null Beeld

Susan Visser: “Ik probeer altijd mijn hoofd de andere kant op te buigen, dat is mijn overlevingsmechanisme”

Nu de kinderen het huis uit zijn, zit actrice Susan Visser (55) zelf ook in een andere levensfase. Even wennen, maar de hernieuwde vrijheid is ook fijn: “Ik hoef me niet meer naar huis te haasten omdat er iemand op me zit te wachten."

Theater de Meervaart, Amsterdam, 9 uur ’s ochtends. Straks heeft actrice Susan Visser hier repetities voor haar nieuwe voorstelling De Grootste Helft. Met een brede glimlach haalt ze me op uit de foyer. Een glimlach die tijdens ons gesprek maar zelden verdwijnt. “Kom maar, ik weet een rustig plekje waar we kunnen praten.” Ze loodst ons mee naar een ruimte waar de verlichting nog niet aan is. “Hier zitten we dan, in het donker. Wel knus toch? Wil je koffie?” Even later komt ze terug met een cappuccino en een karaf water. “Dit is toch nu even mijn thuis, hè? Dus ik moet een beetje voor je zorgen. Zo... I’m all yours.”

Voelt het fijn om eindelijk het toneel weer op te mogen?

“Ja, deze voorstelling stond vóór de lockdown al in de agenda, we stopten 10 maart met de vorige. Geluk bij een ongeluk, eigenlijk. Er zijn ook collega’s die al maanden met tekst in hun hoofd lopen van een voorstelling die nooit meer gaat plaatsvinden. We zijn nu vier weken aan het repeteren, ik vind het heerlijk om straks weer op het toneel te kunnen staan. De voorstelling is wel wat korter geworden, omdat we hem in verband met corona twee keer op een avond doen.”

En wat hebben jullie eruit gehaald?

“Nou, het grappige is dat de hoofdrollen zo geschreven zijn dat ze niet per se voor een vrouw of een man zijn bedoeld. Het was in eerste instantie de bedoeling dat iemand uit het publiek zou bepalen wie welke rol zou spelen. Dat idee hebben we laten varen tijdens een van de eerste lezingen bij de regisseur in de tuin op anderhalve meter.”

Waar gaat het stuk over?

“Over een echtpaar in scheiding. Mijn tegenspeler Eric Corton speelt nu Jip en ik Dominique. Spelen met hem is geweldig. We kenden elkaar al uit een vorige voorstelling en we hebben een fantastische klik.”

Hoe was de lockdowntijd thuis?

“De eerste paar weken ben ik niet naar buiten geweest omdat ik een verkoudheid had opgelopen tijdens de vorige speelperiode. Mijn zoon Aaron woonde toen nog thuis en deed de boodschappen. Na weken mijn eerste stappen weer buiten zetten, voelde bizar. Ik dacht: kan dit eigenlijk wel? Hoe ziet de wereld er nu uit?”

null Beeld

Heb je ook iets over jezelf geleerd wat je nog niet wist?

“Dat ik blij word als ik me op iets kan verheugen. Ik vind het prima om het even rustiger te hebben, als ik maar weet dat er daarna weer drukte komt. Dat niet weten vond ik moeilijk: geen werk, geen sociaal leven. Aan de andere kant realiseer ik me heel goed dat er veel ergere dingen aan de hand waren. Mijn tante is verpleegkundige op de ic en via haar hoorde ik de vreselijkste verhalen. Mijn zus en ik zijn haar cadeautjes gaan brengen om haar een hart onder de riem te steken.”

Je zoon is nu ook het huis uit. Heb je last van dat lege nest?

“Ja, het is best wennen maar ik vind deze nieuwe fase ook heel leuk. Het is de volgende stap die hoort bij het avontuur dat ouderschap heet. Gelukkig wonen allebei mijn kinderen gewoon ook in Amsterdam. Dat is anders dan toen ik ooit bij mijn moeder uit Vlaardingen wegging om in Amsterdam te studeren. Mijn kinderen komen minstens een keer in de week bij me eten. Dan maak ik bijvoorbeeld groentenlasagne voor hen, want mijn dochter is veganist. Ze zit op de kunstacademie en mijn zoon doet een hbo-opleiding. Het zijn leuke rakkers!”

Maar toch, als ze dan zijn vertrokken en jij alleen op de bank zit…

“Ja natuurlijk, dan komen de tranen wel. De trillip had ik al tijdens de verhuizing zelf. Hoorde ik mezelf vrolijk zeggen: ‘Veel plezier, lieverd’, maar beet tegelijkertijd op mijn lip om niet te gaan huilen. Dat deed ik pas toen ik ’s avonds thuis was. Tranen met tuiten. Maar de volgende dag voelde ik me beter en al snel ontdekte ik ook de hernieuwde vrijheid.”

Was er meer ruimte voor jezelf?

“Ja, ik hoef opeens niet meer voor iemand te zorgen of te koken. Ik ben op dit moment vooral veel en hard aan het werk. En als ik daarmee klaar ben, voel ik geen haast meer omdat er thuis iemand op me zit te wachten. Na de repetitie fiets ik soms nu een heel andere weg naar huis en ontdek ik allerlei nieuwe straten. Ik vind het fijn om op die manier mijn hoofd leeg te maken, voordat ik ’s avonds weer teksten moet leren. Koken voor mezelf doe ik niet echt, maar ik krijg in het theater altijd een uitgebreide lunch met salades en soep. En ik probeer nog even te sporten of te lopen, yoga te doen of naar de sportschool te gaan. In beweging blijven wakkert mijn gelukshormonen aan, dus daar ga ik voorlopig nog wel even mee door.”

Is geluk een werkwoord, denk je?

“Ik ben al vanaf mijn tienertijd bezig met de vraag: hoe kan het leven beter? Ik wil mezelf helen, dingen uit mijn jeugd, bijvoorbeeld. Er was veel leuk in mijn jeugd, maar mijn vader had ook een serieus drankprobleem. Dat heeft mijn zus en mij als kind beschadigd. Toen ik een jaar of negentien was las ik een zelfhulpboek van Louise Hay: Je kunt je leven helen. Nou, dat was dus wat ons te doen stond. In het huisje van mijn zus in Rotterdam deden we om de beurt alsof de ander onze vader was en mochten we alles tegen hem zeggen wat we in het echte leven niet durfden. Eerst de woede eruit en dan vergeven, want dat was ook belangrijk. Ik zie ons daar nog zitten, zo aandoenlijk. Of het me geholpen heeft? Het was zeker de eerste stap naar mezelf leren uiten. Later op de toneelschool ben ik in therapie gegaan, dat hielp ook.”

Je noemde in een eerder interview de band tussen jou en je zus onverwoestbaar...

“We schelen amper een jaar en ik ben heel blij met haar. Ik kan alles met haar bespreken, het hele ‘avontuur van het leven’. Als ik een probleem heb, is niets zo heerlijk als mijn zus bellen. Zij heeft dezelfde nieuwsgierige benadering als ik. Je hebt niks aan mensen die met je meegaan in het probleem. Je wilt iemand die samen met jou naar een oplossing zoekt, het probleem ziet als een uitdaging en er ook om kan lachen.”

En, werkt dat altijd?

“Weet je wat het is, de drama’s in je leven gebeuren toch wel. Het is zo zonde om daar de hele tijd bang voor te zijn. Natuurlijk zit ik ook weleens in de zorgentunnel en kan ik me druk maken over van alles en nog wat, maar ik probeer altijd mijn hoofd de andere kant op te buigen, dat is mijn overlevingsmechanisme. ‘Suus is altijd zo positief’, zeggen mensen dan. Nee, dat is gewoon noodzaak, ik moet dat aanzetten in mezelf. Dat is mijn manier om het leven te tackelen. Maar ik moet ook echt mijn best doen, hè? Tegen mezelf zeggen dat ik het moet omdraaien en niet bang moet zijn. Dat wil niet zeggen dat ik nooit bang ben en ik wil ook nooit meer iemand verliezen.”

null Beeld

Je praat in interviews liever niet over de dood van je man Roef Ragas, in 2007. Maar zie je hem terug in je kinderen?

“Mijn kinderen lijken in zo veel dingen op hem! Roef was echt een superleuke man. Saïda is de laatste tijd veel bezig met koken en lekkere recepten uit te proberen. Roef had zo’n periode dat hij helemaal aan het slowcooken was. Toverde hij opeens de heerlijkste gerechten die urenlang in een speciaal oventje op veertig graden hadden gestaan. En Aaron heeft zijn energie, de Ragas-energie, de bevlogenheid. Maar ze zijn vooral hun eigen unieke zelf.”

Maakt zo’n verlies je er bewuster van dat het elk moment over kan zijn?

“Ik ben niet bang voor mijn eigen dood, wel om andere mensen te verliezen. Ik denk dat ik heel oud word. Daar fantaseer ik samen met mijn zus over, we sturen elkaar regelmatig filmpjes of artikelen van vieve oude wijffies en laten ons daardoor inspireren. Oud worden zit in onze familie, onze oudoom werd maar liefst honderdzeven, hij reed nog auto tot zijn vijfennegentigste en had pas een rollator toen hij honderddrie werd. In zijn hoofd was hij heel scherp, hij zat vol levenslust, maar hij had twee echtgenotes verloren. Ik heb hem een keer gevraagd: ‘Hoe ga je om met het verlies van anderen als je ouder wordt? Hij antwoordde: ‘Dat is verdrietig, maar ik vind het leven zó leuk, ik ben zó nieuwsgierig.’ Dat was zijn geheim, nieuwsgierig blijven.”

Een mooie levensles…

“Verdriet, afscheid, de dood, daar is gewoon geen handleiding voor en dat is het moeilijkst aan het leven. Maar het leven bestáát ook juist door deze dingen. Daar moeten we mee dealen en juist dit is wat ons verbindt. Als ik dat bedenk, voel ik compassie voor iedereen. Zoals nu: ik zit hier nu met jou… Jij bent op dit moment dus even de belangrijkste persoon in mijn leven, dus gaan we zorgvuldig met elkaar om. Zo probeer ik dat te doen in alle relaties om me heen.”

Natuurlijk zijn we benieuwd: is er een nieuwe liefde in je leven?

“Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben.”

Iedereen kent jouw grote verdriet en gunt je een nieuwe liefde, toch?

“Dat snap ik. Nou, vooruit. Ik heb wel een aantal langere relaties gehad, maar ik had tot nu toe nooit de behoefte om te zeggen: ‘Dit is mijn nieuwe man.’ Ik heb het wel geprobeerd, maar kwam dan tot de conclusie dat ik het verlangen niet had om er zo’n label op te plakken. Dat hoef ik ook niet te doen en dat communiceer ik nu ook bij nieuwe liefdes. Ik kan niks beloven, ik hoef het niet eens een naam te geven, maar we kunnen wel leuke dingen doen samen. Ik voel me goed bij die vrijheid. Dit werkt niet voor iedere man, er is ook wel wat op stukgelopen. Als hij zich er ook goed bij voelt, dan kan het wel. In die situatie verkeer ik nu.”

Tekst: Merel Brons. Fotografie: Brenda van Leeuwen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden