null Beeld

Saskia’s man wilde uit het leven stappen: “Ik durfde hem niet meer alleen te laten”

Het leven van Saskia van de Ven-Vink (39) stond op zijn kop toen haar man vertelde dat hij bijna van een flat was gesprongen. “Ik wist niet dat hij zó met zichzelf in de knoop zat.”

“Het is maandagochtend 24 april 2018. Jan en ik komen net van relatietherapie en ik ben opgelucht omdat het een goede sessie was. Normaal gesproken is er meer wrijving tussen ons, maar nu was mijn man heel meegaand. Ook de afspraak voor volgende week was zo gemaakt, terwijl het meestal moeilijk-moeilijk is vanwege allerlei verplichtingen. Jan zet me thuis af bij de kinderen en rijdt door naar zijn werk. Een uur later belt hij huilend op en vraagt of ik hem alsjeblieft wil helpen, hij weet niet meer wat hij moet doen. Ik schrik. Die is vast ontslagen, denk ik. Ik weet dat hij problemen heeft op zijn werk. Nadat ik onze dochters van twee en vijf snel naar mijn moeder heb gebracht, tref ik Jan thuis overstuur aan. Wat hij me dan vertelt, gooit het leven van ons gezin compleet overhoop: hij heeft daarnet op een flat gestaan. Van de elfde verdieping had hij naar beneden willen springen. Ik denk dat ik moet overgeven en ren naar de wc.”

Beren op de weg

“Ik was compleet overrompeld toen ik tweeënhalf jaar geleden hoorde dat mijn man niet meer wilde leven. Jan is geen prater, de vuile was hang je niet buiten, dat is zijn kijk op het leven. Heel anders dan het open boek dat ik ben. Ik wist wel dat hij vrij pessimistisch is, iemand die altijd beren op de weg ziet. Op zijn werk had hij het zwaar als hoofd IT bij een groot bedrijf, hij maakte zich zorgen over een project waar hij mee bezig was. Ook thuis was het hem snel te veel als de kinderen lastig of druk waren. Onze relatie liep al een tijdje niet lekker en bovendien maakte Jan zich vaak zorgen over geld. Ik vond hem het afgelopen jaar vaak stil en in zichzelf gekeerd, maar dat hij zó met zichzelf in de knoop zat, kwam voor mij als een totale verrassing.

Diezelfde dag nog zaten we samen bij de huisarts. Daar kwam het hele verhaal eruit: Jan vond dat hij mislukt was, het was hem allemaal te veel geworden. Terwijl hij alles vertelde, snotterde ik een hele doos tissues vol. Ik wist niet wat ik hoorde. Vooral toen hij zei dat zelfmoord een goede oplossing zou zijn omdat zijn levensverzekering dan zou uitkeren en ik het huis niet verder hoefde af te betalen. Onze kinderen waren nog jong genoeg om hem te kunnen vergeten en ik zou slachtofferhulp krijgen. Ik stond versteld van zijn gedachtegang, hoe kón hij zo denken? Alsof zijn kinderen hem niet nodig hebben. Alsof hij hen niet zou opzadelen met een levenslang trauma.

Er vielen ook wat puzzelstukjes op hun plek. Waarom die afspraak bij de relatietherapeut ineens zo gemakkelijk gemaakt was, bijvoorbeeld. Dan zou hij er toch niet meer zijn. Ook begreep ik ineens waarom hij het weekend ervoor onze oudste dochter had meegenomen voor een nachtje weg – iets wat hij al lang van plan was, maar waar het steeds niet van kwam. Bij de huisarts hoorde ik ook dat hij al een maand met het voornemen rondliep om van die flat te springen. Hij heeft het uiteindelijk niet gedaan omdat de balustrade te hoog was om overheen te klimmen. Daar had hij geen rekening mee gehouden.”

Wachten op hulp

“Vanaf die onwerkelijke dag maakte ik me verschrikkelijk veel zorgen om Jan. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat durfde ik hem niet alleen te laten. Alleen als hij samen met de kinderen thuis was, was ik enigszins gerustgesteld. Ik wist zeker dat hij zichzelf niets zou aandoen als zij erbij waren, en dat had hij me ook zelf verteld. Ik meldde Jan diezelfde dag nog ziek bij zijn werk en hij kon terecht bij de crisisdagopvang van de GGZ. In het begin bracht en haalde ik hem, zo wist ik zeker waar hij was. Op een gegeven moment was dat niet meer te combineren met mijn werk en de zorg voor de kinderen. Vanaf dat moment spraken we af dat hij me zou appen als hij er was. Ik was continu op mijn hoede.

Ons leven stond stil, we wachtten op de juiste hulp. Het duurde lang voordat Jan die kreeg. Bij de dagopvang werd hij beziggehouden met sport, tekenen en groepsgesprekken. Maar de échte oorzaak van zijn problemen werd niet besproken. Het thema zelfdoding was zelfs onbespreekbaar, het zou anderen op ideeën kunnen brengen. Jan stond op de wachtlijst voor gesprekken met een psycholoog. Pas na zeven maanden kon hij daar terecht voor een intake. Dat is lang als je denkt dat je man elk moment van een flat kan springen. We gingen ervan uit dat de GGZ zou helpen, het kwam niet in ons op om op zoek te gaan naar een andere psycholoog. Nog een maand later bleek dat ze bij de GGZ zijn problematiek niet in een hokje konden plaatsen. Jan werd weggestuurd met de mededeling: ‘We kunnen u niet helpen.’ Ongelooflijk! Uiteindelijk kon hij wéér twee maanden later terecht bij een onafhankelijke psychologenpraktijk, waar hij eindelijk gehoord werd. Intussen moest ik thuis nóg meer de kar trekken. Dat voelde, en voelt, af en toe heel eenzaam. Mijn eigen problemen deelde ik niet meer met Jan. Hij had het al zo moeilijk, mijn sores kon hij er niet bij hebben. Inmiddels doe ik dat soms wel weer, als zijn hoofd ernaar staat en zijn stemming oké is.

Omdat ik continu bezig was met Jan werd ik ineens heel bang. Voor alles. Ging ik met een vriend een kanotochtje maken, dan was ik doodsbang om uit de boot te vallen. Ook alleen thuis zijn vond ik eng, ik was bang dat er overvallers of inbrekers binnen zouden komen. Ik bleek PTSS te hebben door Jans zelfmoordpoging, posttraumatische stressstoornis. Daarom kwam ik ook zelf bij de psycholoog terecht. Een van de meest angstige momenten was toen Jan en de kinderen op een dag niet thuis waren en ik op Twitter een berichtje las dat in Alphen aan den Rijn een man met een kindje van een flat gesprongen was. Ik dacht dat ik gek werd. Zeker toen ik Jan belde en hij niet opnam. Het duurde tien minuten voordat ik hem te pakken kreeg, maar het leek uren te duren. Nadat ik hem had gesproken, stond ik te trillen op mijn benen. De zorgen om Jan worden gelukkig steeds iets minder, de tijd heelt. Maar ik denk dat ze nooit helemaal zullen verdwijnen.”

“Ik heb nog steeds last van PTSS, maar de angst is minder verlammend dan eerst. Ik heb ermee leren omgaan. Wat mij geholpen heeft, is het schrijven van mijn boek Gezin in de wachtkamer. Wat begon met blogs op mijn website werd langzamerhand een boek. Na Jans zelfmoordpoging ging ik namelijk op zoek naar boeken over dit onderwerp, maar ik vond ze niet. Wél boeken van vrouwen wier man daadwerkelijk een eind aan zijn leven heeft gemaakt, maar niet van mensen in mijn situatie. In het boek schrijf ik over onze zoektocht naar de juiste hulpverlening en over het machteloze gevoel als je man dood wil. Als ik maar één persoon kan helpen met mijn ervaringsverhaal is mijn doel bereikt. Jan staat gelukkig achter me, al vindt hij het lastig dat ik ‘de vuile was’ buiten hang. Maar openheid is wat mij erdoorheen sleept. Dit boek maken, met foto’s, tekeningen van de kinderen, een omslag bedenken, was mooi en fijn om te doen. Ik deed dit allemaal samen met mijn man. Hoewel het boek van hem niet hoefde, heeft hij me wel geholpen en gesteund.”

Knallende ruzie

“De afgelopen tweeënhalf jaar zijn er momenten geweest dat ik bij Jan weg wilde, maar we hebben ook goede momenten. We kunnen enorm genieten van samen koken, van leuke dingen doen met de kinderen. In tijden van nood zijn we een team, als er bijvoorbeeld een kind ziek is. Ik vind het fijn om hem met de kinderen te zien spelen of knutselen. Jan loopt gelukkig niet meer constant met suïcidale gedachten rond, al is hij zeker niet beter. Hij kan minder dan voorheen, hij werkt en heeft gesprekken met een psycholoog. Het leven gaat met ups en downs, voor hem, maar ook voor het gezin. Soms hebben we knallende ruzie waar de kinderen bij zijn, als hij bijvoorbeeld weer eens niet communiceert. Voor onze dochters vind ik het moeilijk, ze krijgen alle spanningen mee. Zij weten dat papa ‘in de war’ is, maar we hebben uiteraard niet verteld dat hij dood wilde. Onze gesprekken bij de relatietherapeut waren abrupt opgehouden na ‘de flat’ omdat Jans behandeling prioriteit kreeg. Met mij praat hij nog altijd moeilijk over zijn gevoelens.”

Prille liefde

“Als ik eerlijk ben, droom ik soms van een nieuwe relatie, een makkelijker leven. Een kersverse liefde waarin alles vanzelf gaat en er alleen maar verliefdheid is. Als ik bijvoorbeeld de prille liefdes in Boer zoekt Vrouw zie, kan ik echt jaloers worden. Al weet ik dat die verliefdheid op een gegeven moment minder wordt. Maar ik heb al die tijd bewust voor Jan en ons gezin gekozen. Ik kon niet anders. We hebben beloofd om er voor elkaar te zijn in goede en in kwade dagen. Ik houd van mijn man. Zeker het eerste jaar was ik ook bang dat een scheiding hem fataal zou worden. Bovendien ging ik ervan uit dat het beter zou gaan als hij de juiste behandeling zou krijgen. Maar er zijn nog steeds momenten dat ik bang ben dat hij niet terugkomt als hij weggaat. Ik hoop voor hem dat hij kan gaan inzien dat het leven veel leuker is dan hij soms denkt. Ik gun onze dochters ook een hecht en liefdevol gezin. Maar, heel eerlijk: soms denk ik dat al dat vechten voor mijn gezin me opbreekt.”

Jan heet in werkelijkheid anders. Saskia’s boek Gezin in de wachtkamer is te bestellen via gezinindewachtkamer.nl (€ 12,50,-).

Wil je praten over zelfdoding of wil je hulp op dit gebied? Bel 113 of gratis: 0800-0113. Website 113.nl.

Interview: Krista Izelaar. Fotografie: Petronellanitta

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden