null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Sylvia vindt het een wonder dat ze haar tanden en kiezen nog heeft

Sylvia Witteman (53) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie.

Het woordje ‘karamel’ maakt zéér gemengde gevoelens in mij los. Als kind was ik dol op de smaak en het mondgevoel van zachte karamel. Je had er toffees van, in vetvrije papiertjes gewikkeld, je had een gevlochten soort reep die ‘3 musketeers’ heette en op vakantie in Frankrijk waren er de ‘carambars’, langwerpig, in geel en rood papier. De een was nog heerlijker dan de andere.Maar ik had pech. In die tijd was juist een grootscheepse overheidscampagne tegen tandbederf bezig. Overal hingen posters van een lachend jongetje met rood haar en sproeten, een schattig jongetje, behalve dat zijn gebit helemaal vol zwarte gaten zat. ‘Bedankt lieve mensen, voor alle zoetigheid’ stond er ironisch in grote letters onder.

Een schrikbeeld. Dat vond mijn moeder ook. Dus kregen wij kinderen geen snoep. Je had ook andere posters met schattige kindertjes erop die vrolijk in een appel beten, en de tekst ‘snoep verstandig, eet een appel’. Appels mochten wij van mijn moeder eten zoveel we wilden. Het idee was dat zo’n appel je tanden schoon schuurde; het eten van een appel was bijna even goed voor je tanden als een flinke poetsbeurt, ja, dat dachten de mensen toen echt.

Ik hield niet van appels, ik wilde snoep. En omdat ik het van mijn moeder niet kreeg maakte ik stiekem zelf karamel, in een steelpannetje, als ze niet thuis was. Het waren de eerste culinaire pogingen in mijn leven. Aan mijn oma had ik de informatie ontfutseld dat je suiker moest verwarmen tot die bruin werd, en er dan boter doorheen moest roeren. Ik bleef het maar proberen, maar het mislukte altijd: een plasje boter met onduidelijke taaie klonten erin. Ik at het resultaat tóch op, want boter en suiker was evengoed lekker, al was het dan geen échte karamel. Ik nam dat aangekoekte pannetje mee naar mijn kamer en vrat door tot ik misselijk was. Niks tanden poetsen, zonde van die heerlijke smaak.

Fast forward: al jong een gebit vol gaatjes, als tiener een gebit vol vullingen, rond mijn twintigste de eerste kroon, en nu, op mijn 54e, een gebit dat vele duizenden euro’s heeft gekost, en vele lange uren in die tandartsstoel. Een gebit dat elke dag meermaals grondig gepoetst wordt.

Dat ik überhaupt nog tanden en kiezen heb, is een wonder. Een wonder dat ik dank aan een smaakverandering die rond mijn zestiende plaatsvond: van de ene op de andere dag hield ik niet meer van zoetigheid. Het snoep maakte plaats voor wijn en hartige hapjes.

Inmiddels kan ik niet meer aan karamel denken zonder dat het zweet me uitbreekt van walging. En het is moeilijk hoor, heden ten dage, om niet aan karamel te denken. Karamel is alomtegenwoordig. Met zeezout, want dat is hip. Overal is die karamel-zeezout, in ijs, chocola, koekjes, pepernoten, pindakaas, koffie, cheesecake, muffins, popcorn, ontbijtkoek, nootjes...

Elke keer als ik zo’n hip karamelproduct tegenkom, denk ik aan dat aangekoekte pannetje van vroeger. En dan tel ik binnensmonds met mijn tong mijn kiezen. Op de verstandskiezen na heb ik ze nog allemaal.

Een wonder. Dat ik überhaupt nog tanden en kiezen heb, is een wonder.

Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden