null Beeld

Sylvia Witteman adviseert: “Koop nooit een oud huis”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie.

Koop nóóit een oud huis. Huisgenoot P. en ik hebben dat wel gedaan, tien jaar geleden. Het sierstuc op de plafonds, de fraai gebogen trapleuning, de spijltjes van het balkonnetje, zo schattig! Wel jammer dat je de slechte kanten er gratis bij krijgt, van het lekke dak tot de verzakkende fundering. Het huis staat zo scheef dat de ramen niet goed dicht kunnen en het is door die kieren amper warm te stoken. Elke kamer heeft maar 2 stopcontacten en de badkuip is amper groot genoeg voor een 6-jarig kind.

Maar daar dóe je dan toch wat aan, zeg je nu. Ja hoor, dat doen we ook. Telkens wat, maar het huis werkt niet mee. Hadden we eindelijk het dak laten repareren, woei het dakraam eraf. Hadden we het houtwerk van de voorgevel laten verven, begon het een maand later alweer te bladderen. En nadat we het parket hadden laten schuren en lakken, liet een natte, knalrode paraplu er onuitwisbare, knalrode vlekken op achter. Maar we geven de moed niet op. Zo zakten we afgelopen herfst door de vloer van dat schattige balkonnetje. Op het noorden, hè, waar de zon nooit schijnt. Er groeide mos op, al jaren, en dat is niet goed voor vloertjes. “Helemaal verrot”, vonniste de klusjesman en maakte een nieuw vloertje. “De rest van het balkon ziet er ook niet zo best uit”, zei hij. Dat viel ons ook ineens op, in contrast met dat mooie nieuwe vloertje. “Ik zal ’t wel even schilderen. Kost me 2 daagjes.”

De volgende dag kwam hij terug met verf en kwasten. Tevreden over mijn (zijn) voortvarendheid, ging ik aan mijn eigen werk. Het rook lekker naar terpentine en de arbeidsvitaminen schalden er gezellig op los, tot ik een krachtige vloek hoorde. Ik keek naar buiten en daar lagen de mooie spijltjes op het nieuwe vloertje, midden in een soort bruine prut. “Je leuning is uit elkaar gevallen”, zei de klusjesman. “Helemaal verrot. Ik ben bijna naar beneden gelazerd...” Met open mond betastte ik wat ooit de leuning van mijn balkon was, zacht als natte ontbijtkoek. “Nu wordt het wel een ander verhaal...” De klusjesman floot tussen zijn tanden en begon op te sommen: hardhout zagen, leuning frezen, spijltjes terugzetten, iets met siliconen, iets met roestvrijstalen dit of dat, schuren, grondverf, lak... “Dat worden wel 2 weekjes”, zei hij. “En de materiaalkosten. Je weet mijn uurloon hè?” En of ik dat wist.

Het werden geen 2 weekjes, maar 3. Tandenknarsend sloeg ik me door de arbeidsvitaminen en financiële aderlating heen. Het ging langzaam, maar mooi werd het. Prachtig. Onbetwist het mooiste onderdeel van ons huis. Toen het klaar was, rekende ik een absurd bedrag af met de klusjesman. Nadat hij eindelijk was opgehoepeld, ging ik vol bewondering op mijn prachtige nieuwe balkon staan. Ik zuchtte van opluchting. En toen viel er iets naast mijn voeten op het nieuwe vloertje. Een stukje dakgoot. Koop nóóit een oud huis, ik heb je gewaarschuwd.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden