null Beeld

Roxane van Iperen: “Veel vrouwen worden opgevoed met het idee dat ze altijd loyaal moeten zijn”

In haar Boekenweekessay belicht schrijfster Roxane van Iperen (44) de gevaren van groepsdruk en laat ze zien hoe belangrijk het is om je geweten te volgen. “Ik zou willen dat mensen vaker zelfstandig denken en hun eigen pad kiezen.”

Wie is Roxane?

Roxane (1976) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en volgde een beroepsopleiding advocatuur. Na jaren als jurist te hebben gewerkt, begint ze in 2014 als columnist voor glossy magazine Jackie. Daarna schrijft ze onder andere voor Vrij Nederland, Het Financieele Dagblad, Het Parool, De Morgen, De Correspondent, en Follow the Money. In 2016 verschijnt haar debuutroman Schuim der aarde, in 2018 ’t Hooge Nest. Roxane is getrouwd en heeft een dochter en twee zonen.

Schrijver Tommy Wieringa had al iets in zijn bureaula liggen op het moment dat hij werd gevraagd het Boekenweekgeschenk te schrijven. Hoe zat dat bij jou?

“Ik had niets paraat, maar een onderwerp bedenken is voor mij nooit een probleem. Het boekenweekthema van dit jaar is tweestrijd, en ik wist al snel dat ik het wilde hebben over onder welke omstandigheden je je eigen geweten opzij zet om dat van de groep over te nemen. Met dat thema ben ik mijn hele carrière al bezig.

En daarbij dacht ik meteen aan Romeo Dallaire, de VN-commandant die met lede ogen moest toezien hoe de bevolking in Rwanda werd afgeslacht. Terwijl de VN uit lijfbehoud vertrok, bleef Dallaire daar achter. De versterking waar hij constant om vroeg, kwam niet. De beelden van honderdduizenden mensen die op beestachtige wijze werden vermoord, hebben hem voor het leven getraumatiseerd. Toch bleef hij, hij weigerde de Rwandezen in de steek te laten. Dat heeft zo veel indruk op mij gemaakt, dat iemand zijn eigen standpunt zo trouw blijft en zich niet conformeert aan het denken van de groep waartoe hij behoort.

Met dit boek wilde ik mensen zoals Dallaire graag eren, én de slachtoffers van die genocide. Feit is dat er kortgeleden een volkerenmoord plaatsvond, die op bijna leugenachtige wijze ons collectieve geheugen is ingegaan. Want wij denken dat wat daar is gebeurd niets met ons te maken heeft. Maar dat is niet zo, de Hutu’s en de Tutsi’s leefden altijd vreedzaam samen tot er tijdens de Belgische overheersing een strikte scheiding werd aangebracht tussen de bevolkingsgroepen. En toen dat explodeerde, hebben westerse landen hun handen ervan af getrokken.”

Zegt dat iets universeels over ons als mens?

“Ja. Of je nou kijkt naar de Tweede Wereldoorlog of naar een dictatuur als die van Bolsonaro in Brazilië, steeds weer komt het neer op de vraag: hoe verhoud je je tot de gemeenschap waartoe je behoort en tot de daar heersende verwachtingen? Relatietherapeut Esther Perel zegt dat er in principe twee groepen vrouwen zijn.

De grootste groep wordt opgevoed met het idee dat je als vrouw altijd loyaal moet zijn, aan je gezin, je familie, je gemeenschap. Een veel kleinere groep is grootgebracht met de opvatting dat je een zelfstandig mens moet worden, onafhankelijk, autonoom denkend, financieel zelfstandig. Eigenlijk hoe mannen worden opgevoed.

Ik hoop zo dat mensen die mijn essay lezen zich gaan afvragen: hoe zit dat nou bij mij? Hoe neem ik mijn beslissingen? Overleg ik altijd even met mijn ouders of vriendinnen? Maak ik eigenlijk wel een eigen pad, of ben ik vooral dienstbaar aan het verwachtingspatroon van de groep waartoe ik behoor? Want zolang je je niet bewust bent van dat soort processen, kun je nooit beweren dat je in de Tweede Wereldoorlog aan de goede kant had gestaan. Of dat je net als Dallaire niet zou meegaan in de groepsdruk en soeverein zult blijven.”

Dat klinkt alsof je er weinig vertrouwen in hebt dat veel mensen soeverein zullen blijven.

“Inderdaad. Mensen zeggen makkelijk dat ze nooit zullen moorden, maar zo veel is daar niet voor nodig. In het dagelijks leven laten we de simpelste dingen al over aan groepsdruk, aan normen van buitenaf waaraan we ons conformeren. Neem een vrouw die een baan niet neemt omdat het niet kan met het werk van haar man. Of politici die buigen voor partijdiscipline over bepaalde onderwerpen, terwijl ze er in hun hart niet achter staan. In die relatief eenvoudige gevallen, waar weinig op het spel staat, nemen we die beslissingen al niet. Dus laat staan als het wél gaat over leven en dood.

Die druk om mee te doen aan wat jouw collectief belangrijk vindt, zie ik voortdurend om me heen. Ik woon zelf in het Gooi. Waarom gaan alle kinderen daar op hockey? En waarom zien alle hockeykinderen er hetzelfde uit, versus alle voetbalkinderen? Waarom durven mensen op Facebook niet iets te liken van iemand van wie ze weten dat hun vrienden daarop neerkijken? Als mensen al moeite hebben met groepsdruk in dat soort dagelijkse dingen, hoe moet dat dan als er een mes op je keel staat? Nou, dan ben jij niet de held kan ik je vertellen.”

Hoe zit dat bij jezelf?

“Ik ben zelf ook niet honderd procent soeverein hoor, als mensen straks zeggen dat ze mijn essay niks vonden, zal mij dat ook raken. Zeker vrouwen krijgen van jongs af aan mee dat we aardig en knap gevonden moeten worden, dus dat gaat toch in je zitten, ook in mij. Ik merkte dat net weer tijdens de fotoshoot voor bij dit interview. Een paar jaar geleden zou ik dan echt mijn best hebben gedaan om leuk mee te doen met de crew, nu denk ik: het is ook oké als ik dat niet doe. In dat soort heel kleine dingetjes zit het. Dat je op een verjaardag gewoon naar huis gaat als je er geen zin meer in hebt.”

Waar komt jouw fascinatie voor dit thema vandaan?

“Ja… goede vraag. Daar heb ik zelf ook lang over nagedacht. Ik denk dat het meespeelt dat ik nooit ergens bij heb gehoord, alleen al doordat wij als gezin steeds verhuisden. Voor de meeste mensen is het normaal om op een plek op te groeien en om nooit na te hoeven denken over de vraag: hoor ik ergens bij? Ik was me er al heel jong van bewust dat ik overal altijd de buitenstaander was. Ik herinner me nog goed dat ik een jaar of zestien was en aan een leeftijdsgenootje vroeg: ‘Hoezo ben je altijd zo ontspannen?’. ‘Waarom zou ik me niet ontspannen?’, was het antwoord. Ik was daar enorm door verrast. Dus niet iedereen is de hele tijd zo op zijn hoede als ik, niet iedereen denkt voortdurend: hoe verhoud ik mij tot de rest?

Uiteindelijk is het ook wel een kracht geworden om vrij eigengereid door het leven te gaan. Want op een gegeven moment denk je: nou dan niet, dan ga ik wel gewoon mijn eigen weg. Maar tot mijn verbazing kom ik nog steeds mensen van mijn leeftijd tegen die daar serieus nog nooit over hebben nagedacht. Ik vind het niet ongevaarlijk als je je daar als volwassene helemaal niet van bewust bent.”

Weet je nog hoe dat bij jou ging? Van het besef dat je er niet bij hoorde tot aan het ontwikkelen van je eigen persoonlijke soevereiniteit?

“Als kind wil je alleen maar onzichtbaar zijn. Dus doe je daar heel hard je best voor. Maar als je elke driekwart jaar weer ergens nieuw bent, ben je alweer vertrokken zodra je een beetje de vruchten van je arbeid kunt plukken. En zie je op een gegeven moment de waarde in van je eigen plan trekken. Al kan het heel eenzaam zijn, toch gun ik het veel mensen om dat een keer in hun leven door te maken. Want daardoor ben ik steeds onafhankelijker geworden van wat andere mensen van mij vinden, en realiseer ik me ook hoe belangrijk het is open te staan voor buitenstaanders, of mensen die even een hand nodig hebben.”

Waarom verhuisden jullie zo veel?

“Vanwege het werk. We hebben overal gewoond, ook in België en Spanje. Dat heeft ook voordelen, in die zin dat je je overal kunt redden als kind. Tegelijkertijd gun ik mijn drie kinderen een plek waar ze rustig tot wasdom kunnen komen. Ik heb ze wel redelijk snel op een normale dorpsschool in een ander dorp gedaan, want die Gooische was wel heel homogeen en dat is nooit goed. Op die andere basisschool zaten heel veel verschillende mensen uit de samenleving, en als kind word je een stuk nederiger als je ervaart dat er ook andere manieren zijn om op te groeien. Dat er bij sommige kinderen thuis problemen zijn, en dat andere juist enorm worden verwend. Daardoor worden groepsprocessen minder star.

Ik probeer mijn kinderen ook heel erg duidelijk te maken dat het een groot voorrecht is dat ze zo lang op dezelfde plek wonen, in hetzelfde gezin, met ouders die nog altijd samen zijn. En dat ze altijd met mildheid naar iemand moeten kijken die dat niet heeft, die buiten de groep staat.”

Je wilt in interviews niet je persoonlijke verhaal vertellen over wat er vroeger bij jou thuis precies is gebeurd.

“Nee, ik heb niet het idee dat dat iets toevoegt aan mijn werk.”

Vertel je het wel aan je kinderen?

“Nee. Ik ben gewoon hun moeder, dus daar zou ik hen nooit mee belasten.”

Stellen zij naar aanleiding van dit interview dan geen vragen?

“Nee joh, dat lezen ze helemaal niet. Geen belangstelling, haha. Misschien is dat anders als je moeder een rapper is, maar als ze schrijver is, is dat echt niet cool, hoor. Mijn kinderen zijn elf, dertien en vijftien, en het interesseert hen alleen of ik thuis blij ben en of het hier gezellig is. En natuurlijk weten zij wel dat ik het zwaar heb gehad, maar ik ga het hen niet in geuren en kleuren vertellen. Soms breng ik het terloops ter sprake als er bijvoorbeeld een nieuw iemand in de klas komt, dan vertel ik hoe het voelt om ergens nieuw te zijn. En als mijn dochter problemen heeft met groepjes in de klas, hebben we het erover in welke mate ze bereid is om zich aan te passen.

‘Wanneer ben je populair?’, vraag ik dan. ‘Door heel veel op Instagram te posten en make-up te dragen.’ ‘Oké lieverd, en ben je bereid om dat te gaan doen?’ ‘Ik moet er niet aan denken’. Nou, dan zijn we er. Verder probeer ik waar mogelijk het goede voorbeeld te geven. Door bijvoorbeeld nee te zeggen, ook als mensen me daardoor een bitch gaan vinden. Door me te laten leiden door wat ik zelf wil, in plaats van door wat andere mensen van me willen.”

Je schrijft in je essay: ‘Angst voor schaamte en uitsluiting, meedoen voor erkenning, zwijgen om zelfbehoud, dat is de groef waarin mensen zich voortbewegen.’ Welke springt er bij jou uit?

“Zwijgen uit zelfbehoud zit er bij mij van oudsher het meest in. Maar verder ben ik in mijn werk zo veel met deze materie bezig en praat ik hier zo veel over met mijn vriend, dat ik daar best grote stappen in heb gezet. Toen ik eind twintig was, kon ik bijvoorbeeld nog wel een beetje stoer doen omdat ik one of the guys wilde zijn, dat zou ik nu nooit meer doen. En als ik mensen ‘homo’ hoor schreeuwen op het sportveld en niemand van de dertig ouders die daar staan trekt zijn mond open, dan doe ik dat wel. En dan weet ik dat iedereen zich kapot schaamt en iedereen denkt: wat een zeikwijf.”

Het is niet dat je daar dan als heldin uit komt?

“Helemaal niet. Ga jij maar eens op een voetbalveld zeggen: 'Jongens, kom eens even hier, waar is dat nou voor nodig?'. Dan vinden mensen je eerder hysterisch dan een held. Maar ook daarvoor geldt: je moet dat ook niet doen om de held uit te hangen, maar omdat je gedreven wordt door je eigen geweten. Dat is persoonlijke soevereiniteit, en dat gun ik iedereen. Ik denk dat het een heleboel mensen zo veel rustiger en blijer zal maken als ze niet meer voortdurend hoeven op te letten met welke winden ze mee moeten waaien. Ik voel me zelf altijd heel erg aangetrokken tot mensen die dat stadium hebben bereikt. Bij hen denk ik: bij jou kom ik graag een kopje soep eten als ik verdrietig ben. Door tegen jezelf te zeggen: I’m not much, but I’m all I have, straal je iets heel rustigs uit. En word je in elk geval de held in je eigen leven.”

Interview: Nathalie Huigsloot. Fotografie: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden