null Beeld

Schrijfster Manon Sikkel: “Pasen bracht alles samen”

Voor schrijfster Manon Sikkel is Pasen hét familiefeest, waarbij samen zijn met haar dierbaren het allerbelangrijkste is. Over tradities, bezinning en eieren zoeken.

Ik ben per ongeluk joods. Dat klinkt gek en dat is het ook. In een lange vrouwelijke lijn van meer dan honderd jaar is elke joodse vrouw in mijn familie steeds met een niet-joodse man getrouwd. Ik ben daarmee een soort homeopathische verdunning van ‘het oude volk’, zoals mijn oma dat noemde. Een paar zilveren bekers en een briefopener met Hebreeuwse tekens overleefden het doorgeven in de familie van moeder op dochter. De vrijdagavond bleef heilig bij mij, maar niet meer bij mijn kinderen. De laatste Jiddische woorden die ik van mijn oma onthield, piechempie en ponum, gebruik ik al lang niet meer.

‘Per ongeluk joods’ veranderde toen mijn vader op mijn tiende een gouden davidster voor me kocht. Hoewel hij zelf niet joods was, vond hij het belangrijk dat we bepaalde tradities in ere herstelden.

Mijn broer en ik gingen vanaf die dag naar onze katholieke school met glimmende davidsterren aan een kettinkje om onze nek. De kinderen in mijn klas dachten in eerste instantie dat je die gratis kreeg als je lid werd van de TROS! Ongemakkelijk vertelde ik iets over het geloof dat ik niet aanhing, maar nu wel uitdroeg. Mijn vader deed nooit iets half, dus we vierden voortaan sabbat op vrijdagavond en joods nieuwjaar in september. Ook leerde ik Hebreeuws uit een boekje. En toen werd het Pasen.

Eitje tik

Pasen werd op mijn katholieke basisschool groots gevierd. We vierden de wederopstanding van Jezus, leerde ik, en we versierden de kerk. Waarom we dat precies deden, wist ik als kind niet. De samenhang tussen Jezus aan het kruis op school en de chocolade-eieren bij de paasbrunch ontging me. Ik was thuis als enige katholiek gedoopt, en ik was ook de enige die in god geloofde. Mijn katholieke school deed er alles aan om dat geloof te versterken. Zo kwam het dat ik zowel joods als katholiek was en opgroeide in een niet-gelovige familie. Maar Pasen bracht alles samen. De joodse achtergrond van mijn moeder en mijn katholieke geloof werden een combinatie van Pesach en Pasen. Mijn vader gooide daar nog een heidens gebruik met eieren tikken tegenaan. Hij was als kind tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergebracht bij boeren in Overijssel en daar had hij een competitief spel geleerd waarbij je elkaars eieren kapot moest tikken. Als je pech had, brak je ei bij de eerste klap. Als je geluk had, had je een super-ei en werd je de winnaar van het spel.

We aten matses, tikten eieren, verstopten chocola in de tuin, zetten paashazen neer, dekten de tafel feestelijk en dronken jus d’orange met champagne voor ontbijt. Met zingeving had het weinig te maken, maar als familiefeest werd het voor ons belangrijker dan Kerstmis. Toen mijn vader jaren later vlak voor kerst overleed, besloten we zelfs helemaal geen Kerstmis meer te vieren en van Pasen ons grote familiefeest te maken. Het eiertikspel speelden we ter nagedachtenis aan mijn vader vol overgave.

Lichtpunt

Toen we tijdens de eerste lockdown vorig jaar niet als familie bij elkaar konden komen, vierden we Pasen via Zoom: vier gezinnen, ieder met een eigen paastafel. We hieven het glas, tikten virtueel een ei en voelden het gemis van niet samen kunnen zijn. We stuurden elkaar foto’s van onze mooi gedekte tafels, maar het voelde toch een beetje eenzaam.

Voor mijn katholieke man brengt Pasen mooie herinneringen boven aan de tijd dat hij acoliet was in de kerk en met het wierookvat mocht zwaaien, en aan de nachtmis met gregoriaans gezang. Al werd die later afgeschaft omdat er te weinig kerkgangers waren. In Limburg, waar hij opgroeide, was Pasen niet alleen een belangrijk kerkelijk feest, maar ook het einde van de vastenperiode waarin ze veertig dagen sober leefden vanaf carnaval. Of om precies te zijn, vanaf Aswoensdag. Met Pasen, vertelt hij, werden er niet alleen vlaaien gebakken, maar gingen ook de koektrommels open met het opgespaarde snoepgoed uit de vastentijd.

In dat donkere coronajaar waarin we nog maar weinig mensen konden zien of omarmen werd Kerstmis ineens een lichtpunt van weer samen zijn met familie en vrienden. En er gloorde hoop in de verte. Het virus was misschien wel bijna verslagen. Terwijl ik als kind nooit precies kon bevatten wat Pasen was of waar het voor stond, begon ik het nu te begrijpen. Los van religie, los van commerciële belangen en los van tradities is Pasen een feest van licht en hoop. Een tijd van bezinning, van naar elkaar omkijken.

Niet zoomen maar zoenen

Voor christenen daagt het licht pas in de paasnacht. Of zoals het Reformatorisch Dagblad het omschreef: ‘God zelf slaat vanuit de dood de brug van het leven. Hij verlengt het leven niet, maar Hij verslaat de dood. Dát is Pasen.’ In verschillende voorchristelijke culturen werd rond deze tijd met lentevuren de wedergeboorte van de natuur gevierd na de winter. Voor christenen staat met Pasen centraal dat Jezus gestorven is voor onze zonden en herrezen is uit de dood. De afsluiting van wat zwaar en donker was en hoop op licht en leven.

Als alles meezit, vier ik dit jaar Pasen aan de langste tafel die ik kan vinden. Met het geelste kleed dat er bestaat en met de liefste mensen om mij heen, allemaal bij elkaar. Niet zoomend, maar zoenend, vanuit onze eigen religieuze of niet-religieuze achtergrond. Met de herinnering aan mijn vader, die met zijn oeroude paastraditie gewoon voortleeft en in mijn herinnering al eieren tikkend de dood verslaat

Tekst: Manon Sikkel.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden