Seaworld

In de auto op weg naar Seaworld zei ik nog optimistisch: ‘Als dit leuk wordt vandaag, moeten we misschien toch een keer naar Disneyworld. Laten we dit als een oefendagje beschouwen.’

Harro knikte afwezig en stuurde de auto de file in, die voor de ingang van de parkeerplaats van het superpretpark stond. Want waar ik bij het woord Seaworld vooral denk aan een soort groot oceanium met veel vissen en aanverwanten, denken Amerikanen bij Seaworld toch vooral aan een pretpark.

Met de online gekochte kaartjes, konden we de rij voor de kassa voorbij lopen om aan te sluiten in de lange rij voor de kaart- en tascontrole. Pas halverwege de rij ontdekten we het bord ‘eten en drinken mag niet mee naar binnen’. Geïrriteerd liep Harro met Daniël in zijn kielzog naar iemand in uniform die duidelijk iets te zeggen had over wat er wel en niet mee naar binnen mocht.

Hij stalde alles wat we mee hadden uit op de grond en liet haar beslissen. Nee, een pot met nutella en een heel brood mocht niet. Tja, als we er al sandwiches van hadden gemaakt, had het wel gemogen. Pakjes drinken mocht ook niet. Boos schoof Harro Daniël naar voren: ‘hij heeft het syndroom van Down, hij eet alleen boterhammen met nutella en drinkt alleen appelsap via een rietje: mag het nu wel?’ (Dit doen we bijna nooit, maar er zijn situaties die erom vragen Daniël in te zetten…)

Uiteindelijk mochten de pakjes mee naar binnen zonder rietje: die zouden wel eens bij de dolfijnen in het water terecht kunnen komen. Gelukkig controleerden ze onze zakken niet en bleek dat we in het park drinken met een rietje konden krijgen.

Het was dus de bedoeling dat je je eten en drinken in het park kocht. De rijen voor de hamburgers met friet, waren zo lang dat we uiteindelijk niet hebben geluncht, maar alle snoep, koek en fruit dat wel mee naar binnen mocht tot de laatste kruimel hebben opgegeten.

Binnen het park was een waterpark; een soort zwembad met een lazy river, glijbanen en golfslagbad. We liepen langs de ingang, waar een bord ons waarschuwde dat er een maximaal aantal mensen was dat tegelijk binnen kon zijn. In plaats van naar de penguins te gaan, besloten we op dat moment maar te gaan zwemmen: er stond (nog) geen rij. En inderdaad, drie uur later was de rij om binnen te komen tientallen meters lang.

Julian wilde graag de dolfijnen voeren, maar de rij om visjes te kopen was enorm. Voor alle achtbanen moesten we minstens anderhalf uur wachten, we moesten wachten om uiteindelijk toch nog de penguins te zien, we moesten in de rij voor de wc.

Pas aan het einde van de dag snapten we hoe het werkte: met een extra pas, waar je extra voor moest betalen mocht je in de korte rij bij de attracties. Als je extra betaalde, kon je in het zwembad een plek in de schaduw krijgen; als je extra betaalde kon je een all-you-can-eat-all-day long-bandje om je arm krijgen. Als je extra betaalde kon je vooraan bij de ingang parkeren. En denk nu niet dat het kaartje om binnen te komen niets kostte.

Met rode hoofden van teveel zon, doodmoeie benen van ’t vele staan en lopen en een lege portemonnee –we moesten zelfs betalen voor het bakje visjes voor de dolfijnen- kropen we aan het einde van de dag weer in de auto. Ja, we hadden een leuke dag, maar Disneyworld hebben we uit onze agenda geschrapt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden