null Beeld

Sylvia’s ratjetoe interieur heeft een naam: bohemian chic

Sylvia Witteman (53) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie.

Wonen is een werkwoord, hoor je weleens, en veel mensen maken er dan ook letterlijk werk van. Hun vrije weekends gebruiken ze niet om lekker te eten, fijne wandelingen te maken, boeken te lezen of gewoon knus voor zich uit te staren met de poes op schoot, nee, ze gaan naar woonboulevards, ze bladeren verbeten in woonmagazines en ze laten zonder de minste aanleiding een prima keuken of badkamer uit hun huis slopen om er een andere voor in de plaats te zetten. Als ze eindelijk klaar zijn dan gaan ze op zoek naar een nieuwe bank, en gordijnen die bij die bank passen, en borden die bij de nieuwe keuken passen, en kopjes die dáár weer bij passen. Ze verven één van hun muren terracottakleurig en daar zoeken ze kussenhoesjes bij en een pot om de spaghetti in te bewaren.

Ik word al doodmoe als ik eraan denk. In mijn huis past dan ook niets bij elkaar. Ik heb verbleekte wijnrode gordijnen, een paarse bank, een deerlijk verzakte eettafel, stoelen waar af en toe een poot afvalt, een bijzettafeltje met felgekleurde mozaïekjes dat ik eens bij het grofvuil heb gevonden, een tot op de draad versleten, veelkleurig tapijt, stervende planten, een aftands leren poefje, en een staande schemerlamp. Die onlangs hevige kortsluiting veroorzaakte, met vlammen en al, vlák onder de zoom van zo’n verbleekt gordijn (sindsdien gebruiken we die lamp niet meer, dus is het nogal donker in huis).

“Kind, wat is het toch altijd een zigeunerboel bij jou”, jammertmijn moeder

De schoorsteenmantels staan propvol met rommel, souvenirs van reizen, een opgezette fret in gevecht met een slang, een goudkleurig bord met daarop de fraaie spreuk ‘De schoonste naam op ’t wereldrond/het schoonste woord uit menschen mond/ is moeder’. Een kopie van een schilderij van Hopper hangt tussen een ingelijst Kuifje-omslag en een Russische poster uit de koude oorlog, waarop in stripvorm aan de Sovjetburgers wordt uitgelegd wat ze moeten doen bij een eventuele kernaanval: het gas uitdraaien, hun huis kalm doch onverwijld verlaten met medeneming van paspoort, trouwboekje en ingeblikte etenswaren, om zich vervolgens ergens buiten in een riviertje goed te gaan wassen. (Er staat ook een paard met een gasmasker op een van de plaatjes. Die poster is me erg dierbaar.)

Borden, kopjes of glazen koop ik pas als het meeste is gebroken, dus ook dat is een allegaartje. En spaghetti bewaar ik gewoon in de verpakking. Die ís daar tenslotte voor.

“Kind, wat is het toch altijd een zigeunerboel bij jou”, jammert mijn moeder weleens. “Hoe kom je toch zo?” Haar eigen interieur is kalm en beschaafd, grijs, zandkleurig en beige. Jarenlang wist ik niet wat ik moest terugzeggen. Maar nu ben ik wijzer. “Mama, dit is een woontrend!”, riep ik, toen ze weer eens begon te zeuren. “Dit heet bohemian chic! Dat poefje en die lamp zijn vintage, die poster en dat bordje zijn retro-ironisch, en die planten zijn een urban jungle!”

“O! Echt waar?”, vroeg mijn moeder argwanend. Ik knikte triomfantelijk.

Maar ze was niet voor één gat te vangen en zei: “Nou. Je kan dan toch tenmínste je ramen wel eens lappen.”

Tekst: Syvia Witteman. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden