, dacht ik: dat komt wel dichtbij, er hoeft maar een besmet persoon naar Spanje te reizen en hoe moet dat met mijn vader? Ik besloot me te gaan voorbereiden. Begin februari had ik alles in huis. Ik heb heel veel flesjes met handgel en enorm veel mondkapjes. Van wc-papier tot spaghetti: ik had er wel een voorraadje van ingeslagen. Ik heb zelfs een broodmachine gekocht. Patrick lachte me uit, maar dankzij mijn voorraden hebben we tijdens de lockdown bijna geen boodschappen hoeven doen.”

Afgezien daarvan: hoe was de stemming?

“Iedereen deed het op zijn of haar eigen manier. Demi bleef vasthouden aan haar Amsterdamse routine, Shane rende elke dag honderd keer de trap op en af om in vorm te blijven, Patrick had Zoom-vergaderingen. Vergeleken met hen was ik een beetje labbekakkerig: ik ging gewoon netflixen, chips eten en met de dieren knuffelen. We hebben wel veel gekookt. Ik kan niet koken, dus dat was een openbaring voor mij. Met Pasen heb ik een paasstol gebakken, met spijs. We hadden geen poedersuiker om er overheen te strooien, maar toen zeiden de kinderen dat je dat zelf kon maken door suiker in een koffiemolen fijn te malen. Ik viel bijna flauw, ik heb zo veel geleerd!”

Hoe is jouw liefde voor dieren eigenlijk begonnen?

“Volgens mijn moeder was ik van jongs af aan gek op beesten. We woonden in de binnenstad van Rotterdam en op een dag kwam ik thuis met een halfdode rat in mijn poppenwagentje, die had ik ergens gevonden. Ik pakte het beest gewoon op, legde het in mijn poppenwagentje, dekentje eroverheen, klaar. Toen mijn moeder dat zag, was ze helemaal in paniek en ging ze meteen een inenting met me halen. Als jong meisje wilde ik me ook een keer aan het stadhuis vastketenen, uit protest tegen het doodknuppelen van zeehonden. Het zat er dus al vroeg in. Maar ik ben ook weer geen heilige, hoor. Wij waren een gewoon gezin en aten rollade en spareribs. Dat doe ik nu al heel lang niet meer, wij eten vegetarisch. Shane wil af en toe een stukje biologisch vlees en dat geef ik hem dan. Mijn kinderen hoeven niet te vinden wat ik vind.”

Zie je jezelf als dierenactivist?

“Ik weet niet… door te zeggen wat ik denk probeer ik mensen zich bewust te maken van de rottigheid die wij vaak onbewust veroorzaken. Het is zeker niet zo dat ik alles goed doe, maar ik verdiep me wel in onderwerpen en leer elke dag bij. Ik zie mezelf vooral als een verbinder. Door de ingrijpende behandelingen die ik de afgelopen jaren moest ondergaan - in 2013 werd lymfeklierkanker bij mij geconstateerd, twee jaar geleden bleek ik borstkanker te hebben - kon ik niet meer als styliste werken. Daardoor kan ik nu veel tijd steken in het redden van dieren, maar dat deed ik eigenlijk ook al toen ik veel minder tijd had. Het geeft me energie. De dingen die daaromheen gebeuren, díe kunnen het uitputtend maken.”

Denk je nu aan het debacle van jullie hondenopvangcentrum op Curaçao?

“Ja. Ik wilde honden opvangen en verbinding tussen mens en dier tot stand brengen zodat de wereld diervriendelijker en mooier wordt, maar door toedoen van de mens is dat niet gelukt. Er zijn veel nare types met grote ego’s en onzuivere intenties op de wereld, laten we het daar maar op houden. Het was makkelijker geweest als ik toen had gedacht: stik er maar in, ik ben weg, ik doe al genoeg. Maar voor de dieren en de eerlijke vrijwilligers die er óók zijn en die ons nog altijd fantastisch helpen, bleef ik ervoor gaan. De uitkomst is dat ons Dog Rescue Center is samengegaan met de plaatselijke dierenbescherming en dat ik nu beschermvrouwe ben van het asiel. Het was een pijnlijk proces, maar eigenlijk past deze rol beter bij mij. Ik ben een aanpakker, geen bestuurder. Ik dacht even dat ik met een organisatie meer zou kunnen bereiken dan in mijn eentje. Nu dat niet zo blijkt te zijn, ben ik trots op deze uitkomst.”

Hoe gaat het nu met je gezondheid?

“Goed! Elke vier maanden moet ik op controle voor de lymfeklierkanker, want die is niet weg maar sluimert alleen. Elke drie maanden moet ik op controle voor de borstkanker. Domme pech: in mijn familie komt geen kanker voor en vóór mijn bevallingen had ik nog nooit een ziekenhuis van binnen gezien. En toen dit. Het heeft mijn vertrouwen in mijn lichaam een behoorlijke knauw gegeven. Bij die lymfeklierkanker dacht ik: hoe kan dit? Ik ben jong, ik rook niet, ik drink niet, ik eet geen vlees. Ik was toen best boos op mijn lichaam, maar mijn arts zei: ‘Misschien moet je je afvragen waarom je er nog bent.’ Dat is waar: misschien heb ik het wel overleefd doordat ik al die slechte dingen niet doe. Je kunt helemaal niet vechten tegen kanker, je hebt gewoon geluk als je mag doorleven na deze ziekte. Natuurlijk kan ik ’s nachts weleens liggen piekeren: o jee, wat voel ik? Ik heb nog zo veel plannen! Ja, die angst is er zeker, maar er zit niets anders op dan gewoon doorleven.”

Heb je in zo’n situatie ook iets aan honden?

“Altijd! Ze bieden troost; als je verdrietig bent, komen ze bij je. Ik weet nog goed dat ik twee jaar geleden wachtte op het telefoontje van de Spaanse arts, waarin me de uitslag zou worden verteld van het borstonderzoek. Patrick zou het gesprek voeren, want hij spreekt vloeiend Spaans. Toen de telefoon ging, ben ik van ellende in de slaapkamer op de grond gaan zitten. Ik hoorde Patrick ‘Si, si, si' zeggen en toen rende onze hond Bommel de slaapkamer binnen - iets waarvan hij weet dat hij dat niet mag - en ging heel dicht tegen me aan zitten. Even later kwam ook Patrick binnen om te vertellen dat het foute boel was en we naar het ziekenhuis moesten. Geen idee hoe die hond wist dat ik hem toen nodig had. Normaal durft hij geen poot in de slaapkamer te zetten. Hij moet mijn emoties hebben opgepikt.”

Wat vindt Patrick van alle dieren over de vloer?

“Tegenwoordig is hij vooral degene die het moeilijk vindt om de dieren die we opvangen te laten gaan. Laatst opperde hij zelfs dat we later op een boerderij zouden moeten gaan wonen om veel dieren te kunnen houden. Wat ik nog graag wil zeggen - sorry, ik ga een beetje van de hak op de tak, dat komt door de chemo’s - is dat je niet per se veel tijd hoeft te hebben om iets voor dieren te kunnen doen. Veel mensen zeggen tegen mij: wat jij doet, zou ik ook kunnen als ik er de tijd voor had. Maar ook al ben je druk, je kunt iets liken, je kunt een zak hondenbrokjes naar het asiel brengen. Elk gebaar, hoe klein ook, helpt en maakt de wereld een stukje beter. Dat geldt trouwens niet alleen voor het helpen van dieren, maar ook voor het helpen van vluchtelingen of mensen die ernstig ziek zijn. Het gaat om het bewustzijn dat er iets moet worden gedaan. Ik kan dat niet in mijn eentje. Al zou nu iemand bij wijze van spreken miljoenen aan de dierenbescherming geven, dan nog was het dierenleed niet afgelopen, want het bewustzijn van mensen is niet veranderd. Alleen samen kunnen we de wereld mooier maken, voor mensen én dieren.”

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Marco Hofsté

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden