null Beeld

PREMIUM

Schrijfster Manon Uphoff: “Ik móest nu ook schrijven over de donkere kanten van mijn familie”

De aanleiding voor haar boek 'Vallen is als vliegen' 
was de dood van haar halfzus. Op die avond begon schrijfster Manon Uphoff (56) te huilen en kon ze er niet meer mee stoppen. Ze wist dat ze het verhaal dat ze nooit wilde vertellen, moest opschrijven. “Als mensen me nu zien, weten ze dat ik die bom bij me draag.”

Sorry. Sorry dat ik hiermee kom. Dat is wat Manon Uphoff nog vaak denkt als het over haar nieuwe – volgens de flaptekst: ‘in de werkelijkheid gewortelde’ – roman 'Vallen is als vliegen' gaat. “Zelfs als mensen me er niet op aanspreken, verontschuldig ik me soms voor het onderwerp. Ik weet: niemand zit te wachten op een boek over misbruik. Met dit boek leg ik in ieder normaal gezelschap een bom op tafel en bederf ik de sfeer. Zo iemand wil ik helemaal niet zijn. Zo ben ik mijn hele leven tot nu toe ook niet geweest en ik ben niet van plan het te worden. Maar als mensen me nu zien, weten ze dat ik die bom bij me draag.”

Haar neiging om zich te verontschuldigen voor haar roman is niet terecht: 'Vallen is als vliegen' werd door recensenten, lezers én collega-schrijvers heel goed ontvangen. Iedereen was het erover eens: dit boek is ‘onthutsend goed’, een tour de force, een roman waarin het onvertelbare wervelend, nu eens poëtisch, dan weer keihard en soms zelfs met humor tóch werd verteld. In 'Vallen is als vliegen' betreedt de lezer het doolhof dat het grote, samengestelde gezin Holbein is. De zeven kinderen hebben een passieve moeder en een charismatische, kunst- en cultuurminnende vader, die zich aan de meisjes des huizes vergrijpt: zijn twee stiefdochters en zijn twee dochters, van wie de vertelster van het verhaal de op een na jongste is. Manon Uphoff groeide op in een zeer vergelijkbaar gezin.

Is de angst om een vrouw te worden die een bom optafel kan leggen een overweging geweest om dit boek niet te schrijven?

“Ja, maar ik hoop dat we als samenleving wat zijn doorgerijpt en dat we de informatie over de echte werkelijkheid van vrouwen en meisjes beter aankunnen. Dat we bereid zijn om naar hun verhalen te luisteren zonder die af te houden, of ze in een zieligheidsmal drukken waardoor je geen toegang hebt tot het gewone leven waarin er nog zo veel meer is dan alleen deze geschiedenis. Ik vind #metoo een van de belangrijkste bewegingen van de afgelopen tijd, omdat die voor het eerst duidelijk maakte dat we verhalen over de aantasting van lichamelijke integriteit niet kunnen blijven opknippen in allemaal individuele ervarinkjes. Het was altijd ons unieke, eigen probleem. Eigenlijk wáren wij het probleem. #metoo liet zien dat er wel heel veel van dit soort ‘persoonlijke problemen’ zijn en dat er dus wel een maatschappelijk probleem moet zijn. Laten we daar eens naar kijken, zodat we er misschien iets aan kunnen doen. Ook mijn ervaring is niet uniek, veel mensen herkennen zich erin, blijkt uit de reacties die ik nu bijna dagelijks krijg.”

'Vallen is als vliegen' begon met de dood van je oudste halfzus, 69 jaar oud.

“Ik werd gebeld door mijn jongste zus. Zij had gehoord dat onze zus die ik in het boek Henne Vuur noem van de trap was gevallen en door het toegesnelde ambulancepersoneel niet meegenomen wilde worden naar het ziekenhuis. Ze was zo uitgemergeld dat ze dezelfde dag nog is overleden. Ik weet nog dat ik in eerste instantie uiterst koel en beheerst reageerde op het bericht. O ja, dacht ik, dat was te verwachten.”

Hoezo?

“In die tijd had ik nog amper contact met haar. De laatste keer dat ik haar zag, had ik tegen haar gezegd: Als je niet eet, weet je wat er gebeurt hè? Dan ga je dood. Omdat ik zelf jarenlang anorexia heb gehad, herkende ik wat ze aan het doen was. Dus toen het bericht over haar dood binnenkwam, verbaasde het me niet. Over tot de orde van de dag. Maar die orde van de dag kwam maar niet meer. Die avond begon ik te huilen en ik kon maar niet stoppen. Het was een dijkdoorbraak van verdriet, maar van nog veel meer. Misschien was ik lang genoeg weggelopen van wat er in mijn jeugd was gebeurd, dacht ik na verloop van tijd, en was nu het einde van het elastiek bereikt. Moest ik nu eindelijk het verhaal vertellen dat ik nooit wilde vertellen.”

Maar wel op jouw manier.

“Toen ik besloot om het verhaal te gaan vertellen, wist ik ook dat ik er literatuur van wilde maken. Dat is wat ik doe: ik ben schrijfster. Een van de redenen dat ik niet zo ben geëindigd als mijn zus Henne is dat ik mogelijkheden had die voor haar niet openlagen. Toen ik anorexia had, dacht ik uiteindelijk: als ik hier heel erg goed in word, ga ik dood. En dan heb ik mijn stem nooit kunnen laten horen. Dat besef was het keerpunt. We zijn er allemaal maar één keer, en die ene keer wil ik graag vullen met dingen waarop ik met trots en plezier kan terugkijken. Ik wilde iets anders achterlaten dan: wat zielig hè, die heeft zich doodgehongerd. Het was ook een van de dingen die ik het meest weerzinwekkende vond aan de dood van mijn zus: dat we ons er gewoon bij hadden neergelegd dat zij zich traag doodhongerde. In dit boek heb ik daarom ook Henne wat van het mooie, sprankelende en levendige dat ze had voordat ze ervan werd beroofd, willen teruggeven.”

null Beeld

Je hebt vroeger in interviews vaker verteld over het grote, samengesteldegezin waaruit je stamt. Het broertje dat vlak voor jouw geboorte verongelukte, de gehandicapte broer, het kleine huis in de Utrechtse wijk Lombok, de reproductie van een schilderij van Delacroix boven je bed. Ook in je werk putte je uit deze barokke wereld vol extremen. Was je kindertijd voor jou inmiddels een verhaal geworden en moest je om dit boek te kunnen schrijven terug naar hoe het werkelijk was?

“Het verhaal moest aangevuld worden. Tot nu toe had ik het licht op het deel laten schijnen dat het mooiste blinkt, nu moest ik ook naar de donkere kanten. En daarvandaan weer naar het licht. In het platte verhaal is er in een gezin waar kinderen misbruikt worden alleen maar narigheid. Dat komt doordat misbruik zoiets groots, onbegrijpelijks en vernietigends is. Ik begrijp wel dat als je daar iets over wilt zeggen de neiging ontstaat om al het andere te laten verdwijnen. En dat is misschien ook wel zoals het was, voor een deel.” Stilte. “Maar het zou afbreuk doen aan de ervaringen die je als mens daarnaast toch ook altijd meekrijgt. Zelfs de Minotaurus – zoals ik de vader-figuur in het boek noem, naar de mythologische figuur met de kop en de staart van een stier en het lijf van een man – heeft momenten dat hij een dutje doet op de bank of even met iets bezig is, en het leven even een normale kleur aanneemt.”

Die complexiteit maakt het juist zo verwarrend, laat je zien: enerzijds is er het niet aflatende misbruik, anderzijds wordt in hetzelfde huishouden Kerst bijvoorbeeld op een betoverende manier gevierd.

“Ja. Die beschrijving van het kerstfeest had ik weg kunnen laten, maar dat zou niet terecht zijn. Wat misbruik zo verwoestend maakt, is dat je iemand opzadelt met een mix van elkaar bijtende gevoelens. Omdat je die gevoelens maar niet in balans krijgt, denk je dat jij niet klopt. Bij seksueel misbruik zijn we geneigd om ons te focussen op dat moment van fysieke inbreuk. Maar dat gaat voorbij. Dat moment kent een begin en kent een eind. Eigenlijk is dat nog het makkelijkste. Wat die fysieke inbreuk vervolgens doet met je integriteit, met je denken, met je angst, met je liefde, met je seksuele ontwikkeling, met je emotionele ontwikkeling – dat is wat het zo erg maakt. Je leert je eigen gevoelens niet op de juiste manier kennen. Je weet niet wat pijn is, wat heel erg bang zijn is. Je bent blij met de aandacht die je krijgt, ook al levert die pijn op. Je denkt dat je uitverkoren bent, ervaart een gevoel van overwinning op je moeder. Dat vond ik een van de allermoeilijkste dingen om te aanvaarden: dat ik dat heb gevoeld.”

De verteller zegt: ik was het lievelingetje van de Minotaurus.

“Daar hoort bij: het gevoel dat je beter bent dan de anderen om je heen. En daar tegenover staat een zo groot schuldgevoel daarover, dat je jezelf helemaal niks waard vindt. Alles is uit balans, alle rollen zijn door elkaar geschud. Dát is het verwoestende aan misbruik. Daar kun je alleen iets over zeggen als je niet blijft steken in de relatief kortdurende momenten van het misbruik zelf.”

Hoe kon je dit verhaal op jouw manier vertellen?

“Ik moest terug naar de zintuiglijke wereld van beelden, geluiden, geuren. Als mensen iets over misbruik willen weten, willen ze altijd harde feiten, labeltjes, etiketjes, data. Die zou ik zelf ook wel willen hebben, maar zie er maar eens aan te komen. Het lastige is dat dit soort ingrijpende ervaringen je innerlijke chronologie aantasten. Bovendien: als je jong bent als het begint, kom je ook nog eens terecht in een voortalig gebied, waarin je nog helemaal geen besef van tijd en plaats hebt. Om maar een heel concreet dingetje te noemen: als iets zich in het donker afspeelt, dan valt er zich sowieso niet zo’n helder beeld te vormen. En dan gaat het ook nog eens om waarnemingen die niet te bevatten zijn, die in geen enkel kader passen. Ik heb geprobeerd om te laten zien hoe dat was, wat dat met je innerlijk doet. In een van de kritieken op het boek die me best raakte, stond: vertel het nou maar gewoon. Als je dat zegt, heb je dus geen idee van wat er in je ontploft als je misbruik meemaakt. Het is bijna alsof je na een granaatontploffing vraagt: waarom liggen de lichaamsdelen van de slachtoffers niet netjes bij elkaar, de armen bij de armen, de benen bij de benen, zodat we er mensen in kunnen herkennen? Zo werkt het niet. Ik kan het niet anders vertellen dat hoe ik het verteld heb.”

Naast de Minotaurus, die zijn kinderen als zijn eigendom beschouwt met alle gevolgen van dien, is er de moederfiguur: een vrouw met te veel kinderen, die ze niet weet te beschermen.

“Het kan een makkelijke afleidingsmanoeuvre zijn om je in zo’n situatie vooral op de onwil of het onvermogen van de moeder te richten en te zeggen: ja maar, zíj had… Terwijl die moeder net zo goed in dat verziekte systeem zit. Daarmee bagatelliseer ik de rol van mijn moeder niet, maar ik probeer wel de verantwoordelijkheid voor gedrag te leggen bij degene bij wie het thuishoort. Ik kan mijn moeder het misbruik door mijn vader niet verwijten. Ik verwijt haar wel dat ze nooit het gesprek daarover met mij is aangegaan. Ik heb het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Toen ik volwassen was, speelden we dat we een goede moeder-dochterrelatie hadden en daar deden we heel erg ons best voor. En toen ging ze dood. Dat ik het gesprek heb geprobeerd aan te gaan, maakt mij moediger dan mijn moeder. Ik ben zelf ook moeder en ik wil iets zijn voor mijn kind. Iets respecteerbaars. Ik weet niet of ik mijn moeder kan respecteren. Dat is een pijnlijke conclusie.”

Wat heeft het schrijven van dit boek jou gebracht?

“Het was niet therapeutisch – die fase had ik allang gehad. Voor dit boek heb ik een nieuwe taal moeten ontwikkelen, een nieuwe manier van vertellen en dat is me kennelijk gelukt. Je moet als lezer het gevoel krijgen dat je door de verteller – met wie ik overigens niet helemaal samenval – ergens mee naar binnen wordt geleid. Naar een moeilijke plek waar niemand graag wil zijn, ook de verteller niet. En daarna word je er ook weer uitgeleid. We blijven niet op die nare plek, dat vond ik heel belangrijk. Ik kon het verhaal niet naar een ‘en toen was alles weer goed’-einde schrijven. Een trauma, wat dit toch is, ont-trauma je niet. Maar ik kon wel laten zien dat er mee en omheen te leven is, op een helemaal niet zo beroerde manier. Die nare plek is de grond waaruit ik stam. In die grond sta ik nog steeds, maar gelukkig ben ik wel, zoals planten dat doen, naar het licht toe gegroeid.”

Bij het afscheid vraagt ze een beetje bezorgd: ‘Maak je het niet te zwaar?’

Wie is Manon?

Manon Uphoff (1962) is schrijfster. Ze debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte en schreef daarna nog meer verhalenbundels, romans en novellen. Dit voorjaar verscheen haar bejubelde roman 'Vallen is als vliegen' (Querido). Manon Uphoff woont samen en heeft een volwassen dochter.

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Esmée Franken.

Styling: Maartje van den Broek. Haar en make-up: Tynke Jeeninga. Met dank aan: Fort aan de Klop in Utrecht en Mango (blazer en spatop), Promiss (broek), Vero Moda (gestreepte top)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden