null Beeld

PREMIUM

Susans zoon maakte een einde aan zijn leven: “Het moet een mislukte grap zijn geweest”

Thomas, de 13-jarige zoon van Susan (48), maakte tweeënhalf jaar geleden volkomen onverwacht een einde aan zijn leven. Susan, haar man Erik en oudste zoon Daan (nu 19) bleven in shock achter.

“Thomas’ beddengoed ligt nog op zijn bed, in de nieuwe kamer in ons huis waarin hij nooit gewoond heeft. Ik kan, ik wil het niet wassen. Het is nog zo van hem. Zijn spulletjes staan op het bureau en zijn was zit nog steeds in de mand op zijn kamer. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat hij zo’n stinkende zweetkerel was, want af en toe steek ik mijn neus erin en dan ruik ik hem nog. Niet te vaak, want de pijn van het gemis is dan bijna niet te doen. Thomas, Tho, mijn lieve, kleine en al zo grote, beetje onhandige jongste zoon. Die ik al 2 jaar zo mis.”

Enthousiast en onhandig

“Thomas was een heel gezellig kind. Een grote, vriendelijke reus, met een passie voor rugby. Het liefste wilde hij prof worden. Zijn hoofd zat vol informatie. In Maleisië, waar we vanwege Eriks werk 6 jaar woonden, noemden de leraren hem ‘Mister Google’. ‘Weet je mam, dat we 25 procent van ons DNA delen met een banaan?’ – hij bleef me verrassen met dit soort weetjes. Hij was heel enthousiast, over alles. Hij ging overal vol voor, maar wel altijd een beetje onhandig. Tijdens een weekendje in Winterberg dacht hij dat hij wel even een hoop sneeuw kon tackelen, maar daar zat dan een rots in. Of hij probeerde, zittend op de schouders van zijn oudere broer Daan, te onderzoeken wat er achter een luik in het plafond van een vakantiehuisje zat en viel vervolgens rakelings langs de rand van de tafel op de grond. Het ging altijd nét goed. Totdat die onhandigheid hem eind oktober 2017 fataal werd. Het was een paar dagen voor Halloween en we vermoeden dat hij Daan wilde laten schrikken. Dat is verschrikkelijk uit de hand gelopen.”

Schuldgevoel

“Het was de avond voor onze verhuizing. In ons nieuwe huis stond ik soep te koken voor de verhuizers, toen de bel ging. Ik hoorde Erik schreeuwen bij de voordeur. Het was zo’n schreeuw waarbij je meteen weet dat er iets ontzettend mis is. Ik zette de soep uit, gek hoe je op zo’n afschuwelijk moment aan zoiets praktisch denkt. In de gang stonden 2 agenten die Erik net hadden verteld dat Thomas dood was. Ik weet niet meer wat ik deed of zei, veel dingen van die avond ben ik kwijt. Ik wilde naar Daan, dat herinner ik me nog heel goed. Net als dat er bij ons oude huis een ambulance stond en dat er binnen veel politie was. En Daan, ach die arme jongen. Hij was om 11 uur samen met zijn vriendin Harri in een stil en donker huis thuisgekomen, na een avondje Fright night in Walibi. Hij vond Thomas. Hij was al overleden, Daan kon niets meer voor hem doen. Daan was erg verdrietig, in de war en voelde zich schuldig. Dat schuldgevoel ken ik heel goed. Waarom had ons kind zichzelf opgehangen? Dat Tho bewust een eind aan zijn leven maakte, past zó niet bij hem. Die gedachte is eerlijk gezegd ook ondraaglijk, want dat betekent dat Erik en ik als ouders iets ontzettend hebben gemist. Hij was niet iemand van wie je denkt: nou, die heeft er geen zin meer in. Niet wees erop dat hij depressief was. Er was geen afscheidsbrief en op zijn computer waren geen sporen van zelfmoordsites of rare spelletjes. Hij had zijn huiswerk gedaan en zijn rugbytas stond ingepakt, klaar voor een wedstrijd de volgende dag. Al snel waren wij er zeker van dat dit een mislukte grap moet zijn geweest. Iets wat later in het politierapport ook als een zeer waarschijnlijk scenario omschreven is. Die lieve klunzige jongen.”

Niet te bevatten verdriet

“Op die afschuwelijke avond kon ik niets anders dan bij Thomas in bed kruipen, waar de politie hem had neergelegd. Met de kat, die waakte ook. ‘Jochie, waarom nou? Jochie toch’, mompelde ik steeds. Ik kon niet stoppen met naar hem kijken. Daar lag mijn baby, maar dan een beetje groot. Hij was nog net niet in de puberteit, de grote groeispurt moest nog beginnen. Zijn brede schouders met daarboven dat jonge gezicht, ontroerden me. Daarnaast was er dat grote, niet te bevatten verdriet. Gek genoeg schoot ik na die nacht enorm in de doemodus. We hadden een elektrische fiets voor Thomas besteld en die moest en zou ik afbestellen. Heel suf. Er moest een begrafenis worden geregeld én we zouden die dag verhuizen. Dat moest doorgaan. We wilden niet meer in het oude huis blijven, dat opeens zo’n nare herinnering was geworden. Alle mensen die zouden helpen, stonden toch al in de startblokken. We gingen door, we móesten wel, want we hadden Daan. Wat Erik en ik vooral niet moesten doen was instorten, maar een goede vader en moeder zijn voor Daan die ons zo hard nodig had. Dus bleven we staan. En gingen we door. We hebben Thomas zelf gewassen en aangekleed, wat heel fijn en ook wel grappig was, want we hadden hem al in jaren niet meer bloot gezien. Hij was hartstikke preuts. Het is gek hoe je in zo’n heftige situatie toch kunt lachen, humor sleepte ons er op sommige momenten echt doorheen. Daarna werd Thomas naar ons nieuwe huis gebracht, waar hij werd opgebaard in mijn fotostudio. Dat voelde goed, voor zover je van goed kunt spreken in zo’n situatie. Maar nu was hij bij ons, waar hij hoorde.”

Huis als een cocon

“Er kwam een hartverwarmende stroom van hulp op gang. Terwijl wij met Thomas en de begrafenis bezig waren, verhuisden anderen onze spullen en richtten het huis in. Voor hen ook fijn, denk ik, want mensen willen zo graag iets voor je doen. Nou, er was genoeg te doen. Boodschappen doen, koken, voor onze katten zorgen, keukenkastjes inruimen, noem maar op. Ons nieuwe huis was een cocon waar iedereen mocht komen. En iedereen kwam gelukkig ook. Onze familie en vrienden hebben onze eerste paniek meebeleefd, alles deelden we met elkaar. Doordat wij de deur openzette, was er geen drempel om naar ons toe te komen. Of te vragen hoe het gaat. Nog steeds. Dat maakt het leven zoveel makkelijker. Oók omdat Thomas er mag zijn en er over hem wordt gepraat. We hebben andere mensen nodig om door te gaan, om het leuk te maken. Om te leven.

Naast de liefde van ál die mensen die naast ons stonden, was er ook het enorme gemis. Doe mij maar een stappenplan, dacht ik. Iets wat mij door deze afschuwelijke pijn heen helpt. De rouwtherapeut hielp me snel uit de room. ‘Er is geen pilletje,’ zei ze. ‘Het verdriet moet zich vanzelf gaan settelen, maar het gaat niet weg.’ Dat hielp mij enorm. Dit wás er dus gewoon. Ik kon niets iets doen om het weg te laten gaan. Natuurlijk was en ben ik verdrietig. Dat hoort ook. Rouwen is een kwestie van maar een beetje doorgaan. Dat zijn we nu, tweeënhalf jaar later, eigenlijk nog steeds aan het doen. In het begin wilden Erik, Daan en ik de hele tijd precies van elkaar weten waar we waren en hoe laat we thuis waren. Als Daan iets later was, raakte ik al in de stress. Tegenwoordig gaat het beter. Al raken we nog steeds in paniek als ‘s avonds onverwacht de bel gaat.”

Ander mens

“Er zijn dagen waarop ik denk: gatver, ik vind dit echt niet leuk, waar doe ik het voor? Zoals bij de diploma-uitreiking van Daan waar Thomas niet bij was, hij zou zo trots zijn geweest. Er komt nog een heel leven aan gebeurtenissen waar Thomas niet bij is. Er is een vóór en na zijn dood, en het ervoor is veel belangrijker. Veel groter. Daardoor blijf ik in het verleden hangen, want daar is Thomas. Dat heeft me een ander mens gemaakt. Ik was een blij ei, vol leuke plannen. Somberder is niet het goede woord, maar veel kan me niet meer zo veel sche-len. Het is best moeilijk om mezelf aardig te vinden. Ik wil gewoon mezelf zijn, maar me-zelf, dat was hoe ik was. Dat word ik nooit meer.”

Nooit meer perfect

“Mijn huwelijk met Erik kan nooit meer stuk. Dit samen doormaken en elkaar vast weten te houden, bindt ons. Ook al zitten we niet altijd op dezelfde golflengte. Soms zit hij erdoorheen en gaat het met mij net lekker, of andersom. Dan laten we elkaar maar even. We zijn het er allebei erg over eens dat we door moeten. Na een tijdje treuren een schop onder de kont en weer gaan. Als er eentje apathisch op de bank zou blijven zitten, zou het veel moeilijker zijn.

Mensen zeggen dat het niet veel erger kan worden dan dit. Jawel, denk ik dan, want ik kan Daan en Erik ook nog kwijtraken. Ik besef nu dat dit zomaar kan gebeuren. Door een suf, stom ongeluk. Toch weet ik inmiddels ook dat het niet altijd grauw en donker blijft. Het wordt nooit meer een stralende, strakblauwe zomerlucht, maar het is allemaal nog wel heel erg de moeite waard. Er gebeuren leuke dingen, we staan op feestjes, we carnavallen en dan heb ik het echt naar mijn zin. Ik kan echt wel genieten. Het wordt nooit meer perfect, maar leuk genoeg is ook goed.”

Tekst: Deborah Ligtenberg. Fotografie: Klarien van der Geest

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden